Translate

zondag 1 februari 2026

Call of Cthulhu XXIV - Sint Ælfheah

We starten inmiddels aan het derde jaar met Cthulhu door de eeuwen heen en we gaan nog steeds als een speer. We hebben inmiddels twee tijdsperioden achter ons gelaten (de Romeinse tijd en de Middeleeuwen, en binnenkort zullen we de Musketiers ook wel afronden...

Nu de Musketiers in Bath zijn aangekomen, lijkt het spoor daar dood te lopen. Kunnen zij toch nog een manier vinden om de missie van Kardinaal Richelieu uit te voeren? 

Richart Rouzet
Bernárd "Benno" de Rothschild (met "Claudia" en "Birgitte")
Malo de Guesclin (met "Bertha")
Albert D'Arcy (met "Colette" en "Claudine")
Gaston Eclair (met "Edith" en "Sophia")

Eind mei 1628, Bath

De zoektocht van de Musketiers naar de Codex van Bath heeft tot nu toe weinig opgeleverd. Er lijkt niet veel over bekend te zijn en iedereen praat veel liever over Sint Ælfheah, die ooit als Bisschop en Abt Ælfheah zijn carrière begon in Bath, maar later werd hij Aartsbisschop in Canterbury en werd daar ook een heilige. 
Die morgen hangen de Musketiers een beetje teleurgesteld boven hun ontbijt. Het is gemaakt door de Joodse familie van Benno en heeft dus allerlei onbekend eten voor de Franse Musketiers. Albèrt daarentegen is zeer in zijn nopjes. Hij heeft een leuke avond doorgebracht met Eleonora, de bibliothecaresse, die zo mysterieus zei: "Ik kan u niet helpen." En bijvoorbeeld niet "Ik weet niet waar u het over heeft". 
Later die ochtend klopt er een boodschappenjongen aan, die een boodschap van Eleonora heeft voor Albèrt. Zij wil hem weer zien! En misschien heeft ze zelfs informatie voor hem. 

Eenmaal weer aangekomen in de bibliotheek heeft Eleonora inderdaad meer informatie. Abt Ælfheah maakt een flinke carrière in de kerk, nadat hij begonnen was als Abt in Bath. En dat had waarschijnlijk te maken met wat vreemde gebeurtenissen in Bath. Zo zijn er inderdaad aanwijzingen dat Abt Ælfheah betrokken was bij een duivelsuitdrijving. En dat heeft hem geen windeieren gelegd. Samen met een aantal monniken uit Bath werd hij naar Canterbury geroepen. Misschien is daar meer te vinden over een onbekende Codex? 

Albèrt overtuigt de andere Musketiers ervan dat een onderzoek in Canterbury niet verkeerd zou zijn. Om nu onverrichterzake terug te keren naar Parijs en de Kardinaal zou onverstandig zijn. De reis naar Canterbury zal maar een dag of die in beslag nemen. 

Onderweg worden de Musketiers natuurlijk overvallen door een stel bandieten. Maar de mannen, die veteranen zijn van de Nacht van de Apocalyps laten zich niet zomaar beroven door een stel Britse bandieten! Er ontbrandt een hevig vuurgevecht, waarbij de Musketiers zich niet onbetuigd laten. Albèrt leidt zijn paard zelfs de bosjes in, vanaf waar de lafhartige bandieten hun valstrik hebben opgezet. 
Na een hevig gevecht, worden de bandieten verjaagd of gedood. Maar Albèrt en Malo zijn ernstig gewond geraakt. En sommige van de dode bandieten hebben een vreemde tatoeage van een slang met zeven windingen. 

De groep trekt verder naar Canterbury en overnacht die nacht in Reading. Daar zoeken zij nog een barbier die de wonden van Malo en Albèrt kan verzorgen. Verder hebben zij er ook aan gedacht om de bandieten te beroven, waardoor iedereen nu ineens 4 pistolen heeft. Benno noemt de zijne Lolita en Vanessa en Gaston noemt de zijne Justine en Juliette.

Begin juni, Canterbury

De Musketiers komen aan in Canterbury en nemen hun intrek in herberg "De Gouden Kelk" en verkennen van daaruit Canterbury. Het hele stadscentrum wordt natuurlijk gedomineerd door de grote Cathedraal van Canterbury en de bijbehorende gebouwen. Het is werkelijk een enorm indrukwekkend gebouw. Gaston vindt dat het veel wegheeft van de Abdij van Saint Etienne in Caen.

Cathedraal van Canterbury


De volgende dag duiken Malo en Richart meteen de bibliotheek van de Cathedraal in, om onderzoek te doen naar Aartsbisschop Ælfheah (Library use). Gaston probeert de bouwplannen van de Cathedraal te vinden, aangezien de Cathedraal nog maar redelijk kortgeleden volledig is verbouwd, een ideaal moment natuurlijk om een schat te verstoppen (Library use). 
Benno gebruikt zijn vlotte babbel en zijn geld om van de lokale priesters en monniken te horen te krijgen hoe het staat met de Abt die een heilige werd en eventuele vreemde documenten (Fast Talk, Credit Rating). De derde secretaris van de huidige Aartsbisschop van Canterbury kan wel het een en ander vertellen. 
Er rijst een beeld op van een magische tijd. Abt Ælfheah kwam naar Canterbury om Aartsbisschop te worden, vanwege zijn vele goede werken in Bath. Hij nam een aantal van zijn naaste monniken mee uit Bath. En hij nam ook de schedel van Sint Swithun mee naar Canterbury, als een relikwie. In Canterbury wist hij een groot deel van de woeste vikingen te bekeren en voor vrede te zorgen. Maar in 1011 werd Aartsbisschop Ælfheah ontvoerd door woeste, Deense plunderaars. Hij was zo heilig dat hij niet om een losgeld vroeg. En uiteindelijk werd hij doodgegooid met botten de geroosterde dieren van een feestmaal. Zijn lichaam is later overgebracht naar de Cathedraal en ligt daar begraven. 

