dinsdag 23 december 2014

Pendragon XVIII - Verkiezing!


Er is weer een maand voorbij en er is weer een Pendragon aflevering gespeeld. De speler van Sir Bellias heeft aangegeven voorlopig niet aan te kunnen schuiven, dus zijn Sir Bellias bevindt zich momenteel in een soort semi-pensioen. De rest speelt wel door en inmiddels vergaren zij daarmee ook aanzien en rijkdommen.
Sir Eliot de Wispelturige en Sir Caulas van Tisbury waren tot nu toe erg rijk, maar Sir Gilbert heeft met zijn huwelijk met de veel oudere Vrouwe Indeg ook een hoop landgoederen aan de haak geslagen. Wie weet wat dat voor de toekomst zal brengen!
Deze keer zullen we zien welk gekonkel de ridders weten los te maken in aanloop naar de verkiezing van Uther als Hoge Koning.

Historisch overzicht
Benno van Steeple Langford
Caulas van Tisbury
Eliot de Wispelturige van Burcombe
Gilbert van Berwick St James
Ignaeus Livius van Broughton

Maart 497 Anno Domini, Sarum, Salisbury

Zowel Cerdic van de Gewessi als Koning Uther hebben hun claim voor de eer van Hoge Koning kenbaar gemaakt. Later dit jaar zal met Pinksteren, op het Supreme Collegium in Silchester bijeen komen om een Hoge Koning te verkiezen.

Uther van Logres
Cerdic van Wessex












Het Collegium bestaat uit 28 leden, waarvan één momenteel niet benoemd is, omdat Canterbury nu in Saksische handen is. Er kunnen maximaal 27 leden aanwezig zijn. Wanneer 3/4 van hen voor één bepaalde kandidaat stemt, is deze verkozen tot Hoge Koning, Uther moet dus tenminste 20 van de 27 stemmen krijgen, liefst meer. Dat zal hem nog niet makkelijk afgaan. Een groot deel van de leden zijn zijn leenmannen en-vrouwen, maar de stemming is anoniem. En hij heeft geen vrienden gemaakt onder zijn eigen mensen door oorlog te voeren tegen een van zijn eigen Hertogen.

Vrouwe Ellen wil als regent van Sir Robert bij de bijeenkomst van het Collegium zijn, om een stem uit te brengen voor haar Leenheer Uther. Zij wil ook Sir Robert meenemen, hij is nu 12 een oud genoeg om wat meer van de wereld te zien, in plaats van te leven als page op het landgoed Winterbourne Gunnet. 

Sir Robert van Salisbury

De ridders zien de bijeenkomst van het Collegium als een mogelijkheid om ook wat meer van de wereld te zien en partners te vinden voor henzelf (Sir Benno misschien?) en hun zonen en dochters. Zo neemt Sir Gilbert zijn vrouw Indeg mee. Sir Caulas vertrouwt zijn vrouw Elaine niet en neemt haar mee naar Silchester. Verder ook Morganor, zijn tweelingbroer en Imane, zijn verweduwde halfzuster. Sir Ignaeus neemt zijn vrouw Balinette mee, samen met zijn onwettige dochter Imogen. Haar moeder Miffy is nu de dienstmaagd van zijn wettige vrouw Balinette. Sir Eliot neemt zijn vrouw Adwen en zijn twee broers en twee zussen mee. Alleen Sir Benno reist alleen, zijn neefjes zijn hier nog te jong voor.
Al met al reist er een enorme delegatie vanuit Salisbury naar Silchester. De andere leden van het Collegium zullen zeker ook met groot gevolg reizen. Silchester zal uit zijn voegen barsten. Het is nog maar de vraag of iedereen zal kunnen slapen in het Kasteel van Silchester.

Mei 497, Silchester

De reis naar Silchester was zonder spannende evenementen, zo in het hart van Koning Uther's Rijk en de weg tussen Sarum en Silchester is goed begaanbaar. Sir Benno is de oudste ridder met de grootste naam en hij voert de colonne aan en maakt samen met Vrouwe Ellen alle belangrijke beslissingen over waar en wanneer er een kamp wordt opgeslagen. 
Ulfius van Silchester
Leodegrance van Cameliard













In een grote weide buiten Silchester wordt een enorm kamp ingericht voor het gevolg van de leden van het Collegium. Op de muren van Silchester wapperen vele banieren, sommigen worden herkend door de ridders en anderen niet. 
Idres van Cornwall

Nanteleod van Escavalon













Vrouwe Ellen en haar zoon Robert krijgen een ruimte in het kasteel van Hertog Ulfius van Silchester, omdat zij daadwerkelijk zitting hebben in het Collegium. Maar de ridders zullen zelf een locatie moeten vinden om te verblijven. 

