Translate

zondag 5 april 2026

Call of Cthulhu XXVII - Comte Fenalik

De soldaten komen weer bijeen. De spanning in Parijs stijgt steeds verder.

Emile Rouzet
Jacob de Rothschild
Marc de Guesclin
Nicholas D'Arcy
Antoine D'Eclaire

De nacht van 2 op 3 juni 1789, Parijs

Op bevel van hun Kapitein begeven de soldaten zich naar de Rue de la Harpe, waar een moord gepleegd zou zijn. Onderweg daarheen, passeren de soldaten een bakkerij, waar een oploopje is ontstaan. Korporal Jacob de Rothschild vindt dat hij in moet grijpen en hij spreekt de woedende burgers aan. Het blijkt dat het meel op is en dat de bakker die dag geen brood zal verkopen aan de burgers aan wie hij normaal verkoopt. Korporaal Jacob zegt de burgers weer vreedzaam weg te gaan, terwijl de soldaten allemaal hun bayonetten op hun geweren zetten. De burgers zijn dan wel boos, maar nog niet zo boos. Zij vertrekken weer. 

Bij de Rue de la Harpe zijn verschillende stadswachten bezig om omstanders weg te houden bij de benedenverdieping van een appartementencomplex. Op een trapje zit een oudere vrouw, met een wit gezicht haar tranen weg te vegen. De benedenverdieping is een werkplaats en daarin huist de drukkerij van Raymond en zijn familie. 
Antoine D'Eclaire en Jacob de Rothschild gaan de werkplaats in en daar treffen zij een gruwelijke horrorscene aan. De werkplaats lijkt zo normaal, met een aantal werkbanken om de te drukken pagina's op te ontwerpen en daarachter twee grote drukpersen. Maar er hangen vier lichamen ondersteboven van de dakbalk, tussen de werkbanken. Het is Reynaud, zijn vrouw Jeanette en hun twee zoons Renard en Thomas. Ze zijn opgehangen en geslacht als varkens! Hun kelen zijn doorgesneden en iemand heeft het bloed opgevangen in emmers, er staan drie lege emmers met restjes bloed in een hoekje! 
Maar de horror wordt nog gruwelijker, er liggen ook stapels pamfletten met de opruiende tekst van "Wat is de derde stand?" Het bloed is gebruikt om er een tekst overheen te drukken. In dikke letters staat er "Ken je plaats!" overheen gedrukt.

Antoine kijkt nog eens goed rond naar de bloedsporen en de moddervoeten, die door de werkplaats hebben gelopen. Verbijsterend genoeg ziet hij alleen maar de sporen van 1 dader. Één man is hier binnengekomen, heeft vier volwassenen gedood, aan hun voeten opgehangen aan de dakbalk, hun kelen doorgesneden, hun bloed verzameld en toen de tijd genomen om een hoop pamfletten te herdrukken. Deze man moet bijzonder sterk en krankzinnig zijn. 
Jacob hoort gepiep en hij kijkt om zich heen. Bij de deur ligt ook de waakhond van de familie, ook gedood. En onder een kast zit een kleine pup, wit met een zwart oor. Hij neemt de puppy met zich mee. 

Buiten doen Marc, Nicholas en Emile ook onderzoek. Zij spreken de vrouw die zit te huilen op een trapje. Zij is Madame Bossat en is de eigenaresse van het complex. Zij verhuurde de beneden verdieping aan Raymond en zijn familie, voor hun drukkerij bedrijf. 
Gisteravond kwam er een koets de straat in gedenderd, en die stopte voor de deur. Een Aristo bonkte toen op haar deur, op zoek naar Raymond. Zij wees hem naar de werkplaats. De Aristo zei haar toen om naar binnen te gaan en de deur dicht te doen, en niet naar buiten te komen, wat er ook gebeurde. En toen kwam er zulk geschreeuw en gebonk uit de werkplaats. En nu! Nu is iedereen dood en het is haar schuld. 
Mme. Bossat kan niet veel meer vertellen. De koets was een witte koets. En toen de man uitstapte, hing er een slappe arm van een jonge vrouw uit de koets. Zou hij nog een slachtoffer hebben gemaakt die nacht? 
Het wordt Marc, Nicholas en Emile koud om het hart. Ook zij zijn eerder deze avond bijna van hun sokken gereden door een Aristo in een witte koets, die een jongedame bij zich had. Was hij op weg naar deze moord-locatie?
Wanneer de soldaten om zich heen kijken, zien zij de sporen in de modder, waar de koets de straat in kwam rijden. In de modder zien zij ook een witte dameszakdoek liggen. Damast, van een rijke dame dus. De initialen zijn M.A. De soldaten vragen zich af van wie de zakdoek kan zijn. 

