dinsdag 5 januari 2016

Pendragon XXXI - De dood van Sir Eliot

Weer een nieuw jaar, en de Great Pendragon Campaign gaat ook door. Inmiddels gaan we ons 4e jaar in. In januari 2013 zijn we begonnen met spelen, met alleen in 2014 een kleine stop, zodat Vivian geboren kon worden. Daar mogen we best even bij stilstaan.

....

Zo, door naar het rollenspel. In de afgelopen 3 jaar hebben de ridders al veel meegemaakt. We hebben iets van 17 jaar aan game-time gespeeld (nog 64 te gaan) Ridders zijn gestorven, nieuwe ridders hebben hun plek binnen Salisbury en Logres verworven. Koningen zijn de één na de ander gestorven. Inmiddels verkeert Logres in chaos. Hoge Koning Uther is dood, Koning Cerdic ook. Er is nu geen centrale koning meer in Logres of in Brittannië. De Saksen hebben Caercolun en Caerwent in de as gelegd. Wie zal de Britten nu beschermen tegen oorlog en chaos, is er dan nergens iemand die op kan staan om het recht te laten zegevieren?

Pendragonpagina
Antonius van Broughton (Niet aanwezig)
Benno van Steeple Langford
Caulas van Tisbury
Eliot van Burcombe
Garnish van Berwick St. James

Sarum, lente 503.

Burcombe
Sir Eliot heeft zojuist de meest lage vorm van verraad gepleegd, door geen trouw te zweren aan zijn heer, Sir Robert, zoon van Sir Roderick. Sir Benno volgde hem in dit verraad en geheel Salisbury verkeert nu in verwarring. Aan wie moeten de ridders nu trouw zweren? Sir Eliot wil zijn jongere halfbroer en bastaard van Sir Roderick, Elgin de Jonge, naar voren schuiven.
De jonge sir Robert is gevlucht naar zijn moeder, Vrouwe Ellen, die in Levcogmagus woont, met haar tweede echtgenoot. Levcomagus is onderdeel van Silchester en Hertog Ulfius van Silchester was goed bevriend met Sir Roderick. Het is heel waarschijnlijk dat Sir Robert daar een machtige medestander kan vinden.

Sir Eliot stuurt een bode naar Sir Caulas, die nu Earl van Devon is. Caulas was altijd een medestander van Sir Eliot, hoewel Caulas vooral medestander van Caulas is. Deze bode verteld over de stand van zaken in Salisbury.
In Salisbury probeert Sir Eliot zijn grip op Salisbury en de daar wonende ridders te verstevigen. Hij beheert 6 landgoederen in Salisbury, Sir Benno 1. Maar Sir Garnish en Sir Antonius samen nog eens 7. Dus hij heeft in elk geval de steun van 14 landgoederen en de daarbij behorende ridders. Dan kan hij misschien nog wel wat ridders naar zijn goede zaak over laten lopen. sommige ridders zijn met zusters of nichten van Benno, Garnish en Antonius getrouwd. Maar het is nog steeds erg weinig, er zijn wel 120 landgoederen in Salisbury.
Wanneer hij Caulas aan zijn zijde zou kunnen krijgen, zou dat ook alweer schelen, die beheert ook nog steeds 5 landgoederen in Salisbury.
Sir Benno denkt ook na. Hij is nog steeds de voogd van Morgaine, dochter dan Gorlois, voormalig Hertog van Cornwall en Ygrainne, voormalig Hoge Koningin. Morgaine is inmiddels 15, een prima leeftijd om te trouwen. Zij kan een claim leggen op het Hertogdom van Cornwall. Er is geen Koning die haar in die eer kan bevestigen, maar er is ook niemand die het kan weigeren. Met haar hoge status en goede connecties zou zij eigenlijk aan een Hertog of Koning uitgehuwelijkt moeten worden. Maar wie kan daarvoor in aanmerking komen? Caulas is al getrouwd en is in de ogen van Benno geen relatiemateriaal (en Caulas heeft als beleidsuitgangspunt dat hij niets te maken wil hebben met Pendragons, Vrouwen van het Meer of plannen van Sir Benno, waarmee Morgaine als partner drie keer gediskwalificeerd is). Madoc is haar halfbroer, Cerdic is dood, Octa is te Saksisch. In Wales zit een ambitieuze koning, Nanteleod van Escavalon. maar hij is wel wat ouder, hij is de 50 al gepasseerd.

