Translate

zaterdag 16 mei 2026

Call of Cthulhu XXVIII - In de krochten van de Villa

De soldaten trokken naar Poissy, maar durfden niet in de avond het landgoed van Comte Fenalik te benaderen. Dat doen ze de volgende morgen.

Emile Rouzet
Jacob de Rothschild
Marc de Guesclin (afwezig)
Nicholas D'Arcy
Antoine D'Eclaire

6 juni 1789, Poissy

Na een nacht te hebben doorgebracht in de Auberge van Poissy, gaan alle soldaten in alle vroegte naar het landhuis van Comte Fenalik, even buiten Poissy. Luitenant Jacob de Rothschild was zo verstandig om vijf man versterking mee te nemen. 
Om het landgoed is een hoge muur gebouwd, en een ijzeren hekwerk sluit de toegang af. Door de spijlen van het hekwerk zien de soldaten wel een enorme tuin. Maar de planten herkennen zij niet. Het lijken rozen, maar niet in kleuren die iemand ooit gezien heeft (Natural World succes). 
Verder bestuderen ze het huis. Het huis geeft de soldaten een vreemd gevoel. Geen lijn lijkt recht of waterpas te lopen. Alles lijkt schots en scheef, helt het huis over? Antoine en Jacob weten het zeker (EDU succes en SAN Loss), het huis kan niet! Het zou moeten instorten! Waarom staat het nog overeind? 

Ondertussen zijn Emile en Nicholas druk bezig om het slot van het hek vol te proppen met buskruit en een lont. Als ze dat kunnen laten ontploffen, komen ze ook wel binnen. Dit plan werkt en het slot barst open. De soldaten lopen door de tuin naar binnen. Nu kunnen ze de planten van dichterbij zien. Het zijn bijna allemaal rozenstruiken, maar met rozen in kleuren die ze niet eerder zagen, blauw, zwart, zilverwit. Het doet allemaal erg vreemd aan. Andere planten zijn ook woekerende struiken met stekels zoals bramen. Alles is bijzonder verwilderd. 
Aangezien ze op een missie van hun kapitein zijn, lopen zij naar de voordeur en kloppen aan. Nu zij eenmaal op de stoep staan, realiseert Nicholas zich ook dat het huis niet kan en zou moeten omvallen (Eveneens EDU succes en SAN Loss). 

Wanneer een bediende opendoet, forceert Antoine zich naar binnen. In de ontvangsthal zien zij een standbeeld. Even later realiseren zij zich dat dit een gevilde en opgezette man is. Om de een of andere reden is hij gekleed in de robes van een Paus! Dit is natuurlijk afschuwelijke heiligschennis en reden genoeg om Comte Fenalik te arresteren! Nicholas D'Arcy ziet ook nog dat de "Paus" een ring draagt. Aangezien Nicholas D'Arcy vol zit met rare weetjes herkent hij deze ring als de Vissersring van Paus Martinus V, die in 1431 is overleden. Aangezien de Vissersringen altijd worden vernietigd na de dood van Paus, moet dit wel een vervalsing zijn (Religion succes). 

Apostel Bartolomeüs, ook gevild



Het binnendringen van de soldaten heeft de aandacht getrokken. En bijzonder onguur volk komt nu de trappen afgelopen. Het zijn allemaal bewakers in dienst van Comte Fenalik. Zij willen de soldaten aanvallen. Luitenant Jacob de Rothschild laat zich niet van de wijs brengen. Hij commandeert zijn soldaten om hun musketten aan te leggen en te schieten om te doden!
De bedienden van Fenalik geven zich over. Zij zijn wel doodsbang voor hun heer en meester, nog meer dan normaal bij bedienden van Aristo's. Wat is hier toch gaande? Jacob besluit het tot de bodem uit te zoeken. Hij laat alle bedienden knevelen en binden en ondervraagt en daarna een voor een. Een paar bedienden laten niets los, maar dan begint er iemand te babbelen. Hij heet Alexander en is doodsbenauwd voor Comte Fenalik, maar nog meer voor het grote wapen van Emile (Intimidate succes). Hij zegt dat hij meer een gevangene is dan een bediende, als je eenmaal werkt voor Comte Fenalik, kun je nooit meer weg. Antoine geeft aan dat de voordeur gewoon open is, de bedienden kunnen vertrekken, als zij willen. Niemand maakt gebruik van dat aanbod. Ze mompelen dat ze nooit weg kunnen. 
Uit Alexander valt niets zinnigs meer te halen. Antoine haalt de volgende gevangene uit de line-up. Hij is de bad cop, terwijl Luitenant Jacob de good cop is. Jacob laat doorschemeren dat hij Comte Fenalik kent en een groot bewonderaar is van hem! Dat maakt de bedienden alleen maar banger! Maar ze laten wel los dat er nog andere mensen in het huis zijn, Dietrich Zann en Celine. Zij waren gisteravond het entertainment. 

Luitenant Jacob de Rothschild en zijn mannen besluiten dat het huis grondig doorzocht moet worden. Eerst gaan zij de trappen op. Op de eerste verdieping vinden zij verschillende prachtig ingerichte kamers, een is gemaakt als de cel van een monnik, een ander als een kamer in een Venetiaans Paleis, nog weer een als een kamer in een Turkse harem. Voor Jacob voelt het allemaal aan als een exclusief bordeel. 
De volgende trap brengt hen naar de zolder. Daar vinden zij kamers van de bedienden. In een daarvan zitten Dietrich Zann en Celine opgesloten. Tot het afgrijzen van de soldaten is Dietrich een dwerg en hij is geschminkt als de onlangs overleden Dauphin. Ze wisten natuurlijk wel dat de Aristos tot wat rare dingen in staat zijn, maar de spot drijven met een overleden Koninklijke kleuter is wel een nieuw dieptepunt. 
Dietrich en Celine zijn erg blij dat zij gered worden door de dappere soldaten. Maar ze kunnen niet vertrekken. Dat mag niet van de Comte. En weglopen heeft geen zin. De soldaten raken erg van de kaart van de nadruk die de bedienden en de gevangen leggen op het feit dat ze niet wegkunnen. Welke waanzinnige greep heeft de Comte op mensen?
Dietrich werkt voor de Comte aan een muziekstuk, "Music from Beyond", maar het is nog niet af. De soldaten brengen Dietrich en Celine naar beneden en zoeken  verder. Ze vinden ook de 'slaapkamer' van de Comte. Hoewel daar een bed staat, en een nachtkastje en alles wat hoort bij een slaapkamer, is het wel duidelijk dat de Comte hier nooit slaapt. Er staan geen sloffen onder het bed, er ligt geen boek op het nachtkastje. Deze slaapkamer is een toonzaal. Het enige vreemd dat ze vinden is een serie van hele kleine gaatjes in de vloer van de slaapkamer, onder het bed. Het is onduidelijk wat de bedoeling is van deze gaatjes, ventilatie?  

De soldaten besluiten weer naar beneden te gaan. Ze bekijken eerst nog het koetshuis. Daar staat de witte koets met rode belijning, die hen een paar nachten geleden nog van de sokken reed. Als de koets hier is, dan moet de Comte toch ook hier zijn? Waar is die man? Emile maakt een merkteken op een onopvallende plek op de koets. Als ze hem dan nog eens zien, kunnen ze zien dat het dezelfde is. 

De soldaten besluiten om nu de kelders onder het huis in te gaan. Alles moet doorzocht worden! De kelders onder het huis onthullen weer allerlei nieuwe gruwelen. In plaats van een voorraadkelder of zo, met veel te veel wijn, vinden ze de ene gruwel na de andere. 
Een steile trap leidt naar beneden, naar cellen voor gevangenen! En er liggen dode mensen in de cellen, sommigen zijn duidelijk gemarteld op martelwerktuigen. Wat is hier gaande? In een van de cellen ligt een man, die duidelijk is doodgeranseld. Maar hij draagt een rode jurk. Emile, Jacob en Nicholas herkennen de jurk als een jurk die Marie Antoinette, de Koningin zelf ook gedragen heeft! Net als de gevilde en opgezette man, die gekleed was als een paus, is deze vorm van majesteitschennis voldoende om Comte Fenalik te arresteren en in de diepste kerker van de Koning te gooien. 
Aan het einde van deze gang vol gruwelen, komen de soldaten iets tegen, dat hun verstand bijna te boven gaat. In een nieuwe cel zijn mensen opgehangen tegen de muur, hun ledematen gestrekt en gedraaid in onnatuurlijke vormen, het is waarschijnlijk maar beter dat deze mensen dood zijn en niet meer lijden. Verder staan er in deze ruimte verschillende grafkisten, met daarop allerlei boeken, vellen papier en notities. Het lijkt allemaal te gaan over het villen van mensen! Tenslotte staat er nog een vreemd standbeeld in deze ruimte. Het lijkt op een mens, op iemand die de soldaten kennen, maar niemand weet precies wie. Verder lijkt er bloed uit het standbeeld te druipen en horen de soldaten gekreun (De soldaten hebben het zwaar en verliezen in deze ruimte allemaal behoorlijk veel SAN). 

