maandag 5 augustus 2013

Pendragon VIIa - Conflict in Cornwall

Deze keer spelen we met een kleine groep, een aantal spelers was op vakantie en van de overblijvers bleek dat er een op het laatste moment ziek was. Maar met en piepklein groepje spelen heeft ook zijn charmes, we konden nu de focus leggen op hun persoonlijk drama. En wat voor een drama, bij vlagen kreeg het spel wat weg van de de serie A Song of Ice and Fire.

Historisch overzicht
Bledri van Winterbourne Gunnet (Niet aanwezig)
Bradwen de Moedige
Eliot van Burcombe
Gilmere van Tisbury (Niet aanwezig)
Grigor de Geweldenaar (Niet aanwezig)
Marcus Livius van Broughton (Niet aanwezig)

Maart 489 Anno Domini, Sarum

Koning Uther Pendragon heeft zijn vazallen bijeengeroepen in de stad Cirencester. Sir Roderick van Salisbury trekt daarheen met een kleine selectie van zijn dapperste ridders. Van de jongste generatie neemt hij alleen Sir Bradwen en Sir Eliot mee. 
Onderweg naar Cirencester benadert Sir Roderick zijn ridder Eliot. Sir Roderick vertelt Sir Eliot dat Vrouwe Alis van Burcombe moeten stoppen met het verspreiden van leugens over het vaderschap van haar bastaard zoon Elgin. Daar kunnen alleen maar problemen van komen. Maar wanneer Vrouwe Alis haar mond houdt, zal Sir Roderick gul zijn en er voor zorgen dat het Elgin aan niets ontbreekt. Mocht de tijd daar zijn, dan kan Elgin ook rekenen op een ridderschap, betaald door Sir Roderick. 
Sir Eliot denkt hierover na en realiseert zich dat het nooit kwaad kan om wat geheimen van de hoge heren te kennen. Hij wil nog eens diep nadenken over hoe hij dit het beste uit kan melken. Hij realiseert zich ook dat Elgin slechts 3 jaar jonger is dan zijn halfbroertje Robert, de wettige zoon van Sir Roderick. Het leven is natuurlijk onzeker voor kleine kinderen. Mocht de kleine Robert het slachtoffer worden van een van de vele gevaren van het kinderleven, dan is het natuurlijk Elgin die een goede claim kan leggen op de rol van Earl van Salisbury. Sir Eliot zegt toe dat hij zal zorgen dat zijn moeder haar mond houdt. 

In Cirencester aangekomen, horen en zien de ridders veel. Ten eerste de uitspraken van Koning Uther. Hij deelt zijn vazallen mede dat Hertog Gorlois van Cornwall de laatste jaren te weinig van zich laat horen. De aanvallen van de Ieren op zijn kusten zijn niet zo ernstig dat hij zijn plicht kan verzaken en het is hoog tijd dat deze recalcitrante Hertog een lesje krijgt dat hem nog lang zal heugen. Dus hij zal samen met zijn vazallen optrekken naar Cornwall om deze hertog dat lesje te leren.
Maar de ridders horen meer. Het lijkt erop dat in noordelijk Britannië, bij Malahaut weer veel Saksen landen en dat zij vreselijk huishouden onder de Britten. De Hertog van Lindsey zal dan ook niet deelnemen aan de campagne in Cornwall, maar in het noorden strijden tegen de Saksen. Sir Bradwen en Sir Eliot vragen zich af of het wel zo verstandig is om te strijden tegen mede-britten wanneer er weer nieuwe Saksen op Britse grond huishouden. 
Tot slot horen zij dat Soissons gevallen is. Preator Sygrius regeert niet meer en de Franken heersen nu in het laatste noordelijke Romeinse bolwerk. De chaos en barbarij lijkt zich overal te verpspreiden. Hiermee lijkt de strijd en het verraad van vorig jaar alleen maar zinlozer. 
Onder de vazallen van Koning Uther is ook Hertog Ulfius van Silchester. Sir Eliot maakt zich daar een beetje zorgen om, gezien de rivaliteit die bestaat tussen ridders van Sir Roderick en ridders uit Silchester, vooral die uit Levcomagus. Door het gedoe met zijn moeder en Sir Roderick, realiseert hij zich nu dat nog niet zo heel lang geleden er ook tussen Sir Roderick en Sir Arnold een felle competitie was wie met vrouwe Ellen mocht trouwen. Uiteindelijk was het Sir Roderick die haar hand kreeg van haar vader. Maar het gerucht deed altijd de ronde dat zij eigenlijk liever getrouwd was met Sir Arnold van Levcomagus. 
Sir Bradwen denkt dat de confrontatie met Cornwall niet meer zal zijn dan een show. Het is duidelijk dat Sir Roderick alleen zijn meer beroemde ridders (waaonder hijzelf, dat was voldoende voor een Proud check) heeft meegenomen om indruk te maken op de afwezige Hertog Gorlois.

