Translate

Posts tonen met het label Call of Cthulhu. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Call of Cthulhu. Alle posts tonen

zondag 20 september 2026

Call of Cthulhu XXXII - Music from Beyond

De soldaten van de Revolutie belanden nu wel in een laatste fase rondom de vreemde plannen van Monsieur Rigault. Kunnen ze de guillotine en hem nog stoppen?

Emile Rouzet (afwezig)
Jacob de Rothschild
Marc de Guesclin
Nicholas D'Arcy
Antoine D'Eclaire

Laat op de dag van 18 Prairial, II, Parijs

De boeken van Comte Fenalik, die Malo en Jacob hebben meegenomen uit de kamers van Monsieur Rigault worden opgeslagen in de kelders van de Revolutionaire Garde. Daar zullen ze voorlopig geen kwaad kunnen. De soldaten maken zich ernstig zorgen, ze denken dat op de dag van het Festival van het Opperste Wezen Rigault zijn doel van 10.000 geofferde zielen zal hebben bereikt. Kunnen zij hem voor die tijd stoppen? Ze hebben minder dan 48 uur!
De soldaten weten nu dat iemand die de Muziek van Voorbij heeft gehoord, het ritueel kan stoppen, wanneer deze zichzelf opoffert. En ze weten ook dat een jaar of vijf geleden Comte Fenalik een gevangene had, die bezig was met een afschuwelijk muziekstuk, de dwerg Dietrich Zann. Ze hadden hem en de prostituée Celine gevonden in het huis van de Comte. Maar na alle gebeurtenissen daar, waren zij verdwenen.

Jacob en Malo besluiten dat Celine vinden waarschijnlijk het snelst zal gaan. Ze willen rondvragen bij de prostituées van Parijs, waar ze nog een hoop mensen kennen, uit hun jongere dagen natuurlijk. Geld meert een hoop palmen (Credit rating success). De vrouwen van de straat nemen het geld aan, maar zijn daarna wel bijzonder onbeleefd. Malo besluit om een oudere madam aan te spreken en zij wijst de mannen in ieder geval naar de goede wijk. Celine lijkt nog te leven. 
Jacob vindt een bijzonder oude en cynische prostituée, Madame Blanchefort, die op zoek is naar drank en een man om dat te betalen. Jacob presenteert haar met een fles Vieux, veel beter dan wat zij normaal drinkt. Madame Blanchefort begint te babbelen. Celine was een oude vriendin van haar en is uit het leven gestapt. De soldaten schrikken, maar realiseren zich al snel dat Celine nog leeft en uit het leven van prostitutie is gestapt. Celine woont tegenwoordig in de Rue Feydeau, samen met haar man, een muzikant en hun kind. Niet veel rijker natuurlijk, maar ze heeft nog maar een man om tevreden te houden.   

Mme. Blanchefort


Madame Blanchefort neemt de fles Vieux aan en verdwijnt weer in de straten van Parijs. Als ze alleen wijn gewend is, zal de Vieux hard aankomen. 

Rue Feydeau

De soldaten begeven zich naar Rue Feydeau, waar ze al snel het gebouw vinden waar de familie Zann woont. Zij wonen helemaal bovenin, recht onder het dak. Wanneer de soldaten aankloppen en Celine opendoet, herkent zij hen meteen, haar redders van vijf jaar geleden. Celine, Dietrich en hun zoontje Hiëronymus leven in een situatie van diepe armoede, de wind waait door de dakpannen naar binnen, het gezin slaapt op een gezamenlijke matras er is duidelijk niets te eten in huis. Dietrich is helemaal waanzinnig geworden en speelt steeds op een niet-aanwezige viool. 
De soldaten besluiten om hier in te grijpen. Jacob leidt Hiëronymus af, door hem zijn pistool te laten zien. Het jongetje overwint al snel zijn angst en begint opgewekt te babbelen met Jacob. Malo gaat weer naar beneden en haalt brood, fruit en kaas voor het gezin, iedereen is veel te mager en er is geen eten in huis. Nicholas en Antoine spreken met Celine. Het blijkt dat Dietrich helemaal waanzinnig is geworden en alleen nog maar leeft voor de vreselijke muziek die hij moest maken voor Comte Fenalik. Hij wil niet werken, praten of eten en hij zal hier binnenkort aan sterven! Celine wil niet dat Dietrich zijn muziek speelt, het zal niets goeds brengen. 
Wanneer de mannen om omzich heen kijken, zien zij dat het pleisterwerk van de muren is gesloopt en in poeder op de grond ligt. De stukjes die nog wel aan de muren zitten, zitten vol met allerlei muzieknotities. Schreef Dietrich zijn muziek op de muren? In een hoekje ligt een stukgeslagen viool (Spot Hidden).
Als Dietrich daadwerkelijk de Muziek van Voorbij maakt, die de muren van de realiteit kan doen breken, wie is dan degene die deze muziek moet horen en daarna geofferd moet worden aan de guillotine? Dietrich zelf? Maar die is waanzinnig. Celine of Hiëronymus, dat zou wel erg moreel verwerpelijk zijn, bovendien is Hiëronymus nog te jong om te begrijpen wat er gebeurd. Iemand anders dan, gewoon een Parijse burger?

Malo denkt dat er wel een viool bij de in beslag genomen spullen van gevangenen van de revolutie te vinden zal zijn. Nicholas en Malo gaan terug naar de kazerne van de Revolutionaire Garde om daar een viool te lenen uit de in beslag genomen spullen. Malo wil daarvoor wel de juiste aanvraagformulieren indienen, maar om de een of andere reden lukt het vandaag niet met zijn vervalsings-pogingen. Hij moet wel drie keer een vals formulier indienen voor het geaccepteerd word. 

Ondertussen besluiten Jacob en Antoine dat de boodschappen van Malo niet voldoende zijn. Ze nemen Celine en Hiëronymus mee uit eten. Bovendien is wel duidelijk geworden dat Celine echt niet wil dat Dietrich ooit nog een viool ziet, laat staan in handen heeft. Wanneer Malo en Nicholas terugkeren, zal ze hen tegen willen houden. Er is geen tijd voor hysterisch vrouwen - gedoe. In een klein eet-café in de buurt zetten Jacob en Antoine eten voor aan Celine en haar zoon. Deze twee doen hun best om het eten niet te inhaleren, maar het is duidelijk dat ze al te lang niet voldoende hebben gegeten. 

Inmiddels zijn Malo en Nicholas teruggekeerd naar de woning, waar nu alleen nog Dietrich aanwezig is. Hij heeft niet eens gemerkt dat zijn vrouw en kind vertrokken zijn. Malo probeert de muzikale notaties op de muren te kopiëren. Wanneer Dietrich ziet dat er pen en papier aanwezig zijn, grijpt hij deze uit Malo's handen en begint waanzinnig te schrijven. Hij schrijft hele bladzijden vol met de Muziek van Voorbij. Malo leest mee en ziet dat het afschuwelijk moet klinken. Wanneer Dietrich ziet dat Nicholas een viool bij zich heeft, wordt hij wild en wil hij de viool hebben. Nicholas houdt deze nog even buiten bereik van Dietrich.  

Zonsondergang, Notre Dame

Malo en Nicholas nemen Dietrich mee naar de Notre Dame. Vroeger was dat een belangrijke cathedraal, maar tegenwoordig wordt deze gebruikt als een paardenstal. Met georganiseerde religie heeft het moderne Frankrijk niets meer te maken! Eenmaal in de oude Notre Dame aangekomen, installeren Malo en Nicholas Dietrich op het voormalig kansel en geven hem de viool. De rondlopende staljongens, paardenverzorgers en ander publiek keuren hen nauwelijks een blik waardig, tot Dietrich begint te spelen! 
van Aldin Baroza


Dietrich haalt de strijkstok over de snaren van de viool en een gruwelijk gekrijs komt uit de viool! Zijn dit muzieknoten? De ruimte in de voormalige kerk lijkt donker te worden. Dietrich stopt even en kunnen Malo en Nicholas zijn handen en vingers nauwelijks volgen wanneer zij over spelen. Noten vallen uit de viool, met een onmogelijke en onbegrijpelijke snelheid. De muren van de cathedraal lijken te verkruimelen, het dak smelt weg en lijkt te openen als een iris en de sterrenhemel wordt zichtbaar. De muziek van Dietrich is als een tornado, die de Malo en Nicholas op hun plek houdt. 
Het schip van de voormalige kerk vult zich met de kou van het heelal, de vloer verdwijnt en iedereen hangt in de lege ruimte. Een voor een gaan de sterren uit en de eindeloze nacht omringt hen. Sommige aanwezigen worden weggesleurd, de ruimte in. 
En Dietrich speelt maar door, de staccato noten scheuren de viool uiteen en beuken in op de psyches van de Malo en Nicholas. Zij zien in dat het leven op aarde niet meer is dan een kwaadaardige vergissing. Er is geen hogere orde, alleen maar chaos. Ze horen gelach en realiseren zich even later dat het hun eigen waanzinnige gelach is. (San loss van 1d10 voor iedere aanwezige)

Even later komen Malo en Nicholas bij, allebei met bloedende oren. In hun hoofd horen zij nog altijd de waanzinnige muziek van Dietrich Zann en die zullen zij horen tot de dag van hun dood. Dietrich ligt dood aan hun voeten. Zijn vingers hebben zich recht in het hout van de viool geboord en hij heeft een afschuwelijke grimas op zijn gezicht. Malo realiseert zich wat hier gebeurd is (INT succes), Dietrich Zann was in staat om met zijn waanzinnige muziek de muren van de realiteit af te breken, en wat daarachter ligt is gruwelijk. Om deze gruwelijke realisatie te blokkeren, blokkeert Malo alle herinneringen aan de afgelopen uren. Nicholas denkt dat hij alleen maar vreselijk moderne muziek heeft gehoord (INT fail). 

De Notre Dame lijkt weer te zijn, zoals deze was, met muren en dak intact. Maar verder is er niemand meer te zien, het is een enorme chaos, stro, hooi, voer, tuigage en gereedschap zijn door de hele ruimte geslingerd. De voetstappen van de stadswachten zijn al te horen. Nicholas komt iets eerder bij zinnen dan Malo en besluit te vluchten en laat zijn vriend en collega achter. Malo staat nog steeds verdwaast boven het lichaam van Dietrich Zann. Hij wordt gearresteerd, verdacht van moord op Dietrich Zann, het verstoren van de openbare orde en heulen met aristo's. Dat is genoeg om hem te veroordelen tot de guillotine. 

Nicholas rent terug naar het appartement van Celine en Dietrich en treft daar een slapende Celine en Hiëronymus, terwijl Jacob en Antoine de wacht houden.  

donderdag 6 augustus 2026

Call of Cthulhu XXXI - Bij de Azteken

De soldaten van de Republiek hebben nu wel door dat er iets helemaal mis is met Rigault. Maar wat is zijn geheim precies?