Afbeeldingsresultaat voor nanteleod
van Escavalon.

Wanneer Sir Caulas het bericht van Sir Eliot ontvangen heeft, zucht hij eens diep. Hij wist natuurlijk al van de perikelen in Salisbury, maar om het nu ook in de woorden van Sir Eliot te lezen, is toch een extra dreun. 
Sir Caulas stuurt onmiddellijk twee bodes naar Sarum en naar Levcomagus met exact dezelfde inhoud en eigenlijk ook exact dezelfde aanheft. Hij verzoekt Sir Eliot en Sir Robert om naar Exeter te komen. Hopelijk kunnen zij in vredig overleg hun verschillen bijleggen en kunnen zij komen tot een vreedzame oplossing van dit conflict. Zowel Sir Eliot als Sir Robert besluiten om in te gaan op de uitnodiging van Sir Caulas, ze hebben er beiden niets bij te verliezen. 

Exeter, mei 503

In Exeter komen de strijdende partijen bijeen. Sir Eliot heeft zich laten vergezellen door Sir Benno en Sir Garnish en de ridders van hun huishoudens. Sir Robert is ook met een gevolg naar Exeter gekomen. Het gaat om een aantal ridders uit Salisbury, die hem trouw zijn gebleven en ridders uit Silchester, hem geleend door Sir Arnold van Levcomagus.

Caulas van Tisbury

Sir Caulas geeft een feest, waarbij beide ridders en hun gevolg zich wonderwel gedragen. De volgende dag is er overleg, tussen Sir Caulas, Sir Eliot en Sir Robert, heel symbolisch aan een driehoekige tafel en iedereen zit aan een eigen zijde. 
Sir Robert wil regeren over Salisbury, wat zijn recht is, als zoon van zijn vader. Sir Eliot zegt terug dat Sir Robert waarschijnlijk niet capabel genoeg is om te regeren in deze roerige tijden. Waarop Sir Robert weer terugwerpt dat dat geen reden is. Hij staat in zijn recht, en wanneer het recht had gezegevierd, dan was hij omringd geweest door oudere, wijzere, capabele adviseurs. Sir Cauls wil zich nu niet voor de ene of andere kandidaat uitspreken, en het overleg loopt op niets uit. 

Ondertussen is Sir Benno onder de verzamelde ridders het gerucht aan het verspreiden dat Sir Eliot wel in zijn recht stond om de knie niet te buigen voor Sir Robert, aangezien hij geen kind van Sir Roderick is. Vrouwe Ellen had een affaire met Sir Arnold van Levcomagus en daar is Sir Robert uit voortgekomen. Een nobel geslacht natuurlijk, maar het geeft geen recht op regeren over Salisbury. 
Sir Roderick heeft daarnaast nog een ander kind gekregen, halfbroer van sir Eliot, Elgin de jonge. In ieder opzicht het spiegelbeeld van zijn vader. 
Sir Benno probeert ook discreet te achterhalen of Sir Caulas al doorheeft wat voor een streek hij heeft uitgehaald toen hij Cygna naar voren schoof als geschikte partner voor sir Caulas. Sir Caulas weet nog van niets, maar weet nu wel dat Sir Benno niet geheel oprecht was toen hij Cygna beschreef als een jonge, maagdelijke erfgenaam van Devon.

