dinsdag 4 april 2017

De Droomsteen

Alweer een maand voorbij en tijd om een nieuw boek te bespreken. Dit keer wordt het de Droomsteen van C. J. Cherryh.



De Droomsteen

De Droomsteen (The Dreamstone) leerde ik kennen uit de Bibliotheek in mijn oude dorp, die eigenlijk best een goede Nederlandstalige SF/ Fantasy sectie had. C. J. Cherryh is een schrijfster uit de VS, die zowel fantasy als science fiction heeft geschreven. Ik weet dat ik later ook nog de Rusalka trilogie van haar hand heb gelezen.
De Droomsteen kwam in 1983 in de VS uit en de Nederlandse vertaling verscheen in 1984. Ik zal het boek een paar jaar later hebben gelezen in de vroege jaren '90 of zo. En een paar jaar geleden kwam ik het weer tegen in de Slegte in 's Hertogensbosch, tijdens een wandelingetje in mijn pauze.

Spoilers!

Indruk toen

Indertijd maakte het boek veel indruk op mij. Ik was helemaal weg van de verhouding tussen de wereld van de Elfen en de wereld van de Mensen. Zij leefden naast elkaar, maar ieder in een andere wereld, die soms kon overlappen. Of mensen (en Elfen) konden de oversteek maken van de ene wereld naar de andere. 
De mensen hadden de wereld overgenomen, met hun ijzer en hun oorlog en de elfen waren vertrokken met hun magie. Maar een elf was achtergebleven en zij bewaakte het woud waar ze zo lang woonde. Maar nu kwamen de mensen tenslotte ook naar haar woud en moest zij positie innemen in de wereld van de mensen. 

Deel 1: De Gruagach


Hoofdstuk 1


Het verhaal begint dromerig met een vertelling over hoe de dingen die het eerst op aarde waren,werden verdreven door de mensen, behalve op een plek, het Ealdwoud, waar de mensen niet kwamen, en de dingen van voor de mensen zich hebben teruggetrokken. Maar op een avond komt er toch een man het Ealdwoud in, en hij heeft het lef een vuurtje te maken en een vis te eten. Arafel, een elf die zichzelf ziet als de laatste beschermster van het Ealdwoud, kan dit niet accepteren en spreekt hem aan. 
Het blijkt Niall te zijn, een man die strijdt in naam van een gevallen Koning, wachtend op de terugkeer van zijn erfgenaam. Maar de overwinnaars zijn na de dood van de Koning alleen maar sterker geworden en Niall leidt een zwervend bestaan. Arafel interesseert dit allemaal niets, koningen komen en gaan zo snel voor haar, dat zij het niet bij kan houden. Zij leidt hem naar een veilige plek, de Hoeve van Beorc in de Bruine Heuvels.

Hoofdstuk 2


De Hoeve van Beorc en Beorc zelf lijken magisch te zijn. De tijd verglijdt er langzaam en de oorlog tussen de mensen komt niet naar de Hoeve van Beorc. En alleen die mensen, die geen kwaad zullen brengen, kunnen de Hoeve vinden. De Hoeve trekt daarmee een vreemde schare aan bewoners aan, waaronder ook een wezen dat niet geheel menselijk lijkt te zijn, de Gruagach. Niall komt er tot rust. 
Op een dag wordt de rust natuurlijk verstoord, wanneer een van Nialls oude strijdmakkers ook de weg naar Beorcs Hoeve weet te vinden. Hij vertelt dat de strijd nog steeds doorgaat en men wacht tot de jonge Prins Laochailan is opgegroeid tot een jongeman. Maar Niall zegt dat hij nu al oud is (47) en nog zeker 20 jaar zal moeten wachten. Dan is hij te oud. De strijd is voor jonge mannen.

Hoofdstuk 3


En dan komt er nog een jongeman, Fionn, een minstreel en zingt oude liederen over de strijd. Hij herkent Niall en was zelf ook koningsgezind. Hij wil weten waarom Niall en zijn strijdmakker zich begraven hebben in een boerderij, terwijl zijn land Caer Wiell is ingenomen en de verrader Evald, een neef van de oude Koning, het nu bezit.
Wanneer Niall aangeeft dat er te weinig medestanders van het oude regime over zijn om strijd te leveren tegen de verraders en dat degenen die dat vuur nog wel bezitten veel te oud of veel te jong zijn om strijd te leveren, vertrekt Fionn weer. Ook de oude strijdmakker van Niall vertrekt, nadat de minstreel vertrokken is.
De Gruagach doet allerlei vreemde voorspellingen die Niall niet kan duiden, maar die hem wel vreselijk onrustig maken.

Hoofdstuk 4


In het Ealdwoud bemerkt Arafel weer dat er iemand door haar wouden loopt, ditmaal is het Fionn, die zij daar al eerder bemerkt heeft. Hij wordt achtervolgd en Arafel leidt hem het Ealdwoud uit, naar Caer Wiell. Ze worden ingehaald en het leidt tot een confrontatie tussen de mensen met hun ijzer en Arafel. Arafel geeft haar groene juweel aan haar keel af aan Evald, de huidige heer van Caer Wiell, in ruil voor het leven van Fionn. Wanneer zij wegloopt probeert Evald haar alsnog te doden. Maar kennelijk kan zij tussen de werkelijkheid van de mensen en die van de elfen heen en weer gaan. En wat er in de wereld van de mensen gebeurt, heeft maar weinig effect in de wereld van de elfen. 