Emile Rouzet
Jacob de Rothschild
Marc de Guesclin
Nicholas D'Arcy (Afwezig)
Antoine D'Eclaire (Afwezig)

Late middag, 15 Prairial II, Parijs

Na de vreemde avonturen in de Catacomben van Parijs en het vreemde nieuws van M. Fragonard beraden de soldaten zich nu op wat zij moeten doen. Jacob vraagt zich af of dit wel hun probleem is. M. Rigault is duidelijk met vreemde zaken bezig, maar zij hebben geen opdracht hierin. En sinds de Katholieke Kerk buitenspel is gezet, is het onduidelijk wat nu nog precies blasfemie is. Marc werpt tegen dat moraliteit niet bij het oud vuil is gezet. Hannessen met dode lichamen kan hij nog door de vingers zien, maar wanneer Rigault zelf mensen om het leven brengt, hebben de soldaten een taak om in te grijpen. Het is misschien het makkelijkst om M. Rigault (vals) te beschuldigen van contra-revolutionaire praktijken en zo te zorgen dat hij onder zijn eigen guillotine terechtkomt. 
Marc besluit om M. Rigault eens goed in de gaten te gaan houden. Wat doet die man de hele dag? Marc stuurt een paar soldaten uit om het huis van M. Rigault in de gaten te houden. 

16 Prairial

De volgende dag brengen de mannen verslag uit aan Marc. Het blijkt dat M. Rigault een strakke routine heeft. Overdag is hij thuis, werkt en ontvangt gasten. Bedienden maken zijn huis schoon en koken zjin eten. Om 11 uur in de avond verlaat hij, met zijn bedienden, het pand, en komt pas de volgende morgen vroeg weer thuis. Hij brengt de hele nacht door in de catacomben. 

De soldaten besluiten om na 11 uur 's avonds in te breken in het huis van M. Rigault. Zij zijn van de Nationale Garde, zij kunnen zonder problemen een reden fabriceren en een slotenmaker meenemen, die in opdracht van de republiek de deur open zal maken. Marc vervalst zonder problemen een opdrachtbrief (Law Fail, maar Calligraphy success). De slotenmaker aarzelt nog, maar Jacob praat op hem in (Fast Talk success). De soldaten staan onopvallend in een zijstraat van de Rue Neuve Saint-Augstin. Zij zien M. Rigault afscheid nemen van zijn bedienden en de deur op slot draaien. Wanneer hij eenmaal vertrokken is, laten zij zichzelf binnen, met de hulp van de slotenmaker.

Op het eerste gezicht ziet het appartement van M. Rigault er normaal uit. Een ontvangstkamer, een zitkamer, een keuken. Alles wat je macht verwachten van een man alleen. Maar dan zien zij de spreekkamer van de dokter. En een behandelkamer. Daar ligt een doodskist. Wanneer zij die openen, ligt daar ook iemand in met een afgehakt hoofd! Dit is duidelijk een slachtoffer van de guillotine. En als de soldaten beter kijken, zien zij dat het lichaam niet past bij het hoofd. En ze vinden hier ook meer van de jute uniformen. Wekt Rigault in zijn eigen behandelkamer de doden tot leven, om ze suf sjouwwerk te laten doen? Wat een gruwel. 

Wanneer zij de trap opgaan, naar de prive-vertrekken van M. Rigault, komen ze meer vreemde zaken tegen. Als eerste een menselijk lichaam, dat volledig is ontdaan van zijn vel. Ze herkennen het als de "Paus" uit de woning van Comte Fenalik, van vijf jaar geleden. De arme ziel is niet langer gekleed als een Paus, wat een opluchting is. 
In het kantoor van M. Rigault vinden de soldaten nog meer vreemde zaken. Zoals een exemplaar van de Summa Inanitas, een boek geschreven in het Latijn, dat zij ook nog in de kamers van Comte Fenalik gezien hebben. Verder vinden zij een soort kasboek, Jacob is er erg in geïnteresseerd. Maar het registreert geen betalingen, maar overleden mensen. Heel veel overleden mensen, toch zeker 9.946, allemaal gedood in de grote steden van Frankrijk. Zijn dit slachtoffers van de guillotine? Verder zien ze ook nog een aankondiging voor het Festival van het Opperste Wezen, op 20 Prarial, over een paar dagen.

17 Prarial

Diep in de volgende nacht verlaten de soldaten het huis van M. Rigault en overleggen over wat zij gevonden hebben. Niemand van hen leest goed Latijn. Ze besluiten het boek in de morgen te laten lezen aan M. Fragonard. Deze kan vast Latijn. 

Later, diezelfde dag

M. Fragonard is enigszins verbaasd om de soldaten weer te zien, maar dat vergeet hij allemaal, wanneer ze hem vertellen over de Summa Inanitas. Hij kent dit boek alleen van horen zeggen, de titel betekent zoiets als "Opperste Leegte". Het schijnt geschreven te zijn door een missionaris, die waanzinnig is geworden in de koloniën van Spanje, in de Nieuwe Wereld! Hij zou zijn verbrand door de Spaanse Inquisitie, als een ketter! En zijn boeken met hem. Maar de soldaten hebben dus een exemplaar gezien?
Deze onthullingen van M. Fragonard stellen Marc en de andere soldaten niet gerust. De barbaren in de Nieuwe Werel brengen eindeloze mensenoffers. Zijn de slachtoffers van de guillotine nu ook mensenoffers? Waar is M. Rigault mee bezig?

Het Festival van het Opperste Wezen is over een paar dagen al. Er zal een processie zijn en alle vooraanstaande leden van de regering van de Republiek zullen er zijn. Zal Rigault daar zijn plannen tot uitvoering brengen? En wat dan? Emile stelt voor om alle soldaten en zoveel mogelijk artillerie mee te nemen in de processie. Uiteindelijk zullen ze Rigaul toch aan gort moeten kunnen schieten? Marc ziet dat somber in, er zijn wel heel veel schedels in de catacomben. 



Het boek zal gestolen moeten worden, want dan kan M. Rigault het niet verder gebruiken. En door het te bestuderen kan duidelijk worden waar hij mee bezig is, en hopelijk ook hoe het gestopt kan worden. Marc stelt voor weer in te breken, te doen alsof zij dieven zijn en alles wat los en vast zit in het huis te stelen, waaronder de Summa Inanitas. 

11 uur in de avond

Weer staan de soldaten verdekt opgesteld in de Rue Nueve Saint-Augustin. Weer verlaat M. Rigault zijn appartement. Zodra hij de straat uit is, forceert Jacob de voordeur met een koevoet, goed hard, zodat de sporen van braak duidelijk zijn. Ze gaan het huis binnen en pakken alles mee wat een dief ook zou pakken, kandelaren, bestek, slingerend geld. In de behandelkamer ligt weer een doodskist, met een nieuw lijk, waarvan hoofd en lichaam weer niet matchen. 
Eenmaal boven nemen de soldaten alles wat enigszins waardevol is, mee. Ze gooien alle boeken in de zak, waaronder de Summa Inanitas. Verder vinden ze in een afgesloten, metalen kast ook niet alle privé-papieren van Comte Fenalik. Ook die gaan allemaal mee. Ruim voor het licht wordt, staan de soldaten weer buiten. 

18 Prairial

In alle vroegte lichten de soldaten M. Fragonard van zijn bed met een ontbijtje. Ze vragen hem meteen om het boek te vertalen. M. Fragonard kan zijn geluk niet op, dit legendarische boek is nu in zijn handen! Hij gaat meteen aan de slag! 

Later, diezelfde dag

Nadat M. Fragonard zich een ochtend en een middag had opgesloten in zijn kantoor, komt hij nu dan triomfantelijk naar buiten. Hij heeft de Summa Inanitas voor een groot deel vertaald! En de boodschap die erin staat is gruwelijk. Het is inderdaad een verslag van een missionaris die naar de nieuwe wereld is gegaan en daar de rituelen van de barbaarse Azteken heeft aanschouwd. Fragonard leest een belangrijk vertaald deel voor:

Wij verrichten niet langer het werk van de Heer. De excessen van de Inquisitie zijn een bloedige voortzetting van het Plan van Satan om zielen op te dragen aan de zwartste hel. Een duivels uitspansel, zo afgesneden van God’s Genade, dat het achter de sterren ligt, en het de Hemelen zelf overschaduwd. Dit nachteloze rijk is het domein van de gevallen Engel Azotottal, een wezen van ultiem kwaad, dat met bloedoffers vereerd wordt door de Azteken.
Wanneer tienduizend zielen aan deze verschrikkelijke duivel voorbij de sterren geofferd worden in de spanne van één jaar, opengesneden met een lemmet geëtst met dat bezoedelde, cirkelvormige teken, dan zal de oneindige nacht van Azotottals hel zich openen op de aarde. De hemel zal voor altijd voor ons verloren zijn.
Alleen de Muziek van voorbij die van de Engelen kan deze grootste en ultieme van alle demonen, groter nog dan Lucifer zelf, verdrijven. Wanneer een martelaar, die zelf de Muziek van voorbij de Engelen gehoord heeft, zichzelf offert, net zoals de Zoon dat deed aan het kruis, alleen dan wordt Azotottal verdreven en zullen de velden van de aarde hem ontzegd worden, in zijn schaamte en onwaardigheid.

Deze tekst baart de soldaten toch zorgen. Wat is Rigault in hemelsnaam aan het doen? Wil hij met het brengen van al deze mensenoffers een demon oproepen? maar waartoe dan? En wat is de Muziek van Voorbij de sterren? De soldaten herinneren zich dat Comte Fenalik een dwerg als een soort gevangen slaaf hield. Deze was ook bezig met de Muziek Voorbij.    

zondag 19 juli 2026

Call of Cthulhu XXX - Helaas, het is weer zover

Comte Fenalik is verslagen en de Franse Revolutie heeft plaatsgevonden, maar is er echt veel veranderd voor de soldaten? 


Emile Rouzet
Jacob de Rothschild
Marc de Guesclin 
Nicholas D'Arcy
Antoine D'Eclaire (Afwezig)

14 Prairial II, Parijs

De soldaten staan weer op een nacht een toegang tot de Catacomben te bewaken tegen een groep burgers op zoek naar werk. Bijna exact vijf jaar geleden bewaakten zij ook al een toegang tot de Catacomben van Parijs. Er lijkt in de tussenliggende jaren weinig veranderd te zijn. De begraafplaatsen van Parijs worden nog steeds geruimd, onder leiding van Docteur Rigault, die nu Lucien Rigault heet. Hongerige burgers zijn nog steeds op zoek naar werk en eten. De Revolutie is doorgedraaid en iedereen kan ineens verdwijnen onder het mes van de guillotine.  

