dinsdag 9 april 2013

Pendragon III

Zaterdag hebben we weer Pendragon gespeeld, met een wat kleine groep, omdat een aantal mensen niet aanwezig kon zijn.

Historisch overzicht
Bledri van Winterbourne Gunnet (Niet aanwezig)
Bradwen de Moedige
Eliot van Burcombe
Gilmere van Tisbury
Grigor de Geweldenaar (Niet aanwezig)
Marcus Livius van Broughton (Niet aanwezig)

24 december 485 Anno Domini, Sarum. 

Het is de avond voor kerstmis en Sir Roderick heeft al zijn vazallen, familie-leden, vrienden en kennissen uitgenodigd om met hem en zijn familie kerstmis te vieren in zijn kasteel te Sarum. Sir Bradwen, Sir Eliot en Sir Gilmere zijn uiteraard van de partij met hun ongetrouwde zussen. 

Enkele belangrijke aanwezigen zijn: Sir Roderick, zijn echtgenote Lady Ellen, hun achtjarige dochter Lady Jenna en hun zoontje van één, Sir Robert. Verder zijn ook een aantal belangrijke ridders uit Salisbury aanwezig, zoals Sir Elad van Vagon, Sir Amig van Tilshead, onder wie de jonge ridders het afgelopen jaar hebben gevochten bij Mearcred Creek en Sir Jaradans, een jonge ridder die fantastisch is met zijn zwaard. Er zijn ook verschillende vrouwen aanwezig zoals Gwiona, tweede hofdame van Lady Ellen. Er is ook Lady Adwen de enige dochter van de overleden Sir Bles (waarmee zij een flink erfdeel heeft). Er is Lady Elaine, zij is rijk, maar was betrokken bij een crime passionel waar behalve haar echtgenoot ook een laag-geboren man bij betrokken was, dus haar aanzien is flink gedaald. En tot slot de wat oudere Lady Indeg die erg rijk is en op zoek is naar een leuke jonge ridder om haar eenzame winternachten op te vrolijken. 

Sir Gilmere ziet dat zijn moeder Lore aanwezig is, die minder dan een jaar geleden haar man, de vader van Gilmere) verloren heeft en afgelopen zomer heel plotseling hertrouwd is met een veel jongere, armere ridder, Sir Floridas. Gilmere en Floridas zijn beiden schildknaap geweest voor Sir Elad van Vagon en waar Gilmere inmiddels een ridder is met zijn eigen manor, is Sir Floridas nog steeds in dienst bij Sir Elad en woont in het kasteel van zijn heer. Lady Lore heeft een flinke stap achteruit gedaan met dit huwelijk. 
Sir Gilmere besluit om zijn moeder te vragen hoe het met haar gaat en waarom zij getrouwd is met Sir Floridas. Lady Lore antwoord dat het beter is te trouwen dan te branden van begeerte. Sir Gilmere realiseert zich dat zijn moeder veel religieuzer is dan hij zich ooit had voorgesteld. En veel gepassioneerder dan hij ooit had willen weten. Desondanks voelt Sir Gilmere toch grote woede jegens Sir Floridas, aangezien zijn moeder nu in relatieve armoede moet leven en er weinig kans is dat Sir Floridas ook een eigen landgoed zal krijgen en zijn moeder kan onderhouden op de manier die zij gewend was, toen zij nog getrouwd was met Sir Herrindale. 
Sir Bradwen probeert indruk te maken op de meisjes en hij doet dat door te vertellen over zijn rol in de Slag bij Meadcred Creek. Hij maakt heel veel indruk (Orate Critical) met het verhaal over hoe hij dapper achterbleef om zijn Ridder-Broeders Bledri en Grigor te helpen, nadat zij door die smerige Saksen van hun paarden geworpen waren. De aanwezige dames zijn gepast onder de indruk, maar wanneer Bradwen probeert te flirten met een van de meisjes, komt dat totaal niet aan. 
Sir Eliot flirt met Lady Elaine en weet zo haar aandacht te trekken. Lady Elaine weet heel goed dat iedereen op de hoogte is van haar voorgeschiedenis en op gelegenheden als deze besteedt niemand ooit aandacht aan haar. Daarna behandelt Sir Eliot haar met de grootste beleefdheid (Courtesy critical) , waar Lady Elaine erg gevoelig voor is, aangezien niemand dat ooit nog doet.
Later die avond wordt er ook gedanst. Sir Bradwen en Sir Eliot bakken er niets van (Dancing Fail), maar niemand let op hen nadat Sir Gilmere op de dansvloer onderuit gaat en een dienstmeisje met een dienblad vol bier meesleept in zijn val (Dancing Fumble).

