woensdag 8 oktober 2014

Pendragon XVI - tOWiE

Na een korte pauze, om mij en +Sander even te laten bekomen van de geboorte van Vivian, gaan we nu weer door met het Pendragon rollenspel. 
De vorige keer speelden we in april 2014. Het jaar was toen 495 A.D. en de ridders hielpen een jongeman met het stichten van een school in Oxford. Daar hielden de ridders een leen in Rydychan aan over en droegen zij bij aan het stichten van verschillende afdelingen van de school in Oxford. 
Maar nu is het 496 A. D. beginnen de gevolgen van de strijd bij Eburacum, waar niet alleen veel noordelijke Saksen, maar ook dappere strijders van Logres omkwamen, merkbaar te worden. Er zijn wel erg weinig ridders in Logres meer over. 

Historisch overzicht
Bellias van Winterbourne Gunnet (Afwezig)

Benno van Steeple Langford


Maart 496 A. D., Sarum Salisbury

Sir Caulas hoort van zijn rondreizende troupe minstrelen Spears and Roses dat de noordelijke Saksen uit Nohaut en Deira wel verslagen zijn, maar dat de zuidelijke Saksen, vooral die uit Essex onrustig zijn. Zij willen gebruik maken van de onrust in Logres door de dood van zoveel leiders. Zij proberen om overlevende, zwakke leiders weg te weken bij Koning Uther en hen trouw te laten zweren aan de Saksische Bretwalda Offa van Essex. Koning Uther lijkt verzwakt door zijn obsessie met zijn Vrouwe Ygraine en zijn Phyrrus-overwinning bij Eburacum.

Aescwine van Essex
De ridders komen samen in Sarum om van Hertogin Ellen te horen wat zij van hen verlangd voor dit jaar. Zij heeft verschillende zaken op de agenda staan. Er is een brief gekomen van Prins Aescwin, zoon van Bretwalda Offa van Essex. Hij wil haar en haar landerijen bescherming bieden tegen tuig en roofridders, in ruil voor de lage som van 100 stuks vee en 100 ponden aan zilver. Hij en zijn vader verlangen geen tribuut of loyaliteit van haar, alleen dit beschermgeld. 
Sir Eliot is woest wanneer hij dit hoort (Hate Saxons van 17) en wil hier niet in meegaan. Sir Caulas is dat met hem eens, maar hij staaft dat met argumenten. Nu is 100 stuks vee en 100 pond zilver misschien op te brengen. Maar Volgend jaar zullen Offa en Aescwin natuurlijk meer willen. En deze belasting van de geldkoffers kan Salisbury zich niet voor de lange termijn veroorloven. 
Sir Caulas stelt voor om een bericht te sturen naar de andere leenmannen van Koning Uther om hen te vragen of zij ook met deze brutaliteit te maken hebben gekregen. Misschien kan er een coalitie gevormd worden om deze Aescwin en zijn dreigement dit jaar krachtig het hoofd te bieden. Vrouwe Ellen is het met hem eens en stuurt Sir Benno van Steeple Langford en de andere ridders met een boodschap naar Hertog Ulfius in Silchester. 
Verder wil Vrouwe Ellen ook de muren van Sarum verhogen. Daarvoor vraagt zij een extra belasting van de ridders. Voor een periode van 4 jaar vraagt zij een bedrag van 5 pond zilver per jaar. Dankzij hun lenen in Salisbury en in Rydychan kunnen zij dat makkelijk opbrengen. Sir Caulas betaalt dit graag, maar bedingt wel dat hij en de andere bijdragers hiervoor een gift in ruil krijgen, een leuke, extra baan of zo. Vrouwe Ellen zal nadenken over een passende beloning. 


Hertog Ulfius van Silchester
De groep vertrekt met een gevolg van schildknapen en paarden naar Silchester. Na enkele dagen komen zij hier zonder problemen aan. Sir Ignaeus stelt zich bijzonder schuchter op. Hij heeft hier een verleden, waar hij niet graag over praat. Maar geen van de andere ridders weet nog wat het is. 
Sir Benno meldt zich bij het kasteel van Hertog Ulfius. Als vooraanstaande ridders van een bevriende hertogin worden zij met alle egards ontvangen. Een groep vrouwen leidt de ridders naar het badhuis dat geïnspireerd op de oude romeinse baden. In Silchester is de Romeinse geschiedenis van Logres nog erg levend. 
De ridders zijn erg verbaasd door alles wat zij meemaken in het Badhuis. Zij merken hoe lagen vuil en zweet van hun huid wordt verwijderd. Dit is wel wat anders dan de ruwe zeep waar zij zichzelf mee moeten wassen in Salisury.

