zondag 6 augustus 2017

The Searchers

In de maand juli had de Belgische zender Canvas een programma waar bij een klassieke film werd uitgezonden, voorafgegaan door een diepgaand gesprek over de film, Cinema Canvas. Veel van de films die werden uitgezonden had ik al eens eerder gezien, maar The Searchers kende ik nog niet.

Het ziet er meteen al episch uit. 

The Searchers is een film van John Ford met John Wayne (die we nog kennen uit True Grit) en het is een western. Maar wel een complexe, waarbij het niet duidelijk is wie goed en slecht zijn. En verder is het ook een film in Technicolor, wat buitengewoon goed werkt bij de landschap scenes, met de knalblauwe luchten en de oranje-gele woestijn grond. 

Spoilers Ahoi

Openingsshot

Het verhaal opent met Ethan Edwards die na de Amerikaanse Burgeroorlog terugkeert naar de boerderij van zijn broer. Hij vocht aan de zijde van de Confederates (en heeft dus verloren), hij beschikt over een hoop geld (waarvan het onduidelijk is hoe hij eraan komt) en hij heeft een medaille van de Mexicaanse onafhankelijkheidsoorlog. Het is duidelijk dat hij vreselijke dingen heeft gedaan en meegemaakt en dat hij maar moeilijk kan aarden in het vreedzame leven van zijn broer. Ook broeit er iets tussen Ethan en zijn schoonzus. Hij kan ook maar moeilijk accepteren dat zijn broer een kind heeft geadopteerd dat deels Indiaans bloed heeft. 

Prachtige landschappen als deze.
De vrede wordt al snel bruut verstoord. Ethan gaat bij de Texas Rangers en onderzoekt met hen een roofoverval, waarbij vee is buitgemaakt. Terwijl de mannen weg zijn en de roofoverval onderzoeken, worden de boerderijen overvallen. Daarbij komt de familie van Ethan om het leven en worden zijn twee nichtjes Lucy en Debbie ontvoert. 
Samen met de Texas Rangers zet Ethan de achtervolging in. Ze komen een paar Indianen tegen, die stierven in de overval, Ethan verminkt hun lichamen, zodat zij geen vrede in het hiernamaals kunnen vinden. De Indianen zijn niet voor een gat te vangen en zij voeren weer een aanval uit op de Texas Rangers. Die besluiten het op te geven, om hun overlevende gemeenschap te kunnen blijven beschermen. Maar Ethan, Martin (de adopteerde jongen van Indiaanse afkomst) en Brad (de verloofde van Lucy blijven zoeken. Het lichaam van Lucy wordt vrij snel gevonden, zij is gedood, verminkt en waarschijnlijk verkracht. Brad draait door en wil wraak nemen op de Indianen, waarbij hij gedood wordt. 

Het wordt winter en nog is de zoektocht niet voorbij. Ethan en Martin overwinteren bij de Jorgensons, een naburige familie. Daar krijgt Martin kennis aan dochter Laurie en krijgt Ethan een tip over waar Debbie kan zijn. De zoektocht gaat door. Laurie blijft op de hoogte door brieven van Martin en wij, de kijkers, omdat Laurie de brieven voorleest aan haar ouders. 

Het is niet heel duidelijk te zien, maar aan de stok die Debbie hier vasthoudt,
zitten de scalps van de slachtoffers van Scar, haar man.
Waaronder de scalp van haar eigen moeder.  

Dan wordt Debbie gevonden. Ze leeft als Comanche en is een van de vrouwen van Scar, de leider van de Comanche. Dit is natuurlijk verschrikkelijk, een blanke vrouw, die leeft met Indianen. Ethan wil haar doden en Martin wil haar redden. Dit leidt nog tot wat conflict, want Debbie wil eigenlijk helemaal niet gered worden. Uiteindelijk wordt Debbie gered, doodt Ethan haar niet en brengt hij haar terug naar huis. Daar wordt iedereen erg enthousiast ontvangen. 

Eindshot van de film. Vergelijk met openingsshot. 

Behalve Ethan. Hij gaat niet het huis in om feest te vieren met Debbie en Martin en de andere leden van de blanke gemeenschap. In de loop van de zoektocht naar Debbie is duidelijk geworden dat hij niet meer bij beschaafde mensen kan leven. De deur naar de gemeenschap van zijn gelijken gaat dicht. 

Dit is een buitengewoon mooie en complexe film met een hoop lagen. John Wayne speelt ook een buitengewoon complex karakter, in een breuk met de dappere cowboys die hij eerder speelde in Westerns. Hij is bitter vanwege een verloren oorlog en misschien ook een verloren liefde, er speelt duidelijk was tussen Ethan en Martha, de vrouw van zijn broer. Het zou zelfs kunnen dat Debbie zijn dochter is, in plaats van die van zijn broer. Hij vertrok uit Texas op een moment dat Martha zwanger zou moeten zijn van Debbie.
Dan is Ethan ook buitengewoon racistisch en heeft hij een hekel aan alles wat Indiaans is. Maar hij wet een hoop van hen. Hij weet voldoende van hun theologie en begrafenis rituelen om te weten dat hij hun lichamen moet verminken om hen ook na de dood dwars te zitten. En hij spreekt voldoende van hun taal om met hen te kunnen onderhandelen. Waar en wanneer heeft hij dat geleerd als hij zo ontzettend racistisch is?
Het racisme van Ethan lijkt extreem (een onschuldig slachtoffer willen doden, omdat zij seks heeft gehad met mannen van een ander ras), maar anderen, vooraanstaande leden van de gemeenschap waar Ethan deel van is, hebben diezelfde mening. Zij hebben alleen niet de middelen of het doorzettingsvermogen om de daad bij het woord te voegen. En uiteindelijk blijkt dat Ethan ook niet de daad bij het woord kan voegen. 

Gaat dat zien.

zaterdag 22 juli 2017

De voorspelling

En alweer een boekbespreking. Het lukte me niet om in juni een boek te bespreken, dus dan volgen er twee in juli natuurlijk. Dit keer is het "De Voorspelling", deel één uit de Kronieken van Belgarion van David Eddings. Deze serie bestaat uit vijf boeken, maar om deze terugblik een beetje behapbaar te houden, houdt ik het bij deel een.

De Voorspelling (De Kronieken van Belgarion, #1)
Deel een

Ook deze serie boeken las ik door ze te lezen uit de +Bieb Eemland (de Bibliotheek in Baarn) die in de late jaren '80 en de vroege jaren '90 een zeer respectabele SF en Fantasy collectie had.
David Eddings schreef Pawn of Prophecy (De Voorspelling) in 1982, maar de editie die ik las uit de bieb, werd pas in 1990 uitgegeven door Spectrum. Ik denk dat ik hem dan kort daarna heb gelezen. Ik zal 14 of 15 zijn geweest. Ik kan me herinneren dat ik wachtte op de uitgaves van de boeken uit de vervolg-serie, de Kronieken van Mallorea.
De boeken van de uitgave van Spectrum hadden een afbeelding van een rots in zee in de rechterbovenhoek. En als je dan alle boeken op een rijtje zette, kreeg je een plaatje van een kust.

Netjes op een rijtje

Indruk toen

Indertijd maakten deze boeken heel veel indruk op me. Ik denk dat het de eerste echte fantasy boeken was die ik toen had gelezen. Wat hielp was dat de hoofdpersoon Garion ongeveer van mijn leeftijd was. Bovendien waren de dingen die om hem heen gebeurden voor hem ook nieuw, zodat ik zoetjes werd geïntroduceerd in de wereld. 

Spoilers

Proloog

Zoals het iedere fantasy-kroniek betaamt, begint het boek met een proloog die bestaat uit een stukje mythische voorgeschiedenis. Dit is een universum met erg veel literair historisch besef, dus we krijgen een uittreksel uit het Boek van Alorn. 
Hierin wordt het ontstaan van de wereld beschreven, met de goden die hun eigen volkeren kiezen. Ook wordt meteen het conflict tussen de Goden geschetst, en de ruzie die er is over een machtig artefact, de Orbus, gemaakt door de God Aldur. De God Torak is een kwade God, die met de Orbus over de wereld wil heersen. De belangrijkste spelers worden ook geïntroduceerd, waaronder Belgarath de Tovenaar en Polgara, zijn dochter. 

Deel 1: Sendaria

In dit deel wordt Garion, de hoofdpersoon geïntroduceerd. Hij leeft zijn leven als een eenvoudige jongen op een boerderij in Sendaria. Zijn ouders zijn overleden en hij woont samen met zijn tante Pol. Verder heeft hij ook een band met Smid Durnik en af en toe komt verhalenverteller Oude Wolf langs, die Pol lijkt te kennen. 
Er worden ook wat zaken geïntroduceerd waaruit blijkt dat alles misschien toch niet zo normaal is, als Garion graag wil. Al zijn hele leven lang is er een man, gehuld in schaduwen en een donkere mantel, die hem in de gaten houdt, tijdens crisis-momenten. Hij kan zijn tante Pol niet over hem vertellen. Bovendien lijkt hij erg opgewonden en krijgslustig te raken wanneer er gesproken wordt over de God Torak. En tot slot lijken zijn tante Pol en de Oude Wolf meer te weten over het verleden van Garion dan zij hem vertellen. 
Maar dan, wanneer Garion een jaar of 14 is en begint hij te puberen en alles stom te vinden, tonen ineens ook Angaraks, volgelingen van de God Torak, interesse in een jonge knul in een afgelegen boerderij in Sendaria. Hoogst verdacht natuurlijk. 
Dan komt Oude Wolf weer langs. Er is iets gestolen en Oude Wolf wil dat zoeken, met hulp van Pol. Pol wil Garion niet alleen achterlaten en smid Durnik laat zich ook niet wegsturen. Eenmaal onderweg voegen zich al snel twee andere gezellen bij Oude Wolf en Pol, Silk een Drasniër en Barak een Cherek. Deze twee lijken Oude Wolf en Pol te kennen van een eerder leven, onder andere namen. In de zoektocht naar hetgeen gestolen is, reizen Oude Wolf en Pol in het gezelschap van de rest door een groot deel van Sendaria. En ook hier zien zij af en toe Angaraks, die ook op zoek lijken te zijn naar iets. 
Uiteindelijk worden Oude Wolf en Pol opgepikt door soldaten van Fulrach, Koning van Sendaria. Dan blijkt dat Oude Wolf en Pol hem ook lijken te kennen. Maar Fulrach spreekt hen aan met Belgarath en Polgara, de eeuwenoude discipelen van de God Aldur, de grootste tegenstrever van de God Torak. En dan blijken dat Silk en Barak ook hoge edelen zijn. Silk is eigenlijk Kheldar, Prins van Drasnië en Barak is Graaf van Trellheim en neef van Anheg, Koning van Cherek. En dan blijkt dat Garion voor Polgara niets meer is dan een jongen waarvan zij niet weet wat ze ermee moet doen.   