Plotseling horen de soldaten het geratel van wielen en het hoefgeklop van paarden. De soldaten verwachten half dat de witte koets van Fenalik weer door de straten zal razen. Maar hij is vijf jaar geleden toch definitief uitgeschakeld. Het zijn alleen maar de wagens die van de begraafplaatsen komen, met hun lugubere lading. Het zijn een stuk of zes wagens en in de voorste wagen zitten ook nog een aantal arbeiders, die hun hoofden en handen verbergen in lange mantels en kappen van jute. Het lijken wel monikken, maar ook die zijn allemaal opgeheven na de revolutie. Naast de voorste wagen rijdt een man te paard. Het duurt even voor de soldaten hem herkennen als Lucien Rigault. 
Burger Rigault is erg veranderd. Hij is niet langer de dikke, kortademige man van vijf jaar geleden, maar is nu een stuk slanker, sterker en energieker. 

Rigault begroet de soldaten en het valt hen op dat hij wel erg bleek ziet (Spot Hidden). Het valt Nicholas D'Arcy zelfs op dat Rigault een soort vlekken of tatoeages in de vorm van kleine schedeltjes op zijn hals en borst heeft, ze piepen net boven zijn kraag uit (Spot Hidden, Extreme succes). Even later herkent Rigault hen ook. Nicholas refereert nog aan de ontmoeting die zij jaren geleden hadden en dat zij ook betrokken waren bij de zaak rond Comte Fenalik. Rigault herinnert zich nu ook de eerdere ontmoeting bij de catacomben en de problemen met Comte Fenalik. En hij babbelt mee met de herinneringen van van Nicholas. Jacob en Emile (Psychology Hard succes) realiseren zich dat Rigault helemaal niet blij is met deze ontmoeting uit het verleden. De soldaten zijn een los eindje, dat Rigault kan verbinden met de adel, die nu ernstig in diskrediet is. Ze moeten uit de weg geruimd worden! 
Nicholas heeft niets door en blijft babbelen met Rigault. Hij vraagt zelfs naar de uitslag of tatoeages die Rigault lijkt te dragen (Fast Talk fail). Marc ziet het gevaar en probeert Nicholas nog tegen zichzelf te beschermen. 
Jacob begint nog over de vreemd geklede arbeiders, die op monikken lijken, maar Rigault laat niets meer los. 

Zonder een woord te zeggen stappen de vreemd geklede arbeiders van de wagens en nemen ieder een bundels botten en dragen deze de catacomben in. Wanneer een wagen geleegd is, draaien de koetsiers de wagens en vertrekken weer een voor een. De soldaten staan weer alleen in de straat, de toegang tot de catacomben te bewaken. Marc en Nicholas besluiten de catacomben in te gaan en te kijken wat deze mannen allemaal uitspoken. Jacob en Emile blijven achter.   

De Catacomben


Marc en Nicholas lopen door de verlaten, stoffige gangen, waar langzaamaan steeds meer botten worden opgestapeld. Het geeft een lugubere aanblik. Veel van de botten zijn allemaal zeer oud en stoffig. Maar heel af en toe zit er een verse schedel, een slachtoffer van de guillotine, tussen de eindeloze opgestapelde botten. 
Marc en Nicholas treffen een eenzame arbeider, die rommelt met zijn last. Ze spreken hem aan, maar de man reageert niet. Nicholas besluit om zijn kap af te trekken, om te kijken wie onder deze kap zit. Nicholas krijgt de schrik van zijn leven. Het is het gezicht van Monsieur Benoît, zijn schoonvader. Deze lage edelman is gestorven onder het mes van de guillotine en Nicholas huwde daarna zijn jonge dochter, Melodie. Maar het gezicht van de oudere man zit vast aan het lichaam van een jonge vrouw. Het afgehakte hoofd is vastgenaaid op het lichaam van een ander! En nog scheef ook, M. Benoît kijkt steeds over zijn linker schouder. Deze aanblik drijft Nicholas en Marc tot waanzin! (San check). 
Het monster wordt woedend wanneer hij gestoord wordt in zijn taak en hij valt aan. Nicholas kan het allemaal niet meer aan en vlucht door de lange gangen van de catacomben naar buiten. Marc realiseert zich dat hij helemaal alleen in de catacomben is en dat hij de man die voorheen M. Benoît was alleen zal moeten uitschakelen, en nog stilletjes ook, voor hij de aandacht trekt van de andere monsters. 

Nicholas rent de trappen weer op en komt weer buiten in de stille nachtlucht. Hij houdt een chaotisch verhaal over zijn overleden schoonvader tegen Jacob en Emile. Jacob en Emile geloven hem niet en denken dat de confrontatie met de sterfelijkheid hem even teveel is geworden. 
Diep in de catacomben levert Marc strijdt met de monsterlijke M. Benoît. Uiteindelijk weet hij het onheilige lichaam te doden. Hij snijdt de stiksels die het hoofd op het lichaam houden, weer open en neemt het hoofd mee. Op het voorhoofd is een symbool gesneden, met chirurgische precisie, het lijkt op een symmetrische bloemenvorm. Eenmaal buiten bevestigd hij het verhaal van Nicholas. 
Jacob verzucht: "Een paar jaar geleden had ik dit gruwelijk gevonden, maar helaas, het is weer zover." 

De soldaten vragen zich af wat ze moeten doen. Ze kunnen niet vertrekken, ze hebben een opdracht om de catacomben te bewaken. Ze besluiten het hoofd voorlopig te verstoppen onder wat lappen en andere rotzooi. En net op tijd! Want Rigault komt ook uit de catacomben en hij vertelt dat een van zijn mannen in de catacomben vermoord is. Hebben zij iets gezien? 
Jacob weet snel een verhaal in elkaar te draaien. De soldaten werden verrast door een halfnaakte, kreupele man die uit de catacomben kwam rennen. Ze waren totaal verrast, want ze moesten de catacomben bewaken tegen indringers. En in de catacomben is alleen Rigault en zijn mannen. Rigaul gelooft dit verhaal.  

Aan het einde van hun dienst gaan de soldaten eerst terug naar de kazerne. Marc neemt het hoofd van M. Benoît mee. Hij zet het thuis in een vaatje Calvados, zodat het niet wegrot. Hij vindt eigenlijk dat Nicholas het moet begraven, maar Nicholas wil niets met het hoofd te maken hebben. 

15 Prairial

Jacob en Emile willen onderzoek doen. Is het mogelijk om lichamen te reanimeren en wat is de betekenis van het vreemd symbool op het voorhoofd van M. Benoît? De Sorbonne is gesloten door de revolutionairen, maar belangrijke collecties boeken zijn elders ondergebracht. Jacob en Emile brengen een bezoek aan een van deze bibliotheken. 
Eenmaal daar treffen zij iemand anders, die zij ook herkennen van hun eerdere avonturen. Het is Monsieur Fragonard, de maker van de opgezette paus, die zij aantroffen in de villa van Comte Fenalik. Hij wist zich uit de problemen te houden, door te zeggen dat zijn studies van het menselijk lichaam natuurlijk nooit zouden mogen leiden tot het blasfemisch afbeelden van de paus! En hij heeft de revolutie kennelijk ook overleefd.   
M. Fragonard kan verschillende vragen van Jacob en Emile beantwoorden. De verklaring in veel gevallen is magie! Er is een belangrijke magie die een soort connectie is tussen een afbeelding en het ware ding. En zo kan je bijvoorbeeld schade verplaatsen van de afbeelding naar het ding. Die schedeltjes zijn dus een soort bescherming. Hoe meer schedeltjes, hoe meer bescherming. 
Het animeren van lichamen is oude, oude magie. Mensen hebben altijd gezocht naar manieren om de doden ook na hun overlijden te laten werken. En met de vele slachtoffers van de guillotine, was het een kwestie van tijd voordat iemand op het idee zou komen om al deze lichamen te werk te stellen. 

Onder de indruk vertrekken Jacob en Emile weer. Kennelijk is Rigault met echt vreemde zaken bezig. Ze moeten er achter zien te komen wat precies. Binnenkort is de Mis van het Opperste Wezen, een vervanging voor de oude religie. Is dat een moment dat er cruciale zaken zullen gebeuren? Moeten de soldaten de catacomben in om antwoorden te vinden?

maandag 15 juni 2026

Call of Cthulhu XXIX - Fenalik verslagen

De soldaten van de Koning hebben de vorige keer het huis van Comte Fenalik bestormd. Deze vond dat maar niets en in een totale horror-kelder komt het nu tot een confrontatie. 

Emile Rouzet
Jacob de Rothschild
Marc de Guesclin 
Nicholas D'Arcy
Antoine D'Eclaire (afwezig)


6 juni 1789, Poissy

Nadat zij door een kelder vol gruwelen zijn gelopen en in een ruimte uitkwamen met een bijzonder vreemd standbeeld en een stel doodskisten, werden de soldaten overvallen door rook uit het plafond en een enorme hoestbui. Wanneer zij weer behoorlijk kunnen ademhalen en hun tranen hebben weggeveegd, staan zij tegenover een woedende Fenalik. Deze is woest dat de soldaten het niet alleen hebben gewaagd zijn huis binnen te dringen, zij hebben zelfs zijn prvié ruimten bezoedeld! 
Maar de soldaten zijn getrainde professionals! Zij hebben hun vuurwapens bij de hand en zij openen vuur. De ruimte echoot van de schoten, maar de Comte Fenalik is niet gewond geraakt door de kogels. Hoe kan dat?! Marc weet zeker dat zijn kogel raak was. 

Fenalik haalt uit naar Marc met een enorme klauw, maar mist. Nicholas smijt zijn olielamp naar Fenalik, maar ook hij mist en de olie lekt vlammend weg over de vloer. Luitenant Jacob vindt dit een inspirerend idee, en ook hij smijt zijn olielamp. Maar de vlammen tasten wel de kleding van Fenalik aan, maar hijzelf is niet gewond geraakt. Emile mist volledig. Wat is dit voor een monster?! Van boven komt ook geluid van gevechten. De gevangen genomen bedienden van Fenalik ontworstelen zich aan hun bewakers en komen de trappen af. 

Marc realiseert zich dat Fenalik een of ander onheilig monster moet zijn. Hier helpt alleen de kracht van de Heer. Hij pakt zijn communie-lintje en duwt dat in het gezicht van Fenalik. Maar daar is het monster ook al niet van onder de indruk (Dit was een SAN check voor iedereen). Marc maakt de fout in de ogen van het monster te kijken. Fenalik geeft een bevel: "Kruipen, hond!" en Marc kan niet anders dan daar gehoor aan geven (POW challenge fail). 
Luitenant Jacob duwt Fenalik tegen een muur en probeert hem te doorsteken met zijn bayonet. Nicholas duwt de vissersring tegen Fenalik aan, maar ook dat heeft geen effect. Emile probeert Fenalik te doorboren met een houten staak.

