dinsdag 7 februari 2017

Pendragon XLIV - It's Just a Fleshwound!

De kop is eraf voor 2017. Nu Koning Arthur een paar jaar op zijn troon zit en de dreiging uit het Noorden bezworen lijkt, geeft hij wat aandacht aan het inrichten van zijn hof. Ook anderen zien hem nu als het brandpunt van ontwikkelingen en gebeurtenissen concentreren zich meer en meer aan zijn hof.

Bradwen Eenoog
Ebel Geenneus
Caulas van Devon
Gwenda van Berwick St. James
Ignaeus van Broughton

Winterphase 511/ 512

Ridders Ebel en Caulas hebben het jaar 511 en de winter niet doorgebracht in het gezelschap van Arthur. Zij hebben hun eigen zaakjes geregeld. 
Zo krijgt Ebel weer een kind met zijn Millie, een meisje ditmaal. Verder hoort hij meer en meer geruchten over zijn broer Elias. Deze is jaren geleden (in 488) getrouwd met Bene van Berwick St. James, de grootmoeder van Gwenda van Berwick St. James. Bij haar heeft hij nog een aantal kinderen verwekt. Daarna kon hij de druk van het ridderschap niet meer aan. Toen de familie Berwick St. James onderdak zocht en vond bij de familie van Sir Hector van Winterbourne Stoke in 508, als gevolg van Sakische plunderingen, werd hij kok. In 511 deed het gerucht de ronde dat Sir Elias een necromantische magiër zou zijn. En nu blijkt dat Sir Elias er een tweede vrouw op na houdt. Zijn eerste vrouw Bene is inmiddels natuurlijk 64. Geen hele jonge blom meer. Maar toch. 

Februari 512, Sarum, Salisbury

Koning Arthur heeft overwinterd bij zijn trouwste ridder, Sir Caulas, de eerste die hem erkende als Hoge Koning. Sir Caulas is altijd een man die vooral zijn eigen belang en dat van zijn familie wil bevorderen. Hij laat zijn dochter Clara uit het klooster in Iona komen, waar hij haar eerder naartoe zond, omdat zij niet inging op de avances van Koning Nanteleod. Hij wil dat ze huwt met Arthur. Clara heeft daar niet heel veel zin in, maar Arthur is tenminste van haar eigen leeftijd. 
Wanneer Arthur hoort van de plannen van Sir Caulas is hij een beetje overdonderd. Hij had nog helemaal niet aan een huwelijk gedacht. Hij vind meisjes wel leuk, maar om een levenslange band aan te gaan met de stabiliteit van het Koninkrijk als basis is op dit moment toch wel even slikken voor hem. Hij zegt Caulas dat hij er over nadenkt. 

Dan krijgen Sir Caulas en Sir Ebel via hun rondreizende minstrelen (de beroemde Spears and Roses en die iets minder populaire Stenen Tempel Gidsen) te horen dat er vreemde figuren in Brittannië rondreizen, die op zoek zijn naar de koning. Zij claimen namens de Keizer te komen. 
Na verloop van tijd melden deze figuren zich met hun gevolg bij Koning Arthur in Sarum. 
Het blijken vertegenwoordigers te zijn van het Romeinse Rijk. Koning Arthur en zijn hofhouding is zeer verbaasd. Zij weten natuurlijk dat in het jaar 410 Honorius de Britten de opdracht gaf hun eigen verdediging te organiseren. Bovendien is Rome aangevallen en vernield in 455

De vertegenwoordigers van het Romeinse Rijk zijn allemaal gekleed in traditionele Romeinse kledij, toga's en de uitrusting van Centurions. Het doet allemaal erg antiek aan voor de moderne ridders. De Romeinen claimen dat er weer een Keizer is in Rome en dat hij onderwerping en tribuut verwacht van de nieuwe Koning in Brittannië. Ridders Ebel en Gwenda barsten in lachen uit wanneer ze dit horen. Ignaeus, Caulas en Bradwen kunnen zich iets beter beheersen. 
Koning Arthur zegt dat hier geen sprake van kan zijn, maar dat de Romeinen mogen verblijven in Sarum en mogen bezien hoezeer Brittannië nu voor zichzelf kan zorgen. Sir Caulas is zelfs van plan om de delegatie mee te nemen op de reis die Arthur dit jaar door Brittannië zal maken, dan kunnen zij de glorie van Brittannië met eigen ogen aanschouwen. 