April 489, op weg naar Cornwall

Het leger van Koning Uther gaat op weg naar Cornwall. Het baart de ridders zorgen dat het geen buitengewoon groot leger is. Zullen zij wel sterk genoeg zijn om het leger van de Hertog van Cornwall aan te kunnen? De streek Cornwall staat bekend als een buitengewoon ruig terrein en de Hertog van Cornwall is een goede legerleider. De ridders vrezen een zwaar gevecht. 
Hertog Gorlois van Cornwall
In de streek Devon stuit het leger van Koning Uther op dat van Hertog Gorlois. De ridders zien al dat de Hertog een betere positie heeft en zij zien ook de boogschutters tussen de bomen staan. Dit kan nog wel eens een zwaar gevecht worden. Zelfs als zij winnen, zullen zij zware verliezen leidein die zij zich niet kunnen veroorloven, wanneer de Saksen aanvallen vanuit Malahaut.

Koning Uther rijdt naar voren, samen met Merlijn de tovenaar. Hij stelt met luide stem dat er maar één Koning kan zijn in één land. Maar Hertog Gorlois werpt tegen dat hij gerechtigheid eist. Wanneer Koning Uther het zwaard laat zien, laat het een verblindend licht schijnen over het veld waar de slag geleverd zal worden. De Cornish strijders zijn onder de indruk van Excalibur, het Zwaard der Overwinning. De Hertog en zijn mannen smoezen.
Hertog Gorlois rijdt naar voren en vraagt wat hij en de zijnen zullen krijgen wanneer hij zich onderwerpt aan de Koning. Koning Uther lijkt even boos te worden, maar na advies van Merlijn geeft hij toe en zegt dat Hertog Gorlois kan blijven regeren over Cornwall, in naam van Koning Uther. Hertog Gorlois accepteert dat en een slag lijkt afgewend te zijn.

Mei 489, Salisbury

De ridders keren terug naar Salisbury en hun landgoederen. Sir Eliot heeft een gesprek met zijn moeder. Hij vertelt haar wat Sir Roderick hem heeft gezegd en zegt haar dat zij voortaan haar mond moet houden over het vaderschap van haar jongste zoon. Vrouwe Alis is verbaasd. Zij zegt terug dat de jonge Elgin is verwekt tijdens een heilig ritueel, waar Sir Roderick aan meedeed. De geboorte van Elgin is gezegend door de goden en vrouwe Alis ziet geen reden om daarover te liegen. (Vrouwe Alis is heel wat geloviger dan Sir Eliot van te voren had ingeschat)
Sir Eliot probeert daaraan toe te voegen dat het de jonge Elgin aan niets zal ontbreken, wanneer zij Sir Roderick en zijn familie nu niet verder tegen de haren instrijken door wereldkundig te maken dat hij een kind heeft verwekt bij een andere edeldame dan zijn eigen vrouwe. Vrouwe Alis werpt daar tegenin dat zij haar religieuze principes niet wil loochenen in ruil voor materieel gewin. Sir Eliot probeert dan duidelijk te maken dat de jonge Elgin zeer dicht bij het vuur zit, mocht de wettige zoon van Sir Roderick, Robert, ooit iets overkomen. Nu wordt zijn moeder echt erg boos. Vrouwe Alis wordt hier heel boos van, het is niet an een goed ridder om te gokken op het overlijden van een kind om zijn eigen familie te bevoordelen en daarvoor zijn eigen relatie met de goden te loochenen.
Sir Eliot begrijpt dat hij zijn moeder volledig verkeerd heeft ingeschat. Hij besluit om haar op te sluiten op de zolder van zijn landgoed (Hij wilde haar in een toren opsluiten, maar zijn landgoed beschikt nog niet over een hoge toren), hij zorgt ervoor dat een doofstomme vrouw voor zijn moeder zorgt en hij regelt een min voor zijn broertje Elgin. Op deze manier voldoet hij toch aan de wens van Sir Roderick (dit leverde hem wel een check op in Selfish, Cruel en Worldy).