Dan komt er rook of stoom uit het plafond. Hier zijn weer dezelfde soort ventilatiegaatjes als in de slaapkamer van Comte Fenaliks slaapkamer. De soldaten beginnen allemaal hevig te hoesten van de rook. Zou het giftig zijn? Wanneer de soldaten door hun betraande ogen weer wat kunnen zien, staan zijn oog in oog met Comte Fenalik! Hij valt aan. 



vrijdag 15 mei 2026

The English Patient (film)

Ik keek The English Patient (1996) van Anthony Minghella. De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Michael Ondaatje, dat ik een tijdje geleden ook gelezen heb



Verder zit de film boordevol met bekende koppen uit de jaren '90, die hier nog aan het begin van hun carrière stonden. De hoofdrollen zijn voor Ralph Fiennes (The Menu, Spectre) en Kirsten Scott Thomas (Only God Forgives). Verder zien we ook nog Juliette Binoche, Willem Dafoe (Nosferatu (2024), Shadow of a Vampire), Naveen Andrews, Colin Firth (Tinker, Tailor, Soldier, Spy (2011)) en Jürgen Prochnow (Dune (1984), In the Mouth of Madness).   


Spoilers

Deze film is ook alweer 30 jaar oud (wat gaat de tijd toch snel) en was indertijd behoorlijk populair, maar let toch op. 
De film begint in de nadagen van WOII tijdens de met een onbekende man (Fiennes) en een vrouw (Scott Thomas) in een vliegtuigje boven de woestijn. Ze worden neergeschoten en het vliegtuigje stort in vlammen neer. Gelukkig zijn er vriendelijke Bedoeïnen die weten hoe je ernstig verbrandde mensen in leven moet houden, dus de man wordt gered en belandt in een Brits veldhospitaal. De man claimt niet meer te weten wie hij is, maar wel dat hij een Engelsman is. De Britten vinden het maar verdacht en denken dat hij een spion voor de Duitsers is. 

Uiteindelijk belandt The English Patiënt dan in een Italiaanse villa, onder verzorging van verpleegster Hanna (Binoche) terwijl de rest van het leger verder gaat met de bevrijding van Italië en hopelijk de rest van het Europese continent. Hanna worstelt met haar eigen verliezen. Haar man is dood, haar beste vriendin is dood, dus deze patiënt moet blijven leven. 
The English Patiënt vertelt Hanna steeds over zijn tijd in Caïro. Hij was onderdeel van een Internationale groep archeologen die in de woestijn van Egypte en Libië onderzoek deden. Ze vinden de Grot van de Zwemmers. 
Wanneer onderzoeker Geoffrey Clifton (Firth) zijn vrouw Katherine (Scott) meeneemt naar de woestijn, veranderen de verhoudingen binnen het team van mannen. Graaf Almasy (Fiennes) begint een affaire met Katherine.  

De affaire duurt voort, terwijl de oorlogswolken al aan de horizon samenpakken. Geoffrey Clifton realiseert zich dat zijn vrouw een affaire heeft. Hij beraamt een zelfmoord - moord - moord door zijn vliegtuigje, met zijn vrouw aan boord te laten neerstorten op Almasy. Almasy weet op tijd weg te duiden, Geoffrey sterft, maar Katherine leeft nog. Almasy legt haar te rusten in de Grot van Zwemmers en gaat hulp halen in een nabijgelegen post van de Britten. Maar ondertussen is de oorlog uitgebroken en wordt hij als buitenlander gearresteerd door de Britten. 
Pas later, als Almasy heeft kunnen ontsnappen, vertelt hij de oprukkende Duitsers alles wat hij weet, om een vliegtuig te kunnen regelen en daarmee naar de Grot van de Zwemmers te kunnen gaan. Maar Katherine is inmiddels al overleden. Op de weg terug wordt zijn vliegtuigje neergeschoten en raakt Almasy ernstig verbrand. 

Almasy verzwakt snel en overlijdt. Hanna, Caravaggio en Kip gaan ieder hun eigen weg. 

Conclusie

Dit is een prima film, boordevol met prima acteurs. Het is goed te zien waarom bijna iedereen na deze film nog een interessante carrière heeft gehad. 
Verder blijft het verhaal ook redelijk trouw aan het boek. Er wordt steeds heen en weer gesprongen tussen het verhaal van de Engelse Patiënt en van Hanna en haar huisgenoten. En de parallellen tussen die twee groepen zijn ook vrij duidelijk. Op twee verschillende plekken en verschillende tijden proberen twee groepen van verschillende nationaliteiten samen te werken en de tijd door te komen met elkaar. En op de achtergrond speelt steeds dezelfde oorlog. En uiteindelijk weet iedereen wat katharsis te vinden wanneer ze elkaars verhalen tot het bittere eind hebben aangehoord. 

Zeker de moeite van het kijken waard


zondag 10 mei 2026

Hazelnoottaart

Een tijdje geleden had ik wel heel veel eiwit over (nadat ik alle dooiers voor iets anders nodig had). En wat doe je daar dan mee. Ik kan er natuurlijk merengue mee maken, maar dat verveelt na een tijdje ook. Nou weet ik dat sommige mensen van hazenoot-schuimtaart houden. Dus dat heb ik ook eens geprobeerd. Via Laura's Bakery vond ik een werkbaar recept, dat ik grotenteels gevolgd heb.  




Van de eiwitten en suiker en gehakte hazelnootjes heb ik drie ongeveer even grote plakken merengue gemaakt. Toen moest ik nog bakkersroom maken, wat een soort dikke custard is. Ik heb gesmokkeld met custard uit een pakje in plaats van zelf maken, en dat werkte net zo goed. 

Toen na heel lang, heel langzaam bakken de merengue schijven eindelijk hard waren, heb ik heel voorzichtig de taart samengesteld. Ik had niet meer de energie om ook nog een laag room over de buitenkant te doen, maar na wat versieren met resterende hazelnoot en nougatine, was het toch een charmante taart geworden. En erg lekker, dat is het belangrijkst. 

Erg lekker, maar wel ontzettend veel werk. Alleen voor hele speciale gelegenheden. 

zaterdag 9 mei 2026

Uitplanten

Het weer wordt steeds warmer en dat betekent dat alle planten die al weken braaf in mijn vensterbank groeien, naar buiten mogen. Ik was al een tijdlang pepertjes, courgette en pompoen aan het kweken in de vensterbank. En nu was het dan eindelijk zover. Het mocht de tuin in. 

Rabarber, chili en courgette. 

Hopelijk slaat het allemaal lekker aan, houden de slakken hun vraatzucht in bedwang en kan ik over een tijdje weer eindeloze hoeveelheden courgette oogsten. 

De Chilipepers oogst ik altijd als ze mooi rood zijn. En dan gaan ze een middagje de oven in, zodat ze mooi drogen. In een potje gaan ze dan de hele winter mee en gaan ze een voor een in het avondeten. Het past prima in soepen, stoofpotten, Oosters of Mexicaans eten. 


zondag 3 mei 2026

Blazing Saddles

Tijdens onze vakantie in Parijs hadden Sander en ik nog tijd om Blazing Saddles (1974) te kijken. deze film van Mel Brooks (Young Frankenstein) maakt korte metten met alle clichés rondom Western-films. Het was zo erg, dat het jaren heeft geduurd voor de Western als genre weer serieus genomen kon worden. 


Verder zien we nog Gene Wilder (Young Frankenstein), Cleavon Little, Madeline Kahn (Young Frankenstein) en Mel Brooks in verschillende kleine rollen. 


Spoilers

Het verhaal start met twee zwarte mannen (Little en McGregor), die werken aan een nieuwe spoorlijn. Ze verdrinken bijna in drijfzand, waardoor de spoorlijn moet worden verlegd. Dit zou betekenen dat de lijn komt te lopen langs het dorpje Rock Ridge. Dat zou de bewoners van dat dorpje erg rijk kunnen maken, en daarmee is het duur ze uit te kopen. 
Lokale politicus Hedley (niet Hedy) Lamarr (Korman) wil de bewoners van Rock Ridge niet uitkopen. Hij denkt dat het makkelijker is om ze te verjagen. Eerst laat hij bandieten de lokale sherrif doden. Dat is niet voldoende, de dorpelingen eisen een nieuwe sherrif. Dan wil Lamarr ze confronteren met het ergste dat er is, een zwarte Sherrif! Hij krijgt de gouveneur van de staat Petomane (Brooks) zover om gevangene Bart (die na zijn avonturen met drijfzand in de gevangenis belandde) aan te wijzen als Sherrif. 
Sherrif Bart vindt zijn weg naar Rock Ridge, maar de lokale bewoners (die allemaal Johnson heten), zitten niet te wachten op een zwarte Sherrif en ze staan op het punt om hem neer te schieten. Bart neemt zichzelf in gijzeling en weet te vluchten naar het kantoor van de Sherrif. Aangezien de lokale bevolking echt heel dom is, lukt dit. 