Sir Eliot: Een echte ridder wast zich alleen wanneer het regent!
Sir Caulas: Ha! Een echte ridder baadt alleen in bloed!

Maar Sir Benno en Sir Ignaeus maken van de gelegenheid gebruik om eens lekker helemaal schoon te worden. 

Met een zacht en roze velletje worden de ridders later aan Hertog Ulfius voorgesteld. Sir Benno voert het woord en maakt indruk op Hertog Ulfius met een zoetgevooisde woorden. Hertog Ulfius heeft nog niets gehoord van het aanbod van Aescwine. Maar misschien komt dat omdat Salisbury wordt geleid door een jongetje en zijn moeder en Silchester door een veteraan. Desondanks is dit een kwalijke zaak. Sir Ulfius zegt de steun van een aantal van zijn ridders en hun gevolg toe, mocht deze Aescwine zijn ambities kracht bij willen zetten. 


Golden Wyvern of Wessex
Cerdic van Wessex
Dan krijgen de ridders aan het hof van Ulfius te horen dat er een nieuwe groep Saksen is geland in Brittannië. Nabij Hantonne en ze nemen Hampshire in! Deze nieuwe Saksen lijken een grotere bedreiging te zijn voor Salisbury dan Aescwine uit het verre Essex. 

Caulas wil de coalitie van heersers die optreedt, terwijl Uther wegzakt in familie-strubbelingen, verder uitbreiden. Kunnen ze steun krijgen van Madoc, die nu Koning is in Malahaut? Of misschien vanuit Cornwall, hoewel daar nog niemand de macht gegrepen heeft nadat Koning Uther daar langs is geweest om zijn bruid te claimen.
Benno is van mening dat er nooit voldoende tijd is om een leger bijeen te roepen dat het hoofd kan bieden aan een troep Saksen in Hampshire. Hij stelt voor dat zij nu naar het zuiden rijden, met de ridders van Hertog Ulfius om daar te gaan praten met de nieuwe Saksen in Hantonne. En dat moeten redelijke mensen zijn, niet Sir Eliot de Wispelturige. 

Eenmaal in Hampshire komen de ridders vluchtelingen tegen die met al hun have en goed wegvluchten uit Hampshire. Hun ridders en leenheren konden hen niet beschermen en nu vluchten zij weg, op zoek naar een nieuwe beschermheer. Sir Benno spreekt een oud boeren vrouwtje aan. Zij vertelt hem dat Hantonne is ingenomen door de Saksen. De Britse boeren zijn van hun land verjaagd en Saksische boeren bewerken nu het land. 
Sir Eliot begint te schuimbekken van woede wanneer hij dit hoort (Passion Hate saxons 17). Bij het eerste de beste boerendorpje dat hij tegenkomt, waar de goede Britse grond wordt bewerkt door grote, blonde mannen en vrouwen, gaat hij door het lint. Hij stormt op de boertjes af en slacht hen af, wat hem natuurlijk weinig moeite kost. 

Sir Caulas: Het is tijd voor een bad! Een bloedbad! 

Sir Caulas wordt meegesleept door het enthousiasme van Sir Eliot en helpt hem om Saksische boertjes over de kling te jagen. Sir Ignaeus kijkt vol verschrikking toe en probeert de overlevende boertjes te verbinden. Sir Benno maakt het meeste van deze beroerde situatie door het hele dorp in de fik te steken op zo een manier dat er erg veel rook-ontwikkeling is, waardoor de chaos en hun strijdmacht groter lijkt. 