Progress naar Silchester en St. Albans

Koning Arthur wil wat meer van zijn land zien. Hij besluit een om Pelgrimage te maken via Silchester, naar St. Albans. Wanneer Ygrainne, zijn moeder en voormalige Hoge Koningin van dit plan hoort, wil zij graag mee. En Arthur weigert zijn moeder natuurlijk niets. 

Een enorme stoet mensen trekt vanuit Sarum eerst naar Silchester, waar zij ook Hertog Ulfius oppikken, en dan door naar St. Albans. In het nabij gelegen Kingsbury Castle verblijft Arthur met zijn gevolg.

Ygrainne, Hoge Koningin.
Ulfius, Hertog van Silchester.

Tijdens het avondmaal, dat Arthur heeft met mijn trouwste ridders, Vrouwe Ygrainne en Hertog Ulfius, realiseren Gwenda en Caulas dat Ulfius zich ergens buitengewoon ongemakkelijk bij voelt. Alleen Bradwen realiseert zich dat de woede zich ook richt op Ygrainne (Awareness Critical). Bradwen met het Ene Oog heeft nu geen zin in een rel, net terwijl Ebel en Ignaeus zich te goed doen aan nog een ronde kippeboutjes (awareness fail)
Bradwen besluit om Ulfius aan te spreken. Ulfius is blij om iemand te hebben tegen wie hij leeg kan lopen. Bradwen ziet de bui al hangen en suggereert dat het beter is om in de frisse lucht wat te praten. Hertog Ulfius vertelt dat iedereen die oud (hij is zelf inmiddels de 70 gepasseerd) genoeg is om zich de Slag om Cornwall te herinneren in het jaar 491, en het huwelijk van Uther met Ygrainne in de zomer (Alleen Caulas is zo oud, dat hij zich dit kan herinneren, maar hij luistert niet), weet dat Uther niet de vader van Arthur kan zijn. De zwangerschap duurde te kort. Ygrainne moet zwanger geweest zijn van Gorlois de Verrader, toen zij Uther huwde. En dit soort verraad zit in het bloed!

Terwijl Ulfius aan het woord is, wordt hij kwader en kwader. Maar Bradwen heeft ook erg diepgaande gevoelens voor Arthur, sinds zij samen een nacht doorbrachten in voorbereiding op het moment dat zij geridderd zouden worden. Bradwen steekt van wal tegen Ulfius, geinspireerd door zijn diepe, mannelijke liefde voor Arthur. Hij weet precies de juiste snaar te raken en vertelt Ulfius het verhaal van de lust van Uther voor Ygrainne en de magie van Merlijn om Uther op haar heer en echtgenoot Gorlois te laten lijken. Vandaar dat Arthur dus wel de zoon van Uther is, en rechtmatig Koning van Logres en Brittannië. Deze laatste woorden echoën terug van gebouwen ver weg in St. Albans en Bradwen heeft met zijn toespraak de aandacht getrokken van alle leden van de hofhouding (behalve Ebel en Ignaeus, die elkaar nog eens inschenken). 
Het is sir Caulas duidelijk dat Hertog Ulfius niet zal terugkrabbelen. En hij heeft ook geen zin in een duel of ander soort bloedbad onder de ogen van Koning Arthur. Hij geeft een Marshall de opdracht om Ulfius weg te brengen naar een nabij klooster, waar de man volledig tot rust kan komen. Ongetwijfeld heeft hij een capabele zoon die zijn taken over kan nemen. Pro tem, natuurlijk. 

De volgende dag gaan Koning Arthur en Ygrainne naar de plek waar het hoofd van St. Alban terecht kwam, nadat hij werd vermoord voor zijn geloofsovertuiging. 


April, Kingsbury Castle, St. Albans

Koning Arthur verblijft een tijdlang in St Albans en steeds meer mensen komen met vragen en petities naar hem toe. Sir Bradwen heeft er een dagtaak aan om te zorgen dat alles ordentelijk verloopt. 
Dan meldt zich een volledig uitgeputte schildknaap aan de poort van Kingsbury Castle. Hij heeft een al even afgepeigerd paard bij zich, met daarop zijn dode heer, Sir Albert de Falt. Wanneer de jongeman weer enigszins op krachten is, vertelt hij aan Koning Arthur en zijn hof dat zijn heer onderweg was naar St. Albans. En bij het Ven van Otmoor, langs de oude Romeinse Weg was een ridder, die wilde vechten met zijn heer. En zijn heer wilde niet, die was slechts op doorreis. Toch kwam het tot een gevecht en nu is zijn heer dood!
Koning Arthur is boos en geschokt. Nu hij koning is, moeten zijn vazallen veilig kunnen reizen op zijn wegen. Hij vraagt welke ridders dapper genoeg zijn om het zwaard op te nemen tegen deze vreemde ridder. 
De schildknaap vraagt of hij meteen geridderd kan worden. En Arthur geeft hier maar wat graag aan toe. Hij slaat de jonge man tot ridder, die opstaat als Sir Griflet. 