In het lokale kantoor ligt Jim (Wilder) in een cel zijn roes uit te slapen. Hij was ooit een goede schutter, maar is aan lager wal geraakt. Hij en Bart worden dikke vrienden en hij leert Bart hoe hij zich staande kan houden in het kleine dorpje. Hedley laat het er niet bij zitten en stuurt steeds nieuwe problemen naar Rock Ridge om Bart onderuit te halen, eerst sterke bruut Mongo (Karras) en later verleidster Lilly van Schtup (Kahn). Maar Bart weet overal weerstand aan te bieden. 

Wanneer Bart en Jim uitvogelen dat alle problemen te maken hebben met de spoorlijn, wordt duidelijk hoever de samenzwering van Hedley eigenlijk gaat. Hedley besluit nu alles uit de kast te halen om heel Rock Ridge van de kaart te vegen. Daarvoor verzameld hij alle tuig dat hij kan vinden: Criminelen, Mototbendes, Kamelenrijders, Ku Klux Klan leden en Nazi-soldaten uit WOII. Maar Bart en Jim zitten ook niet stil, zij maken een kopie van Rock Ridge en lokken daar het legertje van Hedley heen, wat leidt tot een gevecht. 

Het gevecht tussen de inwoners van Rock Ridge en de spoorlijnarbeiders aan de ene kant en het legertje van Hedley aan de andere kant loopt steeds verder uit de hand en uiteindelijk rollen ze de set af en belanden op de set van een musical The French Mistake, waar ze slaags raken met de dansers van die film. Hedley Lamarr verstopt zich in een bioscoop waar Blazing Saddles draait, en daar ziet hij dat Bart hem op het spoor is, buiten de bioscoop. Buiten komt het tot een laatste confrontatie. 

Uiteindelijk wil Bart Rock Ridge verlaten, omdat de dorpelingen nu zonder hem verder kunnen. Maar de dorpelingen hebben door dat dat onzin is. Bart wil vertrekken omdat hij zich verveelt. Samen met Jim rijdt hij de zonsondergang tegemoet, tot hij kan overstappen in een comfortabele auto. 


Conclusie

Ik ben meestal geen fan van Mel Brooks films, de humor doet het gewoon niet voor mij. Maar in dit geval vond ik het een erg leuke film. 
Little en Wilder zijn enorm goed op elkaar ingespeeld als vrienden. Jim leert Bart hoe hij zich moet handhaven in Rock Ridge en Bart leert Jim om weer een beetje te leven na zijn persoonlijke crisis. 
Verder is deze film ook een enorme aanklacht tegen racisme in al zijn vormen en in het bijzonder in de Western en daarmee in het hart van de Amerikaans cultuur. Het begint al met de witte eigenaren van de spoorlijn, die de medewerkers van verschillende afkomsten uitbuiten, minachten en misbruiken, terwijl zij juist degenen zijn die het moderne Amerika aan het opbouwen zijn. De eenvoudige boertjes van Rock Ridge zijn geen haar beter, zij willen alleen bescherming van een sherrif die wit is. 
Ik zag enorme parallellen met een andere anti-racisme film, Django Unchained, waar ook een zwarte man onder de vleugels van een (oudere, wijzere) witte man wordt genomen en racisten niet alleen worden neergezet als heen slecht, maar ook heel, heel, heel dom. Maar waar Tarantino geweld gebruikte om zijn boodschap over te brengen, gebruikte Mel Brooks humor om het racisme aan de kaak te stellen. 
Verder wil de film ook nog een hoop zeggen over het genre van de Western. Alles aan de Westerns is fake! Alles! Het verhaal en de pseudo-geschiedenis waar de westerns op gebaseerd zijn, zijn niet echt of zijn ernstig gekleurd. De cowboys waren geen dappere mannen, er waren gekleurde immigranten in het wilde westen. En het leven in het wilde westen was waarschijnlijk ook niet zo heteroseksueel als we (tot aan Brokeback Mountain in elk geval) wilden geloven. 
Deze film is zeer de moeite waard.     


woensdag 29 april 2026

Vakantie in Parijs (Alweer)

Het was weer tijd voor ons jaarlijks weekeinde weg (zonder de kinderen). Vorig jaar zijn we naar Parijs gegaan en dat vonden we toen voor een herhaling vatbaar, zeker omdat we vorig jaar niet alles konden doen wat we wilden. Dus we boekten hetzelfde hotel als de vorige keer en op een mooie vrijdagmorgen vertrokken we. De oudste kinderen kunnen tegenwoordig alleen thuisblijven en de jongste werd opgehaald door Opa en Oma. Dus zonder zorgen stapten wij in de morgen in de auto en reden zonder problemen naar Parijs. 

Vrijdag

We kwamen nog vrij vroeg aan en voelden ons erg fris en fruitig, we besloten met de metro naar de binnenstad te gaan en wat rond te wandelen in eens stuk Parijs aan de zuidkant van de Seine. Daar waren een paar winkels die Sander wilde bezoeken en aangezien het weer prachtig was, maakt het mij niet uit waar we wandelden. 
We nog een leuk boek kunnen kopen en wandelden langs de mooie Seine in een heerlijk zonnetje.

Institut de France

Zaterdag

Zaterdag was onze eerste volledige dag in Parijs en die zat ook meteen bomvol. Eerst gingen we naar Musee de Cluny, over de Middeleeuwen in Frankrijk. Daar was een zeer interessante tentoonstelling over Eenhoorns door de eeuwen heen, dus die moesten we zien, natuurlijk.

Eenhoorn doodt een draak

De Eenhoorn is al eeuwenlang een fantastisch beest dat tot de verbeelding spreekt. In verschillende tijden en verschillende culturen wordt dit wonderbaarlijke dier beschreven en worden er allerlei verschillende, magische eigenschappen aan toegedicht. 

De Eenhoorn werd al in de Bijbel genoemd en daarom werd er veel nagedacht over het bestaan van deze beesten.Als ze in de Bijbel staan, waren ze dan ook in het Paradijs? Waren ze aan boord van de Ark van Noach? In de loop der tijden veranderde ook de kijk op Eenhoorns. Eerst waren ze zeer woeste dieren, die in de diepste wouden leefden, alleen benaderbaar door Wilde Mensen, die net zo ver van de beschaving stonden als de Eenhoorns zelf. Later werd er een mooi meisje toegevoegd aan de verhalen. Alleen een mooie jonge maagd kon een Eenhoorn temmen.
Met hun witte vacht en wilde natuur waren Eenhoorns ook een symbool van onschuld en zuiverheid. Ze konden gif neutraliseren met hun hoorn, wat leidde tot een handel in Narwal hoorns, die konden doorgaan voor de hoorn van een Eenhoorn. En daarmee werden Eenhoorns ook een symbool voor apothekers. 

Het is prachtig en groot.

En de basis voor deze tentoonstelling zijn natuurlijk de Tapijten van de Dame en de Eenhoorn. Deze serie van zes enorme wandkleden zijn gemaakt voor de familie Le Viste en zijn enorm! Ze bedekken echt hele wanden en hangen ook in Musee de Cluny. Op de Tapijten staan steeds een Eenhoorn en een Leeuw en een dame en haar bediende die iets doen. De achtergrond is felrood en heeft een Millefleur patroon. Ik kon mijn handwerk-hart daar wel even ophalen. 

Later in de middag gingen we nog naar de Catacomben van Parijs. Diep onder de grond, in gangen van oude steengroeves zijn op een gegeven moment de botten van de verschillende Parijse begraafplaatsen opnieuw begraven. En dat was hard nodig, want de begraafplaatsen stroomden over. We konden door lange, koele gangen lopen, waar de knekels en schedels ons van alle kanten aanstaarden. Dat was wel een ontnuchterende ervaring. 
 
Plan
De Catacomben zijn behoorlijk diep onder de grond, zelfs nog onder het uigebreide metro - netwerk. Toen ik door de gangen liep probeerde ik dan ook maar niet te denken aan de hoeveelheden steen en zand boven mij. 

De schedels en andere botjes

We deden een relatief korte tour door de Catacomben, van ongeveer anderhalve kilometer. Maar we zagen eindeloos veel schedels en botten. En af en toe kon je zien hoe diep de botten gestapeld waren, zeker twee meter, allemaal botten van dode Parijzenaars. 

Zondag

Zondag hebben we besteed aan het Louvre. Vorig jaar wilden we daar ook heen, maar waren we ernstig geïntimideerd door de lange rijen. Dit jaar hadden we gereserveerd, wat hielp met de rijen. Maar tjemig wat was het druk. 

Zicht op Nijmegen (Jan van Goyen)

Als je dan in het buitenland bent, is het altijd leuk om aan thuis herinnerd te worden!