Deel 2: Cherek

Belgarath, Polgara, hun gezellen en Koning Fulrach gaan naar Cherek, waar zij Anheg, Koning van Cherek, Rhodar, Koning van Drasnia en Cho-Hag, Koning van Algaria zullen ontmoeten, om te overleggen over dat wat gestolen is. Garion is nog steeds behoorlijk van zijn stuk dat de mensen die hem het naast stonden, niet de mensen zijn die hij dacht dat hij was. In combinatie met het feit dat hij midden in de puberteit zit, gedraagt hij zich daarom erg weerspannig en roekeloos, tot woede van Polgara. 
In Cherek zijn de mensen en cultuur echt anders dan in Sendaria. Waar de Sendars brave, hardwerkende en sobere mensen zijn, zijn de Chereks allemaal woeste krijgers, die veel drinken. Bovendien bestaat Cherek al veel langer dan Sendaria, waar Garion vandaan komt. De hoofdstad, Val Alorn is duizenden jaren oud. Dat geeft hen iets meer besef van de historische context, waarin deze huidige gebeurtenissen plaatsvinden.  
Ook is het religieuze gevoel van de Chereks sterker dan dat van de Sendaren. De Chereks aanbidden samen met de andere Alorns (Rivanen, Draniërs en Algaren) Belar, de Beren-God. De Sendaren zijn erg praktisch, hebben geen eigen God en vereren alle Goden gelijk, ook Torak. Er staat een enorme tempel in Val Alorn, en daar geeft een oud, blind vrouwtje ook voorspellingen af. Er lijkt een Doem op Barak te liggen en zij onthaalt Garion als de grootste der Heren, wat hem verbaasd. Barak vindt dat Koning Anheg haar al lang geleden had moeten laten verbranden als een heks. 
Garion raakt onmiddellijk verstrikt in allerlei intriges en bij weet nog maar net eigenhandig het koninkrijk te redden van diep verraad. Een machtige Angarakse priester heeft een graaf van Cherek omgekocht om mannen het paleis in te smokkelen en een coup te plannen. Deze priester blijkt dezelfde te zijn als degene die al jaren waakt over Garion. En Garion blijkt ook belangrijker te zijn dan hij dacht. 
Wanneer de situatie weer enigszins gekalmeerd is, maken Belgarath en de Koningen afspraken. De Koninkrijken van Aloria en Sendaria zullen gemobiliseerd worden, oorlog tegen de Angaraks is onvermijdelijk. Belgarath zet ondertussen de achtervolging op de dief en het gestolene in. Daarvoor zal hij eerst langs Algaria gaan, en dan naar Arendia. 
Op de boot naar Camaar in Sendaria, vraagt Garion Belgarath naar de vreemde zaken die hij heeft gezien en dan leert hij dat magie echt is. Belgarath en Polgara kunnen die magie gebruiken, de priesters van Torak ook. En sommige andere mensen ook. Ook een zorg waar Garion al lang mee zit, namelijk dat als Polgara zijn tante niet is, hij geen familie heeft en hij bij geen enkel volk hoort, is opgelost. Polgara is zijn oudtante, ze was een zuster van de vrouw die de lijn startte waar Garion uit voortkomt. En daarmee is Belgarath zijn vele malen grootvader. Ook krijgt Garion meer te horen over zijn ouders. Ze zijn vermoord, en dat heeft te maken met het conflict, waar Garion nu ook in verwikkeld is geraakt. 

Indruk nu

Toen ik het voor het eerst las, was ik vreselijk onder de indruk. Maar nu niet meer. En dat komt grotendeels omdat ik ouder ben geworden en veel meer gelezen heb. Hierna ben ik bijvoorbeeld doorgegaan met de serie Wheel of Time (1990) en A Song of Ice and Fire (1996, nu beter bekend als de TV serie Game of Thrones), die een stuk complexer zijn. 
De Kronieken van Belgarion hangen van jaren '80 clichés aan elkaar. David Eddings gebruikt de clichés wel op een aangename en frisse manier, maar nu ik het teruglees, is het allemaal wel heel erg voorspelbaar.
Verder vond ik het racisme bij nader inzien ook een beetje eng in het boek. In het verre verleden koos iedere God een volk en dat volk nam kenmerken van hun God over. Het blijft een beetje onduidelijk of dat nu culturele kenmerken zijn, of na al die eeuwen raciale kenmerken zijn geworden. Alorns zijn impulsieve vechtersbazen, Tolnedranen geobsedeerd door goud, Nyissers onbetrouwbaar en Angaraks altijd slecht. Ongemakkelijk was het in elk geval.  

Desondanks, een goede introductie voor jonge mensen die eens willen snuffelen aan het fantasy genre. 

zondag 16 juli 2017

Baby Driver

Toen +Sander en ik afgelopen weekeinde de kinderen uit logeren deden, zijn we uitgegaan en hebben we ook een fantastische film gekeken, Baby Driver, van Edgar Wright, die we kennen van films als de Cornetto trilogie, met Shaun of the Dead, Hot Fuzz en World's End. Maar in onze jonge jaren keken Sander en ik ook Spaced. Hoofdrolspeler in deze film is de piepjonge Ansel Elgort en er zijn leuke bijrollen voor Kevin Spacey en Jamie Foxx (die we kennen van Django Unchained).

Een poster met veel roze.


Spoilers ahoi

Baby is een jongeman, die met zijn dove pleegvader in een klein appartement woont. Hij verdient zijn geld als een bestuurder van vluchtauto's bij bankovervallen. Doc (Kevin Spacey) is het meesterbrein dat alle overvallen plant en het team bij elkaar zoekt, dat de overvallen uitvoert. Baby blijkt bij hem in de schuld te staan en daarom verplicht te zijn om als bestuurder van de vluchtauto te werken. En dat doet hij briljant. Verder was Baby vroeger betrokken bij een auto ongeluk, waarbij zijn ouders overleden en waar hij tinnitus aan heeft overgehouden. Hij probeert het suizen te verstommen, door de hele tijd naar muziek te luisteren.
Wanneer Baby even vrij heeft tussen twee opdrachten, leert hij Debora kennen, een medewerker van een Diner. Ze blijken elkaar erg leuk te vinden en flirten wat heen en weer.
Dan wordt Baby weer opgeroepen om te rijden voor een laatste klus, dit keer met een nieuw team van mensen. Maar deze mensen zijn duidelijk wat minder betrouwbaar. De klus gaat mis, doordat een gewapende veteraan doorkrijgt dat ze bezig zijn met een overval en hij begint te schieten (dit is Amerika). Het team moet vluchten, maar dankzij het briljante rijwerk van Baby weet iedereen te ontsnappen.
Doc laat Baby weten dat nu de schuld is afbetaald. Een opgeluchte Baby neemt een baantje als pizzabezorger en is daarin buitengewoon succesvol. Hij probeert de relatie met zijn meisje Debora ook wat uit te bouwen. En terwijl hij daarmee bezig is, wordt hij weer binnengehaald door Doc voor een volgende klus. Hij hoopte van Doc af te zijn, maar Doc zegt hem niet naïef te zijn en dreigt zijn pleegvader wat aan te doen.
Deze laatste klus begint minder goed. Baby en het team moeten eerst wapens kopen. Maar Bats, toch al niet de meest stabiele persoon, herkent de wapens als afkomstig uit een politievoorraad. Hij begint te schieten, de verkopers schieten terug en iedereen begint te schieten. Doc is woest, het waren inderdaad agenten, maar agenten omgekocht door Doc zelf en ze zouden ook de helers zijn voor de buit van de roof. Nu ze allemaal (waarschijnlijk) dood zijn, de politie op de hoogte is en er geen helers zijn, kan de kraak niet doorgaan.
Maar de leden van het team willen wel dat de kraak doorgaat. Ze hebben het geld kennelijk hard nodig. Ze weten een andere heler en ze halen Doc over om de kraak wel door te laten gaan. Doc vaart op de mening van Baby. Maar ondertussen wil Baby ontsnappen, samen met zijn vriendinnetje. Hij laat de kraak doorgaan, met het plan om zijn partners te laten stikken en er vandoor te gaan met zijn meisje.
Het plan van Baby om ervan door te gaan met Debora mislukt. De kraak moet doorgang vinden, maar Baby verknalt opzettelijk de kraak door Bats te doden en de vluchtauto te laten verongelukken. Dan vlucht hij te voet en laat zijn twee andere partners, Buddy en Darling ook achter. Hij probeert Debora op te halen in de Diner, maar Buddy vindt Baby en zint op wraak. Zijn vrouw Darling is omgekomen bij de opzettelijk verknalde beroving. Er volgt een hoop geschiet en gedoe en Baby vlucht verder met Debora naar de schuilplaats van Doc.
Doc is woest en wil vluchten en Baby aan zijn lot overlaten. Maar wanneer hij dan ziet dat Baby en Debora echt verliefd zijn, offert hij zich toch voor hen op. Buddy, die zij voor dood hadden achtergelaten in de Diner blijkt een politieauto bemachtigd te hebben en zint nog steeds op bloedige wraak. Doc komt om en ook Buddy lijkt niet kapot te krijgen. Maar uiteindelijk sterft hij en weten Debora en Baby te vluchten.
Maar dan lopen ook zij tegen een roadblock van de politie aan en wordt Baby gearresteerd en veroordeeld. Voor zijn aandeel in de overvallen krijgt hij 5 jaar cel. Maar na afloop wacht Debora alsnog op hem.