Marc kruipt over de vloer op handen en knieeën, hij probeert te blaffen. Ook Luitenant Jacob kijkt in de ogen van Fenalik en hij krijgt de opdracht om Emile uit te schakelen (Weer een POW challenge fail). De luitenant geeft meteen het bevel aan korporaal Emile zich over te geven. Emile negeert dat bevel gelukkig. Nicholas probeert het nog eens met de zegelring van de paus, dat moet toch werken. Emile weet ook Fenalik niet te raken met zijn aanval. 

Marc en Luitenant Jacob weten zich niet te ontworstelen aan de onheilige invloed van Fenalik en voeren zijn bevelen uit. Fenalik stort zich op Nicholas en bijt hem in zijn nek! Het bloed gutst alle kanten op en Nicholas voelt zichzelf snel zwakker worden. Het ziet er heel somber uit voor de soldaten! Dan krijgt Nicholas eindelijk een idee (Idea succes). Het vreemde standbeeld in het midden van deze zaal, welke rol speelt die? Hij haalt uit met zijn zwaard naar het beeld. Hij weet het niet te beschadigen, maar het beeld galmt als een klok en Fenalik verstijft van pijn! Is hij hier dan kwetsbaar? Emile begrijpt meteen wat zijn collega heeft gedaan en ook hij hakt in op het standbeeld. Weer lijkt Fenalik de pijn van het standbeeld te voelen. 

Eindelijk komen de mannen van boven de trappen afgerend, de kelder in. Marc en Jacob zijn nog steeds onder invloed van Fenalik vallen Nicholas en Emile aan. Marc weet een verzwakte Nicholas nog verder te verwonden. Nicholas weet dat hun laatste uur geslagen heeft en brult: "Vernietig dat beeld!" Emile laat zich dat geen twee keer zeggen en hij beukt in op het beeld met de kolf van zijn geweer. Het was een harde slag (hard succes) en het beeld valt in duizend stukken uiteen. En Fenalik stort ook met gebroken botten ter aarde, krijsend spartelt hij daar nog een beetje. 
Marc en Jacob komen weer bij zinnen, net als de bedienden en wachters van Fenalik. Emile wil Fenalik geen enkele kans van herrijzen meer geven en steekt hem door het hart met een staak, waarna het monster tot stof vergaat. Hij zal nooit meer een onschuldige burger doodmartelen voor zijn eigen, verziekte plezier. 

De soldaten nemen alle papieren en boeken mee, die ze kunnen vinden, waaronder een dik boek, gebonden in zwart leer en met bronzen sluitwerk. Luitenant Jacob brengt verslag uit aan Kapitein Malon. Ze hebben de missie niet zo uitgevoerd als verwacht, maar het is niet alsof Comte Fenalik zal komen klagen. 

Intermezzo - De Franse Revolutie en de Terreur 

Er gaan vijf jaar voorbij, waarin de chaos in Frankrijk alleen maar groter wordt. Wanneer op 20 juni 1789 de Nationale Vergadering bijeen zou moeten komen, sluit Koning Louis XVI de zaal waarin dat moet gebeuren. De soldaten zijn daarbij, maar zij besluiten allemaal om zich te voegen bij de Vergadering die bijeenkomt in een Tenniszaal. Zij hebben te lang toe moeten kijken hoe het gewone volk te lijden heeft onder de aristo's en nu is de Koning echt te ver gegaan. 
De soldaten stappen allemaal over naar de nieuwe Nationale Garde en dragen voortaan een tricolor. Geruchten vliegen rond dat de Koning het leger wil inzetten tegen het opstandige volk. 
In oktober lijdt het volk honger, terwijl de Koning feestmalen organiseert voor zijn medestanders. De vrouwen marcheren naar Versailles en de opstand dwingt te Koning om terug te keren naar Parijs en daar hervormingen door te voeren. 

Excutie van Marie Antoinette


In 1791 probeert te Koning te vluchten naar Oostenrijk en in 1792 wordt de monarchie eindelijk opgeheven en kort daarna wordt (voormalig) Koning Louis XVI geëxecuteerd, op 21 januari 1793 en in oktober volgt Marie-Antoinette.   

Juni 1794, Parijs

De jaren van de Revolutie en de Terreur hebben veel verandering gebracht voor de soldaten. Zij sloten zich aan bij de Revolutie, omdat zij niet langer konden aanzien hoe de gewone man, waaronder zijzelf, aan alle kanten werd onderdrukt door de aristocratie, die er zelf goed van leefden. Comte Fenalik was alleen bijzonder door het feit dat hij een onheilig monster was, niet vanwege wat hij wilde en deed. 
Nicholas D'Arcy begeleidde Monsieur Benoît naar de guillotine, en huwde daarna met zijn dochter, Melodie. Voor verweesde meisjes van lage adel was er niet veel meer te doen dan te trouwen. En een jonge revolutionair is dan geen verkeerde keuze. Marc de Guesclin maakte ook gebruik van de nieuwe wetten van het Revolutionaire Frankrijk en regelde een scheiding voor de verveelde Mme. de Brienne. Zij is nu Mme de Guesclin. Jacob is via familieleden voorgesteld aan een charmante jongedame en is nu getrouwd met Judith. 
Kapitein Malon eindigde ook onder de guillotine. 



zaterdag 16 mei 2026

Call of Cthulhu XXVIII - In de krochten van de Villa

De soldaten trokken naar Poissy, maar durfden niet in de avond het landgoed van Comte Fenalik te benaderen. Dat doen ze de volgende morgen.

Emile Rouzet
Jacob de Rothschild
Marc de Guesclin (afwezig)
Nicholas D'Arcy
Antoine D'Eclaire

6 juni 1789, Poissy

Na een nacht te hebben doorgebracht in de Auberge van Poissy, gaan alle soldaten in alle vroegte naar het landhuis van Comte Fenalik, even buiten Poissy. Luitenant Jacob de Rothschild was zo verstandig om vijf man versterking mee te nemen. 
Om het landgoed is een hoge muur gebouwd, en een ijzeren hekwerk sluit de toegang af. Door de spijlen van het hekwerk zien de soldaten wel een enorme tuin. Maar de planten herkennen zij niet. Het lijken rozen, maar niet in kleuren die iemand ooit gezien heeft (Natural World succes). 
Verder bestuderen ze het huis. Het huis geeft de soldaten een vreemd gevoel. Geen lijn lijkt recht of waterpas te lopen. Alles lijkt schots en scheef, helt het huis over? Antoine en Jacob weten het zeker (EDU succes en SAN Loss), het huis kan niet! Het zou moeten instorten! Waarom staat het nog overeind? 

Ondertussen zijn Emile en Nicholas druk bezig om het slot van het hek vol te proppen met buskruit en een lont. Als ze dat kunnen laten ontploffen, komen ze ook wel binnen. Dit plan werkt en het slot barst open. De soldaten lopen door de tuin naar binnen. Nu kunnen ze de planten van dichterbij zien. Het zijn bijna allemaal rozenstruiken, maar met rozen in kleuren die ze niet eerder zagen, blauw, zwart, zilverwit. Het doet allemaal erg vreemd aan. Andere planten zijn ook woekerende struiken met stekels zoals bramen. Alles is bijzonder verwilderd. 
Aangezien ze op een missie van hun kapitein zijn, lopen zij naar de voordeur en kloppen aan. Nu zij eenmaal op de stoep staan, realiseert Nicholas zich ook dat het huis niet kan en zou moeten omvallen (Eveneens EDU succes en SAN Loss). 

Wanneer een bediende opendoet, forceert Antoine zich naar binnen. In de ontvangsthal zien zij een standbeeld. Even later realiseren zij zich dat dit een gevilde en opgezette man is. Om de een of andere reden is hij gekleed in de robes van een Paus! Dit is natuurlijk afschuwelijke heiligschennis en reden genoeg om Comte Fenalik te arresteren! Nicholas D'Arcy ziet ook nog dat de "Paus" een ring draagt. Aangezien Nicholas D'Arcy vol zit met rare weetjes herkent hij deze ring als de Vissersring van Paus Martinus V, die in 1431 is overleden. Aangezien de Vissersringen altijd worden vernietigd na de dood van Paus, moet dit wel een vervalsing zijn (Religion succes). 

Apostel Bartolomeüs, ook gevild



Het binnendringen van de soldaten heeft de aandacht getrokken. En bijzonder onguur volk komt nu de trappen afgelopen. Het zijn allemaal bewakers in dienst van Comte Fenalik. Zij willen de soldaten aanvallen. Luitenant Jacob de Rothschild laat zich niet van de wijs brengen. Hij commandeert zijn soldaten om hun musketten aan te leggen en te schieten om te doden!
De bedienden van Fenalik geven zich over. Zij zijn wel doodsbang voor hun heer en meester, nog meer dan normaal bij bedienden van Aristo's. Wat is hier toch gaande? Jacob besluit het tot de bodem uit te zoeken. Hij laat alle bedienden knevelen en binden en ondervraagt en daarna een voor een. Een paar bedienden laten niets los, maar dan begint er iemand te babbelen. Hij heet Alexander en is doodsbenauwd voor Comte Fenalik, maar nog meer voor het grote wapen van Emile (Intimidate succes). Hij zegt dat hij meer een gevangene is dan een bediende, als je eenmaal werkt voor Comte Fenalik, kun je nooit meer weg. Antoine geeft aan dat de voordeur gewoon open is, de bedienden kunnen vertrekken, als zij willen. Niemand maakt gebruik van dat aanbod. Ze mompelen dat ze nooit weg kunnen. 
Uit Alexander valt niets zinnigs meer te halen. Antoine haalt de volgende gevangene uit de line-up. Hij is de bad cop, terwijl Luitenant Jacob de good cop is. Jacob laat doorschemeren dat hij Comte Fenalik kent en een groot bewonderaar is van hem! Dat maakt de bedienden alleen maar banger! Maar ze laten wel los dat er nog andere mensen in het huis zijn, Dietrich Zann en Celine. Zij waren gisteravond het entertainment. 

