vrijdag 7 november 2014

Pendragon XVII - De Hoge Koning

Pendragon gaat gewoon weer door! Een maand geleden zijn we voor het eerst in tijden weer bijeengekomen, dit keer gaan we meteen door, waar we de vorige keer zijn gebleven. Inmiddels zijn de ridders mannen van formaat geworden, die in elk geval in Salisbury grote invloed uitoefenen op het beleid. Onlangs hebben de ridders ontdekt dat de zoon van Hoge Koning Vortigern bij de Saksische prinses Rowena, Cerdic, nu de titel van Hoge Koning claimt.

Historisch overzicht
Benno van Steeple Langford
Bellias van Winterbourne Gunnet (Afwezig)
Caulas van Tisbury
Eliot van Burcombe
Gilbert van Berwick St James
Ignaeus Livius van Broughton

April 496 A.D., onderweg naar Sarum

De ridders zijn onder de indruk van wat zij net gehoord hebben in Hantonne. Een andere man probeert claim te leggen op de titel van Hoge Koning!
Als zoon van een Hoge Koning zal hij zeker wat volgelingen op de been kunnen brengen, vooral wanneer hij in staat zal blijken om Britten te beschermen tegen de woeste Saksen. Koning Uther heeft veel van zijn goede naam als Pendragon verspeeld door eerst een oorlog te beginnen tegen een van zijn vazallen, alleen om een vrouw in te pikken. Daarna verwaarloosde hij zijn plichten als koning om zich te richten op zijn familie, in plaats van zijn onderdanen te beschermen tegen de aanvallen van de Saksen.
Zouden de ridders Koning Uther moeten steunen, wanneer hij de Hoge Koning wil worden? Of kunnen zij beter Madoc, Koning van Malahaut en zoon van Koning Uther steunen, wanneer hij Hoge Koning zou willen worden? Of kunnen zij nog iemand anders vinden die ook geschikt zou zijn als Hoge Koning (misschien zelfs Sir Benno)?
Cerdic, Koning van Wessex en Hoge Koning van heel Brittannië?

De ridders keren na hun ontdekkingen in Hantonne terug naar Sarum, waar zij verslag uitbrengen aan Vrouwe Ellen. Vrouwe Ellen is verontrust wanneer zij hoort van Cerdic, die de titel van Hoge Koning claimt. Zij stuurt de ridders onmiddellijk door naar Londen, waar Koning Uther verblijft, om hem deze boodschap te vertellen. Zij zal een bericht naar Aescwin sturen dat hij geen tribuut hoeft te verwachten van een loyaal onderdaan van Koning Uther.
De ridders halen hun broeder-ridder Gilbert van Berwick St. James op en dan vertrekken zij naar Londen.

Mei, Londen, Logres

Londen is een grote stad. De ridders hebben eerder een grote stad gezien,zoals Eburacum, maar nog niet eerder hebben zij zoveel tijd in de stad doorgebracht. Zij vinden het maar niets. Het is er erg druk, er is niet voldoende ruimte om al het afval van mensen af te voeren, dus het stinkt er ook nog. En mensen lijken maar weinig respect te hebben voor ridders.
In de Witte Toren houdt Koning Uther zijn hof. Sir Benno is inmiddels een zeer aanzienlijk ridder (> 8000 Glory, Famous Knight). Bijna iedereen kent zijn naam. Wanneer hij zich meldt bij het hof van Koning Uther, krijgt hij snel toegang tot de Koning.
De troonzaal van Koning Uther is indrukwekkend, groot en luxueus uitgevoerd. Vrouwe Ygrainne, haar dochter Morgaine en de jong Arthur zijn ook aanwezig. Sir Eliot vindt dat de Koning Uther er gelukkig uitziet, met zijn knappe vrouw Ygrainne en zijn stiefdochter Morgaine en zoon Arthur (awareness fail, hij projecteert zijn eigen warme gevoelens voor zijn vrouw Adwen op iedereen om hem heen). Sir Gilbert, Sir Caulas en Sir Benno hebben door dat Ygrainne erg ongelukkig is met de huidige situatie. Alleen Sir Ignaeus heeft door dat niet alleen Ygrainne diep ongelukkig is, maar ook Uther heeft niet gevonden wat hij zocht in dit huwelijk. 
De kinderen lijken zich de spanningen tussen hun ouders erg aan te trekken en Morgaine zorgt als een moeder voor haar 4 jaar jongere broertje.