Deze film is geen humoristische film, zoals we die kennen van Edgar Wright, maar eerder een actie-heist film, die liever een musical zou willen zijn. De muziek van Baby Driver is eigenlijk de echte hoofdrolspeler van de film. Vanwege de tinnitus van Baby luistert hij de hele tijd naar de muziek en de muziek is iedere keer ook van toepassing op wat er in de wereld om Baby heen gebeurt. Bovendien reageren mensen in de omgeving ook op de muziek waar hij naar luistert (hoewel ze die niet kunnen horen).

De muziek van Baby Driver

Verder moest ik ook meteen denken aan die andere film over een bestuurder van vluchtauto's, die zijn leven er aan wil geven, wanneer hij een leuk meisje leert kennen, Drive. Die bestuurder is natuurlijk veel ouder, rijdt veel beheerster, vraagt om onopvallende auto's die lastig te traceren zijn. Baby is daarentegen nog vol jeugdige energie en wil alles zo flitsend mogelijk doen. De naamloze bestuurder in Drive is ook veel meedogenlozer en gewelddadiger dan Baby. Maar er zijn ook veel overeenkomsten. Beiden worden een beetje meegesleept door hun criminele carrière. Desondanks zijn zij de besten in hun vak. Beiden willen vanwege een vrouw stoppen met het werk. En in beide gevallen leidt dat tot een hele hoop heibel.

Tot slot vond ik de film fantastisch, maar het einde een beetje zwak. Het begint al wanneer het derde team de agenten overhoop schiet en Doc de overval toch wil laten doorgaan. Belangrijke parameters voor het succes (een beschikbare heler, geen aandacht van de politie) van de missie zijn niet behaald, dus de missie kan geen succes meer worden. Dan moet de missie toch echt afgebroken worden. Ik vond het een beetje onwaarschijnlijk dat de ervaren planner Doc zo een belangrijke beslissing dan af laat hangen van een democratisch besluitvormingsproces, wetende met wat voor soort mensen hij te maken heeft (mentaal instabiel, drugsverslaafd).
En later besluit de kille Doc (werkelijk, als je Kevin Spacey tegenkomt, kan je hem maar beter meteen uit het raam gooien, dat scheelt een hoop ellende later. Tenzij je in een drama zit), om Baby en Debora bij te staan, ten koste van zijn eigen leven. Een hoogst onwaarschijnlijke stap.
En Buddy is niet dood te krijgen. Hij wordt meerdere keren neergeschoten, weet grote delen van de stad te doorkruisen en is pas dood te krijgen wanneer hij enkele verdiepingen naar beneden valt, op een exploderende auto.

Een briljante film, zeker gaan kijken.

zaterdag 15 juli 2017

Een heerlijk avondje uit

Voor de kinderen is de zomervakantie begonnen! Hij begint eigenlijk maandag pas, maar deze vrijdag hadden zij ook al een dagje vrij van school. En daar hebben we eens goed gebruik van gemaakt. Donderdag werd ik uit mijn werk gehaald door Sander +Sander en de drie kinderen, waarna we doorreden naar eerst zijn ouders en daarna de mijne. Daar lieten we de kinderen achter. Na een klein hapje eten, reden we weer terug naar huis.
Vrijdag was voor ons nog wel een werkdag, maar omdat we niet voor de kinderen hoefden te zorgen, konden we heerlijk rustig opstaan. Vrijdagmiddag haalde ik Sander uit zijn werk, waarna we doorreden naar het centrum van Nijmegen. Daar was iedereen al ontzettend druk met de voorbereidingen van de 4 Daagse feesten die op zaterdag zullen losbarsten.

Sander was wat langzaam met foto's maken en ik had mijn hamburger al half op. 

Sander nam me mee naar Restaurant Wally, een hamburgerrestaurant. Sander is gek op hamburgers en als hij de kans krijgt, bestelt hij er een. Hij koopt ze in Amsterdam, Renesse, Middelburg, Mechelen en Amersfoort. En maar deze hamburgers spanden toch wel de kroon. Veel vlees, lekker roze van binnen, dik broodje en smakelijke groenten erbij. Jummie. En +Restaurant Wally was afgeladen. In verband met de 4 Daagse feesten hadden ze een beperkte kaart, maar het was heerlijk! Hier gaan we zeker nog een keer terugkomen.
Toen hebben we nog een wandelingetje gemaakt door de stad. Overal was iedereen druk aan het opbouwen. En ik heb het idee dat het allemaal wat massaler is dan een jaar of 10 geleden, toen wij nog in Nijmegen zelf woonden en zelf ook wat meer meededen met deze feesten. Sinds we kinderen hebben, zijn we er eigenlijk niet meer zo aan toe gekomen.
En we sloten af met een bezoekje aan de bioscoop! We gingen naar Baby Driver. Sander en ik hebben in het verleden het een en ander gezien van regisseur Edgar Wright. Dat begon al vroeg, toen hij samen met Simon Pegg (en vele anderen) de serie Spaced maakte. Daarna zijn die twee samen verder gegaan met Shaun of the Dead, Hot Fuzz en the World's End. En dit was een film die niet humoristisch was, maar eerder een Actie film over een bestuurder van een vluchtauto die altijd naar muziek luistert. Een heerlijke film en een heerlijk einde aan een mooie avond.

woensdag 12 juli 2017

Mislukte rode bessen siroop

Eerder vertelde ik al over de bessenoogst van dit jaar. En inmiddels heb ik alleen maar meer bessen binnen gehaald. Ik maakte er al jam mee, ik maakte er al bessenvodka mee, ik maakte er al taarten mee. Maar ik had nog steeds over. Dit keer probeerde ik eens bessensiroop te maken. Lekker fris en fruitig en valt te verdunnen met water of spa.

Een fikse fles met bessensaus.

Via internet kon ik allerlei recepten vinden voor het maken van siroop. Eenvoudig en niet moeilijk. Ik maak al jaren jam. Wat kon er mis gaan?

Recept van de AH
Recept van Diana's mooie moestuin
Recept van het Kookstel
Nog een recept


Het proces is eigenlijk vrij eenvoudig.

  • Maak het fruit schoon
  • win het sap
  • meng het sap met 1,5x de hoeveelheid suiker. 
  • bewaar in gesteriliseerde flessen. 
En ik kreeg een dikke bessensaus, net geen jam, maar ook zeker geen siroop. Ik denk dat hetvolgende mis is gegaan. Om het sap uit de bessen te krijgen, heb ik ze verhit. En ik denk dat ik dat te lang en/ of te heet heb gedaan, waardoor er teveel pectine vrijkwam, waarna er, in combinatie met de suiker, een soort jam ontstond. 

Niet getreurd. De smaak is nog steeds heerlijk en past prima bij taart, yoghurt of ijs. Het verdunt alleen niet meer zo goed in water. 

zondag 9 juli 2017

Pendragon XLIX - De Slag bij Eburacum

Het is een tijd lang rustig geweest in Brittannië, maar nu beginnen de Saksen zich toch weer te roeren. Niet alleen in Brittannië zelf, ook op het Europese vasteland zijn de Saksen onrustig. Maar gelukkig zullen de dappere ridders van zich laten horen. En verder is Gwenda, de eerste vrouwelijke ridder, nog maar kort geleden in het kraambed overleden. Haar oom Dafy, keert terug uit het klooster, waar hij lange tijd verbleef. Maar zijn verblijf aldaar heeft hem veranderd, en zijn haat ten aanzien van alles wat Faerie is, is alleen maar erger geworden.

Bradwen Eenoog
Caulas van Salisbury
Eric van Burcombe
Dafy van Berwick St. James (Afwezig)
Ignaeus van Broughton

Sarum, vroege lente 516

Sir Caulas en Sir Eric ontvangen van hun minstreel-troupes verontrustende berichten (Intrigue critical voor beiden). In Deira is een grote vloot van Saksen de Humber opgevaren. Ze hebben Eburacum belegerd en ingenomen. Koning Barant de Apres, die Malahaut regeerde en trouw zwoor aan Hoge Koning Arthur, is gevlucht naar Catterick.

Barant de Apres
Koning van Malahaut

Sir Caulas weet wat dit betekent en hij maakt zijn mannen klaar om naar Carlion te vertrekken, waar Hoge Koning Arthur dit jaar zijn hofhouding verzamelt.
Sir Dafy blijft achter in Salisbury. Hij wil na vele jaren afwezigheid weer orde op zaken stellen in Berwick St. James.