We hebben de hele dag door de gangen gedwaald en ontzettend veel gezien. Er hangen daar prachtige schilderijen van allerlei Hollandse meesters, zoals Frans Hals, Vermeer en Rembrandt. En die hebben we allemaal gezien. Maar ook allerlei schilderijen van andere schilders. En de beroemdste is natuurlijk de Mona Lisa, die we ook hebben gezien. 

Mona Lisa

Dit beroemde schilderij hoeft natuurlijk geen introductie. Nu alleen nog uitkijken dat ik niet voor eeuwig mijn naam hieraan verbindt

Pandemonium van John Martin

Dit schilderij van John Martin maakte veel veel indruk op me. Satan verzameld zijn legers in de hel. Als je heel goed kijkt, zie je links op het schilderij eindeloze kleine duiveltjes staan, klaar om strijd te leveren. Het leek op de eindeloze legers van klonen die de Empire verzamelde in de verschillende Star Trek films.
Er zijn ook gangen vol met oudheidkundige schatten uit Egypte, Griekenland, Rome en Perzië. Ook daar hebben we onze ogen uitgekeken. Ik ben in het British Museum geweest en ook in het Rijksmuseum voor Oudheden. En daar heb ik verschillende dingen uit de Antieke tijd gezien, maar het Louvre had toch ook een imposante collectie, die prachtig uitgestald was. Ook daar hebben we lange tijd rondgedwaald.    

Venus van Milo

We konden ook nog kijken naar hoogstandjes uit de Romeinse kunst, zoals de Venus van Milo. Dit standbeeld was nog groter dan ik dacht en erg indrukwekkend. 

Na afloop van een hele dag tussen kunst doorlopen, en dat dan in een overdadig Paleis, dat een kunstwerk op zich is, en tussen alle mensen, was ik wel aardig uitgeput. De rest van de dag was niet lang en we deden niet veel meer. 

Maandag

Maandag was alweer onze laatste dag in Parijs. We zijn naar de Notre Dame de Paris gegaan. Vorig jaar wilden we dat ook, maar toen was net de Paus overleden en de Kathedraal gesloten voor toeristen. Maar dit keer konden we wel naar binnen. En de Notre Dame is ook erg indrukwekkend (en druk!). 


We wandelden door de Cathedraal, die natuurlijk een paar jaar geleden nog in brand stond. En hij was prachtig. Er zijn twee enorme, ronde glas in lood ramen en vele kleinere. In de verschillende kleine kapellen is nog allerlei kunst te zien. 

En toen was het alweer tijd om naar huis te gaan. Eerst haalden we nog even onze dochter op bij Opa en Oma en toen konden we weer slapen in ons eigen bedje. 

vrijdag 17 april 2026

Don't Look Now

Onlangs kon ik de klassieker Don't Look Now (1973) van  Nicholas Roeg zien. In deze film zien we ook nog Donald Sutherland (Invasion of the Body Snatchers, The Eagle Has Landed), Julie Christie en 
Hillary Mason (The Legend of King Arthur, The Six Wives of Henry VIII). 



De film is gebaseerd op een kort verhaal van Daphne Du Maurier, waarvan de verhalen wel vaker verfilmd zijn (Rebecca, My Cousin Rachel). Daphne Du Maurier schreef verhalen met een psychologische horror - inslag. Dus ik bereidde me voor op een mild horrorverhaal. 

Spoilers

De film is uit 1973, maar ik had hem ook nog nooit gezien, dus let op. 

John (Sutherland) en Laura Baxter (Christie) wonen met hun twee kinderen in een mooi landhuis. Op een morgen zijn John en Laura aan het werk, terwijl de kinderen buitenspelen. Dochter Christine raakt te water en verdrinkt, terwijl een wanhopige John haar probeert te reanimeren. 

Enige tijd later zijn John en Laura in Venetië, waar John werkt aan de restauratie van een oude kerk. Het verlies van hun kind drukt nog steeds zwaar op hen. En de sfeer in Venetië is ook niet best, het vakantie-seizoen is voorbij en alle toeristen zijn weg. Bovendien waart er een moordenaar rond en er worden verschillende keren dode lichamen uit het water gevist. 
Laura probeert haar verdriet te boven te komen en maakt kennis met twee zussen Heather (Mason) en Wendy (Matania). Heather is blind, maar heeft ook visioenen. Zij zegt dat Christine nog altijd bij John en Laura is, en dat zij hen probeert te waarschuwen voor gevaar. John gelooft hier niets van en denkt dat de vrouwen oplichters zijn, maar Laura put veel troost uit de woorden van Heather. 
Laura wil gehoor geven aan de boodschap van Heather (en Christine) en Venentië verlaten, maar John zit net in een cruciaal stuk van zijn werk en wil niet weg. Bovendien gelooft hij niet in bovennatuurlijk geklets. 

Dan komt er een telefoontje van de kostschool van hun andere kind, John Jr. (ik was hem ook al bijna vergeten), die heeft een ongeluk gehad op school en is gewond geraakt. Laura neemt meteen het eerste vliegtuig terug naar Engeland en John zwaait haar uit. John gaat verder met zijn werk in de kerk en heeft bijna een fataal arbeidsongeval, wanneer de steiger waar hij opstaat ineens instort. Was dit dan de waarschuwing van de blinde zieneres?
later die dag ziet John ineens zijn vrouw op een boot, in rouwkleding, samen met de twee zusters, ook in het zwart. Hij is verbijsterd, zijn vrouw moet in Engeland zijn! En wat doet zij met die twee vervelende oplichtersters? Hij probeert haar aandacht te trekken, maar dat lukt niet. Dan gaat hij alle plekken af waar zijn vrouw en de zusters kunnen zijn. Daarbij ziet hij hij een kind rondrennen in hetzelfde rode jasje dat Christine ook droeg op de dag dat zij verdronk. Hij vindt geen spoor van zijn vrouw of de zusters en doet uiteindelijk aangifte van vermissing. 

Wanneer John belt met de school van zijn zoon (rijkelijk laat naar mijn idee), is hij verbijsterd wanneer zijn vrouw daar gewoon blijkt te zijn (zoals het plan was). Wie zag hij dan in de begrafenis - boot? Laura keert terug naar Venetië, maar zij en John lopen elkaar steeds mis. John ziet weer het kind in de rode jas en volgt het kind dit keer. Maar het is geen kind, het is de moordenaar, die al een tijd lang Venetië onveilig maakt. 

Conclusie

Ik vond dit een beetje een warrige film. Sutherland en Christie zijn heel goed als rouwend koppel dat de dood van hun kind niet te boven lijkt te kunnen komen, zelfs niet terwijl ze allebei eigenlijk heel aardig zijn en veel van elkaar houden.
Maar verder wil de film te veel. Een rouwend koppel is al spannend genoeg. Maar daar moet nog een helderziende blinde vrouw bij, en een seriemoordenaar. En heel veel Italiaans. En een hele lange, uitgebreide seksscene (Het blijven de jaren '70). Maak een keuze zou ik zeggen. 
Verder was de regisseur duidelijk gek op symboliek. Ten eerste de kleur rood. Christine draagt rood wanneer ze sterft, en verder is de film vrij flets van kleur. Iedere keer als er iets roods in beeld komt, valt dat meteen enorm op. Ook afbeeldingen en reflecties komen veel terug. Mensen worden gereflecteerd in water, in spiegels, in ramen. Ook worden er steeds maar tekeningen en andere afbeeldingen van mensen getoond. Op een gegeven moment is niet meer duidelijk of je nou naar een echte persoon of een reflectie kijkt. 
Tot slot werd er ook veel gespeeld met de tijd. Soms liepen herinneringen en het heden door elkaar. En zelfs de toekomst werd getoond, wanneer mensen visioenen hadden. Dat maakte de film voor de kijker alleen maar verwarrender. 

Prima acteurs, maar deze film stond mij iets te bol van symboliek. 

zondag 12 april 2026

Pepertjes

De lente is nog maar nauwelijks begonnen en ik ben alweer druk bezig voor een nieuw tuinseizoen. In verschillende bakjes staan alweer nieuwe plantjes voorzichtig te groeien, zodat ze straks zonder problemen de volle grond in kunnen. 




Na afloop van  beurzen komt mijn echtgenoot altijd aanzetten met zaadjes voor chili-pepertjes en dit keer zijn ze behoorlijk mooi opgekomen. Eerst heb ik ze laten groeien in het bijgeleverde potje, maar dat was al snel te klein en nu staan er verschillende chili-pepertjes in hun eigen potjes, te wachten tot ze na IJsheiligen de grond in mogen. De meeste dagen staan ze in mijn vensterbank, maar op warme dagen mogen ze al even naar buiten. 

In de moestuin ben ik inmiddels ook al druk. Mest heb ik een tijdje geleden al verspreid. Maar nu moet ik heel erg veel onkruid wieden. En dat is altijd een zware klus. Het blijft maar terugkomen. De rabarber is inmiddels verplaatst naar een zonniger plekje en slaat daar alweer aardig aan. Hopelijk kan ik daar dit jaar nog een paar keer van oogsten. En de tuinbonen zitten inmiddels ook al in de grond. Nog even en ik kan weer oogsten.