Luitenant Jacob de Rothschild en zijn mannen besluiten dat het huis grondig doorzocht moet worden. Eerst gaan zij de trappen op. Op de eerste verdieping vinden zij verschillende prachtig ingerichte kamers, een is gemaakt als de cel van een monnik, een ander als een kamer in een Venetiaans Paleis, nog weer een als een kamer in een Turkse harem. Voor Jacob voelt het allemaal aan als een exclusief bordeel. 
De volgende trap brengt hen naar de zolder. Daar vinden zij kamers van de bedienden. In een daarvan zitten Dietrich Zann en Celine opgesloten. Tot het afgrijzen van de soldaten is Dietrich een dwerg en hij is geschminkt als de onlangs overleden Dauphin. Ze wisten natuurlijk wel dat de Aristos tot wat rare dingen in staat zijn, maar de spot drijven met een overleden Koninklijke kleuter is wel een nieuw dieptepunt. 
Dietrich en Celine zijn erg blij dat zij gered worden door de dappere soldaten. Maar ze kunnen niet vertrekken. Dat mag niet van de Comte. En weglopen heeft geen zin. De soldaten raken erg van de kaart van de nadruk die de bedienden en de gevangen leggen op het feit dat ze niet wegkunnen. Welke waanzinnige greep heeft de Comte op mensen?
Dietrich werkt voor de Comte aan een muziekstuk, "Music from Beyond", maar het is nog niet af. De soldaten brengen Dietrich en Celine naar beneden en zoeken  verder. Ze vinden ook de 'slaapkamer' van de Comte. Hoewel daar een bed staat, en een nachtkastje en alles wat hoort bij een slaapkamer, is het wel duidelijk dat de Comte hier nooit slaapt. Er staan geen sloffen onder het bed, er ligt geen boek op het nachtkastje. Deze slaapkamer is een toonzaal. Het enige vreemd dat ze vinden is een serie van hele kleine gaatjes in de vloer van de slaapkamer, onder het bed. Het is onduidelijk wat de bedoeling is van deze gaatjes, ventilatie?  

De soldaten besluiten weer naar beneden te gaan. Ze bekijken eerst nog het koetshuis. Daar staat de witte koets met rode belijning, die hen een paar nachten geleden nog van de sokken reed. Als de koets hier is, dan moet de Comte toch ook hier zijn? Waar is die man? Emile maakt een merkteken op een onopvallende plek op de koets. Als ze hem dan nog eens zien, kunnen ze zien dat het dezelfde is. 

De soldaten besluiten om nu de kelders onder het huis in te gaan. Alles moet doorzocht worden! De kelders onder het huis onthullen weer allerlei nieuwe gruwelen. In plaats van een voorraadkelder of zo, met veel te veel wijn, vinden ze de ene gruwel na de andere. 
Een steile trap leidt naar beneden, naar cellen voor gevangenen! En er liggen dode mensen in de cellen, sommigen zijn duidelijk gemarteld op martelwerktuigen. Wat is hier gaande? In een van de cellen ligt een man, die duidelijk is doodgeranseld. Maar hij draagt een rode jurk. Emile, Jacob en Nicholas herkennen de jurk als een jurk die Marie Antoinette, de Koningin zelf ook gedragen heeft! Net als de gevilde en opgezette man, die gekleed was als een paus, is deze vorm van majesteitschennis voldoende om Comte Fenalik te arresteren en in de diepste kerker van de Koning te gooien. 
Aan het einde van deze gang vol gruwelen, komen de soldaten iets tegen, dat hun verstand bijna te boven gaat. In een nieuwe cel zijn mensen opgehangen tegen de muur, hun ledematen gestrekt en gedraaid in onnatuurlijke vormen, het is waarschijnlijk maar beter dat deze mensen dood zijn en niet meer lijden. Verder staan er in deze ruimte verschillende grafkisten, met daarop allerlei boeken, vellen papier en notities. Het lijkt allemaal te gaan over het villen van mensen! Tenslotte staat er nog een vreemd standbeeld in deze ruimte. Het lijkt op een mens, op iemand die de soldaten kennen, maar niemand weet precies wie. Verder lijkt er bloed uit het standbeeld te druipen en horen de soldaten gekreun (De soldaten hebben het zwaar en verliezen in deze ruimte allemaal behoorlijk veel SAN). 

Dan komt er rook of stoom uit het plafond. Hier zijn weer dezelfde soort ventilatiegaatjes als in de slaapkamer van Comte Fenaliks slaapkamer. De soldaten beginnen allemaal hevig te hoesten van de rook. Zou het giftig zijn? Wanneer de soldaten door hun betraande ogen weer wat kunnen zien, staan zijn oog in oog met Comte Fenalik! Hij valt aan. 



zondag 5 april 2026

Call of Cthulhu XXVII - Comte Fenalik

De soldaten komen weer bijeen. De spanning in Parijs stijgt steeds verder.

Emile Rouzet
Jacob de Rothschild
Marc de Guesclin
Nicholas D'Arcy
Antoine D'Eclaire

De nacht van 2 op 3 juni 1789, Parijs

Op bevel van hun Kapitein begeven de soldaten zich naar de Rue de la Harpe, waar een moord gepleegd zou zijn. Onderweg daarheen, passeren de soldaten een bakkerij, waar een oploopje is ontstaan. Korporal Jacob de Rothschild vindt dat hij in moet grijpen en hij spreekt de woedende burgers aan. Het blijkt dat het meel op is en dat de bakker die dag geen brood zal verkopen aan de burgers aan wie hij normaal verkoopt. Korporaal Jacob zegt de burgers weer vreedzaam weg te gaan, terwijl de soldaten allemaal hun bayonetten op hun geweren zetten. De burgers zijn dan wel boos, maar nog niet zo boos. Zij vertrekken weer. 

Bij de Rue de la Harpe zijn verschillende stadswachten bezig om omstanders weg te houden bij de benedenverdieping van een appartementencomplex. Op een trapje zit een oudere vrouw, met een wit gezicht haar tranen weg te vegen. De benedenverdieping is een werkplaats en daarin huist de drukkerij van Raymond en zijn familie. 
Antoine D'Eclaire en Jacob de Rothschild gaan de werkplaats in en daar treffen zij een gruwelijke horrorscene aan. De werkplaats lijkt zo normaal, met een aantal werkbanken om de te drukken pagina's op te ontwerpen en daarachter twee grote drukpersen. Maar er hangen vier lichamen ondersteboven van de dakbalk, tussen de werkbanken. Het is Reynaud, zijn vrouw Jeanette en hun twee zoons Renard en Thomas. Ze zijn opgehangen en geslacht als varkens! Hun kelen zijn doorgesneden en iemand heeft het bloed opgevangen in emmers, er staan drie lege emmers met restjes bloed in een hoekje! 
Maar de horror wordt nog gruwelijker, er liggen ook stapels pamfletten met de opruiende tekst van "Wat is de derde stand?" Het bloed is gebruikt om er een tekst overheen te drukken. In dikke letters staat er "Ken je plaats!" overheen gedrukt.

Antoine kijkt nog eens goed rond naar de bloedsporen en de moddervoeten, die door de werkplaats hebben gelopen. Verbijsterend genoeg ziet hij alleen maar de sporen van 1 dader. Één man is hier binnengekomen, heeft vier volwassenen gedood, aan hun voeten opgehangen aan de dakbalk, hun kelen doorgesneden, hun bloed verzameld en toen de tijd genomen om een hoop pamfletten te herdrukken. Deze man moet bijzonder sterk en krankzinnig zijn. 
Jacob hoort gepiep en hij kijkt om zich heen. Bij de deur ligt ook de waakhond van de familie, ook gedood. En onder een kast zit een kleine pup, wit met een zwart oor. Hij neemt de puppy met zich mee. 

Buiten doen Marc, Nicholas en Emile ook onderzoek. Zij spreken de vrouw die zit te huilen op een trapje. Zij is Madame Bossat en is de eigenaresse van het complex. Zij verhuurde de beneden verdieping aan Raymond en zijn familie, voor hun drukkerij bedrijf. 
Gisteravond kwam er een koets de straat in gedenderd, en die stopte voor de deur. Een Aristo bonkte toen op haar deur, op zoek naar Raymond. Zij wees hem naar de werkplaats. De Aristo zei haar toen om naar binnen te gaan en de deur dicht te doen, en niet naar buiten te komen, wat er ook gebeurde. En toen kwam er zulk geschreeuw en gebonk uit de werkplaats. En nu! Nu is iedereen dood en het is haar schuld. 
Mme. Bossat kan niet veel meer vertellen. De koets was een witte koets. En toen de man uitstapte, hing er een slappe arm van een jonge vrouw uit de koets. Zou hij nog een slachtoffer hebben gemaakt die nacht? 
Het wordt Marc, Nicholas en Emile koud om het hart. Ook zij zijn eerder deze avond bijna van hun sokken gereden door een Aristo in een witte koets, die een jongedame bij zich had. Was hij op weg naar deze moord-locatie?
Wanneer de soldaten om zich heen kijken, zien zij de sporen in de modder, waar de koets de straat in kwam rijden. In de modder zien zij ook een witte dameszakdoek liggen. Damast, van een rijke dame dus. De initialen zijn M.A. De soldaten vragen zich af van wie de zakdoek kan zijn. 

Eindelijk komt Kapitein Malon ook aan. Hij vraagt Korporaal Jacob de Rothschild om te rapporten. Jacob brengt verslag uit van al zijn zorgen. De omstanders horen dat een Aristo de moord misschien begaan heeft. En de sfeer slaat meteen om. De gezichten worden boos en grimmig, die verdomde Aristo's ook altijd. Kapitein Malon geeft Korporaal Jacob de Rothschild om naar Versailles te gaan. Daar moet hij een formeel rapport indienen en kunnen ze de Aristo waarschijnlijk meteen arresteren. Verder moeten zij deze zaak nu laten rusten, op straffe van straf. 

3 juni, Parijs

Marc laat het er niet bij zitten. Hij blijft met Mme Bossat in gesprek en maakt een schets van de man die zij gezien heeft. 
Nicholas D'Arcy gaat met Antoine en Jacob naar een koetsenmaker en begint vragen te stellen over een witte koets. De voorman van de koetsenwerkplaats wil niet praten met Nicholas. Hij houdt een kletsverhaaltje dat hij dat allemaal niet kan bijhouden. Maar Nicholas heeft door dat er tegen hem gelogen wordt (Psychology succes). 
Jacob laat dat niet op zich zitten en zegt de koetsenmaker dat de eigenaar van de witte Koets nu misschien niet hier is, maar hij wel. En er wordt weer met Bayonetten gemorreld. De man fluisters, wit van doodsangst, dat de witte koets van Comte Fenalik is. Die naam zegt de soldaten niets. Maar de voorman werkt nu de soldaten naar buiten en wanneer ze weer op straat staan, worden de deuren van de werkplaats met een klap dichtgegooid. Comte Fenalik heeft mensen enorm in zijn greep!
Nicholas zoekt nog in de archieven van de Garde of er de laatste tijd meer moorden zijn gepleegd. Maar hij kan niets vinden (Library Use).  

