maandag 6 maart 2017

De Netparasiet

Vorige maand postte ik hier dat ik op zoek was naar een nieuwe uitdaging. Ik wilde kijken of het mogelijk was dat ik eens in de maand hier een boek zou kunnen bespreken dat mij uit mijn jonge jaren bij is gebleven. Daar gaf ik toen een aantal boeken uit mijn vroege kinderjaren bij. Maar nu is het dan toch tijd dat ik een hele post wijd aan één boek.

De Nederlandse vertaling. 

De Netparasiet

Voor deze maand ga ik voor "De Netparasiet" van Andreas Brandhorst. Dit is een Nederlandse verstaling van een Duits boek (Der Netzparasit). Andreas Brandhorst is een Duitse schrijver en vertaler (hij vertaalde de Discworld romans van Terry Pratchett naar het Duits, onder andere). De Duitse versie kwam in 1983 uit, en de Nederlandse vertaling kwam in 1985 op de markt, van Prisma. Ik heb het boek geleend uit de Bibliotheek van Baarn, toen ik daar woonde. Het boek stond toen bij de SF/ Fantasy collectie in het Nederlands. Ik denk dat ik een jaar 12, 13 zal zijn geweest.

Spoilers!

Indruk toen

Wat ik me herinner van toen is een boek dat mij totaal van mijn sokken blies. Ik was vreselijk onder de indruk van de romantische heldin, die een multiversum van mogelijkheden doorreisde, samen met haar doodzieke geliefde, terwijl ze werden achtervolgd door hun mysterieuze tegenstrevers, de Faraozwemmers, in dienst van de Opperfarao.
De verschillende werelden van het multiversum waren door een soort Net van mogelijkheden aan elkaar verbonden. De heldin van het verhaal had, samen met een select groepje anderen, de Netrijders, de mogelijkheid om met behulp van Jade via dat Net van de ene mogelijkheid naar de andere te reizen. Maar die vaardigheid konden deze Netrijders ook weer kwijtraken. En de Opperfarao maakte daar mooi gebruik van, hij hield degenen die hun gaven kwijtraakten voor dat zij in zijn dienst weer door de varianten van het Net konden reizen.
Maar dat was natuurlijk een vals aanbod. De Opperfarao maakte de mogelijkheden van het Net juist stuk. Bovendien leek zijn komst ook gepaard te gaan met een gruwelijke ziekte, waar de geliefde van de heldin ook aan leed.
Uiteindelijk kwam het na groot verraad gelukkig allemaal goed.

Indruk nu

Dit boek heeft lang in mijn hoofd gezworven. Vooral de afbeelding van de vrouw met het rode haar op de voorkant heeft mij lang beziggehouden. En een tijd geleden kwam ik weer op de titel en kon ik het boek vinden via Essef.

Hoofdstuk 1

Huidige tijd

Het verhaal begint in medias res, Moyrine (de heldin) is met haar zieke geliefde (Raoul) beland op een soort hypermodern schip dat vaart door iets wat geen zee is. Aan boord lijken geen levende wezens te zijn, maar een soort robots. In deze verlaten wereld hoopt Moyrine een tijdje veilig te zijn voor de faraozwemmers, die haar en Raoul achtervolgen. Maar dat blijkt niet het geval en al snel moeten Moyrine en Raoul vluchten. Zij zijn al een tijdje op de vlucht, en Raoul is doodziek. De ziekte, die wordt beschreven als een soort stralingsziekte (mutaties van het lichaam, etterende zweren), heeft inmiddels ook wel hun weerslag op hun relatie. Zij worden weer gevonden door de Faraozwemmers en vluchten weg via het Net.

Flashback

Ondertussen hebben we flashbacks naar de jeugd van Moyrine, voor ze ontdekte dat ze een Netrijdster was. Nadat ze haar moeder heeft begraven en een poging tot verkrachting weerstaat van een jongeling uit haar gemeenschap en ze bijna sterft in de klauwen van een lokaal monster, worden haar latente krachten wakker.

Hoofdstuk 2



Huidige tijd


Moyrine komt dan terecht, zonder Raoul, op een technologisch zeer geavanceerde wereld, waar zij door ene Kerenn wordt gevonden. Hij herkent haar als een Netrijder. Hij was ooit Netrijder, maar raakte op deze wereld zijn krachten kwijt. Kerenn brengt haar in veiligheid. Van Raoul is geen spoor.