 

zondag 5 april 2026

Call of Cthulhu XXVII - Comte Fenalik

De soldaten komen weer bijeen. De spanning in Parijs stijgt steeds verder.

Emile Rouzet
Jacob de Rothschild
Marc de Guesclin
Nicholas D'Arcy
Antoine D'Eclaire

De nacht van 2 op 3 juni 1789, Parijs

Op bevel van hun Kapitein begeven de soldaten zich naar de Rue de la Harpe, waar een moord gepleegd zou zijn. Onderweg daarheen, passeren de soldaten een bakkerij, waar een oploopje is ontstaan. Korporal Jacob de Rothschild vindt dat hij in moet grijpen en hij spreekt de woedende burgers aan. Het blijkt dat het meel op is en dat de bakker die dag geen brood zal verkopen aan de burgers aan wie hij normaal verkoopt. Korporaal Jacob zegt de burgers weer vreedzaam weg te gaan, terwijl de soldaten allemaal hun bayonetten op hun geweren zetten. De burgers zijn dan wel boos, maar nog niet zo boos. Zij vertrekken weer. 

Bij de Rue de la Harpe zijn verschillende stadswachten bezig om omstanders weg te houden bij de benedenverdieping van een appartementencomplex. Op een trapje zit een oudere vrouw, met een wit gezicht haar tranen weg te vegen. De benedenverdieping is een werkplaats en daarin huist de drukkerij van Raymond en zijn familie. 
Antoine D'Eclaire en Jacob de Rothschild gaan de werkplaats in en daar treffen zij een gruwelijke horrorscene aan. De werkplaats lijkt zo normaal, met een aantal werkbanken om de te drukken pagina's op te ontwerpen en daarachter twee grote drukpersen. Maar er hangen vier lichamen ondersteboven van de dakbalk, tussen de werkbanken. Het is Reynaud, zijn vrouw Jeanette en hun twee zoons Renard en Thomas. Ze zijn opgehangen en geslacht als varkens! Hun kelen zijn doorgesneden en iemand heeft het bloed opgevangen in emmers, er staan drie lege emmers met restjes bloed in een hoekje! 
Maar de horror wordt nog gruwelijker, er liggen ook stapels pamfletten met de opruiende tekst van "Wat is de derde stand?" Het bloed is gebruikt om er een tekst overheen te drukken. In dikke letters staat er "Ken je plaats!" overheen gedrukt.

Antoine kijkt nog eens goed rond naar de bloedsporen en de moddervoeten, die door de werkplaats hebben gelopen. Verbijsterend genoeg ziet hij alleen maar de sporen van 1 dader. Één man is hier binnengekomen, heeft vier volwassenen gedood, aan hun voeten opgehangen aan de dakbalk, hun kelen doorgesneden, hun bloed verzameld en toen de tijd genomen om een hoop pamfletten te herdrukken. Deze man moet bijzonder sterk en krankzinnig zijn. 
Jacob hoort gepiep en hij kijkt om zich heen. Bij de deur ligt ook de waakhond van de familie, ook gedood. En onder een kast zit een kleine pup, wit met een zwart oor. Hij neemt de puppy met zich mee. 

Buiten doen Marc, Nicholas en Emile ook onderzoek. Zij spreken de vrouw die zit te huilen op een trapje. Zij is Madame Bossat en is de eigenaresse van het complex. Zij verhuurde de beneden verdieping aan Raymond en zijn familie, voor hun drukkerij bedrijf. 
Gisteravond kwam er een koets de straat in gedenderd, en die stopte voor de deur. Een Aristo bonkte toen op haar deur, op zoek naar Raymond. Zij wees hem naar de werkplaats. De Aristo zei haar toen om naar binnen te gaan en de deur dicht te doen, en niet naar buiten te komen, wat er ook gebeurde. En toen kwam er zulk geschreeuw en gebonk uit de werkplaats. En nu! Nu is iedereen dood en het is haar schuld. 
Mme. Bossat kan niet veel meer vertellen. De koets was een witte koets. En toen de man uitstapte, hing er een slappe arm van een jonge vrouw uit de koets. Zou hij nog een slachtoffer hebben gemaakt die nacht? 
Het wordt Marc, Nicholas en Emile koud om het hart. Ook zij zijn eerder deze avond bijna van hun sokken gereden door een Aristo in een witte koets, die een jongedame bij zich had. Was hij op weg naar deze moord-locatie?
Wanneer de soldaten om zich heen kijken, zien zij de sporen in de modder, waar de koets de straat in kwam rijden. In de modder zien zij ook een witte dameszakdoek liggen. Damast, van een rijke dame dus. De initialen zijn M.A. De soldaten vragen zich af van wie de zakdoek kan zijn. 

Eindelijk komt Kapitein Malon ook aan. Hij vraagt Korporaal Jacob de Rothschild om te rapporten. Jacob brengt verslag uit van al zijn zorgen. De omstanders horen dat een Aristo de moord misschien begaan heeft. En de sfeer slaat meteen om. De gezichten worden boos en grimmig, die verdomde Aristo's ook altijd. Kapitein Malon geeft Korporaal Jacob de Rothschild om naar Versailles te gaan. Daar moet hij een formeel rapport indienen en kunnen ze de Aristo waarschijnlijk meteen arresteren. Verder moeten zij deze zaak nu laten rusten, op straffe van straf. 

3 juni, Parijs

Marc laat het er niet bij zitten. Hij blijft met Mme Bossat in gesprek en maakt een schets van de man die zij gezien heeft. 
Nicholas D'Arcy gaat met Antoine en Jacob naar een koetsenmaker en begint vragen te stellen over een witte koets. De voorman van de koetsenwerkplaats wil niet praten met Nicholas. Hij houdt een kletsverhaaltje dat hij dat allemaal niet kan bijhouden. Maar Nicholas heeft door dat er tegen hem gelogen wordt (Psychology succes). 
Jacob laat dat niet op zich zitten en zegt de koetsenmaker dat de eigenaar van de witte Koets nu misschien niet hier is, maar hij wel. En er wordt weer met Bayonetten gemorreld. De man fluisters, wit van doodsangst, dat de witte koets van Comte Fenalik is. Die naam zegt de soldaten niets. Maar de voorman werkt nu de soldaten naar buiten en wanneer ze weer op straat staan, worden de deuren van de werkplaats met een klap dichtgegooid. Comte Fenalik heeft mensen enorm in zijn greep!
Nicholas zoekt nog in de archieven van de Garde of er de laatste tijd meer moorden zijn gepleegd. Maar hij kan niets vinden (Library Use).  

4 juni, op weg naar Versailles

 De soldaten hebben paarden geregeld en vertrekken in de morgen van 4 juni van Parijs naar Versailles. In dit hof buiten Parijs verzamelt alle adel zich, om zich te warmen in de stralen van de Koning. Onderweg kan Jacob de Rothschild zijn  ondergeschikten ook vertellen over Comte Fenalik, deze man is waarschijnlijk de grootste hoerenoper van Frankrijk, en dat wil wat zeggen! Er gaan veel geruchten over hem rond, en niets goeds! Hij is van adel, maar gelukkig geen hoge adel. 
Wanneer de soldaten Parijs verlaten, zien zij hoe moeilijk iedereen het heeft. Bij de muren van Parijs wordt belasting geheven op iedereen die in Parijs iets wil verkopen. Er staan lange rijen met mensen met hun producten, die moeten betalen om Parijs binnen te mogen. En buiten de muren van Parijs zijn alle taveernes, waar alcohol verkocht kan worden, omdat binnen de muren de belastingen op wijn te hoog zijn. 

Versailles



De soldaten gaan verder naar Versailles en het contrast met Parijs kan niet groter zijn. Onder een lentezonnetje strekken de eindeloze tuinen van Versailles zicht uit. Buxushaagjes zijn perfect in vorm geknipt, het gras is overal even kort geknipt. Tuinmannen lopen af en aan om alles te onderhouden, bedienden lopen rond met dienbladen met eten en drinken, terwijl mooie dames en heren over de paden wandelen. In de verte horen de soldaten een orkestje. 

Langs een oprijlaan staan verschillende koetsen geparkeerd, Antoine ziet meteen een witte koets met rode versieringen, die hem twee nachten geleden bijna van de sokken reed. Nicholas ogen worden getrokken door een mooie jongedame, die aan de arm van haar vader loopt, ze heeft korte, blonde krullen en kijkt vol bewondering naar de soldaten in hun knappe uniformen, het is Madamoiselle Melodie Benoît. Maar Nicholas weet met zijn begroeting geen indruk te maken. 
Antoine en Jacob willen de koets verder onderzoeken, maar de koetsier probeert daar een stokje voor te steken. Hij grijpt dreigend naar zijn zweep, om de soldaten een lesje te leren. Jacob is niet onder de indruk: "Sommige mensen vinden zweepjes leuk. Maar niemand vindt leuk wat wij kunnen doen!" (Intimidate hard succes) Ondertussen klikken Antoine, Emile en Marc weer de bayonetten op hun geweren! De koetsier bindt in en de soldaten nemen een kijkje in de koets, waar zij verder niets bijzonders vinden. 