Carlion, lente 516

In Carlion blijkt Arthur praktisch van de muren te stuiteren van woede. Nog maar 4 jaar geleden heeft hij de Koning van Malahaut aan zich onderworpen en een alliantie met hem gesloten en nu moet hij daar alweer heen om Malahaut te bevrijden van de Saksische invasie. En hij heeft verdorie een mooie, nieuwe vrouw waar hij veel om geeft! Arthur wil op stel en sprong optrekken naar Malahaut en Eburacum bevrijden, zodat hij daarna zich weer kan wijden aan zijn vrouw en gezin. 
Caulas vindt dat helemaal geen goed idee en hij zet alles op alles om in een gesprek zijn schoonzoon ervan te overtuigen dat het beter is om te wachten op steun vanuit andere delen van Brittannië. Het heeft geen zin om nu snel op te trekken tegen de Saksen en dan niet te winnen (Orate critical).
Caulas neemt de tijd om een plan te maken. Hij en Arthur zullen over land optrekken naar Ebracum om daar slag te leveren met deze Saksen onder leiding van Colgrim en Badulf, Koningen uit Saksen. Ondertussen zal Kay van Winterbourne Stoke, waar Arthur enige tijd woonde, toen de Saksen plunderden in Salisbury, een deel van het leger meenemen en langs de Saksische kust naar de Humber varen en daar Colgrim en Badulf in de rug aanvallen. 

Colgrim,
De Saksische Koning

Terwijl Sir Kay vertrekt op zijn gevaarlijk zeereis, verzamelt Earl Caulas alle mogelijke mannen. Koning Cador uit Cornwall doet natuurlijk mee, net als verschillende Graven en Hertogen van Logres. Maar ook vanuit noordelijk Brittannië kan Earl Caulas op steun rekenen. 
Terwijl Earl Caulas van hot naar her rent, om alles te organiseren, loopt hij ook Merlijn tegen het lijf. Deze begint voorspellingen te doen. 

Elke veranderingen kan een ramp lijken, wanneer je alleen de donkere kant ziet. 
Maar de wereld danst van duister naar licht en weer terug, altijd veranderend. 
En nu leven we in zo een tijd van veranderingen. 
Terwijl de aarde draait, vinden er grote veranderingen plaats. De magie en wonderen van het land worden actief. De wonderen van het land zullen blijven groeien.

Earl Caulas vindt dit allemaal maar wazig geklets en vraagt Merlijn wat hem nou precies te wachten zal staan in de komende strijd in Malahaut. Merlijn zegt dat de reis belangrijker is dan de bestemming. Earl Caulas geeft het op. 
Maar Sir Eric denkt terug aan het nieuws dat hij vorig jaar kreeg. In een ver koninkrijk gebeurde een vreselijk ongeluk en sindsdien gebeuren er allerlei vreemde en onnatuurlijke zaken in dat koninkrijk. Heeft dat hiermee te maken?

Maar Earl Caulas heeft meer problemen. Hij heeft Hoge Koning Arthur er dan wel van kunnen overtuigen dat hij moet wachten met optrekken naar Eburacum, maar Hoge Koning Arthur staat erop dat hij zijn vrouw, Hoge Koningin Clare meeneemt op de veldtocht. Earl Caulas besluit om de reis voor Hoge Koningin Clare zo ongemakkelijk te maken, dat zij "vrijwillig" besluit om achter te blijven en terug te keren naar Exeter. 

Zomer, noordelijk van Lincoln

Hoge Koning Arthur en zijn leger stuitten laat in de middag plotseling op een leger van de Saksen. De verkenners hebben duidelijk hun werk niet gedaan en gehaast gaat iedereen over tot de strijd. 

1e ronde
Sir Bradwen en Sir Ignaeus doen dapper mee aan de eerste slag en vechten zich zonder al te veel problemen door een stel ceorls heen. Eigenlijk zijn deze tegenstanders nu beneden hun waardigheid. 

2e ronde
Tijdens deze tweede ronde blijkt dat de verwarring nog niet is opgelost en de legerleiders besluiten om zich terug te trekken naar een beter verdedigbare positie, waar zij de nacht kunnen doorbrengen. 

Bij nacht

Earl Caulas ziet erop toe dat het kamp zo goed mogelijk wordt opgesteld, zodat ze niet meer overvallen kunnen worden door een onaangename verrassing. Sir Caulas en Sir Ignaeus besluiten om net als Arthur gewoon te gaan slapen. Sir Bradwen en Sir Eric vertrouwen het niet en houden hun wapenrusting aan en blijven alert. 
Maar dan vallen die Saksen toch aan in het duister! In paniek proberen de troepen weerstand te bieden, maar in het donker is het een enorme chaos. 

Sir Ignaeus treft Howling Warriors en wordt al snel door hen bewusteloos geslagen! Gelukkig was hij omringt door zijn vazallen, die hem snel naar veiligheid brengen. De andere ridders treffen nog Frothing Warriors en Grunting Spearmen.

(Dit keer gebruikten we tabellen uit the Book of Battle, een daar kom je dit soort vreemde tegenstanders tegen. Ik moet zeggen dat het homo-erotisch gehalte van deze sessie daarmee wel enorm omhoog ging.)

Na verloop van tijd wordt het duidelijk dat het geen gecoördineerde aanval is. Kennelijk waren de Saksische troepen ook verdwaald en troffen zij het leger van Arthur in de nacht.

De volgende morgen

De volgende morgen blijkt er niet veel schade te zijn aangericht met de nachtelijke aanval van de Saksen. Arthur stuurt de gewonden naar Lincoln om daar bij te komen. Hij en Caulas hebben niets meer gehoord van het leger onder leiding van Sir Kay, maar gaan er van uit dat hij op schema ligt. Arthur trekt verder naar Eburacum.
Na een flinke tirade van Sir Caulas tegen de verkenners, naar aanleiding van de dag ervoor, is iedereen nu alert. En dat levert meteen wat op. De troepen van Colgrim en zijn broer Badulf van Saksen, zijn totaal verrast wanneer zij het leger van Arthur zien. Arthur gaat meteen over tot de aanval.

1e ronde
Sir Ignaeus is de vorige avond uitgeschakeld, maar Sir Caulas, Sir Bradwen en Sir Eric nemen dapper deel aan de First Charge tegen Grim Warriors, die zonder veel problemen verslagen worden.

2e ronde
Dit keer vecht iedereen tegen Chanting Warriors, die allemaal worden gereduceerd tot rode mist! De ridders zijn goed bezig!

3e ronde
Sir Caulas is toch altijd wat ongeduldig en hij besluit om nu de aanval in te zetten op deze vuige Saksen. Hij daagt Colgrim uit tot een persoonlijk gevecht. Colgrim voelt zich gedwongen om er op in te gaan en niet te rekenen op zijn lijfwachten.
Het is een heftig gevecht, van twee ervaren strijders tegen elkaar, maar uiteindelijk weet Sir Caulas dan toch Colgrim te doden.

4e ronde
De lijfwachten van Colgrim laten zich nu niet onbetuigd en vallen Caulas aan en weten hem al vrij snel te verslaan! Bewusteloos stort hij ter aarde. De woeste lijfwachten van Colgrim staan op het punt op de Coup de Gras uit te delen!

5e ronde
Sir Bradwen is in de buurt en ziet dat zijn heer, Sir Caulas neergaat. Hij heeft niet heel diepe gevoelens voor Sir Caulas (Loyalty Lord 3), maar dit kan hij toch niet over zijn kant laten gaan. Hij zet de aanval in.
Na een hevig gevecht valt ook Sir Bradwen! Maar de lijfwachten zijn ook zozeer gewond geraakt, dat zij zich terugtrekken.

6e ronde
Na de dood van Colgrim trekt het leger onder leiding van Badulf zich terug in Eburacum. Koning Arthur heeft net gezien hoe zijn schoonvader Caulas bijna stierf en zijn beste vriend stierf! Hij zet de achtervolging niet in, maar probeert zijn leger bij elkaar te rapen.


Naweeën

Koning Arthur kan het niet opbrengen om dit jaar ook nog Eburacum te belegeren. Zijn beste vriend is gevallen op het veld van eer en nu verkeert hij in diepe rouw. Volgend jaar zal Baldulf verdreven worden uit Eburacum. Voor nu overwintert hij in London om zich te beraden op nieuwe stappen. 

Ondertussen is Kay ook niet nutteloos geweest. Toen hij aankwam bij de Humber, was dat net op tijd om de verse troepen van het continent, onder leiding van Cheldric van Saksen tegen te houden. De Saksen zijn echt met een grote opmars bezig. 

Winterphase 516/ 517

Bradwen is dan wel overleden, zijn vrouw Guinefach geeft hem alsnog een zoon, die zij Bradwen noemt. Verder besluit Morgaine, die sinds zij vanaf 498 is opgevoed door Benno van Steeple Langford, om in te grijpen in Steeple Langford. Benno is al lang dood, Bradwen is overleden, zijn oudste zoon Brutus (504) is nog veel te jong om zelf te regeren en haar zoon bij Brikus, Brynmor (510) is ook nog te jong. Iemand zal daar nu de leiding moeten nemen. 
Maar Guinefach is natuurlijk ook opgeleid om te regeren over een domein, als dochter van een koning. En wie weet wat Taxus in het Elfenrijk van deze ontwikkelingen vindt? 

Tot de grote schrik van Caulas blijkt zijn dochter Gwen (bij zijn vrouw Elaine, de Hoer van Salisbury) wel erg veel op haar moeder te lijken. Ze is buitengewoon ijdel (-10 bij Call to Arms)

Sir Erik heeft ineens een dochter. Niemand weet wie de moeder kan zijn, maar aangezien hij verloofd is met Guinevere, zal dit toch zeker voor problemen zorgen. Zal hun prille, romantische liefde dit verraad kunnen overleven?