Sir Bradwen wil een zoektocht starten naar zijn moeder, vrouwe Bertilia. Zij is afgelopen winter verdwenen en niemand heeft sindsdien iets meer van haar vernomen. Hij gaat eerst te rade bij zijn oom Benno, een broer van zijn overleden vader. Benno zegt dat hij een brief heeft gekregen van de mensen die haar vasthouden. Zij zeggen dat Sir Bradwen met zijn zus Briant naar de Dans der Giganten moet komen, wanneer hij zijn moeder ooit nog terug wil zien.
Ineens begrijpt Sir Bradwen waar dit over kan gaan (Intrigue critical), zijn moeder, die altijd al haar zoons met harde hand regeerde, heeft geprobeerd om in 486 een huwelijk te sluiten voor Sir Bradwen, met de dochter van een naburige familie. Maar Sir Bradwen trouwde in dat jaar met de roodharige Kayleigh van Dalmeny.
Vrouwe Bertilia wilde een huwelijk regelen tussen Sir Bradwen en vrouwe Lily van Laverstock. Maar toen trouwde Sir Bradwen met een andere vrouw. De familie Laverstock is zeer gepikeerd en wil nu dat een zuster van Sir Bradwen, Briant, huwt met Leo van Laverstock, de oudste zoon van de familie. Sir Bradwen is niet zo ambitieus als zijn moeder en weet hoe belangrijk een goed huwelijk is, waarin beide partners hun eigen wensen kenbaar kunnen maken. Hij vraagt Briant wat zij wil. Briant wil echt niet huwen met die suffe Leo. Veel liever zou zij trouwen met William van Woodford, een aardige jonge ridder van een naburig landgoed. Sir Bradwen geeft zijn vrouw Kayleigh opdracht om het huwelijk onmiddellijk te regelen. Hij roept intussen zijn oom en zijn schildknaap om met hem naar de Dans der Giganten te gaan.

Bij de Dans der Giganten is het inderdaad zoals Bradwen verwachtte. Zijn moeder wordt vastgehouden door de Laverstock familie. Hij ziet Sir Leo, die vraagt om de hand van Briant. Wanneer Sir Bradwen aangeeft dat hij liever God laat beslissen wie er hier gelijk heeft, accepteert Sir Leo deze uitdaging. Sir Bradwen denkt aan zijn familie en hoe hij toch keer op keer strijd voor hen levert en dat dan zijn eigen moeder op eigen houtje belangrijke beslissingen wil nemen over met wie hij moet trouwen. Het is om moedeloos van te worden (Family passion fail, disheartened). Sir Leo is voelt zich juist aangetast in zijn eergevoel, eerst vindt Sir Bradwen zich te goed voor zijn zuster Lily en nu vindt Sir Bradwen zijn zuster Briant ook te goed voor Sir Leo. Dat vraagt natuurlijk om bloedige wraak (Honor Passion succes).
Sir Leo wint het gevecht met Sir Bradwen, maar wanneer hij de hand van vrouwe Briant opeist, vertelt Sir Bradwen hem dat zij reeds getrouwd is met Sir William van Woodford. De families Steeple Langford en Woordford kunnen rekenen op de eeuwige vijandschap van de familie Laverstock.
Sir Bradwen vertrekt weer naar huis met zijn moeder. Hij is zeer boos op haar en haar vooraanstaande positie in het huishouden is zij voorgoed kwijt. Sir Bradwen trekt eindelijk met zijn vrouw in de kamers die eerst aan zijn vader toebehoorden. Zijn moeder slaapt nu bij de andere vrouwen van het landgoed. Ook moet Vrouwe Bertilia de sleutels van het landgoed afstaan aan vrouwe Kayleigh.

Winterphase 489/ 490

Sir Bradwen weet met zijn stewardshipvaardigheden en gesteund door zijn elfenkoe een normale oogst binnen te halen. Maar hij wil ook graag zijn tweeling Benno en Bertus in leven houden, dus hij geeft nog L2,- uit om als een rijk ridder door het leven te gaan. Dit jaar baart Kayleigh weer een kind, een dochter ditmaal. Sir Bradwen noemt haar Briant, naar zijn zuster die dit jaar ook getrouwd is. 
Deze winter huwt ook zijn moeder, vrouwe Bertilia opnieuw. Oom Benno was in zijn jonge jaren bevriend met Sir Herman van Laverstock, een broer van de vorige Sir Laverstock en oom van de Leo van Laverstock. Om de relatie tussen beide families weer een beetje te normaliseren en Vrouwe Bertilia haar liefste wens te schenken, besluit Benno dat het een goed idee is, wanneer zijzelf trouwt met iemand uit de Laverstock familie. Herman zal haar wel in de hand weten te houden. 

Er komt ook maar geen einde aan de geboorte van bastaard-kinderen in de familie van Sir Eliot. Dit keer is het zijn zuster Joan die een kind krijgt van een onbekende man. Het is een dochter en ze heet Eirlys.