Jacob gaat het paleis binnen en gaat opzoek naar een klerk die hem naar Kapitein Malon kan wijzen. Marc maakt nog van de gelegenheid gebruik om in de papieren te snuffelen om te zien wie van de garde momenteel dienst heeft in Versailles. 
Jacob rapporteert aan Kapitein Malon en aan Lucien Rigault, de hofarts van de Koning. Lucien Rigault is tevreden om te horen dat hij nu eindelijk een middel in handen heeft om zijn rivaal aan het hof uit te schakelen. Maar wanneer Kapitein Malon een bevel aan Jacob wil geven, galmt er een ijselijk gegil door het paleis, dat alleen maar erger wordt. De Soldaten zijn bang dat er iets gruwelijks gaande is, en ze stormen de gang weer op. Daar horen zij al snel het nieuws, Louis de Dauphin, die al langer ziek was, is overleden. Het hele hof is in rep en roer. Vrouwen vallen flauw, mannen kijken bezorgd en het geschreeuw van de rouwende familie galmt door de gangen. 

Comte Fenalik


In deze chaos zien de soldaten ineens Comte Fendalik, die als een wolf door de makke schapen van de hofhouding loopt. Hij loopt recht op de soldaten af en heeft een afgrijselijke grijns op zijn gezicht. Het lukt alleen Marc de Guesclin om zijn blik vast te houden (Opposed POW check). Comte Fenalik spreekt Jacob aan. Jacob is onder de indruk van de roofdierachtige aura van de Comte, maar herpakt zich snel. Hij zegt dat hij een groot bewonderaar is van het werk van de Comte. De Comte negeert dat en zegt dat hij zich afvraagt of het werk van Lucien Rigault met de botten van de doden en de catacomben, misschien heeft gezorgd voor de ziekte van de Dauphin, dat zou toch jammer zijn... En dan vertrekt hij weer, terwijl de leden van de hofhouding van Versailles voor hem uit de weg stroomt. 

De Koning en de Koningin  vertrekken onmiddellijk naar Parijs, om bij hun zoon te zijn en een begrafenis voor te bereiden. En daarmee stroomt bijna geheel Versailles leeg. Iedereen die een koets naar Parijs kan regelen, vertrekt zo snel hij kan. De Soldaten krijgen een nieuwe opdracht van een vermoeide Kapitein Malon. Nu zal hij niet meer prive de Koning en de Koningin kunnen spreken over de verdenkingen tegen Comte Fenalik. Ze zullen nu echt met hard bewijs moeten komen. De Soldaten moeten naar Poissy, waar Fenalik een landgoed heeft. Daar moeten zij bewijs verzamelen dat hij misdaden pleegt. 

Wanneer de soldaten weer buiten staan, zien zij een voor een de koetsen vertrekken. Marc ziet Madame de Brienne kletsen met Melodie Benoît. Hij weet hoe eenzaam het leven van getrouwde vrouwen kan zijn. Hij grijpt zijn kans om een afspraakje te regelen voor hemzelf en Nicholas met Mme. de Brienne en Melodie. 
Ondertussen realiseren Antoine en Emile zich dat zij Melodie eerder hebben gezien, in een droom. Ook de pup was in die droom uitgegroeid tot een grote hond. Waar hebben ze precies van gedroomd? Was het de toekomst? Wat zal hen te wachten staan?

5 juni, naar Poissy

De Soldaten hebben de tijd genomen om terug te gaan naar Parijs en meer soldaten te verzamelen, samen met flink wat wapens. Wanneer zij Comte Fenalik in zijn eigen landhuis willen benaderen, willen ze goed beslagen ten ijs komen. 
De reis naar Poissy is niet lang, en gaat langs een bekende route. Toch krijgen de soldaten een ongemakkelijk gevoeld. Ondanks dat het late lente is, zijn de schaduwen wel erg koud en donker op de weg naar Poissy. De medereizigers die zij tegenkomen zijn ook allemaal schichtig en bangig. Eenmaal in Poissy aangekomen, is de situatie alleen maar vreemder. Aan het einde van de middag roepen moeders hun kinderen binnen. Met het vallen van de avond gaan ook alle deuren en luiken dicht. Zelfs van de lokale Auberge zijn de deuren dicht. Maar na wat bonken, doet de herbergier toch open. Hij laat de soldaten binnen en zorgt dat zij allemaal een tafel en een maaltijd krijgen. 
Jacob en Marc proberen de herbergier aan het praten te krijgen, over Comte Fenalik (Psychology hard succes), maar de man wil niets loslaten over de lokale Comte. Wanneer Emile ook nog een duit in het zakje doet, vlucht de man zijn keuken in en komt de rest van de avond niet meer tevoorschijn. De soldaten vinden het maar een vreemde zaak. Ze besluiten om de volgende dag, bij daglicht naar het landgoed van de Comte te gaan.  

dinsdag 31 maart 2026

Season of the Witch

Een tijdje geleden heb ik weer een goedkope film op de kop getikt, Season of the Witch (2011) van Dominic Sena. In de belangrijkste rollen zien we Nicolas Cage (The Color out of Space, Renfield), Ron Perlman (Alien: Resurrection, Nightmare Alley) en Claire Foy (The Electrical Life of Louis Wain). Verder zien we ook nog heel even Christopher Lee (Curse of the Crimson Altar, The Gorgon) voorbij komen. 


Spoilers

De film begint met het ophangen en daarna verdrinken van drie vrouwen, omdat zij heksen zouden zijn. Een priester leest voor uit een van de versies van de Sleutel van Salomon, om ervoor te zorgen dat zij niet zullen herrijzen. Maar hij is te laat en een van de heksen herrijst toch, en doodt hem. 

Dan gaan we door naar het Midden Oosten, waar kruisvaarders strijd leveren in een van de eindeloze kruistochten aldaar. Kruisvaarders Behmen (Cage) en Felson (Perlman) geloven niet zo diep meer in de wil van God, maar Kruisvaarder zijn, is iets waarze goed in zijn. Totdat bij de inname van Smyrna er wel erg veel onschuldige burgerslachtoffers moeten worden gedood. Behmen en Felson besluiten te deserteren en terug naar huis te gaan, in Oostenrijk. 

Wanneer Behmen en Felson door de Alpen trekken, zien zij dat de pest gruwelijk om zich heen grijpt. Overal gaan mensen dood. Dan worden zij in een dorpje herkend als gedeserteerde kruisvaarders. Ze worden prompt gearresteerd en naar een lokale Kardinaal gebracht (Lee). Ook deze is stervende aan de pest. Maar hij heeft een meisje (Foy) in zijn kerkers. Zij is een heks en een bron van de pest. Zij moet haar gerechte straf ondergaan in het klooster van Savarac. En als Behmen en Felson haar kunnen brengen, zullen zij ook vergeven worden voor hun desertie. 

Samen met priester Debelzaq (Campbell Moore), gids Hagamar (Graham) en soldaat Johan (Thomsen) en altaarjongen Kay (Sheehan) gaat de groep op weg met de heks. Onderweg lijkt de heks niet meer te zijn dan een wat ongelukkig meisje, dat op het verkeerde moment op de verkeerde plek was. Aan de andere kant lijkt ze ook een connectie te hebben met de wolven die de groep steeds lastig vallen. 

Eenmaal aangekomen bij het klooster van Severac blijkt dat alle monniken dood zijn! Ook zij zijn gevallen door de pest. Wanneer Debelzaq dan zelf maar besluit om de heks met een ritueel uit te schakelen, blijkt dat het ritueel niet werkt. Het meisje is helemaal geen heks, maar juist een slachtoffer van demonische bezetenheid! In een afschuwelijke strijd probeert iedereen deze demon uit te schakelen, anders zou de wereld wel eens kunnen vergaan als gevolg van de demonische invloed!

Conclusie

Dit is echt geen beste film. Het wil een soort moderne The Seventh Seal zijn, met gedesillusioneerde kruisridders die terug naar huis willen en dat steeds maar niet kunnen. En steeds maar weer geconfronteerd worden met ziekte, dood en corrupte mensen. Maar het verhaal en de acteurs zijn gewoon minder goed. 
De enige spookachtige scene was dan nog het moment wanneer iedereen uitgeput het klooster van Savarac binnenloopt, hopend op een einde van hun reis, en zich realiseren dat alle monniken in het klooster zijn gestorven aan de pest, terwijl zij aan het werk waren. 
Een moderne film, die keurig past in het rijtje The Devil Rides Out, To the Devil a Daughter en The Monk. Niet heel best, wel amusant. 

maandag 30 maart 2026

Cyrano

Jaren geleden zag ik eens de film Cyrano de Bergerac, die mijn meisjeshart sneller deed kloppen. En vorig jaar zag ik met Sander een opvoering van Guards Guards! van het English Theater Utrecht. Dus toen ik een tijdje geleden zag dat ze een opvoering van Cyrano zouden geven, heb ik daar natuurlijk mijn man (en vriend D) heen gesleept. 