25 december 485 A. D. 

Vandaag is het Kerstmis en Sir Bradwen en Sir Gilmere wonen met hun familie-leden de kerst-mis bij in de Cathedraal van Sarum. Daarna is het tijd voor het uitdelen van giften. Van Sir Roderick krijgen de ridders ieder 1 Libram. 

Sir Eliot probeert zijn vooruitgang die hij bij Lady Elaine geboekt heeft, voort te zetten. Maar hij zegt tegen haar dat ze maar wat dankbaar moet zijn dat hij aandacht aan haar wil besteden, nu iedereen weet dat zij een affaire heeft gehad met een laag-geboren man en dat haar wettig echtgenoot daarvoor is gestorven (Flirt Fumble en Courtesy Fumble). Lady Elaine is diep belededigd, slaat Sir Eliot en vertrekt. 
Sir Eliot is niet echt onder de indruk en hij probeert daarna te flirten met Lady Gwiona. zij is niet echt onder de indruk (Flirt fail) , maar Sir Eliot geeft niet op en uiteindelijk is Gwiona wel gecharmeerd door zijn vasthoudendheid (flirt succes).  
Sir Gilmere is van plan om een vrouw met macht en aanzien te huwen, daarvoor wil hij de tijd nemen en hij probeert uit te vinden welke vrouwen het meeste macht meenemen. Maar hij is nog te onervaren om de subtiele intriges van het hof te kunnen duiden (intrigue fail). Wel spreekt hij publiekelijk over de glory die hij heeft behaalt in de slag van Mearcred Creek afgelopen jaar en iedereen realiseert zich wat voor een dapper ridder Sir Gilmere eigenlijk is (orate critical). 
Na afloop van de mis wil sir Bradwen nog spreken met Bisschop Roger van Sarum. Maar aangezien Sir Bradwen een lokale stroming van het Christendom aanhangt en Bisschop Roger een Rooms Christelijke Bisschop is, begrijpen ze elkaar slecht (Religion Fail). 

Winter Phase 485/ 486

In de Winterfase zijn de ridders thuis en verwerken zij hun ervaringen van het afgelopen jaar. In deze fase van het spel worden de karakters aangepast, worden kinderen geboren en wordt bekeken hoe de ridder, zijn familie en zijn landerijen de winter hebben doorstaan. 
Sir Gilmere heeft een Baljuw in dienst genomen, zijn moeder en twee van zijn zussen zijn getrouwd en wonen elders en zijn zus Imane heeft weinig aanleg voor het beheer van de boerderijen. Ondanks het slechte weer (Bad Weather Critical) in Tisbury van dat jaar, weet de Baljuw Simon toch nog een respectabele oogst te genereren (Stewardship Critical) en niemand hoeft honger te leiden. Sir Bradwen en Sir Eliot hebben meer geluk, zij hebben beter weer en halen een grote oogst binnen, waardoor zij komend jaar als rijke ridders kunnen leven. 
Verder is Lady Eleonore van Burcombe, tante van Sir Eliot op 42-jarige leeftijd getrouwd en Sir Gilmere informeert Sir Bradwen dat zijn jongere broer Bavo van Steeple Langford het melkmeisje Antje in Tisbury zwanger heeft gemaakt. Bavo heeft een dochter Maria gekregen.

Maart 486 A. D. 

De ridders begeven zich naar Sarum om daar hun dienst voor Sir Roderick te verrichten. In de straten van Sarum hoort Sir Gilmere over Praetor Syagrius uit het Gallische Soissons, die om hulp vraagt van Koning Uther in de strijd tegen de Franken. En Sir Madoc, de bastaardzoon van Koning Uther wil dit jaar wraak nemen op de Saksen bij Colchester. Maar helaas, Sir Roderick houdt zijn jonge ridders bij zich dit jaar. Zij moeten de rondes maken door Salisbury en rapporteren over alles wat zij maar aantreffen. 