Hertog van Cheshire
Dafydd van Powys













Sir Ignaeus heeft familie wonen in Silchester, zijn ouders zijn nog in leven en zorgen voor zijn nichten Olivia, Cornelia en Atia. De ridders Caulas, Gilbert, Benno en Eliot slaan een kamp op op de weiden buiten Silchester. 

Hertog van Lindsey
Het is er een drukte van jewelste en iedere ridder en Koning lijkt gekomen te zijn om binnenkort een Hoge Koning te verkiezen. Het ideale moment om zelf een vrouw te vinden of om vrijgezelle familieleden aan de man of vrouw te krijgen. 

Madoc van Malahaut

Sir Caulas en Sir Eliot zoeken onmiddellijk contact met Madoc, ooit alleen maar de bastaard van Uther, maar nu ook Koning van Malahaut. Ongetwijfeld heeft Madoc nog ongetrouwde vazallen voor hun vrouwelijke familieleden of weduwen voor hun broers. Alleen Eliot slaagt erin om de juiste snaar te raken bij Madoc met zijn kennis van de manieren van het hof en zijn gevoel voor woorden (Courtesy en Orate Succes). Hij zorgt ervoor dat zijn broer Ebel kan trouwen met een vrouw uit Malahaut.
Bagdemagu van Somerset
Sir Caulas geeft niet op en probeert contact te leggen met de Koning van Somerset, die onder andere heerst over Bath en Wells, niet ver van Sarum en Tisbury. Daar heeft hij meer succes en hij weet de Koning van Somerset zover te krijgen dat zijn broer Morganor kan trouwen met een adelijke dame uit Somerset. 
Sir Ignaeus legt al snel contact met de Preator van Dorset. Deze Jonathel is net als Sir Ignaeus en de bevolking van Silchester trots op zijn Romaanse - Britse achtergrond. Ze krijgen al snel een band en Sir Ignaeus weet precies het juiste te zeggen (courtesy critical). Jonathel is nog ongetrouwd en zou graag eens Atia van Broughton willen ontmoeten.

Van de 28 leden van het Collegium zijn er slechts 24 aanwezig. De zetel van Canterbury is vernietigd, en de leden uit Alclud, Doncaster en Sinadon Caernarfon zijn niet aanwezig. Ook niet heel verrassend, voor de Koningen van Stangorre, Roestoc en Gomeret is Silchester ver reizen. Het is goed mogelijk dat zij de verkiezing van een nieuwe Hoge Koning niet echt belangrijk vonden.
Dit betekent wel dat Uther 18 stemmen nodig heeft om tot Hoge Koning verkozen te kunnen worden.

Het gemanouvreer om voldoende stemmen te krijgen of te kopen is in volle gang. Sir Eliot en Sir Caulas komen hierbij helemaal tot hun recht. Zij vangen al vrij snel op dat de Hertogen van Lindsey en van Gloucester niet echt enthousiast worden van het idee van hun leenheer die Hoge Koning wordt. Zij herinneren zich nog goed hoe Koning Uther een oorlog begon met een van zijn eigen Hertogen om de wettige vrouw van die Hertog. Wat zal er gebeuren wanneer hij Hoge Koning is?

Caulas: Wat als Uther nu vermoord zou worden?
Eliot: We hebben het niet over je vrouw he?
Caulas: Nee, de dood van Uther zou het 2e beste zijn wat me zou kunnen overkomen!