De poster

Het verhaal is inmiddels wel bekend. Cyrano de Bergerac is een Fransman met een enorme neus. Iedereen wil hem daarmee pesten, maar hij is zo een goed zwaardvechter, dat na verloop van tijd niemand dat meer durft. En Cyrano lijkt het allemaal wel voor elkaar te hebben, maar in stilte is hij verliefd op zijn nicht Roxane. Dat kan hij haar natuurlijk nooit vertellen, want een mooi meiske als Roxane zou nooit een affaire beginnen met een lelijke man als hij. Eigenlijk is al zijn branie niets meer dan een manier om zijn intense onzekerheid te verhullen. 
Dan wordt Roxane verliefd op Christian, een collega in de legereenheid van Cyrano. En zij vraagt haar beste neef om een oogje op haar geliefde te houden, op het gevaarlijk slagveld. En dan vraagt Christian aan Cyrano om tips om een intelligente vrouw als Roxane te versieren. Er ontstaat een ingewikkelde driehoeksverhouding, die natuurlijk alleen maar in tranen kan eindigen. 

Net als Guards Guards! brachten de spelers van ETU het verhaal weer leuk tot leven. Iedereen kreeg even de kans om te schitteren in dit toneelstuk.

zondag 29 maart 2026

Wuthering Heights

Wuthering Heights (2026) is weer verfilmd en onlangs heb ik dat in de bioscoop kunnen zien. Deze film is van Emerald Fennel en heeft Margot Robbie (Barbie) en Jacob Elordi (Frankenstein) in de hoofdrollen.



Wuthering Heights is natuurlijk gebaseerd op het gelijknamige boek van Emily Brontë uit 1847. Het was haar enige boek en het is met recht een klassieker geworden. Het kan gezien worden als een voorbeeld van een Gotische horror roman. Het landschap speelt een grote rol in het verhaal en lijkt de emoties van de hoofdpersonen te verbeelden of duiden. Verder is iederen bijzonder geïsoleerd en zijn de onderlinge relaties totaal verziekt. 

Verder heb ik het boek lang geleden al eens gelezen, maar misschien verdient het een herlezing. 

Door naar de nieuwe film. 


Spoilers

Deze film is echt heet van de naald, dus let op

De film begint met een jonge Catherine Earnshaw (Mellington) en haar vriendinnetje/ oppas Nelly (Ngyuen) op Wuthering Heights. Haar vader, Mr. Earnshaw heeft een jongen (Cooper) mee naar huis genomen, als kameraadje voor zijn dochter. Ze noemen het kind Heathcliff, naar een overleden zoon. 

De kinderen groeien op en er ontstaat een zeer hechte vriendschap tussen Catherine (nu Robbie) en Heathcliff (nu Elordi). Een volwassen Nelly (Chau) ziet in dat deze vriendschap tussen een dame van adellijke afkomst en iemand die zo van de straten van Liverpool geplukt is, volstrekt ongepast is, maar niemand luistert naar haar. 
Dan komt Edgar Linton (Latif) met zijn pleegkind Isabella (Oliver) op het nabij gelegen Thrushcross Grange wonen. Edgar heeft veel geld verdiend in de moderne textielindustrie en laat het graag breed hangen. Catherine ziet via Edgar een manier om te ontsnappen aan het steeds verder vervallende Wuthering Heights en wil contact leggen met Edgar. Misschien zit er wel een huwelijk in!  
Wanneer Catherine eindelijk contact heeft kunnen leggen met Edgar, weet zij meteen ook een tijdje bij hem te blijven. En onder de beschavende invloed van Edgar en Isabella gaat Catherine zich beter kleden en gedragen en ziet zij er eindelijk uit als de dame van stand die zij is. Heathcliff vindt dat helemaal niets. 
Die avond wil Catherine Heathcliff bezoeken op de zolder van de schuur waar hij slaapt, maar net als zij hem wakker wil maken, besluiten twee bedienden om de schuur te gebruiken voor hun eigen seks-afspraakje. Catherine en Heathcliff zijn behoorlijk van de kaart hierdoor en het zet hun relatie ineens in een ander licht. De volgende dag probeert Heathcliff Catherine voor zichzelf te claimen, maar Catherine wijst hem af. Zij kiest duidelijk voor Edgar en zijn geld en status. En Heathcliff vertrekt.  

Catherine trouwt met Edgar en begint een nieuw leven, vol luxe op Thrushcross Grange. Ze is niet echt gelukkig, maar wel tevreden. En Edgar ziet niet dat hij alleen de oppervlakte van Catherine leert kennen. De jaren gaan voorbij en Catherine raakt eindelijk zwanger, waar Edgar heel blij mee is. En dan plotseling keert Heathcliff terug. Hij is nu rijk, kleedt zicht en spreekt als een heer van stand. Catherine denkt dat zij haar relatie met Heathcliff weer op kan pakken, maar Heathcliff is nog steeds diep gekwetst door Catherine's keuze voor Edgar. En hij is uit op wraak. 

Heathcliff probeert Isabella te verleiden. Maar Catherine weet dat nog net te voorkomen. Dan wurmt Heathcliff zich naar binnen bij Mr. Earnshaw op Wuthering Heights, die inmiddels helemaal is weggegleden in alcoholisme en armoede. Mr. Earnshaw sterft en tijdens de begrafenis pikken Heathcliff en Catherine hun relatie weer op. Maar als volwassenen wordt deze relatie meteen zeer seksueel van aard. Iedere kans die ze krijgen leidt tot seks. 
Deze affaire blijft niet lang geheim. Edgar verbiedt Catherine om Heathcliff ooit nog te zien. Heathcliff trouwt met Isabelle en begint een verknipte BDSM relatie met haar. De zwangerschap van Catherine is lang geleden al misgelopen, maar de miskraam was nooit volledig. En nu sterft Catherine. Heahtcliff probeert haar nog te bezoeken, maar ze is gestorven voor hij bij haar kan zijn. 

 Conclusie

Deze film ziet er overdonderend uit met prachtige beelden van het Yorkshire landschap en de overdaad van huize Linton. Iederen loopt rond in de mooiste kleren, door het meest woeste landschap. Maar dat is dan ook wel het beste dat ik kan zeggen van deze film. 
Veel belangrijke karakters zijn uit het verhaal gehaald, om het allemaal wat beter te kunnen begrijpen. Maar daarmee wordt het verhaal ook meteen oppervlakkiger. De kracht van het boek was juist dat iedereen kinderen krijgt, en dat het drama van Catherine en Heathcliff wordt uitgespeeld door een volgende generatie, die ook weer kampen met hun eigen problemen. 
Verder is de spanning tussen Heathcliff, Catherine en Edgar gereduceerd tot puur seksuele aantrekkingskracht en jaloezie. En het boek bleef dat ongenoemde subtext, maar hier zien we Heathcliff en Catherine steeds zeer risicovolle seks hebben op zeer ongepaste momenten en plaatsen. Dat doet toch een beetje af aan de op allerlei vlakken zeer verziekte relatie die die twee hadden in het boek. 
En tot slot kent het boek twee vertellers, die allebei ook nog hun eigen mening meegeven over de gebeurtenissen, waardoor het op een gegeven moment onduidelijk is hoe het nu precies zit met de relatie tussen Catherine en Heathcliff. 

Dus, kijk vooral voor de mooie plaatjes, maar je kan beter het boek lezen.  

zaterdag 21 maart 2026

Elric!

Via de winkel esSeF heb ik de hand kunnen leggen op een boek van Michael Moorcock, namelijk de verhalen van Elric. Ik wist de hand te leggen op een bundel verhalen van Fantasy Masterworks, die wel vaker mooie bundels (Conan!) uitgeven. 


Deze verhalen zijn geschreven in de jaren '60 en '70 en dat blijkt. De verhalen hebben niet al te veel diepgang en met name vrouwen hebben niet veel meer te doen dan rondhangen en mooi wezen. En als ze sterven is dat alleen maar om de (mannelijke!) held van het verhaal voldoende motivatie te geven om op avontuur te gaan. Ergens toch een beetje jammer. 

Maar Elric is een interessant karakter. Hij is duidelijk een reactie op de helden van voor de jaren '60 (Conan, Tarzan, John Carter). En hij is in ieder opzicht hun tegenpool. Hij is lichamelijk fragiel, maakt gebruik van duivelse (!) toverkrachten, moreel van laag allooi en hij voelt zich er slecht over. 
Conan is toch heel anders. Die is het toppunt van mannelijke, fysieke kracht, is bang voor toverkrachten en heeft een sterke morele code. 

