zaterdag 22 juli 2017

De voorspelling

En alweer een boekbespreking. Het lukte me niet om in juni een boek te bespreken, dus dan volgen er twee in juli natuurlijk. Dit keer is het "De Voorspelling", deel één uit de Kronieken van Belgarion van David Eddings. Deze serie bestaat uit vijf boeken, maar om deze terugblik een beetje behapbaar te houden, houdt ik het bij deel een.

De Voorspelling (De Kronieken van Belgarion, #1)
Deel een

Ook deze serie boeken las ik door ze te lezen uit de +Bieb Eemland (de Bibliotheek in Baarn) die in de late jaren '80 en de vroege jaren '90 een zeer respectabele SF en Fantasy collectie had.
David Eddings schreef Pawn of Prophecy (De Voorspelling) in 1982, maar de editie die ik las uit de bieb, werd pas in 1990 uitgegeven door Spectrum. Ik denk dat ik hem dan kort daarna heb gelezen. Ik zal 14 of 15 zijn geweest. Ik kan me herinneren dat ik wachtte op de uitgaves van de boeken uit de vervolg-serie, de Kronieken van Mallorea.
De boeken van de uitgave van Spectrum hadden een afbeelding van een rots in zee in de rechterbovenhoek. En als je dan alle boeken op een rijtje zette, kreeg je een plaatje van een kust.

Netjes op een rijtje

Indruk toen

Indertijd maakten deze boeken heel veel indruk op me. Ik denk dat het de eerste echte fantasy boeken was die ik toen had gelezen. Wat hielp was dat de hoofdpersoon Garion ongeveer van mijn leeftijd was. Bovendien waren de dingen die om hem heen gebeurden voor hem ook nieuw, zodat ik zoetjes werd geïntroduceerd in de wereld. 

Spoilers

Proloog

Zoals het iedere fantasy-kroniek betaamt, begint het boek met een proloog die bestaat uit een stukje mythische voorgeschiedenis. Dit is een universum met erg veel literair historisch besef, dus we krijgen een uittreksel uit het Boek van Alorn. 
Hierin wordt het ontstaan van de wereld beschreven, met de goden die hun eigen volkeren kiezen. Ook wordt meteen het conflict tussen de Goden geschetst, en de ruzie die er is over een machtig artefact, de Orbus, gemaakt door de God Aldur. De God Torak is een kwade God, die met de Orbus over de wereld wil heersen. De belangrijkste spelers worden ook geïntroduceerd, waaronder Belgarath de Tovenaar en Polgara, zijn dochter. 

Deel 1: Sendaria

In dit deel wordt Garion, de hoofdpersoon geïntroduceerd. Hij leeft zijn leven als een eenvoudige jongen op een boerderij in Sendaria. Zijn ouders zijn overleden en hij woont samen met zijn tante Pol. Verder heeft hij ook een band met Smid Durnik en af en toe komt verhalenverteller Oude Wolf langs, die Pol lijkt te kennen. 
Er worden ook wat zaken geïntroduceerd waaruit blijkt dat alles misschien toch niet zo normaal is, als Garion graag wil. Al zijn hele leven lang is er een man, gehuld in schaduwen en een donkere mantel, die hem in de gaten houdt, tijdens crisis-momenten. Hij kan zijn tante Pol niet over hem vertellen. Bovendien lijkt hij erg opgewonden en krijgslustig te raken wanneer er gesproken wordt over de God Torak. En tot slot lijken zijn tante Pol en de Oude Wolf meer te weten over het verleden van Garion dan zij hem vertellen. 
Maar dan, wanneer Garion een jaar of 14 is en begint hij te puberen en alles stom te vinden, tonen ineens ook Angaraks, volgelingen van de God Torak, interesse in een jonge knul in een afgelegen boerderij in Sendaria. Hoogst verdacht natuurlijk. 
Dan komt Oude Wolf weer langs. Er is iets gestolen en Oude Wolf wil dat zoeken, met hulp van Pol. Pol wil Garion niet alleen achterlaten en smid Durnik laat zich ook niet wegsturen. Eenmaal onderweg voegen zich al snel twee andere gezellen bij Oude Wolf en Pol, Silk een Drasniër en Barak een Cherek. Deze twee lijken Oude Wolf en Pol te kennen van een eerder leven, onder andere namen. In de zoektocht naar hetgeen gestolen is, reizen Oude Wolf en Pol in het gezelschap van de rest door een groot deel van Sendaria. En ook hier zien zij af en toe Angaraks, die ook op zoek lijken te zijn naar iets. 
Uiteindelijk worden Oude Wolf en Pol opgepikt door soldaten van Fulrach, Koning van Sendaria. Dan blijkt dat Oude Wolf en Pol hem ook lijken te kennen. Maar Fulrach spreekt hen aan met Belgarath en Polgara, de eeuwenoude discipelen van de God Aldur, de grootste tegenstrever van de God Torak. En dan blijken dat Silk en Barak ook hoge edelen zijn. Silk is eigenlijk Kheldar, Prins van Drasnië en Barak is Graaf van Trellheim en neef van Anheg, Koning van Cherek. En dan blijkt dat Garion voor Polgara niets meer is dan een jongen waarvan zij niet weet wat ze ermee moet doen.   