Flashback

In de flashbacks wordt duidelijk dat Moyrine als jonge, onervaren Netrijdster wel buitengewoon krachtig is. Na haar eerste reis door het Net komt ze in een technologisch veel ontwikkelder wereld Raoul tegen. Ze wordt meteen vreselijk verliefd op Raoul en hij op haar, en beiden weten niet zo goed waarom eigenlijk. Ze belanden diezelfde avond nog met elkaar in bed.

Hoofdstuk 3

Huidige tijd

Kerenn lijkt sterk op Raoul in zijn jongere (en gezondere) jaren. In tegenstelling tot Lao (die wordt geïntroduceerd in een van de flashbacks) leeft hij nog, ondanks dat hij zijn krachten kwijt is. Hij vertelt dat dat komt door een soort priesters die wonen in een stad boven het oppervlak van deze wereld. Zij houden de mensen op het oppervlak als slaven, die moeten graven naar de stralende stenen. En af en toe worden die naar de Hemelstad getransporteerd. Dat gaat gepaard met een ceremonie die doet denken aan de ervaring van Netzwemmen, waardoor Kerenn niet gek wordt van de ontwenningsverschijnselen.
Moyrine vermoedt onmiddellijk dat er een verband is tussen haar en Raouls problemen en de activiteiten van de priesters. En dan blijkt dat er op deze wereld ook nog oude overblijfselen zijn die verwijzen naar een van de eerste Netrijders.

Kappa, het Symbool van Katyr

Dan vertelt Moyrine ook hoe zij hier terecht is gekomen. Kennelijk hebben Moyrine en Raoul iets vreselijk verkeerds gedaan, en ongeveer op datzelfde moment begonnen de priesters interesse te tonen in de stralende stenen. Tijdens die gebeurtenis is Raoul een deel van zijn persoonlijkheid kwijtgeraakt en is hij nu verbonden met Moyrine. Zij houdt hem in leven.
Moyrine en Kerenn belanden daarna in bed, Moyrine denkt de hele tijd aan Raoul en Kerenn denkt de hele tijd hoeveel beter deze seks is dan de seks met zijn lokale (zwangere!) vriendin.

Flashback

De veranderingen voor Moyrine openbaren zich meteen. Als Netrijdster zijn haar oogbollen, irissen en pupillen volledig wit geworden, met wat grijze lijntjes erin. (Samen met haar eerder bechreven pikzwarte haar lijkt ze dus totaal niet op de dame op de voorkant van de Nederlandse vertaling) Moyrine en Raoul gaan op zoek naar een leermeesteres die ook een persoonlijk Netjade voor Moyrine kan maken. Deze Tatia herkent meteen het potentieel van Moyrine en laat Moyrine meteen in een soort toekomstvoorspellende put kijken, waarin Tatia een hoop onheil in de toekomst van Moyrine en Raoul ziet. Zij verwijst Moyrine en Raoul door naar Nedath, een man die al 300 of meer reizen in het Net heeft gemaakt. Hij zou ook een Jade Oog van Katyr, de eerste Netrijder bezitten. Dit is een machtig artefact.
Ondertussen verliest Lao, de Netrijdende broer van Raoul zijn gave. Raoul en Moyrine constateren dat hij nooit meer zal Netrijden en van de ontwenningsverschijnselen zal sterven en verlaten hem prompt, door naar een transferpunt te vertrekken (Kennelijk kan je niet overal het Net induiken).

Hoofdstuk 4

Huidige tijd

De priesters, die een soort telepaten zijn, maar ook elektronische implantaten hebben, van de Hemelstad komen een lading van de Stralende Stenen ophalen en Moyrine en Kerenn worden verraden door de ex-vriendin van Kerenn. Ze vluchten voor de priesters naar de oude, ondergrondse ruïnes van een van de eerste Netrijders. Ze dringen daar steeds dieper in door en komen uiteindelijk terecht bij een overblijfsel van een verblijfplaats van Katyr, de eerste Netrijder. Ook daar vinden ze weer een toekomstvoorspellende put. Moyrine ziet waar haar Raoul is, bij de priesters in de Hemelstad. En daar hebben ze ook het Netjade van Moyrine. Als dan de toekomstvoorspellende put instort, vindt Moyrine onderin een enorme bol van Jade, het tweede JadeOog, een artefact dat zo krachtig is, dat het weer zou kunnen herstellen wat zij eerder kapotmaakte.
Moyrine en Kerenn vertrekken naar de Hemelstad om Raoul te bevrijden.