4 juni, op weg naar Versailles

 De soldaten hebben paarden geregeld en vertrekken in de morgen van 4 juni van Parijs naar Versailles. In dit hof buiten Parijs verzamelt alle adel zich, om zich te warmen in de stralen van de Koning. Onderweg kan Jacob de Rothschild zijn  ondergeschikten ook vertellen over Comte Fenalik, deze man is waarschijnlijk de grootste hoerenoper van Frankrijk, en dat wil wat zeggen! Er gaan veel geruchten over hem rond, en niets goeds! Hij is van adel, maar gelukkig geen hoge adel. 
Wanneer de soldaten Parijs verlaten, zien zij hoe moeilijk iedereen het heeft. Bij de muren van Parijs wordt belasting geheven op iedereen die in Parijs iets wil verkopen. Er staan lange rijen met mensen met hun producten, die moeten betalen om Parijs binnen te mogen. En buiten de muren van Parijs zijn alle taveernes, waar alcohol verkocht kan worden, omdat binnen de muren de belastingen op wijn te hoog zijn. 

Versailles



De soldaten gaan verder naar Versailles en het contrast met Parijs kan niet groter zijn. Onder een lentezonnetje strekken de eindeloze tuinen van Versailles zicht uit. Buxushaagjes zijn perfect in vorm geknipt, het gras is overal even kort geknipt. Tuinmannen lopen af en aan om alles te onderhouden, bedienden lopen rond met dienbladen met eten en drinken, terwijl mooie dames en heren over de paden wandelen. In de verte horen de soldaten een orkestje. 

Langs een oprijlaan staan verschillende koetsen geparkeerd, Antoine ziet meteen een witte koets met rode versieringen, die hem twee nachten geleden bijna van de sokken reed. Nicholas ogen worden getrokken door een mooie jongedame, die aan de arm van haar vader loopt, ze heeft korte, blonde krullen en kijkt vol bewondering naar de soldaten in hun knappe uniformen, het is Madamoiselle Melodie Benoît. Maar Nicholas weet met zijn begroeting geen indruk te maken. 
Antoine en Jacob willen de koets verder onderzoeken, maar de koetsier probeert daar een stokje voor te steken. Hij grijpt dreigend naar zijn zweep, om de soldaten een lesje te leren. Jacob is niet onder de indruk: "Sommige mensen vinden zweepjes leuk. Maar niemand vindt leuk wat wij kunnen doen!" (Intimidate hard succes) Ondertussen klikken Antoine, Emile en Marc weer de bayonetten op hun geweren! De koetsier bindt in en de soldaten nemen een kijkje in de koets, waar zij verder niets bijzonders vinden. 

Jacob gaat het paleis binnen en gaat opzoek naar een klerk die hem naar Kapitein Malon kan wijzen. Marc maakt nog van de gelegenheid gebruik om in de papieren te snuffelen om te zien wie van de garde momenteel dienst heeft in Versailles. 
Jacob rapporteert aan Kapitein Malon en aan Lucien Rigault, de hofarts van de Koning. Lucien Rigault is tevreden om te horen dat hij nu eindelijk een middel in handen heeft om zijn rivaal aan het hof uit te schakelen. Maar wanneer Kapitein Malon een bevel aan Jacob wil geven, galmt er een ijselijk gegil door het paleis, dat alleen maar erger wordt. De Soldaten zijn bang dat er iets gruwelijks gaande is, en ze stormen de gang weer op. Daar horen zij al snel het nieuws, Louis de Dauphin, die al langer ziek was, is overleden. Het hele hof is in rep en roer. Vrouwen vallen flauw, mannen kijken bezorgd en het geschreeuw van de rouwende familie galmt door de gangen. 

Comte Fenalik


In deze chaos zien de soldaten ineens Comte Fendalik, die als een wolf door de makke schapen van de hofhouding loopt. Hij loopt recht op de soldaten af en heeft een afgrijselijke grijns op zijn gezicht. Het lukt alleen Marc de Guesclin om zijn blik vast te houden (Opposed POW check). Comte Fenalik spreekt Jacob aan. Jacob is onder de indruk van de roofdierachtige aura van de Comte, maar herpakt zich snel. Hij zegt dat hij een groot bewonderaar is van het werk van de Comte. De Comte negeert dat en zegt dat hij zich afvraagt of het werk van Lucien Rigault met de botten van de doden en de catacomben, misschien heeft gezorgd voor de ziekte van de Dauphin, dat zou toch jammer zijn... En dan vertrekt hij weer, terwijl de leden van de hofhouding van Versailles voor hem uit de weg stroomt. 

De Koning en de Koningin  vertrekken onmiddellijk naar Parijs, om bij hun zoon te zijn en een begrafenis voor te bereiden. En daarmee stroomt bijna geheel Versailles leeg. Iedereen die een koets naar Parijs kan regelen, vertrekt zo snel hij kan. De Soldaten krijgen een nieuwe opdracht van een vermoeide Kapitein Malon. Nu zal hij niet meer prive de Koning en de Koningin kunnen spreken over de verdenkingen tegen Comte Fenalik. Ze zullen nu echt met hard bewijs moeten komen. De Soldaten moeten naar Poissy, waar Fenalik een landgoed heeft. Daar moeten zij bewijs verzamelen dat hij misdaden pleegt. 

Wanneer de soldaten weer buiten staan, zien zij een voor een de koetsen vertrekken. Marc ziet Madame de Brienne kletsen met Melodie Benoît. Hij weet hoe eenzaam het leven van getrouwde vrouwen kan zijn. Hij grijpt zijn kans om een afspraakje te regelen voor hemzelf en Nicholas met Mme. de Brienne en Melodie. 
Ondertussen realiseren Antoine en Emile zich dat zij Melodie eerder hebben gezien, in een droom. Ook de pup was in die droom uitgegroeid tot een grote hond. Waar hebben ze precies van gedroomd? Was het de toekomst? Wat zal hen te wachten staan?

5 juni, naar Poissy

De Soldaten hebben de tijd genomen om terug te gaan naar Parijs en meer soldaten te verzamelen, samen met flink wat wapens. Wanneer zij Comte Fenalik in zijn eigen landhuis willen benaderen, willen ze goed beslagen ten ijs komen. 
De reis naar Poissy is niet lang, en gaat langs een bekende route. Toch krijgen de soldaten een ongemakkelijk gevoeld. Ondanks dat het late lente is, zijn de schaduwen wel erg koud en donker op de weg naar Poissy. De medereizigers die zij tegenkomen zijn ook allemaal schichtig en bangig. Eenmaal in Poissy aangekomen, is de situatie alleen maar vreemder. Aan het einde van de middag roepen moeders hun kinderen binnen. Met het vallen van de avond gaan ook alle deuren en luiken dicht. Zelfs van de lokale Auberge zijn de deuren dicht. Maar na wat bonken, doet de herbergier toch open. Hij laat de soldaten binnen en zorgt dat zij allemaal een tafel en een maaltijd krijgen. 
Jacob en Marc proberen de herbergier aan het praten te krijgen, over Comte Fenalik (Psychology hard succes), maar de man wil niets loslaten over de lokale Comte. Wanneer Emile ook nog een duit in het zakje doet, vlucht de man zijn keuken in en komt de rest van de avond niet meer tevoorschijn. De soldaten vinden het maar een vreemde zaak. Ze besluiten om de volgende dag, bij daglicht naar het landgoed van de Comte te gaan.  

vrijdag 13 maart 2026

Call of Cthulhu XXVI - Reign of Terror

De vorige keer rondden we Musketeersvs Cthulhu af. En nu starten we dan met Reign of Terror. Tijdens de regeerperiode van Koning Louis XVI lopen de spanningen tussen de adel en het gewone volk te hoog op, een revolutie volgt en daarna een terreur. En om dat allemaal nog wat erger te maken, zijn er ook nog eens onnoembare gruwelen. 


Er moesten natuurlijk eerst karakters gemaakt worden. De Musketiers zijn al lang dood, hun avonturen waren meer dan 150 jaar geleden. Dus we hebben nu te maken met hun achter - achter - achter - achterkleinkinderen. Deze zitten nog steeds allemaal in het leger, de Garde Françaises maar het is lang niet zo elitair of nobel als de positie van hun voorvaderen. 
De positie van de gewone man in Frankrijk is hard achteruit gegaan. Armoede grijpt aan alle kanten om zich heen. De Koning, zijn hofhouding en de adel worden steeds rijker en het verschil met de gewone man steeds schrijnender. 

Emile Rouzet - Een soldaat en koopman van onduidelijke producten. Hij houdt zich vooral bezig met inkoop en verkoop van spullen. 
Jacob de Rothschild - Een soldaat en hij maakt graag weddenschappen met iedereen, om zijn soldij wat aan te vullen. 
Marc de Guesclin - Een soldaat en als het nodig is, schrijft hij tegen betaling brieven. Wat niemand weet is dat zijn vaardigheden hem ook goed in staat stellen om brieven van anderen na te maken of te vervalsen. Dat is hem in het verleden goed van pas gekomen. 
Nicholas D'Arcy - Een soldaat en leraar. Hij heeft zoveel tijd in de lesbankjes doorgebracht, dat hij nu steeds probeert anderen iets bij te brengen. 
Antoine D'Eclaire - Een soldaat en barbier. Als het nodig is, verzorgt hij ook de wonden van zijn makkers. 

Nacht van 1 op 2 juni 1789, Parijs

De soldaten hebben allemaal een vreemde droom. 

Ze dromen van een twee-wielige wagen, die wordt voortgetrokken door een vermoeid paard. In de wagen zitten verschillende wanhopige mensen. Een man staat, ze zien hem op de rug, en hij kijkt dapper vooruit. De wagen gaat door de straten van Parijs en de bevolking is uitgelopen om de wagen voorbij te zien rijden. De passagiers in de wagen worden uitgelachten en -gescholden door een woedende bevolking. Maar een oudere vrouw kijkt vol verdriet naar de wagen en houdt har twee dochtertjes stevig tegen zich aan. Een oude man schudt verdrietig het hoofd en loopt weg. Een hond rent blaffend achter de kar aan. Een jonge vrouw met kort, blond haar kijkt verdrietig naar de kar. Een bebaarde man met een kruk roept iets naar de voorbijrijdende kar, maar ze kunnen niet horen wat hij roept. Een jonge man kijkt naar de kar en draait zich dan om. 
De kar rijdt verder, een groot plein op. Daar is een podium en daarop staat een guillotine. De passagiers worden van de kar gehaald en naar de guillotine geleid. Op het snijblad van de guillotine is nog het symbool van een concentrice cirkel te zien. En dan valt het snijblad!