Eindelijk komt Kapitein Malon ook aan. Hij vraagt Korporaal Jacob de Rothschild om te rapporten. Jacob brengt verslag uit van al zijn zorgen. De omstanders horen dat een Aristo de moord misschien begaan heeft. En de sfeer slaat meteen om. De gezichten worden boos en grimmig, die verdomde Aristo's ook altijd. Kapitein Malon geeft Korporaal Jacob de Rothschild om naar Versailles te gaan. Daar moet hij een formeel rapport indienen en kunnen ze de Aristo waarschijnlijk meteen arresteren. Verder moeten zij deze zaak nu laten rusten, op straffe van straf. 

3 juni, Parijs

Marc laat het er niet bij zitten. Hij blijft met Mme Bossat in gesprek en maakt een schets van de man die zij gezien heeft. 
Nicholas D'Arcy gaat met Antoine en Jacob naar een koetsenmaker en begint vragen te stellen over een witte koets. De voorman van de koetsenwerkplaats wil niet praten met Nicholas. Hij houdt een kletsverhaaltje dat hij dat allemaal niet kan bijhouden. Maar Nicholas heeft door dat er tegen hem gelogen wordt (Psychology succes). 
Jacob laat dat niet op zich zitten en zegt de koetsenmaker dat de eigenaar van de witte Koets nu misschien niet hier is, maar hij wel. En er wordt weer met Bayonetten gemorreld. De man fluisters, wit van doodsangst, dat de witte koets van Comte Fenalik is. Die naam zegt de soldaten niets. Maar de voorman werkt nu de soldaten naar buiten en wanneer ze weer op straat staan, worden de deuren van de werkplaats met een klap dichtgegooid. Comte Fenalik heeft mensen enorm in zijn greep!
Nicholas zoekt nog in de archieven van de Garde of er de laatste tijd meer moorden zijn gepleegd. Maar hij kan niets vinden (Library Use).  

4 juni, op weg naar Versailles

 De soldaten hebben paarden geregeld en vertrekken in de morgen van 4 juni van Parijs naar Versailles. In dit hof buiten Parijs verzamelt alle adel zich, om zich te warmen in de stralen van de Koning. Onderweg kan Jacob de Rothschild zijn  ondergeschikten ook vertellen over Comte Fenalik, deze man is waarschijnlijk de grootste hoerenoper van Frankrijk, en dat wil wat zeggen! Er gaan veel geruchten over hem rond, en niets goeds! Hij is van adel, maar gelukkig geen hoge adel. 
Wanneer de soldaten Parijs verlaten, zien zij hoe moeilijk iedereen het heeft. Bij de muren van Parijs wordt belasting geheven op iedereen die in Parijs iets wil verkopen. Er staan lange rijen met mensen met hun producten, die moeten betalen om Parijs binnen te mogen. En buiten de muren van Parijs zijn alle taveernes, waar alcohol verkocht kan worden, omdat binnen de muren de belastingen op wijn te hoog zijn. 

Versailles



De soldaten gaan verder naar Versailles en het contrast met Parijs kan niet groter zijn. Onder een lentezonnetje strekken de eindeloze tuinen van Versailles zicht uit. Buxushaagjes zijn perfect in vorm geknipt, het gras is overal even kort geknipt. Tuinmannen lopen af en aan om alles te onderhouden, bedienden lopen rond met dienbladen met eten en drinken, terwijl mooie dames en heren over de paden wandelen. In de verte horen de soldaten een orkestje. 

Langs een oprijlaan staan verschillende koetsen geparkeerd, Antoine ziet meteen een witte koets met rode versieringen, die hem twee nachten geleden bijna van de sokken reed. Nicholas ogen worden getrokken door een mooie jongedame, die aan de arm van haar vader loopt, ze heeft korte, blonde krullen en kijkt vol bewondering naar de soldaten in hun knappe uniformen, het is Madamoiselle Melodie Benoît. Maar Nicholas weet met zijn begroeting geen indruk te maken. 
Antoine en Jacob willen de koets verder onderzoeken, maar de koetsier probeert daar een stokje voor te steken. Hij grijpt dreigend naar zijn zweep, om de soldaten een lesje te leren. Jacob is niet onder de indruk: "Sommige mensen vinden zweepjes leuk. Maar niemand vindt leuk wat wij kunnen doen!" (Intimidate hard succes) Ondertussen klikken Antoine, Emile en Marc weer de bayonetten op hun geweren! De koetsier bindt in en de soldaten nemen een kijkje in de koets, waar zij verder niets bijzonders vinden. 