Na een dag door de bibliotheek van de Cathedraal van Canterbury pluizen, keren de Musketiers vermoeid terug naar hun herberg. Wanneer zij over straat lopen, horen zij plotseling Frans spreken (Spot Hidden, Listen)! Zij kijken om zich heen en zien een aantal Hugenoten. Deze zijn hierheen gevlucht uit Frankrijk. De Hugenoten gaan een kleinere kerk binnen. De Musketiers volgen hun landgenoten. Albèrt vraagt zich nog af of er niet eerst een plan moet zijn. 

De Kerk van Saint Alphege

Het is een kleine kerk, vergeleken met de grootse en imposante Cathedraal. Maar de kerk is gewijd aan Sint Alphege, een moderne spelling van Ælfheah! De Musketiers gaan naar binnen en luisteren naar de dienst. Ondertussen kijken zij om zich heen. De kerk bestaat uit twee delen, het schip en dan een galerij ernaast. In de galerij zijn verschillende glas-in-lood ramen geplaatst, die allemaal scenes weergeven, die de Musketiers totaal niet thuis kunnen brengen. 
Op het eerste raam zendt Abt Ælfheah de monniken Caedmon en Draca op een missie. Dan is er nog een raam waar monniken Caedmon en Draca een derde monnik ontmoeten. Op een derde raam drijft Abt Ælfheah een demon uit een man, terwijl Caedmon en Draca toekijken. En dan is er nog een laatste raam waar Abt Ælfheah opdracht geeft aan Caedmon om te schrijven. deze glas-in-lood ramen lijken verband te houden met het raam dat zij in de Abdij van Bath zagen. 
Bij het zien van het derde glas-in-lood raam moet Albèrt denken aan een droom die hij laatst had, waarbij hij vocht met een slangenmonster. Wat is hier gaande? 

De kerkdienst is voorbij en de kerkgangers gaan weer naar buiten. Ook de Musketiers vertrekken en gaan weer terug naar de Gouden Kelk. Daar besluiten zij een hapje te eten en zich tegoed te doen aan de vreemde sterke drank "Wiskey". 
De Musketiers overleggen wat ze nog kunnen proberen. Misschien kunnen zij de privé - bibliotheek van de Aartsbisschoppen van Canterbury raadplegen? Maar dat zal wel wat ingewikkelder worden dan de derde secretaris van de aartsbisschop om te kopen. Ze zullen een audiëntie moeten aanvragen, dat kan weken duren.

Wanneer de Musketiers nog een avondwandeling maken, zien zij licht in de kerk van Sint Alphege. En ze horen gebonk! Meteen rennen ze naar binnen en zien daar een stel rovers die de deur naar de crypte forceren!

Benno: "Zo! Grafschennis?" 

De Musketiers willen niet nog meer aandacht trekken en verjagen de bandieten met hun rapieren. Maar dan willen zij toch weten waar de bandieten naar op zoek waren. Zij gaan de crypte in en treffen daar meteen een stel Ghouls, die maar wat graag vers vlees aan hun menu toevoegen. Maar zonder al te veel problemen worden deze monsters ook verjaagd. Zij hebben daar onder de straten van Parijs al genoeg van afgeslacht. 
Maar wat is er dan te vinden in de crypte onder een vrij kleine kerk? De Musketiers kijken rond en Gaston vindt een oude kist. De besluiten deze mee te nemen naar de Gouden Kelk en daar open te maken. Eenmaal op hun kamer vinden ze in de kist een aantal gebakken aardewerken tabletten, eentje is gebroken, met teksten in het Latijn, Grieks en in het vreemde schrift van het oude Egypte. Verder vinden ze ook een klein etui van slangeleer. Wanneer ze het aanraken krijgt iedereen een gevoel van afkeer. Malo denkt terug aan zijn droom, waarin hij vocht met een slangenmonster. In het etui zitten een stel perkamentvellen met een Oud-Engelse tekst. 

Het leren etui voelt onnatuurlijk aan.

Richart en Gaston lezen de Latijnse tekst van de aardewerken tabletten. Die verhalen van avonturen van een stel Romeinen in een Egyptische stad, met een of andere slangencultus. Albèrt doet zijn best op de oud-Engelse tekst. Hij kan daar maar weinig van maken, maar hij ziet wel namen, die Richart en Gaston noemen, terugkomen in de tekst. Er is dus wel enige connectie tussen de tabletten en het perkamenten document. En verontrustend genoeg is er ook een overeenkomst met hun dromen. En dan het leer van het etui, is dat werkelijk van een slang?

Misschien is het hoog tijd om Canterbury te verlaten. 





Geen opmerkingen:

Een reactie posten