Flashback

Na enige omzwervingen komen Moyrine en Raoul aan op een grotendeels verlaten wereld. In deze wereld zijn volop overblijfselen van de Ouden (cursief komt uit het boek). Op bijna alle werelden, verbonden aan het Net hebben zij hun invloed achter gelaten, maar overal zijn zij verdwenen. Op sommige plekken slechts 100en jaren. Op andere plekken zijn zij al 10.000en jaren verdwenen. Hun overblijfselen bestaan soms uit geavanceerde technologie, soms uit andere vormen van kennis.
Het gesprek komt even op Lao, de broer van Raoul die zij achterlieten. Maar Moyrine concludeert dat zij toch niets meer voor hem konden doen.
De volgende morgen treffen zij een vreemde oude man, die behoorlijk krankzinnig lijkt. Hij laat Moyrine een droom beleven, waarin zij op een queeste is, terwijl haar Raoul in een coma ligt. Deze hele droom zit vol met waarschuwingen over wat Moyrine verder nog te wachten zal staan. De oude man blijkt Nedath te zijn en hij is bereid om Moyrine als leerling aan te nemen, precies zoals Tatia zei.
Nedath blijkt daadwerkelijk een Jade Oog te hebben, een van de twee, waarmee Katyr het Net ontdekte (of creëerde). De andere is verloren gegaan. Nedath durft het Jade Oog zelfs maar niet aan te raken. Maar op Moyrine oefent het een enorme aantrekkingskracht uit.
Binnen enkele maanden kan Moyrine natuurlijk geen weerstand meer bieden aan de verleiding van het Jade Oog. Samen met Raoul sluipt zij er bij nacht naar toe. Maar dan is het Raoul die het Jade Oog aanraakt, en hij is lang zo sterk niet als Moyrine. Het gaat natuurlijk gruwelijk mis, Nedath probeert te helpen, maar sterft, Raoul raakt besmet met de stralingsziekte en lijkt geestelijk ook niet meer in orde.

Hoofdstuk 5

Huidige tijd

Wanneer Moyrine en Kerenn aankomen in de Hemelstad, treffen zij daar een sloppenwijk vol arme, stervende en zieke mensen. Moyrine en Kerenn vinden bondgenoten en Moyrine onthult dat de ziekte waar iedereen in meer of mindere mate aan leidt in iedere wereld van het Net te vinden is en dat dit allemaal het gevolg is van het feit dat Raoul met zijn vingers aan het Jade Oog zat (daartoe gebracht door Moyrine).
De volgende morgen worden Moyrine en Kerenn gevangen genomen door de priesters van de Hemelstad, zij blijken Faraozwemmers te zijn, gecorrumpeerde Netrijders.

Flashback

Moyrine en Raoul reizen rond in het Net, op zoek naar genezing voor Raoul. Inmiddels gaan de werelden achteruit. Overal wordt onheil gepredikt, slavernij en verslaving lijken toe te nemen en Faraozwemmers, dienaren van de Opperfarao steken overal de kop op.
Moyrine vindt een ervaren Netrijder, die de ego's van Moyrine en Raoul versmelt, waardoor Raoul kracht kan ontlenen aan Moyrine, maar dat kost wel levenskracht van Moyrine. En als de één sterft, zal de ander ook sterven.
Deze Netrijder vertelt hen ook meer over Katyr, de legendarische, eerste Netrijder. En hij legt voor het eerste het verband tussen de transgressie van Moyrine en Raoul en de opkomst van de Opperfarao. Hij denkt dat het ongeluk dat Nedath doodde en Raoul ontdeed van een deel van zijn persoonlijkheid, ook de Opperfarao creëerde, gemaakt van een deel van het ego van Raoul. En deze Opperfarao bond Netrijders aanzich, waardoor zij niet meer beschikbaar waren om op te treden als mystieke genezers. Hierdoor kon de stralingsziekte zich uitbreiden.
Uiteraard worden ze dan weer betrapt door een Faraozwemmer en moeten ze vluchten.