Ignaeus heeft voor de verandering eens een rustig jaar. 
  

woensdag 5 juli 2017

Taran en de Toverketel

Een beetje te laat, dit had eigenlijk in Juni gemoeten, maar ja, het was druk. Maar nu dan toch een boekbespreking. En dit keer The Book of Three, deel één van The Chronicles of Prydain van Lloyd Alexander. Dit boek heb ik later pas gelezen, maar ik werd in mijn jonge jaren blootgesteld aan de verfilming, The Black Cauldron of in het Nederlands, Taran en de Toverketel. Deze film kwam uit in 1985 en ik herinner mij dat ik hem toen in de bioscoop heb gezien, ik was 8.

Pure horror wanneer je 8 bent. 

Jaren later leende ik een boek uit de bieb, waarvan het verhaal mij wel erg bekend voorkwam. Het bleek een Nederlandse vertaling te zijn van het tweede deel van de Chronicles of Prydain, de Zwarte Ketel. En weer jaren later, heb ik eens de complete set in het Engels aangeschaft.

Indruk toen

Toen ik voor het eerst de film zag, vond ik het fantastisch. De film was erg spannend. De eenvoudige Taran wil graag een stoere ridder zijn en voor het zover komt, beleeft hij eerst allerlei avonturen met een mooie prinses, elfen en een vreemd hondje. Zijn tegenstanders zijn eng en overweldigend. Komt dit ooit nog goed?
Dit was ook de eerste film die gebruik maakte van CGI voor wat effecten in de film, waardoor alles nog veel griezeliger werd.

Het boek


Het eerste boek

Hoofdstuk 1

De introductie van Taran van Caer Dallben. Hij is een wees en woont in het huis van Dallben, een oude druïde, samen met Coll. Een andere bewoner is het varken Hen Wen. Taran wil een stoere held worden en hij krijgt Coll zover dat hij Taran wat leert over zwaardvechten. 
Dallben vertelt Taran over de politieke situatie van het land Prydain. Het land is verdeeld in Cantrevs, een soort kleine koninkrijkjes. En over hen regeert de Hoge Koning, Math, zoon van Mathonwy. Hij wordt bijgestaan door zijn oorlogsleider, Gwydion. 
Maar er is ook het Land der Doden, Annuvin, waar Koning Arawn regeert. En in dat land worden ook vaardigheden die de mensheid vroeger bezat, bewaard. Ooit zijn zij gestolen door Koning Arawn. En het was alleen dankzij de komst van de Zonen van Vrouwe Don en haar gemaal Belin, Koning van de Zon, dat Arawn niet over geheel Prydain heerst. Hun nazaten regeren nu vanuit Caer Dathyl. Math en Gwydion zijn de laatste nazaten van Don en Belin. 
Maar nu is er een nieuwe Koning opgestaan. Niemand weet zijn naam of zijn gezicht. Hij draagt een schedelmasker met hoorns en wordt de Gehoornde Koning genoemd. Hij is in dienst van Arawn van Annuvin. En daarom mag Taran geen voet voorbij de grenzen van Caer Dallben zetten, voor zijn eigen veiligheid. Taran vindt dit niks, hoe kan hij zo ooit een held worden?

Eenmaal weer buiten, zien Taran en Coll dat alle dieren in paniek raken. Ook het profetische varken Hen Wen. Hen Wen ontsnapt het woud in en Taran volgt haar.   

Hoofdstuk 2

Taran gaat de wildernis in om Hen Wen te vinden en al gauw raakt hij verdwaald. Het geritsel in de struiken blijkt niet Hen Wen te zijn, maar de verschikkelijke Gehoornde Koning met zijn leger. Taran vlucht heel verstandig weg en ontmoet dan Gwydion, die op weg was naar Caer Dallben, om Hen Wen te raadplegen. Zij besluiten om samen verder te zoeken naar Hen Wen. 

Hoofdstuk 3

De volgende morgen gaat de zoektocht van Taran en Gwydion naar Hen Wen verder. Gwydion vertelt meer over Hen Wen. Ooit was zij de gevangene van Arawn in Annuvin, waar zij bevrijd werd door Coll. Taran is verbijsterd dat de oude Coll ooit dappere dingen heeft gedaan. Verder woont Achren, een kwade Koningin en Tovenares ook in Prydain. 
Dan wordt Taran overvallen door Gurgi, een soort onduidelijk wezentje, dat altijd honger heeft en soms wat informatie kan delen. 

Hoofdstuk 4

Gwydion en Taran steken de Avren rivier over, nog steeds op zoek naar Hen Wen. Daar worden zij gezien door de Gwythaints, een soort gevleugelde monsters, in dienst van Arawn. Deze monsters vertrekken snel weer, wanneer Gwydion en Taran zich verstoppen in het woud. Daar vertelt Gwydion over de Ketel-monsters, dode soldaten die in een Zwarte Toverketel gegooid werden zo weer tot een ondood leven kwamen, als dienaren van Arawn. 
Het spoor van Hen Wen loopt definitief dood en Gwydion en Taran besluiten om naar Medwyn te gaan, een andere tovenaar, voor advies. Ondertussen treffen Gwydion en Taran ook Gurgi weer. En daarna bespioneren zij een kampement van de Gehoornde Koning. Verschillende Cantrevs van Prydain hebben zich al aangesloten bij de Gehoornde Koning, die mensenoffers blijkt te brengen. 

Hoofdstuk 5

Gwydion, Taran en Gurgi worden gezien en aangevallen door de mannen van de Gehoornde Koning. Wanneer zij weer bijkomen, zijn zij in het kasteel van Achren. Zij stelt zich erg meelevend op en doet Gwydion allerlei beloften, maar daar trapt Gwydion niet in. Uit woede vernietigt zij het zwaard van Gwydion. 

Hoofdstuk 6

Taran wordt wakker in een kerker van Archen en ontmoet Eilonwy, een prinses en verre familie van Achren. Zij krijgt opdracht van Taran om de andere gevangene ook uit de kerker te bevrijden en daarna hemzelf. Eilonwy vindt Taran niet al te slim, maar probeert hem toch ter wille te zijn. 

Hoofdstuk 7

Eilonwy maakt haar beloften waar en bevrijdt Taran. De ontsnappingsroute is niet meer bruikbaar en Taran en Eilonwy zoeken een andere route. Eilonwy is daarbij dapperder en doortastender dan Taran. 

Hoofdstuk 8

Zwervend door de verlaten gangen van het kasteel van Achren, komen Taran en Eilonwy tenslotte in een verlaten zaal, waar een koning nog altijd ligt opgebaard, omringd door de lichamen van zijn trouwe wachters. Eilonwy neemt het zwaard van de Koning mee. 
Als ze eenmaal buiten het kasteel zijn, stort het in. En de man die Eilonwy eerder bevrijdde (in hoofdstuk 6) blijkt helemaal niet Gwydion te zijn, maar iemand anders. 


Hoofdstuk 9

Taran valt de onbekende man aan, denkende dat hij een verrader is, of Gwydion heeft aangevallen. Als Eilonwy zich ermee bemoeit, beschuldigt Taran haar ook van verraad. Dan blijkt dat het allemaal een sterk staaltje van gebrekkige communicatie is, Gwydion was niet in de kerkers van Achren (waar dan wel?), maar Fflewddur Fflam, een Bard en een Prins, wel. En aangezien Taran geheimzinnig wilde doen, gaf hij Eilonwy niet de naam van de man die hij gered wilde hebben. 
De verschillen worden bijgelegd en het groepje trekt verder. Gurgi duikt ook weer op. 


Hoofdstuk 10

De groep heeft de tijd om zich te verdiepen in het zwaard dat Eilonwy had meegenomen van het graf van de Koning. Taran blijkt vol vooroordelen te zitten en vindt dat het zwaard van hem is, want zwaarden zijn voor mannen. Ook zou Fflewdur de tekst op het zwaard moeten kunnen lezen, want dat doen Barden. Eilonwy blijkt heel wat capabeler te zijn dan Taran en Fflewdur. Zij ontdekt dat het zwaard Drynwyn heet en alleen door de juiste persoon getrokken kan worden. 
Dan blijkt dat Fflewdur Fflam geen Bard is, maar een Koning van een kleine Cantrev. En dat hij liever bard werd, maar ook daar niet voor slaagde. En zijn harp laat de snaren springen, iedere keer dat hij een leugen vertelt. 
Taran wil doorreizen naar Caer Dathyl om Koning Math te waarschuwen voor de plannen van Arawn en de Gehoornde Koning. Hij wil van Fflewdur weten hoe hij daar moet komen en of Fflewdur Eilonwy naar haar mensen kan brengen. 
Uiteindelijk gaat iedereen naar Caer Dathyl. 

Hoofdstuk 11

De groep gaat op weg, maar wordt al snel achtervolgd door Ondoden die uit de Zwarte Ketel komen. Aan de oevers van de river de Ystrad pauzeren zij even om te eten. Daarbij raakt Gurgi gewond, waardoor de groep langzamer kan reizen.

Hoofdstuk 12

De groep wordt nog steeds achtervolgd door de Ondoden van de Zwarte Ketel. Dan blijkt dat Eilonwy van haar tante Achren ook toverkunsten heeft geleerd. Het werkt niet zoals verwacht, maar de Ondoden vertrekken wel. De toestand van Gurgi gaat achteruit en Eilonwy blijkt ook een erg prikkelbaar karakter te hebben. 
De groep trekt dichter naar Caer Dathyl, maar nu worden zij achtervolgd door wolven, waarschijnlijk aangetrokken door de gewonde Gurgi. 