Deel 2: Cherek

Belgarath, Polgara, hun gezellen en Koning Fulrach gaan naar Cherek, waar zij Anheg, Koning van Cherek, Rhodar, Koning van Drasnia en Cho-Hag, Koning van Algaria zullen ontmoeten, om te overleggen over dat wat gestolen is. Garion is nog steeds behoorlijk van zijn stuk dat de mensen die hem het naast stonden, niet de mensen zijn die hij dacht dat hij was. In combinatie met het feit dat hij midden in de puberteit zit, gedraagt hij zich daarom erg weerspannig en roekeloos, tot woede van Polgara. 
In Cherek zijn de mensen en cultuur echt anders dan in Sendaria. Waar de Sendars brave, hardwerkende en sobere mensen zijn, zijn de Chereks allemaal woeste krijgers, die veel drinken. Bovendien bestaat Cherek al veel langer dan Sendaria, waar Garion vandaan komt. De hoofdstad, Val Alorn is duizenden jaren oud. Dat geeft hen iets meer besef van de historische context, waarin deze huidige gebeurtenissen plaatsvinden.  
Ook is het religieuze gevoel van de Chereks sterker dan dat van de Sendaren. De Chereks aanbidden samen met de andere Alorns (Rivanen, Draniërs en Algaren) Belar, de Beren-God. De Sendaren zijn erg praktisch, hebben geen eigen God en vereren alle Goden gelijk, ook Torak. Er staat een enorme tempel in Val Alorn, en daar geeft een oud, blind vrouwtje ook voorspellingen af. Er lijkt een Doem op Barak te liggen en zij onthaalt Garion als de grootste der Heren, wat hem verbaasd. Barak vindt dat Koning Anheg haar al lang geleden had moeten laten verbranden als een heks. 
Garion raakt onmiddellijk verstrikt in allerlei intriges en bij weet nog maar net eigenhandig het koninkrijk te redden van diep verraad. Een machtige Angarakse priester heeft een graaf van Cherek omgekocht om mannen het paleis in te smokkelen en een coup te plannen. Deze priester blijkt dezelfde te zijn als degene die al jaren waakt over Garion. En Garion blijkt ook belangrijker te zijn dan hij dacht. 
Wanneer de situatie weer enigszins gekalmeerd is, maken Belgarath en de Koningen afspraken. De Koninkrijken van Aloria en Sendaria zullen gemobiliseerd worden, oorlog tegen de Angaraks is onvermijdelijk. Belgarath zet ondertussen de achtervolging op de dief en het gestolene in. Daarvoor zal hij eerst langs Algaria gaan, en dan naar Arendia. 
Op de boot naar Camaar in Sendaria, vraagt Garion Belgarath naar de vreemde zaken die hij heeft gezien en dan leert hij dat magie echt is. Belgarath en Polgara kunnen die magie gebruiken, de priesters van Torak ook. En sommige andere mensen ook. Ook een zorg waar Garion al lang mee zit, namelijk dat als Polgara zijn tante niet is, hij geen familie heeft en hij bij geen enkel volk hoort, is opgelost. Polgara is zijn oudtante, ze was een zuster van de vrouw die de lijn startte waar Garion uit voortkomt. En daarmee is Belgarath zijn vele malen grootvader. Ook krijgt Garion meer te horen over zijn ouders. Ze zijn vermoord, en dat heeft te maken met het conflict, waar Garion nu ook in verwikkeld is geraakt. 

Indruk nu

Toen ik het voor het eerst las, was ik vreselijk onder de indruk. Maar nu niet meer. En dat komt grotendeels omdat ik ouder ben geworden en veel meer gelezen heb. Hierna ben ik bijvoorbeeld doorgegaan met de serie Wheel of Time (1990) en A Song of Ice and Fire (1996, nu beter bekend als de TV serie Game of Thrones), die een stuk complexer zijn. 
De Kronieken van Belgarion hangen van jaren '80 clichés aan elkaar. David Eddings gebruikt de clichés wel op een aangename en frisse manier, maar nu ik het teruglees, is het allemaal wel heel erg voorspelbaar.
Verder vond ik het racisme bij nader inzien ook een beetje eng in het boek. In het verre verleden koos iedere God een volk en dat volk nam kenmerken van hun God over. Het blijft een beetje onduidelijk of dat nu culturele kenmerken zijn, of na al die eeuwen raciale kenmerken zijn geworden. Alorns zijn impulsieve vechtersbazen, Tolnedranen geobsedeerd door goud, Nyissers onbetrouwbaar en Angaraks altijd slecht. Ongemakkelijk was het in elk geval.  

Desondanks, een goede introductie voor jonge mensen die eens willen snuffelen aan het fantasy genre.