Sir Caulas verdiept zich in het proces van de stemming. Allereerst zullen de kandidaten zich presenteren aan de leden van het Collegium. Dan zullen de leden beraadslagen en tot slot stemmen. Dat zal gebeuren onder het toeziend oog van de Bisschop van Sint Albans, het hoofd van Brits Christelijke Kerk in Brittannië, die ook zitting heeft in het Collegium. Dit is de man die beïnvloed moet worden en ervan doordrongen moet worden dat Koning Uther de enige mogelijke uitkomst van deze verkiezing is.
Sir Eliot verdiept zich in de Bisschop van Sint Albans. Hij spreekt met verschillende monniken en bedienden uit de abdij en het huishouden van de bisschop en al snel ontdekt hij een waarheid, waarvan hij rood ziet. De Bisschop ontvangt geld van Saksen (Intrigue critical en hate Saxons 17)! Onmiddellijk deelt hij dit nieuws met zijn Ridder-Broeders (een flink staaltje zelfbeheersing, Eliot begint echt te schuimbekken wanneer de Saksen genoemd worden).
Sir Gilbert heeft niet de zelfbeheersing van Sir Eliot en wordt woedend (Hate Saxons critical) en wil er onmiddellijk op uit om de bisschop te doden. Sir Ignaeus treedt koelbloedig op en tackelt Sir Gilbert voor hij al te veel schade kan aanrichtin (dat is niet zonder gevaar, ridders die in de greep zijn van een passion kunnen ook een vrienden aanvallen).
Sir Benno is vertolkt de stem der redelijkheid en zegt dat Koning Uther onmiddellijk geïnformeerd moet worden over dit verraad. Sir Caulas voegt daaraan toe dat Cerdic als tegenkandidaat ook geïnformeerd moet worden, anders beticht hij Uther van het manipuleren van de verkiezing, door de scheidsrechter te verwijderen (intrigue succes).

Sir Benno informeert Koning Uther over het verraad van de Bisschop van Sint Albans. En hij probeert de Koning er ook van te overtuigen dat aangezien hij bekend staat als trots en onbuigzaam, het in dit geval extra belangrijk is dat hij nederig overkomt en samen met Cerdic optrekt in het straffen van deze Bisschop.
Koning Uther kan maar moeilijk geloven dat hij niet door iedereen bemind wordt, nog nooit heeft iemand hem de harde waarheid zo duidelijk verteld (en alleen dankzij de hoge Orate score van Benno komt hij hier levend mee weg!).

Koning Uther: Men is alleen maar jaloers op mij. Ik zal moeten meeveren met deze omstandigheden, net zoals Sir Eliot dat altijd doet (sir Eliot wordt op positieve manier genoemd door de Koning, extra Glory!).
Koning Uther geeft Sir Benno opdracht om met Cerdic ook te informeren hierover en uit te nodigen om samen op te treden tegen deze verraderlijke Bisschop. Sir Benno vervoegt zich onverwijld bij het huis waar Cerdic verblijft in Silchester. Inmiddels heeft de bevolking van Silchester door dat er iets speelt en zij volgen Sir Benno.
Cerdic ontvangt Sir Benno en luistert met zorg naar zijn verhaal. Deze Bisschop speelt een vuil spel. Wanneer Cerdic duidelijk wil maken dat hij geen Saks is, maar een Brit, zal hij nu moeten optreden tegen deze Bisschop, samen met Uther, om aan te geven dat zij beiden het welzijn van Brittannië belangrijker vinden dan hun rivaliteit.
Sir Benno stelt voor dat Cerdic naar het kasteel van Silchester gaat en van daaruit samen met Uther naar het klooster gaat om verhaal te halen. Cerdic wijst dit af. Wanneer hij naar Uther gaat, lijkt het net of hij luistert naar Uther. Aangezien zij ook in een strijd om het Hoge Koningschap verwikkeld zijn, is dat geen goed signaal. Hij wil dat Uther naar hem toekomt.
Sir Benno stelt als compromis voor, dat zij elkaar dan ontmoeten op straat voor het huis van Cerdic. Dan hoeft Uther ook niet naar binnen bij zijn rivaal. Cerdic vindt dat acceptabel.

Wanneer de twee kandidaten voor het Hoge Koningschap aankomen bij de Abdij van Sint Albans confronteren zij de Bisschop met de beschuldigingen van Sir Eliot. Inmiddels er ook een grote groep burgers meegegaan met de Koning en zijn gevolg. Het nieuwe van het verraad van de Bisschop slaat in als een steen uit een Blijde en het volk wordt woest. Wanneer Sir Eliot dan ook nog een aantal getuigen kan aanwijzen en het Saksische geld kan laten zien, slaat de vlam in de pan en Bisschop wordt aan stukken gescheurd door het woedende volk.
Een paar dagen later wordt Dubricius, Bisschop van Carlion, aangewezen om de verkiezing van een nieuwe Hoge Koning voor te zitten. De ridders proberen hem ervan te overtuigen dat het eigenlijk niet uitmaakt wie Hoge Koning wordt, als er maar een komt om Brittannië te beschermen tegen de Saksen.

En dat laat nog maar een dag tot Pinksteren en de verkiezing van een nieuwe Hoge Koning.