Hoofdstuk 13

De wolven vallen aan en het ziet er somber uit voor Taran en zijn groepje. Maar dan verschijnt er een man, die de wolven met een woord wegstuurt. Het blijk Medwyn te zijn, een wat warrige druïde, die zorgt voor de dieren in een zeer vredige en geïsoleerde vallei. 
Medwyn deelt zijn wijsheid met Taran en zendt hem en zijn groepje daarna verder naar Koning Math. 

Hoofdstuk 14

Taran is in de verleiding om in de vallei van Medwyn te blijven, maar kiest er toch voor om zijn reis naar Caer Dathyl voort te zetten. Medwyn geeft hen nog advies over de te volgen route. 
Eenmaal onderweg worden de leden van het dappere groepje overvallen door heimwee en denkt iedereen aan zijn huis. 
Al snel verlaat Taran natuurlijk het pad dat voor hem was uitgestippeld en belandt de groep in een meer en wordt onder water gezogen. 


Hoofdstuk 15

In een grot onder water wordt de groep weer wakker. Dan worden zij gevangen genomen en naar Koning Eiddileg gebracht, Koning van de Elfen. De Koning van de Elfen heeft niet veel trek om zich te mengen in het conflict tussen de mensen en Arawn van Annuvin. Maar dan blijkt dat Gurgi Hen Wen heeft gezien in het Rijk van de elfen. 

Hoofdstuk 16

Het blijkt dat de Elfen Hen Wen hebben gered, toen zij werd achtervolgd door de mannen van de Gehoornde Koning, langs de oevers van de Avren, waar Gwydion haar spoor kwijtraakte (in hoofdstuk 4). 
Koning Eiddileg geeft hen Elf Doli mee, om hun weg naar buiten te leiden. En dan, net wanneer alles goed lijkt te gaan, horen zij de kreet van een Gwythaint. 


Hoofdstuk 17

Het blijkt een jonge Gwythaint te zijn. De leden van de groep willen het dier doden, aangezien het dienaren van Arawn zijn. Maar na de gesprekken die Taran had met Merdwyn heeft gevoerd (in hoofdstuk 13), weet hij dat de Gwythaints treurige wezens zijn, misbruikt door Arawn, tot ze zijn wil doen uit pure angst. 
Onder de goede zorgen van Taran herstelt het beest snel, maar wanneer het sterk genoeg is, ontsnapt hij toch. Om hun plannen te verraden aan Arawn?
De goede zorgen voor de Gwythaint hebben de groep ook vertraagt, tot frustratie van de Elf Doli. De Gehoornde Koning is al dicht bij Caer Dathyl en het is nog maar de vraag of het dappere groepje Caer Dathyl binnen kan gaan zonder gezien te worden door het leger van de Gehoornde Koning. 

Hoofdstuk 18

De groep wordt aangevallen door soldaten van het leger van de Gehoornde Koning. En ze zullen zich dapper verdedigen onder leiding van Fflewdur. Ze weten de eerste aanval af te slaan, maar zullen het uiteindelijk niet kunnen winnen. Het is tijd om verder te gaan naar Caer Dathyl. 
Op hun vlucht naar Caer Dathyl komen Taran en Eilonwy oog in oog met de Gehoornde Koning, die onmiddellijk aanvalt. Taran herinnert zich het zwaard Dyrnwyn, dat Eilonwy had meegenomen uit de krochten van het kasteel van Achren (in hoofdstuk 8), en wat een vreemde waarschuwing op zijn schede had staan (hoofdstuk 10). Het werkt, het zwaard begint te gloeien, Taran kan het niet langer vasthouden, maar de Gehoornde Koning kan ook niet tegen het licht van het zwaard. 

Hoofdstuk 19

Taran komt bij, verzorgd en omringd door Hen Wen en Eilonwy. Na de dood van de Gehoornde Koning, vluchtte zijn leger weg en wisten de Zonen van Don, onder leiding van Koning Math het leger te verslaan. En Gwydion blijkt ook nog te leven! Taran dacht dat hij dood was gegaan, toen het kasteel van Achren instortte (in hoofdstuk 8) en toen de door Eilonwy geredde man niet Gwydion maar Fflewdur bleek te zijn (in hoofdstuk 9). 
Het bleek dat Achren Gwydion meteen doorzond naar Arawn, en dat hij dus helemaal niet in haar kasteel was toen het instortte. 
Achren regeerde ooit over Prydain en maakte Arawn heerser over Annuvin. En toen verraadde hij haar. En Achren was op zoek naar een nieuwe partner om Arawn van de troon te stoten en zelf weer te regeren over Prydain. 
Gwydion wist te ontsnappen uit de gevangenis van Achren en reisde ook terug naar Caer Dathyl, waarbij hij de groep langszaam inhaalde. Hij had veel baat bij de diensten van een Gwythaint en toen Hen Wen hem gewaar werd, zocht zij hem ook op. 
Uiteraard krijgen de leden van het groepje nog de persoonlijke dank van koning Math en Gwydion. 

Hoofdstuk 20

Dan is het tijd voor Taran en zijn metgezellen om terug te keren naar Caer Dallben. Hij vindt het wat lastig om zijn draai te vinden en bij nader inzien vond hij de andere leden van zijn groepje heldhaftiger dan hijzelf. Maar Dallben wijst hem op zijn eigen verdiensten. 

Indruk nu

Dit is een kinderboek. Voor vrij jonge kinderen. Ik vermoed dat Francis (nu 10) dit al niet meer zo heel spannend zou vinden. 
Het verhaal is vrij voorspelbaar, het volgt praktisch alle stappen van de Hero's Journey. Taran is ontevreden in zijn huidige situatie bij Dallben. Hij laat die achter zich in zijn zoektocht naar Hen Wen. Hij wordt dan geconfronteerd met echte vijanden in de vorm van de krijgers van de Gehoornde Koning en Gwydion wil hem ook terugsturen. Toch zet hij door en zijn avonturen worden steeds vreemder. Hij wordt in een kerker gegooid, ontsnapt door geheime gangen en een graf en blijkt dan uiteindelijk Gwydion te zijn kwijtgeraakt, maar ondertussen heeft hij wel kennis gekregen aan een leuke meid. 
En uiteindelijk heeft Taran genoeg geleerd om op het einde het kwaad te verslaan en terug te keren naar huis. 
Grappig genoeg lijkt Gwydion ook een eigen Hero's Journey te hebben ondergaan, en horen we daar alleen kort wat over in hoofdstuk 19. 

Al met al een leuk boek, gericht op kinderen. Een goede introductie als je later fantasy fanaten van ze wil maken. Ook leuk om in een nostalgische bui eens te herlezen als volwassene. Maar het blijft een kinderboek. 

woensdag 21 juni 2017

Start van de zomer

De zomer is weer hier! En dat betekent natuurlijk een frisse nieuwe look voor mijn blog. De langste dag is vandaag. Vanaf nu worden de dagen weer korter en de nachten langer. Maar voor we weer naar de donkere winter toe gaan, eerst hopelijk nog een warme zomer.

Zomerse overdaad

Vorige keer schreef ik al hoe mijn eigen tuin ontploft was met bloemen. Maar ook in de moestuin komen de planten nu goed op gang en kan ik veel oogsten. En het seizoen voor sommige planten loopt alweer op zijn einde. De rode bessen kan ik inmiddels oogsten. En ondanks dat ik bang was dat de verhuizing en de vorst van april schade hadden aangericht, blijkt de oogst wederom overweldigend te zijn. Ik wacht nog even met het oogsten van de zwarte bessen en de kruisbessen. Die hebben wel meer te lijden gehad van de vorst van april.

6 bakjes van anderhalve struik, nog twee-en-een-halve te gaan. 

De andere planten groeien ook als gekken. De zonnebloemen groeien flink en zijn inmiddels al groter dan ikzelf. Elvira kon het bijna niet geloven toen ik het vertelde. Dus toen moest ze zelf maar komen kijken.

De zonnebloem, vorige keer kwam hij tot haar laars

Inmiddels kan ik de Karmazyn tuinbonen van +Vreeken's Zaden ook oogsten. De bonen zien er inderdaad mooi roze uit. Gelukkig heb ik dit keer de moeite genomen om de bonen echt verspreid te zaaien, dus ik kan later nog weer wat oogsten. De Crimson Flowered tuinbonen, die ik heb gewonnen uit bonen van vorig jaar, groeien duidelijk langzamer en kan ik binnenkort ook oogsten.

Ze zijn echt roze!

Voor de Rabarber is het oogst seizoen ook wel voorbij. Een deel heb ik in blokjes gehakt en is de vriezer ingegaan. De rest gaat waarschijnlijk heel snel een compote en een taart in.

En voor andere groenten begint het seizoen nu pas. Ik heb ook een paar kleine witte courgettes kunnen oogsten en alvast wat broccoli. Die zijn samen met een beetje tuinbonen omgetoverd tot een heerlijke maaltijd van lentegroenten. Een heerlijke mosterd-ansjovis saus erbij is de beste begeleiding.  

zondag 11 juni 2017

De tuin ontploft

Vivian in de voortuin. 

Het is begin juni en dat betekent dat de tuin nu echt ontploft met groeiende en bloeiende dingen. In de winter en in het vroege voorjaar hadden we natuurlijk de dappere sneeuwklokjes en krokussen die hard hun best deden om de tuin een beetje op te vrolijken. Maar nu de lente op zijn einde loopt, gaan alle planten voluit om zich in de kijker te spelen.

De voortuin hebben we een paar jaar geleden onder handen genomen en nu, 4 jaar later, zijn de planten in zoverre hersteld van de verplanting en zijn ze zo flink gegroeid, dat de tuin er echt uitziet, zoals ik toen voor ogen had.