Sir Griflet

De ridders Gwenda, Ebel, Ignaeus en Bradwen gaan met Sir Griflet mee om te zien of zij deze vreemde ridder op andere gedachten kunnen brengen. Vanuit St. Albans is het nog best een eind reizen naar het Ven van Otmoor, dat bij Oxford ligt.

Koning Pellinore

Wanneer de ridders aankomen bij het Ven van Otmoor, zien zij al snel een ridder die zijn kamp heeft opgeslagen. Zij herkennen zijn schild als dat van Pellinore, Koning van Norgales, een vrij groot koninkrijk in Cambria. Maar iedereen weet ook dat hij zijn koninkrijk in de steek heeft gelaten.

Na wat heen en weer gepraat, komt het tot een gevecht tussen Pellinore en Sir Ebel. Hierbij worden flinke klappen uitgedeeld, maar beide ridders kunnen die afschudden, tot Sir Ebel een vreselijke houw te verwerken krijgt en sterft. 
Pellinore is hier wel van onder de indruk. Hij betreurt het dat hij nu alweer een ridder heeft doodgeslagen, terwijl hij alleen maar zijn krachten wil meten. 
Sir Bradwen kan het er niet bij laten zitten, dat het levensbloed van zijn vriend hier zo weglekt. Hij valt Pellinore ook aan, denkende dat hij verzwakt zal zijn na het gevecht met Sir Ebel. Maar ook Sir Bradwen wordt half dood geslagen. Alleen het snelle ingrijpen van Sir Ignaeus zorgt ervoor dat sir Bradwen niet ook sterft in de vennen van Otmoor. 
Dan wil Griflet ook de dood van zijn meester wreken, maar ook hij wordt zonder veel problemen uitgeschakeld door Pellinore. 

Het bloed zat overal. 

Sir Igneaus weet de vrede te bewaren. Hij zendt zijn schildknapen weg met de boodschap om niemand toe te laten op de Romeinse weg tussen Dorchester on Thames en Bicester. Ook laat hij Bradwen en Griflet, die voorlopig niet vervoerd mogen worden, verzorgen in een tent, die hij enigszins weghoudt van de verder vredelievende Pellinore.
Bradwen komt al snel bij onder de goede zorgen van Ignaeus en Gwenda. Hij denkt aan wat hij weet van Koning Pellinore. Hij is altijd op zoek naar een beest, Glatisant. Als het beest hierheen kan komen, zal Pellinore het ongetwijfeld nazitten en zal de weg weer vrij zijn, zonder dat er meer ridders hoeven te sterven. Hij zendt een van de schildknapen terug naar St. Albans, met de opdracht Arthur te vertellen wat er gaande is en te zorgen dat het eten dat Glatisant het lekkerst vindt ook mee terug wordt gebracht.

Tot ieders grote schrik keert niet de schildknaap terug, maar juist Koning Arthur! Hij kon het niet aanzien dat zijn ridders strijd zouden leveren om zijn wegen vrij te houden van gevaar, terwijl hij veilig in Kingsbury Castle zat! Hij zal eigenhandig deze Pellinore uitschakelen en vrede laten terugkeren in het Ven van Otmoor! Merlijn is ook bij hem, maar deze kan Arthur niet tot rede brengen.
Koning Arthur laat zich niet tegenhouden. Maar Koning Pellinore is sterk en geslepen. In een zwaar gevecht weer Koning Pellinore uiteindelijk het zwaard van Koning Arthur te breken! Het Zwaard uit de Steen! Iedereen is diep in shock. Merlijn stapt naar voren en stopt het gevecht.
Merlijn neemt Koning Arthur, Gwenda en Ignaeus mee naar een nabij gelegen meer. Arthur werpt de stukken van het zwaard in het meer. Even later komt er een arm van een jongedame omhoog. Zij draagt een zwaard in een schede en geeft dit aan Arthur.

Wel dus. 

Diep onder de indruk keert de groep terug naar het Ven van Otmoor. Aldaar is Koning Pellinore verdwenen. Hij hoorde het beest Glatisant in de verte en vertrok weer. 