2 juni 1798

De soldaten worden wakker in hun bed in de barrakken. Een nieuwe dag is begonnen. De soldaten hebben een opdracht gekregen. De begraafplaatsen van Parijs worden leeggemaakt en de botten worden geplaatst in een lege Kalksteengroeve (dit zullen de latere catacomben worden). Hofarts Lucien Rigault overziet het project en de soldaten zijn er voor de bewaking. Dagloners sjouwen de zakken met botten naar binnen. 
Het is geen prettige klus. De dagloners vinden het maar niks om met dode lichamen te moeten werken en zijn erg onrustig. De kerk is ook geen voorstander van het verstoren van de grafrust en een stel priesters mompelt gebeden en zwaait met wierrook boven de lichamen. De normale stadswachten wilden dit werk ook al niet doen. Maar een bevel is een bevel en de soldaten staan op wacht. Eén voor één worden wagens leeggehaald en verdwijnen de dagloners met de lichamen in de steengroeve. Lucien Rigault loopt de hele tijd druk heen en weer en geeft allerlei opdrachten over waar de botten heen moeten. 

De soldaten zien een pamflet door de straat waaien. Nicholas D'Arcy pakt het op. Het is een pamflet met de tekst "Wat is de Derde Stand?" van Emmanuel Joseph Sieyès. Het is duidelijk een of andere politieke tekst. Maar dat heeft voor nu niets met hun werk te maken. 

Dan horen de soldaten plotseling het geklopt van hoeven en het geratel van de wielen van een koets door de straat. Een koets rijdt met veel te hoge snelheid door de straat! Een witte koets met rode versiering racet door de straat, een koetsier jaagt het paard nog verder op. De vonken spatten van de wielen. De soldaten duiken weg en kijken vol verbazing naar de koets. 
Voor een moment kunnen zij door het vensterglas de koets inkijken en daar zien zij een edelman die de blote nek van een jonge vrouw kust. Hij kijkt terug! En de soldaten lijken voor een eeuwig durende seconde wel volledig gehypnotiseerd door de blik van deze vreemde edelman. 

Wanneer de koets weer uit beeld is, is er ineens een probleem met de dagloners. Zij weigeren nog lichamen naar beneden te brengen. Zij houden vol dat zij niet alleen zijn in de steengroeve. De soldaten besluiten om beneden een kijkje te nemen. Lucien Rigault leidt de weg met een lamp. Eerst moeten de soldaten een lange trap afdalen. In een enorme wirwar van gangen, bedekt met eindeloze botten worden zij rondgeleid. De vele botten, de stank en het stof werken op de zenuwen van de soldaten. 
Uiteindelijk zien zij in het donker iets bewegen, een grote hond misschien? Wanneer zij de sporen volgen, komen zij bij een gangetje uit, dat duidelijk geen onderdeel was van de voormalige steengroeve. Gegraven door een wild dier misschien? Ze vinden het de moeite niet om voor zwerfhonden een onderzoek te doen. Wanneer de gang wordt afgesloten met een hek, zal het beest wel wegblijven. 

Wanneer de soldaten weer boven op straat aankomen, zien zij daar hun kapitein, Louis Malon. Deze zegt hen te stoppen met het bewaken van dit project. Er is een moord gepleegd en die moet onmiddellijk onderzocht worden! In de drukkerij aan de Rue de la Harpe is een moord gepleegd. Kapitein Malon fluistert Jacob de Rothschild nog in dat hij ook moet onderzoeken wat er allemaal aan kopij naar de drukkerij werd gestuurd!

Het zal nog een lange nacht worden. 

zondag 15 februari 2026

Call of Cthulhu XXV - Codex Bathoniensis

De vorige keer hadden de Musketiers een document uit de Middeleeuwen gevonden. Was dit dan de Codex Bathoniensis die ze moesten vinden voor Kardinaal Richelieu?

Richart Rouzet
Bernárd "Benno" de Rothschild (met "Claudia" en "Birgitte")
Malo de Guesclin (met "Bertha", Afwezig)
Albert D'Arcy (met "Colette" en "Claudine")
Gaston Eclair (met "Edith" en "Sophia")

4 juni 1628, Canterbury, Herberg "De Gouden Kelk"

Er lijkt een verband te zijn tussen de avonturen van een aantal Romeinen in Egypte, meer dan 1500 jaar geleden, een aantal Monniken in Bath, meer dan 700 jaar geleden en de dromen en avonturen die de Musketiers nu hebben. Het wordt hen koud om het hart en zij willen Canterbury snel verlaten.  

Bladzijde 1

Via de contacten van Malo is het mogelijk om snel een klein scheepje naar Frankrijk te regelen. Eenmaal aan boord van het scheepje, sluiten de Musketiers zich op in het ruim. Musketier Albèrt D'Arcy maakt nu echt werk van de vertaling van het perkament. Hij verwondert zich nog over de mooie tekeningen. 
Nu hij de teksten goed leest, kan hij niet langer ontkennen dat er een of ander gruwelijk, gevaarlijk probleem is, dat in verschillende tijden probeert terug te keren en het einde van de wereld kan betekenen! En alleen een paar dappere Romeinen en later dappere Monniken hebben dat tegen kunnen houden. (Madness! en gain Cthulhu Mythos +10) Bovendien lijkt magie echt te zijn, hij leert een spreuk over de verbanning van de kwade, Egyptische godheid Apep. 
Helaas lukt het Albèrt niet om alle pagina's te vertalen. Hij kan alleen pagina's 1, 3, 5,6 en 7 vertalen. Van de rest begrijpt hij de betekenis niet. 

Bladzijde 3


Terwijl Albèrt alleen maar oog had voor de perkamenten, werd het weer buiten steeds slechter. Wanneer het scheepje ineens wel heel hard heen en weer klotst, besluiten de Musketiers bovendeks te kijken wat er aan de hand is. Ze zijn in een vliegende storm terecht gekomen. Het weer kan onvoorspelbaar zijn in het Kanaal, maar zo onvoorspelbaar?

De Musketiers doen wat ze kunnen om het scheepje te redden. Onder leiding van de kapitein worden er zeilen gereefd en touwen strak aangetrokken. Een veel te kleine matroos probeert wanhopig met het roer het scheepje op koers te houden, Gaston staat hem bij en houdt het roer vast in de harde wind en hoge golven. Gaston ziet zwarte schaduwen in de golven, die het scheepje bijhouden. Dat zijn geen grote vissen, maar de gruwelijke vismonsters, die zij ook op de kaden van Parijs zagen. 
Gaston grijpt naar zijn pistolen en schiet op de monsters. Hun smerige, groene ichor kolkt nu door het water! Albèrt ziet alleen maar dat Gaston de bevelen van de kapitein in een noodsituatie negeert en het roer losliet. 

Bladzijde 5



Uiteindelijk vaart de boot toch op de rotsen van de verraderlijke Bretonse kust. Het scheepje kan niet tegen dit geweld en stort langzaam in elkaar. Gaston en Benno springen overboord en zwemmen dapper naar de kust, door de woeste branding. Albèrt wacht nog even, om de kans te grijpen het gruwelijk etui en perkament en vertalingen mee te grissen en onder zijn tabbert te steken. Albèrt en Richart hebben het zwaar in de woeste golven. De ene slok zeewater na de andere krijgen zij binnen en langzaam wordt het zwart voor hun ogen.  

Bladzijde 6

Gaston en Benno weten naar de kust te zwemmen en komen aan op het woeste, Bretonse strand. Wanneer zij het zeewater uit hun ogen vegen, zien zij ook de lichamen van Albèrt en Richart. Ze leven nog, maar ze zijn wel zwaar gebutst door de woeste golven en de rotsen. Gaston ziet ook de aardewerken tabletten aanspoelen op het strand. Albèrt vindt de documenten en zijn vertalingen nog in het slangelederen etui. Ze zijn krukdroog gebleven en hij vindt dat maar verontrustend. 

Bladzijde 7



Albèrt realiseert zich ook dat Gaston het roer losliet in een vliegende storm en daarmee iedereen in gevaar bracht! Hij negeerde een direct bevel van de Kapitein. Een overtreding van de commandostructuur! Dit moet bestraft worden! Gaston gaat niet mee in die redenatie, want hij zag de silhouetten van de gruwelijke vismonsters die ze ook onder Parijs aantroffen. Maar Albèrt ziet daar geen bewijs van. Gaston kan deze aantasting van zijn eer en goede naam niet accepteren. Hij daagt Albèrt uit tot een duel. Richart realiseert zich dat een stormachtig strand in Bretagne niet de juiste plek is om onderlinge akkefietjes uit te vechten. Hij suggereert dat iedereen dit laat rusten tot ze terug zijn in Parijs. Albèrt mokt nog na dat de Kapitein de baas aan boord is en gehoorzaamd moet worden, zoals ze Monsieur de Tréville gehoorzamen. 
Gaston en Albèrt maken de afspraak dat zij elkaar zullen ontmoeten voor een duel, de middag nadat Monsieur de Tréville heeft gezegd dat de missie voorbij is. 

Dan zien de Musketiers een man over het strand lopen, gekleed als een Bretons boertje. Is het een jutter? Gaston en Richart doorzien de illusie en zien dat het een Slangenman is, zoals beschreven is de Codex Bathoniensis en in hun dromen. Wanneer Richart en Gaston beginnen te schieten, verandert de man inderdaad in een gruwelijk slangenmonster. Het wordt Albèrt allemaal te veel. Hij beseft nu dat mannen met baguettes vreselijk gevaarlijk kunnen zijn en hij rent weg (een wel heel ongelukkig verlies van Sanity, hij wordt waanzinnig en ontwikkelt een baguatte-fobie)



Wanneer de Slangenman eindelijk gedood is, vragen de Musketiers zich af wat ze het beste kunnen doen. Ze besluiten het etui te begraven in een diepe kuil op het strand van Bretagne. Verder vragen ze zich af wat de Kardinaal wil met het document. De Codex Bathoniensis, voor zover ze het hebben kunnen vertalen, gaat over een duivelsuitdrijving in Bath. Het heeft niets te maken met zwangerschappen. Hoe kan het dan de Koningin helpen? Weet de Kardinaal dit? Kan het document nog achtergehouden worden?

De paranoia van de Musketiers grijpt om zich heen. De Kardinaal, de Slangenmensen, de onderwater monsters en de Hugenoten zijn allemaal betrokken bij dit document. Wat is er precies gaande?

7 juni, Parijs   

Een paar dagen later zijn de Musketiers gearriveerd in Parijs. Ze gaan meteen door naar het Paleis van de Kardinaal en overhandigen daar de oorspronkelijke, oud - Engelse perkamentvellen. De Kardinaal neemt ze dankbaar in ontvangst. Hij beloond de Musketiers rijkelijk en zendt ze dan heen. 

Naweeën

De avonturen van de Musketiers zijn eindelijk ten einde. De Kardinaal gebruikt de informatie uit de Codex Bathoniensis en Koningin Anna van Oostenrijk brengt een kind ter wereld in 1638, de latere Lodewijk de XIV, die de Zonnekoning genoemd zal worden. 
De oorspronkelijke perkamentrollen van de Codex Bathoniensis verdwijnt in de bibliotheek van de Kardinaal. De aardewerken tabletten zullen samen met de vertaalde paginas van de Codex Bathoniensis begraven worden met de Musketiers, ieder één tablet en ieder één pagina. Zo blijft de geheime kennis bewaard en veilig. 
De andere documenten, zoals de Necronomicon verdwijnen in de bibliotheek van de Musketiers. 