Vingerhoedskruid in de voortuin
Witte vingerhoedskruid

Zo had ik ooit een paar vingerhoedskruidplantjes gekocht, die nu na 4 jaar eindelijk zo ver zijn uitgezaaid dat ik echt van een border met vingerhoedskruid kan spreken. 

Border in de voortuin

En de andere planten in de border zijn eindelijk ook zo volwassen, dat de border echt goed gevuld is in de late lente. 

Clematis

En de clematis is zo groot, dat die nu ook flink opklimt tegen de balken van ons hek. Net als de zachtroze klimroos. En dat trekt ook weer flink wat bijen en vlinders aan.

Klaproos
Klaproos
En de klaprozen muteren vrolijk verder. De meesten blijven rood met een wit of zwart hart, maar ieder jaar zijn er toch een paar die voor een vreemde roze kleur kiezen, of juist wit en paars door elkaar hebben. En sommigen fantaseren er ineens extra blaadjes bij. 

Bieslook

In de achtertuin gaan de planten net zo wild te keer. Ieder jaar snoei ik de bieslook flink terug, maar daar trekt hij zich niets van aan en loopt iedere keer woester uit, met meer paarse bloembollen. 
  
Roze lupine
Paarse lupine





















De lupines groeien ook flink en geven ieder jaar meer bloemen, waar de bijen helemaal wild van worden. Ik had altijd begrepen dat het een tweejarige plant was, maar ze blijven jaar na jaar maar groeien.


Kattenkruid
Het kattenkruid snoei ik ook om het jaar flink terug, door hem op te graven en de wortelkluit te splitsen. De ene helft gaat de grond weer in en de andere helft naar een tuinier-vriendin. Maar toch probeert hij ieder jaar weer mijn tuin te overwoekeren. Gek genoeg komen er nooit katten op af.

Vlierbloesem
Roos

De rozen en vlier doen het ook ieder jaar beter. En van de vlier heb ik dit jaar nog een klein beetje heerlijke vlierbloesemsiroop gemaakt. Echt een aanrader. 

En in de moestuin gaat het net zo hard. Ik zal binnenkort de rode bessen moeten oogsten. De Rabarber kan straks voor een laatste keer geoogst worden en de eerste courgettes heb ik ook al gezien. 

maandag 5 juni 2017

Pendragon XLVIII - De Koning van Cornwall

Dit keer een aflevering vol intriges. In Cornwall is eindelijk weer een nieuwe koning, om de plaats van Idres en Mark in te nemen. En deze wil ook trouw zweren aan Arthur als Hoge Koning. Dat kan natuurlijk niet zonder allerlei ceremoniën voorbij gaan.

Bradwen Eenoog
Caulas van Salisbury
Eric van Burcombe
Gwenda van Berwick St. James
Ignaeus van Broughton (afwezig)

Vroege lente 515, Sarum, Salisbury

Earl Caulas en Sir Eric ontvangen bericht van hun mintreeltroupes, dat er weer een nieuwe Koning is in het Koninkrijk Cornwall. Het is Cador van Cornwall. Sir Caulas kent deze Cador nog wel. In het jaar 500 kwam hij Sir Cador tegen. Hij was toen een luitenant in het leger van Idres, Koning van Cornwall. Nadat Sir Caulas en Sir Ignaeus toen Koning Idres en Prins Mark verslagen hadden, suggereerde Sir Caulas dat Cador misschien een carrière moest nastreven in Cornwall. Hij heeft het kennelijk geschopt tot Koning. 
Cador was ook een neef van Koning Mark en via Ygrainne is hij kennelijk ook weer een neef van Arthur. Geheel westelijk Brittannië lijkt van neven aan elkaar te hangen. 

Cador, nu Koning van Cornwall.

Cador stuurt een boodschapper naar Earl Caulas. Hij wil graag trouw zweren aan Koning Arthur als Hoge Koning en daarvoor wil hij zich dit jaar bij Arthur in Silchester voegen. Mag hij dan door Salisbury rijden en is hij welkom in Sarum voor een overnachting? Sir Caulas heeft daar geen bezwaar tegen en hij organiseert een ontvangst voor deze Koning. 
Sir Cador heeft nog een neefje mee, ene Tristram van Lyonesse. Deze is momenteel een page aan het hof van Cador, maar zal op termijn schildknaap worden, over een jaar of twee. Sir Caulas zegt dat Tristram eventueel ook in Salisbury een schildknaap kan worden, dan leert hij meteen meer mensen kennen. En als dan jongetjes uit Salisbury en Devon in Cornwall schildknaap kunnen worden, zou dat een mooie ruil zijn. Cador stemt hiermee in.


Pinksteren, Silchester

Koning Cador en Earl Caulas arriveren met hun gevolg in Silchester. Aangezien Koning Arthur hier nu zijn hof houdt, barst Silchester uit zijn voegen. Koning Arthur reist natuurlijk met groot gevolg, maar Silchester is ook een flinke stad en Earl Ulric regeert vanuit hier over zijn graafschap. En ook hij heeft een groot gevolg natuurlijk. En wanneer de Hoge Koning ergens verblijft, trekt dat volk aan. Silchester barst uit zijn voegen en in de weiden rondom de stad heeft iedereen en zijn moeder een tent  opgezet. Het zou misschien handiger zijn, wanneer Arthur zijn eigen hofhouding zou inrichten ergens. 

Koning Cador zweert trouw aan Koning Arthur en dit is een mooie gelegenheid voor Koning Arthur om contact te hebben met al zijn andere vazallen. 

Ulric van Silchester
Leodegrance van Cameliard





















Koning Leodegrance is ook aanwezig. Uit dankbaarheid voor het feit dat Koning Arthur hem al twee keer is komen redden van een aanval op zijn koninkrijk, eerst in 510 en later in 512 nog eens, heeft hij nu een koningsgift meegenomen. Een oeroude, ronde tafel. Aan deze tafel zaten van oudsher de vazallen en adviseurs van de Koningen van Cameliard en nu wil hij hem aan Arthur geven, zodat deze daar ook aan kan zitten met zijn vazallen. En omdat de tafel rond is, zal er niemand aan het hoofd zitten en hoger of lager geplaatst zijn dan een ander.
Dankbaar accepteert Arthur deze grote gift. Het is werkelijk een magnifieke tafel. Er kunnen wel 150 ridders aanzitten. Om hier aan tafel te mogen zitten, zal een eer zijn die alleen is weggelegd voor de grootste ridders.

De ronde tafel

(Hmmm, als er ruimte moet zijn voor 150 ridders, hoe groot is deze tafel dan? Laten we er van uit gaan dat iedere ridder een stoel nodig heeft van 50 cm (gemiddelde breedte van IKEA Eetkamerstoelen) en er dan nog aan elke kant 10 cm nodig is om gemakkelijk te gaan staan en zitten. Dan vraagt iedere ridder 70 cm ruimte van de tafel. Dan heeft de tafel een omtrek van 150 x 70 cm =  10.500 cm = 105 m. Bij een omtrek van 105 m is de radius van de tafel 105 : (2x𝛑) = 16,5 m. Dat geeft een doorsnede van 16,5 x 2 = 33 m. Dat wordt flink schreeuwen dan, als je degene aan de andere kant van de tafel wil spreken. De oppervlakte van de tafel is dan 𝛑  x 16,5 x 16,5 = 855 vierkante meter.) 

Koning Arthur benoemt meteen een aantal mensen voor deze tafel. Als eerste natuurlijk zijn trouwste ridder, Sir Caulas. Dan Koningen Leodegrance, Cador en Alain van Escavalon. Verder ook Sir Gawaine, zijn neef. Dan ook Sir Bradwen, zijn beste vriend. Verder ook Sir Hector van Winterbourne Stoke, waar Arthur als jongetje een paar seizoenen verbleef, toen de Saksen plunderden in Salisbury

Earl Caulas wil dat Koning Arthur eens haast maakt met het benoemen van een aantal ridders, speciaal om de Koningin, zijn dochter, te beschermen. Arthur zegde dit bij zijn huwelijk in 512 toe, maar heeft nog geen beslissing genomen. Arthur besteedt deze taak uit aan zijn hofmeier, sir Gwenda. Sir Gwenda bedenkt dat een koningin hooguit 13 stoere ridders nodig heeft om haar te beschermen. Dit moeten natuurlijk wel de beste ridders van het land zijn, dus de ze moeten al lid zijn van de Ronde tafel of daar meteen aan toegevoegd worden.
Sir Gwenda stelt aan Arthur voor om te beginnen met Sir Gawaine van Lothian en Orkney, dat haalt wat politieke banden aan, Sir Bradwen, zijn beste vriend, Sir Eric, een zeer rijk ridder, Sir Griflet, haar eigen man, Sir Pellogres, oudste zoon van Sir Caulas, broer van de Koningin en dus zwager van Arthur en tot slot Sir Lamorak, zoon van Koning Pellinore. Dat zijn 6 ridders, de andere zeven kunnen binnenkort volgen. Koning Arthur is het eens met Vrouwe Gwenda en geeft de ridders ook het recht om de groene Annulet, het symbool van Tisbury en van zijn vrouw Clare, te voeren in hun schild.

Dan vraagt Sir Gwenda of zij nu dan ook vaart mag maken met het aantrekken van een aantal geschikte vrouwen voor haar academie van vrouwelijke ridders, wat Koning Arthur ook toezei tijdens zijn huwelijk. Koning Arthur geeft daar onmiddellijk toestemming voor. Meteen besluiten Gwen van Tisbury, Greetje van Steeple Langford, Gerwina van Berwick St. James en Evalina van Burcombe dat zij ook ridder willen worden net zoals Gwenda.