Wanneer zij met hun schildknapen de rondes maken langs de landgoederen en boerderijen van Salisbury, treffen zij al snel een oud mannetje die vraagt om hulp met het vinden van zijn geit. De groep helpt hem maar al te graag. Sir Bradwen ziet de geit, een enorm zwart dier, aan de top van een nabijgelegen heuvel. Sir Bradwen zet de achtervolging in, maar de geit rent weg, over de heuvel een bosje in. Sir Gilmere en Sir Eliot, die achterbleven bij het kleine, oude mannetje, roepen hem na om niet te ver weg te gaan. 
Sir Bradwen hoortde geit plotseling mekkeren. Hij ziet een drie-oogige reus uit het bosje komen, hij houdt de geit bij de horens en focust zijn drie ogen dan op de ridders. 
Sir Bradwen laat zich inspireren door zijn eergevoel (Inspiration Honor Passion) en valt aan. Het is een zwaar gevecht en de reus slaat om zich heen met een kleine, uit de grond gerukte boom. Sir Gilmere en Sir Eliot komen hun Ridder-Broeder direct te hulp. De strijd die ontbrand is vreselijk. Sir Bradwen laat bijna het leven, maar uiteindelijk krijgen hij en zijn makkers de reus klein.
Het oude mannetje blijkt Merlijn te zijn. Hij gebruikt zijn krachten om Sir Bradwen te doen herstellen en vraagt de groep om hem te volgen en te beschermen. Hij neemt hen dieper mee het woud in. De groep moet afstijgen en hun paarden bij hun schildknapen laten, terwijl zij verder het woud in lopen. Het woud doet onwerelds aan.
In het woud komt de groep aan bij een meertje. Zij zien een ridder gekleed in een donkergroen harnas tussen de bomen door in de aanval gaan. Hij heeft twee zwaarden, in elke arm een. Maar terwijl hij op de ridders afstormt, groeit er nog een derde arm uit zijn borst, waarmee hij een tak van een boom afrukt en die verder als knuppel gebruikt. Merlijn roept de ridders toe om hem te beschermen en hij gaat naar het meertje toe en stapt in een klaarliggend bootje.
De ridders gaan in gevecht met het vreemde wezen en ook dit is weer een pittig gevecht. Maar uiteindelijk sterft het monster en vergaat bijna onmiddellijk tot slijm.

Intussen is Merlijn in het bootje het meertje opgevaren. In het midden van het meertje is hij gestopt. De groep kan niet goed zien wat hij doet, hij lijkt bezig met een soort magische ceremonie. Dan rijst een zwaard op uit het meer, vastgehouden door een vrouwenarm. Vol eerbied pakt Merlijn het zwaard aan en steekt het onder zijn mantel. De vrouwenarm verdwijnt weer en Merlijn vaart terug naar het vasteland. Hij legt aan de groep uit dat zij een belangrijke taak voor Brittannië verricht hebben.
Enigszins verward keert de groep terug naar Sarum en zij vertellen aan Sir Roderick wat zij hebben meegemaakt tijdens hun ronden op zijn landerijen. Hij is onder de indruk en realiseert zich dat deze ridders misschien bestemd zijn voor grootse zaken.

Mei 486 A. D. 

Madoc.jpg (430×484)
Sir Madoc Ap Uther
Hoewel de avonturen in maart heel spannend waren, willen de jonge ridders meer. Zij vragen van Sir Roderick toestemming om zich bij Sir Madoc Ap Uther te voegen, die aanvallen op de Saksen aan het uitvoeren is in Colchester en omgeving. Zij krijgen die toestemming en brengen de zomer door met het aanvallen en over de kling jagen van Saksen. Met veel plezier slacht de groep Heorthgeneats and Coerls af. Maar wanneer de groep een paar eenvoudige Saksische boertjes treft, vindt Sir Gilmere het geen goed idee om ook hen aan te vallen. Maar Sir Eliot en Sir Bradwen zijn vervuld van hun haat tegen de Saksen (Inspired Hate Saxons) en vallen wel aan en jagen deze mensen over de kling.