Juni, Kingsbury Castle

In Kingsbury Castle is iedereen inmiddels weer hersteld van de verwondingen van Koning Pellinore. Met de dood van Sir Ebel zijn er in het geslacht Burcombe geen broers meer die de leiding kunnen nemen over Burcombe. Eric, de oudste overlevende zoon van Sir Eliot is nu 16 en daarmee krap aan oud genoeg om ridder te worden. Daarmee zijn alleen Ignaeus en Caulas nog ridders van de generatie waar de avonturen mee begonnen. Zij voelen hun leeftijd met al die jonge gezichten. 

Eric
Zoon van Eliot
Heer van Burcombe.

Op een dag verschijnt er een edeldame aan het hof. Zij is vreemd gekleed in vrouwenkleren, maar draagt ook een zwaard aan haar zijde. Zij heeft een uitdaging. Alleen de beste ridder in het land zal in staat zijn om het zwaard uit haard schede te trekken. Zij heeft in vele landen gereisd, maar het is nog geen man gelukt. Hopelijk heeft zij aan het hof van Arthur meer geluk. 
Verschillende ridders wagen een poging, maar het zwaard blijft stevig zitten. Wanneer de dame weer teleurgesteld wil vertrekken, vraagt een wat armoedige ridder of hij het ook mag proberen. De ridders herkennen deze onbekende man niet. Het land is vol met armoedige ridders (In 502 zijn ridders uit Salisbury Balin tegenkomen, maar, die zijn inmiddels allemaal dood of verbannen).

Balin le Sauvage

Deze ridder kan het zwaard uit de schede trekken. Maar wanneer de jongedame vraagt of hij zijn zwaard weer terug in haar schede wil stoppen, weigert hij. De dame waarschuwt hem, als hij het zwaard niet teruggeeft, zal hij daarmee zijn beste vriend en de man die hij het beste liefheeft doden. Het zwaard zal zijn ondergang zijn!
De ridder slaat ook deze waarschuwing in de wind! De dame voegt hem toe dat hij snel spijt zal krijgen van deze woorden. Zij vertrekt, huilend om wat zij heeft aangericht. Arthur vraagt aan Balin of hij zich wil aansluiten bij het hof. Met een begin als dit, kan hij alleen maar een bijdrage zijn voor het hof. 

Dan dient de volgende bezoeker zich aan. Dit is Vrouwe Nineve, Caulas herkent haar, aangezien zij ook aanwezig was bij de begrafenis van Uther, in 501. Toen realiseerde hij zich ook dat Ygrainne, Nineve wel zusters moeten zijn, zo lijken zij op elkaar. En Merlijn lijkt ook op hen. Dit is een machtige familie!
De Vrouwe van het Meer vraagt de Koning om een gunst. Arthur zegt toe dat hij haar zal geven wat redelijkerwijs in zijn macht ligt. Dan vertelt Nineve dat zij het hoofd wil van de jongedame die hier zojuist was, met een zwaard aan haar zijde. Of anders het hoofd van de ridder die het zwaard nam. Beiden hebben haar en haar familie in het verleden een groot grief gedaan. Arthur weigert dit uiteraard. Hij gaat niet zomaar hoofden van mensen afhakken. 

De ridder met zijn nieuwe zwaard hoort die allemaal aan en ontploft. Deze vrouw is een vuige gifmengster en heeft de dood van zijn moeder veroorzaakt. Dit addergebroed moet sterven en wel meteen. Met zijn nieuwe zwaard hakt hij het hoofd van de Vrouwe van het Meer af. Het bloed spat overal heen en het hoofd rolt door de zaal. 

Iedereen is even geschokt stil.

Bradwen is woedend dat iemand bloed morst in zijn mooie zaal. En bovendien een zwaard trekt in aanwezigheid van zijn vriend en koning Arthur. Hij grijpt een speer van de muur en werpt deze naar Balin. Maar Balin weet de speer te ontwijken. 

Koning Arthur is woedend! Hij vertelt Balin nooit meer terug te keren aan zijn hof! Hij heeft alle fatsoensnormen overtreden, de gastvrijheid van zijn Koning bezoedeld, een weerloze vrouw vermoord, in het zicht van getuigen. Ook Bradwen ontkomt niet aan de woede van Arthur. Hij wierp een speer in een volle troonzaal. Wie weet wat er had kunnen gebeuren! Daarnaast had hij ook moeten wachten op een veroordeling van Arthur. Koning Arthur verbant met pijn in het hart zijn beste vriend, Bradwen, van zijn hof, tot hij wraak heeft genomen op Sir Balin.