Hoofdstuk 6

Huidige tijd

Moyrine en Kerenn worden naar hogere regionen van de Hemelstad gebracht. De priesters blijken allemaal Faraozwemmers te zijn.
Ook lijkt er een probleem met voortplanting te zijn. Vrouwen zijn wanhopig op zoek naar mannen om zich door te laten bezwangeren, waarvoor eerst zegeningen noodzakelijk zijn, misschien ook een gevolg van de stralingsziekte en de stralende stenen.
De karavaan waarin Moyrine en Kerenn vervoerd worden, wordt overvallen door rebellen, de vroegere heersers over de Hemelstad. Zij weten van Moyrine en Kerenn. Zij willen dat hun zieken en gewonden genezen worden door Moyrine en Kerenn. Maar Moyrine en Kerenn weten te ontsnappen. Raoul lijkt in de buurt te zijn en Moyrine gaat hem zoeken.
Ondanks dat Moyrine zonder al te veel problemen met Kerenn in bed dook (omdat hij zo op Raoul leek), blijft haar eerste loyaliteit toch aan Raoul. Kerenn begint daar nu toch wel behoorlijk jaloers over te worden.
Moyrine en Kerenn vinden Raoul, die in stasis wordt gehouden, zodat de ziekte niet verder kan voortschrijden. Terwijl ze hem proberen los te maken, zetten de Faraozwemmers een soort geestelijke aanval in op Moyrine. Moyrine, Kerenn en Raoul verdwijnen gedrieeën weer het Net in, op zoek naar een wereld met meer technologische kennis.

Flashback

Moyrine en Raoul komen aan op een wereld die volledig in de ban is van de Opperfarao. Ze komen terecht in een pelgrimsstoet van misvormde lijders aan de Stralingsziekte, die op weg zijn naar de tempel van de Opperfarao om genezen te worden. De Opperfarao lijkt van kinderen met de Stralingsziekte een soort zombies te maken.
Om te kunnen vertrekken van deze wereld, zullen zij zich moeten begeven in het paleis van de Opperfarao, het hol van de leeuw. Raoul ziet dat helemaal niet zitten, aangezien hij bang is dat de Opperfarao misschien toch echt de andere helft van zijn persoonlijkheid is. Wanneer ze echter in de nabijheid van de Opperfarao verkeren, bemerkt Moyrine dat de Opperfarao een zelfstandig individu is, en dat er dus geen verband is tussen haar transgressie en zijn bestaan.
Dit is een opluchting natuurlijk, maar Moyrine en Raoul zijn wel ontdekt en moeten weer verder vluchten. Op hun vlucht zien zij al het Jade dat de Opperfarao heeft gekregen van de Netrijders die nu in zijn dienst zijn als Faraozwemmers. Dan realiseert Raoul zich voor het eerst dat de Opperfarao wel eens oppermachtig zou kunnen worden en dat hij en Moyrine zich misschien eens wat meer zouden moeten verdiepen in wat dat betekent voor hun collega-Netrijders. Moyrine wil daar niet teveel over nadenken en heeft als lange termijn-plan Raoul genezen en zich dan verstoppen voor de Opperfarao.
De Opperfarao haalt hen in en doet Moyrine een aanbod. Wil zij aan zijn zijde regeren over het Net? Met alle Jade die hij inmiddels verzameld heeft, kan het Net worden uitgebreid met veel meer mogelijkheden.
Dan wordt duidelijk dat de Opperfarao ook maar aan marionet is, in handen van de Netparasiet. Het was deze parasiet die het Net vergiftigde met zijn aanwezigheid! Als de Opperfarao op het punt staat zijn twee gevangen aan de Netparasiet over te dragen, weet Raoul zichzelf even bij elkaar te rapen en samen met Moyrine te ontsnappen, het Net in, naar een vredige wereld waar zij even tot rust kunnen komen.

Hoofdstuk 7

Huidige tijd

Moyrine, Kerenn en Raoul zijn aangekomen in een technologisch geavanceerde wereld. Hier wonen niet alleen mensen, maar ook verschillende soorten intelligente niet-menselijke wezens. Moyrine bekent hier aan Kerenn dat zij onvruchtbaar is (het is me niet helemaal duidelijk waarom dat ineens als onthulling gebracht moet worden en hoe Moyrine dit zelf weet). Ze bekent ook dat ze heus wel van Kerenn houdt, maar dat Raoul nou eenmaal eerder was.
Dan is er een audiëntie met de heerseres van deze wereld. Zij wil Raoul helpen, als zij een droom van Moyrine kan hebben. Dit eindigt natuurlijk meteen in een vreemde soort vampier-scene. Ondertussen zit Kerenn niet op te letten. Hij wordt namelijk benadert door een half-menselijke dame, met een rode lichaamsvacht. Zij kan echter van gedaante veranderen en verandert prompt in de gelijkenis van Moyrine. Daar kan Kerenn geen weerstand aan bieden.
Maar dan wordt Raoul weer zieker en begint te gillen. Dat trekt de aandacht van Kerenn, hij haalt Moyrine uit de omhelzing van de heerseres van deze wereld. Moyrine probeert Raoul te genezen met haar eigen levenskracht, maar dan blijkt dat de heerseres zoveel van Moyrines herinneringen heeft opgezogen, dat zij ook de speciale band tussen haar en Raoul heeft vernietigd. Zij kan Raoul niet meer genezen, maar Raoul kan nu ook sterven zonder Moyrine mee te spelen. Kerenn ziet alleen maar voordelen.
De naderende dood van Raoul geeft Moyrine eindelijk de motivatie om in de aanval te gaan tegen hun achtervolgers. Zij kan nu ook de Netparasiet (in de flashbacks leren wij dat hij de opdrachtgever is achter de Opperfarao en Faraozwemmers) opzoeken en de confrontatie aan te gaan. Nu denkt zij dat de Netparasiet de verloren helft van Raouls persoonlijkheid is.