Nu alle formaliteiten geregeld zijn, is het tijd voor een feest. Sir Gwenda heeft flink uitgepakt natuurlijk voor een feest voor de Hoge Koning. Het hele kasteel van Hertog Ulric is vol met mensen en ook in de straten van Silchester zelf wordt feest gevierd door de lagere klassen. Sir Eric, Sir Bradwen en Sir Gwenda houden zich in deze avond en drinken alleen af en toe wat tafelbier (Temperate succes). Maar Sir Caulas wordt al een dagje ouder en laat zich niet meer tegenhouden door sociale conventies (Temperate fail). Hij drinkt lekker door en geeft op alles en iedereen commentaar.
Sir Eric probeert zijn romance met Guinevere voort te zetten. Hij probeert haar te vertellen wat hij voor haar voelt (Orate fail), maar dat gaat maar matig. Van schrik wil hij haar mee de dansvloer opnemen, maar hij struikelt over zijn eigen voeten, sleurt haar mee en valt samen op de dansvloer (Dance fumble). Iedereen kijkt naar hen. Sir Bradwen grijpt in en begeleidt Guinvere terug naar haar vader en raapt Sir ERic ook op van de grond. Sir Eric vindt dit zo genant dat hij niets meer durft deze avond. Samen met Sir Caulas verdrinkt hij zijn verdriet in bier (Amor Guinevere fail). 

Sir Bradwen daarentegen heeft meer succes. Hij flirt met Guinefach, die duidelijk meer zin heeft in een feestje dan haar zus. Sir Bradwen besluit om eens echt feest te vieren en neemt haar mee het kasteel uit en Silchester in, ze gaan slummen! De bevolking van Silchester haalt het niet in zijn hoofd om een dronken ridder lastig te vallen, dus Bradwen heeft een prima avond in de poelen des verderfs van Silchester (Folklore fail, gaming succes).

Sir Gwenda zit dan een groep vrouwen in het kasteel die duidelijk geen dames zijn. Na wat discrete woorden met wat bewakers, worden deze vrouwen weer naar buiten geescorteerd, waar ze thuishoren. Dan treft ze Sir Sagramore, een Byzantijnse ridder. Deze ridder komt uit het verre Byzantium en heeft gehoord van de nieuwe Koning op het mistige eiland. En hij is erg onder de indruk van wat de barbaren hier aan de rand van de wereld toch maar voor elkaar krijgen. Vooral de roetvegen op de dakbalken vindt hij erg authentiek!
Dit is natuurlijk helemaal tegen het zere been van Sir Gwenda die zich kapot heeft gewerkt om een fantastisch feest te organiseren voor haar Hoge Koning! Na wat vinnige woorden over en weer zal er de volgende dag een duel volgen tussen Sir Gwenda en Sir Sagramore le Desirous.

Sir Sagramore le Desirous,
een arrogante Byzantijnse ridder

De volgende morgen treffen Sir Gwenda en Sir Sagramore elkaar op het toernooiveld, onder de ogen van vele ridders en notabelen. Inmiddels zijn de regels voor een duel tussen ridders wat aangescherpt, er mag niet meer met echte wapens gevochten worden, sinds de strijd tussen Sir Eliot en Sir Gilbert in 500.
Sir Gwenda en Sir Sagramore staan tegenover elkaar, ieder op hun eigen paard met een grote lans. De omstanders houden hun adem in. Dan stormen zij op elkaar af. Sir Gwenda is natuurlijk goed in wat zij doet en plaatst een voltreffer op de borst van Sir Sagramore. Hij wankelt maar valt niet. Weer stormen zij op elkaar af. En weer weet Sir Gwenda sir Sagramore goed te raken, maar zijn wapenrusting vangt de klappen op. Voor een derde maal stormen de ridders op elkaar af. Ook dit keer weer Sir Gwenda een klap te geven aan Sir Sagramore, maar hij valt nog steeds niet. Zit er dan misschien toch een waarheid in zijn harde woorden?
Terwijl de twijfel toeslaat, slaat Sir Sagramore ook toe. En nogmaals! Sir Gwenda vliegt uit haar zadel en blijft bewusteloos liggen. Heeft Sir Sagramore dan toch gelijk en is het tijd dat Koning Arthur eens met marmer gaat werken?

Tijdens dit duel komt Sir Bradwen ook eens aanzetten. Hij werd die morgen wakker in een hem verder onbekende boerenhut, in de armen van Guinefach. Hij vermoedt dat dit wel voor enige problemen zal zorgen, aangezien hij eerder ook al werd beschuldigd van het onteren van de dochter van een vazal en steunpilaar van zijn Koning en vriend.
Inderdaad, Koning Leodegrance is woedend op zijn dochter en op Sir Bradwen. Hij staat erop dat er dit keer getrouwd wordt. En anders moet God maar beslissen wie hier gelijk heeft, wanneer Bradwen in het strijdperk treedt tegen de Kampioen van Cameliard! Sir Bradwen claimt ongetrouwd te zijn en prima te kunnen trouwen met Guinefach (Deceitful critical). Sir Caulas en Koning Arthur zijn stomverbaasd dat Sir Bradwen dit claimt. Zij kennen Taxus en weten dat zij een min of meer onsterfelijke elf is. Bradwen is getrouwd.

Dan volgt een duel. Zonder al te veel problemen verslaat Sir Bradwen de kampioen van Cameliard. Daarmee toont hij voor de ogen van het hele hof van Koning Arthur aan dat hij deze avond vrouwe Guinefach niet onteert heeft. Eenieder die iets anders beweert is daarmee een liegende hond. Niemand is een liegende hond...
Dan besluit Bradwen om alsnog maar het juiste te doen. Nog steeds in zijn bebloede harnas loopt hij naar Guinefach en vraagt of zij alsnog met hem wil trouwen. Aangezien ze verder weinig andere opties heeft, zegt zij toe. Even later trouwen zij in een heidense ceremonie. Wanneer Taxus hier achter komt, kan dit alleen maar eindigen in tranen.


Hoogzomer, Silchester

Tijdens weer een feest meldt zich Sir Ablamor van de Moerassen. Hij heeft een dode vrouw bij zich en hij vraagt om gerechtigheid van zijn koning, Arthur. Dan vertelt hij zijn verhaal. Sir Gawaine was aan het jagen op het land van Sir Ablamor, zonder diens toestemming. Toen Sir Ablamor Sir Gawaine hierop aansprak, werd deze woest en viel Sir Ablamor aan. Zijn vrouwe, Nola, wierp zich in de strijd om Sir Ablamor te beschermen toen sloeg Sir Gawaine haar dood. En vraagt Sir Ablamor gerechtigheid van Koning Arthur. 

Sir Gawaine van Lothian en Orkney

Het hele hof is geschokt door dit vreselijke verhaal. Even later meldt ook een berouwvolle Sir Gawaine zich. Hij bevestigd het verhaal van Sir Ablamor. Hij vult dat zelfs nog aan. Toen Sir Ablamor bewusteloos op de grond lag en zijn Vrouwe Nola dood daarnaast, wilden zijn mannen hem doden uit wraak. Maar de vrouwen in het gezelschap van Sir Ablamor stonden erop dat zij dit niet deden en dat Sir Gawaine, zich als ridder van de Koningin bij de Hoge Koningin moest melden en haar straf moest ondergaan. Dus nu vraagt hij Koningin Clare om een uitspraak te doen. Hij zal zich onderwerpen aan iedere straf die zij oplegt. De Koningin denkt even na en zegt dan: 
"Sir Gawaine, je hebt een grove misdaad begaan, niet tegen een vrouw, maar tegen alle vrouwen. En ik zeg je nu, namens alle vrouwen, vanaf deze dag mag je geen enkele vrouw meer kwaad doen en moet je altijd alle vrouwen, hoog of laag respect betonen." Snikkend stemt Sir Gawaine in met deze straf. 

Winterphase 515 / 516

Via hun minstreel troupes de Spears and Roses en de Stenen Tempel Gidsen horen Caulas en Eric over vreemde gebeurtenissen in een ver koninkrijk. Er gebeurde een ongeluk, een koning raakte gewond en nu zijn er verdere vreemde zaken gaande.

Sir Caulas krijgt een zoon, maar zijn vrouw Dahut sterft in het kraambed. Hij noemt zijn zoon Darcy en gaat weer op zoek naar een nieuwe vrouw. 

De verwondingen die Sir Gwenda opliep tijdens het gevecht met Sir Sagramore zorgen voor haar dood in het kraambed. Zij sterft en haar kind ook. Sir Griflet blijft alleen achter. Is het wel een goed idee om vrouwelijk ridders ook te laten huwen?
En nu Gwenda de laatste jaren zoveel tijd doorbracht aan het hof van Arthur, wordt er gestookt onder haar eigen ridders. Eentje besluit Berwick St. James te verlaten en zich aan te sluiten bij Stapleford. Hopelijk zal een nieuwe heer in Berwick St. James zorgen voor een nieuwe discipline. 

Sir Bradwen krijgt een dochter bij zijn vrouw Guinefach, zij noemen haar Leah. Ondertussen heeft zijn eerste vrouw Taxus er lucht van gekregen dat hij meerdere keren heeft aangegeven niet getrouwd te zijn. Zij neemt hem op zijn woord, verlaat hem, huwt een elfenprins en neemt haar kinderen bij Bradwen mee naar het rijk van de elfen. 

In de familie van Sir Eric krijgt zijn jongere broer Edward, die vervloekt leek te zijn, een dochter, hij noemt haar Edna.