De groep rijdt door naar Hantonne. Daar wappert de gouden Wyvern van de Saksen trots boven de muren! Een groep Saksische ruiters benadert de groep onder leiding van Sir Benno. Sir Eliot en Sir Caulas hebben niet de moeite genomen om het bloed van hun uitrusting te wassen. Dat, samen met de rookpluim die achter hen nog steeds opstijgt, zorgt dat zij een intimiderende indruk maken. 
Sir Benno neemt de leiding en stelt zich voor als een heraut van Uther Pendragon, Koning van Logres (Orate critical). De Saksen zijn onder de indruk en vragen de ridders mee te komen om voorgesteld te worden aan Cerdic van de Gewessi, Hoge Koning van Brittannië. Bij die titel kijken de ridders zeer op.  
Sir Caulas en Sir Eliot herkennen de naam van de Gewessi, een stam van Britten die eens in Hampshire woonden, maar nu niet meer. Sir Benno is wat ouder dan de rest en hij herinnert zich een Cerdic van de Gewessi. Hij is de zoon van Vortigern, de Hoge Koning van Brittannië, die Brittannië verraadde door de Saksen binnen te halen om tegen de Picten te strijden (in 446 A.D., Benno was 5) en hen daarna Kent te geven. Cerdic is zijn zoon bij Prinses Rowena (in 451 A.D., Benno was 10), dochter van Hengist, de Saksische Koning in Kent!
In het jaar 462 A.D. kwamen de Britse stammen in opstand tegen Hoge Koning Vortigern. De Baron van Salisbury koos de kant van de rebellen. Benno was toen een jonge ridder en nam deel aan de Slag van Cambridge tegen Hoge Koning Vortigern. Later sloot hij zich aan bij het leger van Ambrosius, die Vortigern uiteindelijk versloeg en daarna de titel van Hoge Koning aannam. 

In Hantonne worden de ridders meegenomen naar het kasteel, waar nu Cerdic zetelt. Cerdic laat de groep weten dat hij de titel van Hoge Koning claimt, zoals zijn vader dat voor hem deed. Hij heeft met zijn mannen gestreden in Europa tegen de Franken in Gallië. En nu is hij teruggekeerd naar zijn thuisland en wil hij dat bevolking van Brittannië hem aanneemt als Hoge Koning. 
Sir Benno zal dit bericht mee terugnemen naar Koning Uther van Logres. Sir Caulas voegt daaraan toe dat Prins Aescwine van Essex nu links en rechts Britse heersers onder druk aan het zetten is voor tribuut. Cerdic antwoordt dat hij alleen zijn gezworen onderdanen kan beschermen tegen de Saksen. Dus als Salisbury zijn bescherming wil tegen Essex, zal Vrouwe Ellen eerst trouw moeten zweren. 

De ridders nemen deel aan het feestmaal dat Cerdic voor hen organiseert. Hiermee wil hij hen overtuigen. Verder zijn er niet alleen Gewessi ridders in de zaal, maar ook volledig Britse ridders, die kennelijk al trouw gezworen hebben aan Cerdic. 
Dan ziet Caulas een bekend gezicht, dat van zijn halfbroer Perin! Perin verliet Salisbury een aantal jaar geleden met zijn moeder en hun familie, toen was gebleken dat Sir Gilmere zijn bezittingen naliet aan zijn halfbroer Caulas, in plaats van aan Perin.
Sir Perin en Sir Syagrius, die met zijn moeder Lore is getrouwd, hebben trouw gezworen aan Cerdic, ongetwijfeld hopen zij dat hij hun claim op Tisbury zal ondersteunen. 

Sir Perin ziet Caulas de Bastaard ook en daagt hem uit met Tisbury als inzet. Sir Caulas gaat in op deze uitdaging. De volgende morgen zullen zij strijden en de winnaar zal claim kunnen leggen op Tisbury. Sir Caulas dringt erop aan dat zij slechts strijden tot het eerste bloed vloeit. Sir Eliot en Sir Benno bieden aan om erop toe te zien dat het gevecht eerlijk verloopt. 
De volgende morgen treffen de ridders van Tisbury elkaar op het oefenterrein van het kasteel van Hantonne. Sir Caulas laat zich inspireren door zijn eergevoel (passion honor) en sir Perin eveneens (passion honor). Beide ervaren ridders hakken op elkaar in en brengen elkaar slechts een kleine wond toe (beiden sword crit). Sir Caulas zegt dat daarmee de strijd voorbij is en de uitslag onbeslist. Sir Perin kan het er niet bij laten zitten en hij hakt weer in op Sir Caulas! (dat krijg je met die passies) Gelukkig stond Sir Eliot dichtbij om alles in de gaten te houden en hij grijpt in wanneer Sir Perin de regels zo overduidelijk overtreedt. Sir Perin sterft onder zijn zwaard (Passion honor critical en sword critical). 

Na dit bloederige einde van de morgen besluit de groep dat het waarschijnlijk het beste is om nu heel vlot te vertrekken. Zij hebben een hoop belangrijk nieuws te vertellen aan Vrouwe Ellen en Koning Uther.