Hoofdstuk 8

Huidige tijd

Moyrine en Kerenn zijn gearriveerd op de wereld waar de Netparasiet verblijft, maar daar is het helemaal onbewoond. Kerenn denkt dat ze het mis hebben. Ze vinden een huis, bewoond door alleen een jongen. In dit huis bevindt zich een toekomstvoorspellende put, zoals ze al eerder zagen in één van de flashbacks. Bij deze put blijkt dat de jongen (uiteraard) de Netparasiet is, en die blijkt Moyrine al eerder ontmoet te hebben als Nedath!
Hij was niet gestorven toen Raoul het JadeOog aanraakte! En alles wat Moyrine en Raoul meemaakten was onderdeel van zijn plan. Hij gaf zich uit voor leraar, trok begaafde Netrijders aan en hoopte dat hij via een van zijn leerlingen de krachten van het JadeOog in zich op kon nemen. Maar door de onbezonnenheid van Raoul, ging er iets mis.
De Netparasiet wil de kracht van het tweede JadeOog om daadwerkelijk een god te kunnen worden, die nieuwe Netten kan ontdekken, openen en misschien zelfs nieuwe werelden kan creëren.
Moyrine wil niet toegeven. Er ontspint zich een strijd tussen de Netparasiet en Moyrine en Moyrine is aan het verliezen.
Kerenn offert zich op door in de toekomstvoorspellende put te springen. Hierdoor ontploft het ding, komen alle krachten in een keer vrij en sterft de Netparasiet. Raoul is weer genezen en neemt Moyrine mee. Desondanks is zij niet heel blij.

Hoofdstuk 9

Huidige tijd

Moyrine en Raoul bevinden zich op weer een wereld. Moyrine wil daar een tijd lang blijven om mensen te genezen. Raoul vindt dat maar een beetje onzin. De relatie tussen Moyrine en Raoul is danig bekoeld. Moyrine is zich zeer bewust van het feit dat Kerenn zich heeft opgeofferd, dat zij dankbaar gebruik maakte van alles wat hij haar wilde geven en dat ze hem niets teruggaf. Raoul waardeert dat, maar zegt ook dat Kerenn dood is, en zij leven. Er lijkt weinig meer te zijn dat Raoul en Moyrine bindt.

Terugblikkend

Het boek maakte niet meer de indruk die het de eerste keer op mij maakte. Ik vond Moyrine maar een beetje koud en harteloos, springt van de ene minnaar naar de andere, is alleen bezorgd om wat haar daden voor gevolgen hebben gehad voor de mensen die zij persoonlijk kent en voelt verder weinig empathie met alle mensen die zij tegenkomt, die bijna stuk voor stuk allemaal aan een soort gruwelijke kanker leiden. 
Raoul was als love-interest ook buitengewoon oppervlakkig en het is me bij een tweede keer herlezen nou niet helemaal duidelijk geworden waarom ik die twee nou zo vreselijk romantisch vond. Hun relatie, die op weinig gebaseerd was, voor zij in de problemen kwamen, lijkt de nasleep van hun worstelingen dan ook niet echt te overleven.
ook Kerenn was nou niet echt een lichtend voorbeeld. Hij behandelt zijn huidige vriendin erg slecht, ruilt haar in voor Moyrine, die ook in een relatie zit, is ziekelijk jaloers op haar vaste partner, maar blijft maar achter haar aan hobbelen en brengt zelf eigenlijk weinig in, behalve zijn laatste offer.  
Verder vond ik "je leermeester was eigenlijk de kwade genius achter de hele intrige" ook een beetje voorspelbaar. 
Maar goed, misschien zie ik het verkeerd. Het kan best zijn dat de oppervlakkige relatie tussen Moyrine, Raoul en Kerenn eigenlijk een commentaar is op zoveel slecht uitgewerkte relaties tussen verder vrij vlakke personen in SF/ Fantasy romans uit die tijd.