De volgdende keer starten we met Reign of Terror. 


zondag 1 februari 2026

Call of Cthulhu XXIV - Sint Ælfheah

We starten inmiddels aan het derde jaar met Cthulhu door de eeuwen heen en we gaan nog steeds als een speer. We hebben inmiddels twee tijdsperioden achter ons gelaten (de Romeinse tijd en de Middeleeuwen, en binnenkort zullen we de Musketiers ook wel afronden...

Nu de Musketiers in Bath zijn aangekomen, lijkt het spoor daar dood te lopen. Kunnen zij toch nog een manier vinden om de missie van Kardinaal Richelieu uit te voeren? 

Richart Rouzet
Bernárd "Benno" de Rothschild (met "Claudia" en "Birgitte")
Malo de Guesclin (met "Bertha")
Albert D'Arcy (met "Colette" en "Claudine")
Gaston Eclair (met "Edith" en "Sophia")

Eind mei 1628, Bath

De zoektocht van de Musketiers naar de Codex van Bath heeft tot nu toe weinig opgeleverd. Er lijkt niet veel over bekend te zijn en iedereen praat veel liever over Sint Ælfheah, die ooit als Bisschop en Abt Ælfheah zijn carrière begon in Bath, maar later werd hij Aartsbisschop in Canterbury en werd daar ook een heilige. 
Die morgen hangen de Musketiers een beetje teleurgesteld boven hun ontbijt. Het is gemaakt door de Joodse familie van Benno en heeft dus allerlei onbekend eten voor de Franse Musketiers. Albèrt daarentegen is zeer in zijn nopjes. Hij heeft een leuke avond doorgebracht met Eleonora, de bibliothecaresse, die zo mysterieus zei: "Ik kan u niet helpen." En bijvoorbeeld niet "Ik weet niet waar u het over heeft". 
Later die ochtend klopt er een boodschappenjongen aan, die een boodschap van Eleonora heeft voor Albèrt. Zij wil hem weer zien! En misschien heeft ze zelfs informatie voor hem. 

Eenmaal weer aangekomen in de bibliotheek heeft Eleonora inderdaad meer informatie. Abt Ælfheah maakt een flinke carrière in de kerk, nadat hij begonnen was als Abt in Bath. En dat had waarschijnlijk te maken met wat vreemde gebeurtenissen in Bath. Zo zijn er inderdaad aanwijzingen dat Abt Ælfheah betrokken was bij een duivelsuitdrijving. En dat heeft hem geen windeieren gelegd. Samen met een aantal monniken uit Bath werd hij naar Canterbury geroepen. Misschien is daar meer te vinden over een onbekende Codex? 

Albèrt overtuigt de andere Musketiers ervan dat een onderzoek in Canterbury niet verkeerd zou zijn. Om nu onverrichterzake terug te keren naar Parijs en de Kardinaal zou onverstandig zijn. De reis naar Canterbury zal maar een dag of die in beslag nemen. 

Onderweg worden de Musketiers natuurlijk overvallen door een stel bandieten. Maar de mannen, die veteranen zijn van de Nacht van de Apocalyps laten zich niet zomaar beroven door een stel Britse bandieten! Er ontbrandt een hevig vuurgevecht, waarbij de Musketiers zich niet onbetuigd laten. Albèrt leidt zijn paard zelfs de bosjes in, vanaf waar de lafhartige bandieten hun valstrik hebben opgezet. 
Na een hevig gevecht, worden de bandieten verjaagd of gedood. Maar Albèrt en Malo zijn ernstig gewond geraakt. En sommige van de dode bandieten hebben een vreemde tatoeage van een slang met zeven windingen. 

De groep trekt verder naar Canterbury en overnacht die nacht in Reading. Daar zoeken zij nog een barbier die de wonden van Malo en Albèrt kan verzorgen. Verder hebben zij er ook aan gedacht om de bandieten te beroven, waardoor iedereen nu ineens 4 pistolen heeft. Benno noemt de zijne Lolita en Vanessa en Gaston noemt de zijne Justine en Juliette.

Begin juni, Canterbury

De Musketiers komen aan in Canterbury en nemen hun intrek in herberg "De Gouden Kelk" en verkennen van daaruit Canterbury. Het hele stadscentrum wordt natuurlijk gedomineerd door de grote Cathedraal van Canterbury en de bijbehorende gebouwen. Het is werkelijk een enorm indrukwekkend gebouw. Gaston vindt dat het veel wegheeft van de Abdij van Saint Etienne in Caen.

Cathedraal van Canterbury


De volgende dag duiken Malo en Richart meteen de bibliotheek van de Cathedraal in, om onderzoek te doen naar Aartsbisschop Ælfheah (Library use). Gaston probeert de bouwplannen van de Cathedraal te vinden, aangezien de Cathedraal nog maar redelijk kortgeleden volledig is verbouwd, een ideaal moment natuurlijk om een schat te verstoppen (Library use). 
Benno gebruikt zijn vlotte babbel en zijn geld om van de lokale priesters en monniken te horen te krijgen hoe het staat met de Abt die een heilige werd en eventuele vreemde documenten (Fast Talk, Credit Rating). De derde secretaris van de huidige Aartsbisschop van Canterbury kan wel het een en ander vertellen. 
Er rijst een beeld op van een magische tijd. Abt Ælfheah kwam naar Canterbury om Aartsbisschop te worden, vanwege zijn vele goede werken in Bath. Hij nam een aantal van zijn naaste monniken mee uit Bath. En hij nam ook de schedel van Sint Swithun mee naar Canterbury, als een relikwie. In Canterbury wist hij een groot deel van de woeste vikingen te bekeren en voor vrede te zorgen. Maar in 1011 werd Aartsbisschop Ælfheah ontvoerd door woeste, Deense plunderaars. Hij was zo heilig dat hij niet om een losgeld vroeg. En uiteindelijk werd hij doodgegooid met botten de geroosterde dieren van een feestmaal. Zijn lichaam is later overgebracht naar de Cathedraal en ligt daar begraven. 

Na een dag door de bibliotheek van de Cathedraal van Canterbury pluizen, keren de Musketiers vermoeid terug naar hun herberg. Wanneer zij over straat lopen, horen zij plotseling Frans spreken (Spot Hidden, Listen)! Zij kijken om zich heen en zien een aantal Hugenoten. Deze zijn hierheen gevlucht uit Frankrijk. De Hugenoten gaan een kleinere kerk binnen. De Musketiers volgen hun landgenoten. Albèrt vraagt zich nog af of er niet eerst een plan moet zijn. 

De Kerk van Saint Alphege

Het is een kleine kerk, vergeleken met de grootse en imposante Cathedraal. Maar de kerk is gewijd aan Sint Alphege, een moderne spelling van Ælfheah! De Musketiers gaan naar binnen en luisteren naar de dienst. Ondertussen kijken zij om zich heen. De kerk bestaat uit twee delen, het schip en dan een galerij ernaast. In de galerij zijn verschillende glas-in-lood ramen geplaatst, die allemaal scenes weergeven, die de Musketiers totaal niet thuis kunnen brengen. 
Op het eerste raam zendt Abt Ælfheah de monniken Caedmon en Draca op een missie. Dan is er nog een raam waar monniken Caedmon en Draca een derde monnik ontmoeten. Op een derde raam drijft Abt Ælfheah een demon uit een man, terwijl Caedmon en Draca toekijken. En dan is er nog een laatste raam waar Abt Ælfheah opdracht geeft aan Caedmon om te schrijven. deze glas-in-lood ramen lijken verband te houden met het raam dat zij in de Abdij van Bath zagen. 
Bij het zien van het derde glas-in-lood raam moet Albèrt denken aan een droom die hij laatst had, waarbij hij vocht met een slangenmonster. Wat is hier gaande? 

De kerkdienst is voorbij en de kerkgangers gaan weer naar buiten. Ook de Musketiers vertrekken en gaan weer terug naar de Gouden Kelk. Daar besluiten zij een hapje te eten en zich tegoed te doen aan de vreemde sterke drank "Wiskey". 
De Musketiers overleggen wat ze nog kunnen proberen. Misschien kunnen zij de privé - bibliotheek van de Aartsbisschoppen van Canterbury raadplegen? Maar dat zal wel wat ingewikkelder worden dan de derde secretaris van de aartsbisschop om te kopen. Ze zullen een audiëntie moeten aanvragen, dat kan weken duren.

Wanneer de Musketiers nog een avondwandeling maken, zien zij licht in de kerk van Sint Alphege. En ze horen gebonk! Meteen rennen ze naar binnen en zien daar een stel rovers die de deur naar de crypte forceren!

Benno: "Zo! Grafschennis?" 

De Musketiers willen niet nog meer aandacht trekken en verjagen de bandieten met hun rapieren. Maar dan willen zij toch weten waar de bandieten naar op zoek waren. Zij gaan de crypte in en treffen daar meteen een stel Ghouls, die maar wat graag vers vlees aan hun menu toevoegen. Maar zonder al te veel problemen worden deze monsters ook verjaagd. Zij hebben daar onder de straten van Parijs al genoeg van afgeslacht. 
Maar wat is er dan te vinden in de crypte onder een vrij kleine kerk? De Musketiers kijken rond en Gaston vindt een oude kist. De besluiten deze mee te nemen naar de Gouden Kelk en daar open te maken. Eenmaal op hun kamer vinden ze in de kist een aantal gebakken aardewerken tabletten, eentje is gebroken, met teksten in het Latijn, Grieks en in het vreemde schrift van het oude Egypte. Verder vinden ze ook een klein etui van slangeleer. Wanneer ze het aanraken krijgt iedereen een gevoel van afkeer. Malo denkt terug aan zijn droom, waarin hij vocht met een slangenmonster. In het etui zitten een stel perkamentvellen met een Oud-Engelse tekst. 

Het leren etui voelt onnatuurlijk aan.

Richart en Gaston lezen de Latijnse tekst van de aardewerken tabletten. Die verhalen van avonturen van een stel Romeinen in een Egyptische stad, met een of andere slangencultus. Albèrt doet zijn best op de oud-Engelse tekst. Hij kan daar maar weinig van maken, maar hij ziet wel namen, die Richart en Gaston noemen, terugkomen in de tekst. Er is dus wel enige connectie tussen de tabletten en het perkamenten document. En verontrustend genoeg is er ook een overeenkomst met hun dromen. En dan het leer van het etui, is dat werkelijk van een slang?

Misschien is het hoog tijd om Canterbury te verlaten.