Sarum, zomer 503

Terwijl Sir Eliot in Devon was, besloot Koning Nanteleod van Escavalon zijn campagnes in Wales even stop te zetten. Hij liet zijn ook vallen op leiderloos Salisbury en viel Tilshead aan. Groepjes ridders zwerven rond in noordelijk Salisbury en leggen alles in de as wat zij tegenkomen.
Sir Robert verzamelt meteen ridders uit Silchester en Salisbury om op te trekken tegen koning Nanteleod. Sir Eliot weet dat hij hetzelfde moet doen, als zijn claim voor zijn jongere broer Elgin ook maar enigszins serieus genomen kan worden.
Maar Sir Benno houdt hem tegen. Sir Eliot moet eerst op een legitieme manier de leiding krijgen. anders zijn hij en de andere ridders die strijden voor Elgin niet meer dan een anarchistisch collectief van roofridders. Sir Eliot moet ook legitimiteit krijgen voor Elgin.
Dus eerst laat Sir Eliot Elgin benoemen tot Earl van Salisbury, als zoon van Sir Roderick. Dan zweert hij zelf trouw aan Elgin (hij rolt een Passion Loyalty Lord 16) en Sir Benno (rolt een Passion Loyalty Lord 17) en Sir Garnish (rolt een Passion Loyalty Lord 4, is nog steeds erg loyaal aan Koning AElle van Sussex) doen dat ook. Hiermee heeft Elgin in ieder geval de schijn van legitimiteit.
Dan kan Sir Eliot ook daadwerkelijk aan het hoofd van een leger staan.

Met een klein leger trekt Sir Eliot op naar Tilshead. Daar blijkt dat Tilshead en de omliggende landerijen vakkundig in de as gelegd zijn. De ridders uit Wales hebben een tijdelijk fort opgetrokken en van daaruit voeren zij aanvallen uit op de omliggende gebieden. Het fort stelt niet heel veel voor. Alleen een palisade van palen. Er is zelfs nog geen tijd geweest om een behoorlijke poort te bouwen. Sir Benno heeft veel ervaring met belegeringen en ziet meteen in dat zij dit fort zullen moeten omsingelen. Niet alleen mogen er geen ridders meer uit om Salisbury te brandschatten. Er mogen ook geen ridders meer in om het fort te versterken.
Sir Eliot kan daar het geduld niet voor opbrengen. Hij valt, geïnspireerd door zijn ambities voor zijn halfbroertje (Loyalty Lord) het versterkte kampement aan. Hij is een zeer goede ridder en hakt zich een weg door een eerste ridder die het kampement verdedigt. Maar dan komt hij drie andere welsh ridders tegen. En terwijl hij de eerste een tik verkoopt, slaat de volgende hem toch dood.

En daar valt de ridder die al sinds het eerste begin deel uitmaakt van de notoire ridders uit Salisbury, Sir Eliot de Wispelturige. Zal hij later bekend staan als verrader of als redder van Salisbury?

Sir Benno en Sir Garnish blijven geshokt achter. Maar Sir Benno herpakt zich en belegert het kampement zoals hij al van plan was, saai maar degelijk. Deze belegering heeft een tweeledig doel. Aan de ene kant wil hij de macht breken van de ridders uit Escavalon. Aan de andere kant heeft hij alle getuigen van de dood van Sir Eliot nu bij elkaar. Wie weet kan hij de dood van Sir Eliot nog even stilhouden en zo nog meer onrust in Salisbury voorkomen.
Wanneer de weerstand van de mannen uit Escavalon gebroken is, stuurt hij een bode met een bericht van vrede en een mogelijk huwelijk met Morgaine, Hertogin van Cornwall naar Nanteleod van Escavalon.

Sir Benno neemt als meest seniore ridder in Salisbury de functie van Earl Pro Tem op zich. Hij zal erop toezien dat Elgin de Jonge op korte termijn de mantel en waardigheid van Earldom op zich kan nemen.
Inga van Burcombe is nu een weduwe. Haar huwelijk met Eliot was zeer politiek gemotiveerd en onderdeel van de vredesbesprekingen tussen Hoge Koning Uther en Octa van Kent. Zal zij in Salisbury blijven nu? Of terugkeren naar Kent?