Jacob gaat het paleis binnen en gaat opzoek naar een klerk die hem naar Kapitein Malon kan wijzen. Marc maakt nog van de gelegenheid gebruik om in de papieren te snuffelen om te zien wie van de garde momenteel dienst heeft in Versailles. 
Jacob rapporteert aan Kapitein Malon en aan Lucien Rigault, de hofarts van de Koning. Lucien Rigault is tevreden om te horen dat hij nu eindelijk een middel in handen heeft om zijn rivaal aan het hof uit te schakelen. Maar wanneer Kapitein Malon een bevel aan Jacob wil geven, galmt er een ijselijk gegil door het paleis, dat alleen maar erger wordt. De Soldaten zijn bang dat er iets gruwelijks gaande is, en ze stormen de gang weer op. Daar horen zij al snel het nieuws, Louis de Dauphin, die al langer ziek was, is overleden. Het hele hof is in rep en roer. Vrouwen vallen flauw, mannen kijken bezorgd en het geschreeuw van de rouwende familie galmt door de gangen. 

Comte Fenalik


In deze chaos zien de soldaten ineens Comte Fendalik, die als een wolf door de makke schapen van de hofhouding loopt. Hij loopt recht op de soldaten af en heeft een afgrijselijke grijns op zijn gezicht. Het lukt alleen Marc de Guesclin om zijn blik vast te houden (Opposed POW check). Comte Fenalik spreekt Jacob aan. Jacob is onder de indruk van de roofdierachtige aura van de Comte, maar herpakt zich snel. Hij zegt dat hij een groot bewonderaar is van het werk van de Comte. De Comte negeert dat en zegt dat hij zich afvraagt of het werk van Lucien Rigault met de botten van de doden en de catacomben, misschien heeft gezorgd voor de ziekte van de Dauphin, dat zou toch jammer zijn... En dan vertrekt hij weer, terwijl de leden van de hofhouding van Versailles voor hem uit de weg stroomt. 

De Koning en de Koningin  vertrekken onmiddellijk naar Parijs, om bij hun zoon te zijn en een begrafenis voor te bereiden. En daarmee stroomt bijna geheel Versailles leeg. Iedereen die een koets naar Parijs kan regelen, vertrekt zo snel hij kan. De Soldaten krijgen een nieuwe opdracht van een vermoeide Kapitein Malon. Nu zal hij niet meer prive de Koning en de Koningin kunnen spreken over de verdenkingen tegen Comte Fenalik. Ze zullen nu echt met hard bewijs moeten komen. De Soldaten moeten naar Poissy, waar Fenalik een landgoed heeft. Daar moeten zij bewijs verzamelen dat hij misdaden pleegt. 

Wanneer de soldaten weer buiten staan, zien zij een voor een de koetsen vertrekken. Marc ziet Madame de Brienne kletsen met Melodie Benoît. Hij weet hoe eenzaam het leven van getrouwde vrouwen kan zijn. Hij grijpt zijn kans om een afspraakje te regelen voor hemzelf en Nicholas met Mme. de Brienne en Melodie. 
Ondertussen realiseren Antoine en Emile zich dat zij Melodie eerder hebben gezien, in een droom. Ook de pup was in die droom uitgegroeid tot een grote hond. Waar hebben ze precies van gedroomd? Was het de toekomst? Wat zal hen te wachten staan?

5 juni, naar Poissy

De Soldaten hebben de tijd genomen om terug te gaan naar Parijs en meer soldaten te verzamelen, samen met flink wat wapens. Wanneer zij Comte Fenalik in zijn eigen landhuis willen benaderen, willen ze goed beslagen ten ijs komen. 
De reis naar Poissy is niet lang, en gaat langs een bekende route. Toch krijgen de soldaten een ongemakkelijk gevoeld. Ondanks dat het late lente is, zijn de schaduwen wel erg koud en donker op de weg naar Poissy. De medereizigers die zij tegenkomen zijn ook allemaal schichtig en bangig. Eenmaal in Poissy aangekomen, is de situatie alleen maar vreemder. Aan het einde van de middag roepen moeders hun kinderen binnen. Met het vallen van de avond gaan ook alle deuren en luiken dicht. Zelfs van de lokale Auberge zijn de deuren dicht. Maar na wat bonken, doet de herbergier toch open. Hij laat de soldaten binnen en zorgt dat zij allemaal een tafel en een maaltijd krijgen. 
Jacob en Marc proberen de herbergier aan het praten te krijgen, over Comte Fenalik (Psychology hard succes), maar de man wil niets loslaten over de lokale Comte. Wanneer Emile ook nog een duit in het zakje doet, vlucht de man zijn keuken in en komt de rest van de avond niet meer tevoorschijn. De soldaten vinden het maar een vreemde zaak. Ze besluiten om de volgende dag, bij daglicht naar het landgoed van de Comte te gaan.