De verhalen die Elric dan ook vertelt zijn heel anders en een schaduw van onheil en doem hangt over alles heen. Het maakt niet uit hoe hard Elric strijd levert in zijn wereld. De wereld is gedoemd om ten onder te gaan en het wordt Elric steeds duidelijker dat hij daar een grote rol in zal spelen en niet ten goede. Dus we lezen verhalen over de avonturen van Elric, die voor hem persoonlijk goed aflopen, maar de mensen om hem heen betalen de prijs. 

Geen wonder dat deze verhalen als klassiekers bekend staan. Er wordt een nieuwe (maar gedoemde) wereld geïntroduceerd, waarin een nieuwe (anti?)held rondrent en avonturen beleefd. En die verlopen anders dan je zou verwachten. 

Zeker de moeite waard. 


zondag 15 maart 2026

Begin van het tuinierseizoen

De dagen worden alweer merkbaar langer (en warmer), hoog tijd om weer te beginnen met tuinieren. Dat begint altijd met een hele hoop mest op mijn tuintje leggen. Gelukkig kan ik dat goedkoop krijgen. Maar het is wel heel zwaar werk. Een kruiwagen vol met mest is behoorlijk zwaar en dan moet ik het ook nog in de grond spitten. 



Vorige week was ik voor het eerst sinds ik een aantal struiken heb verwijderd weer in de moestuin. Met de verwijderde struiken heb ik ineens een hoop ruimte over. Ik ben van plan de rabarber te verplaatsen naar een plek waar ze wat meer zon krijgen. En de pompoenzaadjes van vorig jaar, kunnen dit keer ook meer ruimte krijgen. Verder is het ook hoog tijd om weer ontzettend veel zevenblad (rotspul) te verwijderen en te kijken waar ik dit keer mijn boontjes wil zaaien. 

 En ik kon nog een laatste oogst uit de tuin halen, er groeiden nog wat veelkleurige worteltjes, die meteen meekonden in een pan met saus. Dat smaakt toch altijd het beste, als de oogst snel gegeten wordt. 

vrijdag 13 maart 2026

Call of Cthulhu XXVI - Reign of Terror

De vorige keer rondden we Musketeersvs Cthulhu af. En nu starten we dan met Reign of Terror. Tijdens de regeerperiode van Koning Louis XVI lopen de spanningen tussen de adel en het gewone volk te hoog op, een revolutie volgt en daarna een terreur. En om dat allemaal nog wat erger te maken, zijn er ook nog eens onnoembare gruwelen. 


Er moesten natuurlijk eerst karakters gemaakt worden. De Musketiers zijn al lang dood, hun avonturen waren meer dan 150 jaar geleden. Dus we hebben nu te maken met hun achter - achter - achter - achterkleinkinderen. Deze zitten nog steeds allemaal in het leger, de Garde Françaises maar het is lang niet zo elitair of nobel als de positie van hun voorvaderen. 
De positie van de gewone man in Frankrijk is hard achteruit gegaan. Armoede grijpt aan alle kanten om zich heen. De Koning, zijn hofhouding en de adel worden steeds rijker en het verschil met de gewone man steeds schrijnender. 

Emile Rouzet - Een soldaat en koopman van onduidelijke producten. Hij houdt zich vooral bezig met inkoop en verkoop van spullen. 
Jacob de Rothschild - Een soldaat en hij maakt graag weddenschappen met iedereen, om zijn soldij wat aan te vullen. 
Marc de Guesclin - Een soldaat en als het nodig is, schrijft hij tegen betaling brieven. Wat niemand weet is dat zijn vaardigheden hem ook goed in staat stellen om brieven van anderen na te maken of te vervalsen. Dat is hem in het verleden goed van pas gekomen. 
Nicholas D'Arcy - Een soldaat en leraar. Hij heeft zoveel tijd in de lesbankjes doorgebracht, dat hij nu steeds probeert anderen iets bij te brengen. 
Antoine D'Eclaire - Een soldaat en barbier. Als het nodig is, verzorgt hij ook de wonden van zijn makkers. 

Nacht van 1 op 2 juni 1789, Parijs

De soldaten hebben allemaal een vreemde droom. 

Ze dromen van een twee-wielige wagen, die wordt voortgetrokken door een vermoeid paard. In de wagen zitten verschillende wanhopige mensen. Een man staat, ze zien hem op de rug, en hij kijkt dapper vooruit. De wagen gaat door de straten van Parijs en de bevolking is uitgelopen om de wagen voorbij te zien rijden. De passagiers in de wagen worden uitgelachten en -gescholden door een woedende bevolking. Maar een oudere vrouw kijkt vol verdriet naar de wagen en houdt har twee dochtertjes stevig tegen zich aan. Een oude man schudt verdrietig het hoofd en loopt weg. Een hond rent blaffend achter de kar aan. Een jonge vrouw met kort, blond haar kijkt verdrietig naar de kar. Een bebaarde man met een kruk roept iets naar de voorbijrijdende kar, maar ze kunnen niet horen wat hij roept. Een jonge man kijkt naar de kar en draait zich dan om. 
De kar rijdt verder, een groot plein op. Daar is een podium en daarop staat een guillotine. De passagiers worden van de kar gehaald en naar de guillotine geleid. Op het snijblad van de guillotine is nog het symbool van een concentrice cirkel te zien. En dan valt het snijblad!

2 juni 1798

De soldaten worden wakker in hun bed in de barrakken. Een nieuwe dag is begonnen. De soldaten hebben een opdracht gekregen. De begraafplaatsen van Parijs worden leeggemaakt en de botten worden geplaatst in een lege Kalksteengroeve (dit zullen de latere catacomben worden). Hofarts Lucien Rigault overziet het project en de soldaten zijn er voor de bewaking. Dagloners sjouwen de zakken met botten naar binnen. 
Het is geen prettige klus. De dagloners vinden het maar niks om met dode lichamen te moeten werken en zijn erg onrustig. De kerk is ook geen voorstander van het verstoren van de grafrust en een stel priesters mompelt gebeden en zwaait met wierrook boven de lichamen. De normale stadswachten wilden dit werk ook al niet doen. Maar een bevel is een bevel en de soldaten staan op wacht. Eén voor één worden wagens leeggehaald en verdwijnen de dagloners met de lichamen in de steengroeve. Lucien Rigault loopt de hele tijd druk heen en weer en geeft allerlei opdrachten over waar de botten heen moeten. 

De soldaten zien een pamflet door de straat waaien. Nicholas D'Arcy pakt het op. Het is een pamflet met de tekst "Wat is de Derde Stand?" van Emmanuel Joseph Sieyès. Het is duidelijk een of andere politieke tekst. Maar dat heeft voor nu niets met hun werk te maken. 

Dan horen de soldaten plotseling het geklopt van hoeven en het geratel van de wielen van een koets door de straat. Een koets rijdt met veel te hoge snelheid door de straat! Een witte koets met rode versiering racet door de straat, een koetsier jaagt het paard nog verder op. De vonken spatten van de wielen. De soldaten duiken weg en kijken vol verbazing naar de koets. 
Voor een moment kunnen zij door het vensterglas de koets inkijken en daar zien zij een edelman die de blote nek van een jonge vrouw kust. Hij kijkt terug! En de soldaten lijken voor een eeuwig durende seconde wel volledig gehypnotiseerd door de blik van deze vreemde edelman. 

Wanneer de koets weer uit beeld is, is er ineens een probleem met de dagloners. Zij weigeren nog lichamen naar beneden te brengen. Zij houden vol dat zij niet alleen zijn in de steengroeve. De soldaten besluiten om beneden een kijkje te nemen. Lucien Rigault leidt de weg met een lamp. Eerst moeten de soldaten een lange trap afdalen. In een enorme wirwar van gangen, bedekt met eindeloze botten worden zij rondgeleid. De vele botten, de stank en het stof werken op de zenuwen van de soldaten. 
Uiteindelijk zien zij in het donker iets bewegen, een grote hond misschien? Wanneer zij de sporen volgen, komen zij bij een gangetje uit, dat duidelijk geen onderdeel was van de voormalige steengroeve. Gegraven door een wild dier misschien? Ze vinden het de moeite niet om voor zwerfhonden een onderzoek te doen. Wanneer de gang wordt afgesloten met een hek, zal het beest wel wegblijven. 

Wanneer de soldaten weer boven op straat aankomen, zien zij daar hun kapitein, Louis Malon. Deze zegt hen te stoppen met het bewaken van dit project. Er is een moord gepleegd en die moet onmiddellijk onderzocht worden! In de drukkerij aan de Rue de la Harpe is een moord gepleegd. Kapitein Malon fluistert Jacob de Rothschild nog in dat hij ook moet onderzoeken wat er allemaal aan kopij naar de drukkerij werd gestuurd!

Het zal nog een lange nacht worden.