Sir Benno steekt van wal en geeft aan dat er twee crises zijn in Logres. Ten eerste worden de Saksen in Essex steeds brutaler. Hun prins, Aescwin eist tribuut van loyale onderdanen van Koning Uther. Ten tweede probeert ene Cerdic van de Gewessi in Hantonne zich op te werpen als de Hoge Koning van alle Britten. Hij claimt de zoon te zijn van Vortigern, die ook Hoge Koning was, voor Hoge Koning Ambrosius, de broer van Koning Uther.
Koning Uther is niet onder de indruk van Prins Aescwine, die kan hij wel een lesje leren. Maar hij wordt woedend wanneer hij hoort dat Cerdic de titel claimt, die hij zelf ook wil voeren. Cerdic heeft een legitieme claim en wanneer hij ook nog in staat zal blijken om de vrede te bewaren tussen de Britten en de Saksen, zal hij nog volgelingen krijgen ook.
Het is van belang dat de titel van Hoge Koning nu eens definitief wordt verleend aan Uther. Hij is al Koning van Logres, en heeft meermalen laten zien dat hij in staat is om alle Britse volken te beschermen tegen de invasie van de Saksen. 

Om verkozen te worden tot Hoge Koning van Brittannië is het nodig dat het Supreme Collegium een uitspraak doet. Dit College bestaat uit een aantal Koningen en politieke en religieuze leiders. Zij nemen besluiten over de belangrijke zaken die het hele rijk aangaan. Dit college kan dan kiezen tussen Koning Uther en Cerdic. En dan is het voor eens en altijd duidelijk wie de Hoge Koning is en wie moet buigen.
Wanneer Sir Caulas dit hoort, vraagt hij zich meteen af hoe het college zo beïnvloedt kan worden, dat zij kiezen wie hij wil dat zij kiezen. Het college bestaat uit 28 leden. Het komt bijeen wanneer er een nieuwe Hoge Koning verkozen moet worden, of wanneer 15 van de leden bijeen willen komen. Eenieder die aanwezig is mag stemmen, wanneer een kandidaat driekwart van de stemmen van de aanwezigen heeft, is hij verkozen tot Hoge Koning (Vrouwen kunnen natuurlijk geen Hoge Koning worden). De stemming verloopt anoniem. 

Sir Benno: "De mogelijkheden voor fraude zijn eindeloos!"

Het plan van de ridders is, om het College tussen Uther en Cerdic te laten kiezen, tijdens Pinksteren van het jaar 497. Dan heeft Koning Uther nog nog iets minder dan een jaar om iedereen bijeen te roepen. De bijeenkomst kan georganiseerd worden in Silchester, dat ligt ongeveer in het midden tussen Hantonne en London.
Sir Caulas koopt een openbaar toilet in London, dan kan hij dat aan de weduwe van zijn vader laten in zijn testament, puur om haar dwars te zitten.
Sir Benno en de rest van de ridders keren terug naar Hantonne om Cerdic op de hoogte te stellen van de bijeenkomst van het Supreme College en hem uit te nodigen. Cerdic laat weten dat hij volgend jaar met Pinksteren in Silchester zal zijn, om daar het College te laten besluiten over de toekomst van Brittannië.
Dan keert de groep terug naar Sarum om daar aan vrouwe Ellen te laten weten wat er volgend jaar te wachten staat. Vrouwe Ellen besluit om deel te nemen aan het College. Haar zoon Robert is lid van het college, maar als regent in zijn naam zal zij gaan stemmen. Voor Koning Uther uiteraard. Zij besluit ook dat zij haar zoon Robert mee zal nemen. Hij is dan 13, dat is een goede leeftijd om vast wat contacten te leggen met deze en gene.

Winterphase 496/ 497

Sir Benno is ook een Banneret Knight en wordt Heraut voor Sir Robert.
Sir Gilbert is een heidens ridder en probeert net zo wellustig te zijn als waar zijn geloof hem toe aanmoedigt. Maar hij wordt zo zenuwachtig iedere keer dat hij een vrouw spreekt, dat hij tot niets komt. De gedachte aan zijn vrouw Indeg zorgt ervoor dat hij niets voelt voor andere vrouwen (lustful fails). 
Sir Gilmere krijgt een dochter, hij noemt haar Gerwina. Sir Gilmere is nu een Banneret Knight en wordt ook Marshall.

Sir Ignaeus krijgt een dochter, hij noemt haar Lucretia. Zijn broer Anthonius treedt in het huwelijk. Verder wordt hij nu ook Marshall van Broughton, om op te treden tegen Levcomagus.

Sir Eliot krijgt een zoon, hij noemt hem Eric. Sir Eliot is al meester van alle pages en schildknapen en verantwoordelijk voor hun plaatsing.

Sir Caulas krijgt een tweeling, een zoon Pellogres en een dochter Gwen. Sir Caulas wordt ook Chancellor voor Vrouwe Ellen.