Hoofdstuk 5


Arafel en Fionn verblijven nog steeds in het Ealdwoud. Maar wanneer Arafel haar ogen sluit, droomt zij van het leven dat Evald leidt, die nu haar droomsteen draagt. Zij probeert deze woeste man te beïnvloeden tot meer vreedzaamheid, maar dat maakt hem alleen maar kwader. Arafel en Evald beïnvloeden elkaar meer dan Arafel verwacht had. Hij droomt haar dromen, maar zij droomt ook de zijne. En nu kan zij niet meer dieper de elfenwereld ingaan, en is zij ook gebonden aan de wereld van de mensen.
Fionn kan dit niet aanzien, probeert de Droomsteen van Evald te stelen, maar sterft daarbij. Arafal neemt wraak op Evald door hem dieper en dieper het Ealdwoud in te lokken. Heen en weer gaand tussen de werelden van de mensen en de elfen, weet zij het zwaard van ijzer te ontwijken en uiteindelijk doodt zij Evald.

Hoofdstuk 6


De strijdmakker van Niall heeft de weg terug weten te vinden naar de Hoeve van Beorc, door het paard waar hij op reed zelf zijn weg te laten vinden. Hij brengt de boodschap dat Evald van Caer Wiell gevallen is. Niall kan zijn vesting weer innemen, nu, terwijl er niemand regeert. Niall geeft daaraan gehoord en vertrekt, samen met zijn strijdmakker en Scaga, een jongen die ook op de Hoeve van Beorc woonde. 
De Gruagach doet nog allerlei vreemde voorspellingen over iemand in het Ealdwoud die nu echt wakker is geworden en die vreselijk is.

Hoofdstuk 7


Het hoofdstuk opent met Maera, de vrouw van Evald en nicht van de oude koning. Zij is bang dat haar man dood is, en dat daarmee een van zijn mannen zich Caer Wiell en haar zal toeëigenen en dan ook meteen haar zoontje bij Evald (ook Evald) zal doden. Maar op het laatste moment blijkt het Niall te zijn, die Caer Wiell inneemt en aan zich onderwerpt. Hij huwt Maera, adopteert haar zoon en verwekt nog twee dochters bij haar. Caer Wiell ligt redelijk geïsoleerd en wordt niet lastig gevallen door mensen die trouw waren aan de verrader Evald.

Hoofdstuk 8 


Niall wordt oud en hij denkt aan zijn naderende einde. Hij heeft hierover gesprekken met Evald jr, die nog maar 16 is (dan is er 11 jaar voorbij gegaan sinds hoofdstuk 7, toen was Evald jr. 5). Hij huwelijkt Evald uit aan Meredydd, een dochter van een van zijn vrienden. En ook voor zijn dochters zoekt hij mannen onder de zonen van zijn vrienden. Zo wil hij zijn familie beschermen. 
De Gruagach komt nog eenmaal langs, hij probeert Niall mee te nemen naar de Hoeve van Beorc, maar Evald verjaagt hem, omdat hij niet weet wat het voor een wezen is. De Gruagach is bang van al het ijzer dat in Caer Wiell te vinden is. En hij waarschuwt de mensen van Caer Wiell nog om niet met al dat ijzer het Ealdwoud in te gaan. 

Deel 2: De Sidhe


Hoofdstuk 9


Arafel dwaalt door haar Ealdwoud en komt in het centrum, waar haar volk vroeger danste en hof hield. Daar treft zij de Dood, die kwam toen de mensen ook naar haar land kwamen. En hij regeert over nog een ander Ealdwoud, waar dood en verderf heerst. Maar de Dood kan haar niet raken, want zij is onsterfelijk, maar zij vervaagt wel, als haar woud ook kleiner en kleiner wordt. 
Samen wandelen zij door het Ealdwoud en komen ook in het woud dat door de mensen gezien wordt. Waar Fionn gevallen is, groeien nu bomen tussen zijn botten en Arafels nieuwsgierigheid naar de mensen met wie zij kort contact had, laait weer op.

Hoofdstuk 10


Arafel gaat naar de mensen toe en ze toont interesse in Branwyn, een meisje van Caer Wiell. Met kleine toveringen lokt ze het kind naar zich toe. Later, als het kind ouder is, probeert ze het weer, dan besteedt ze veel aandacht aan Branwyn. En op een dag verdwaalt Branwyn natuurlijk in het Ealdwoud en Arafel probeert haar dan mee te voren de elfenwereld in. Maar het kind kiest toch voor de mensen en haar vader, Evald, die nu een man met vrouw en kinderen is.

Hoofdstuk 11


De jonge koning Laochailan staat op en claimt zijn geboorterecht. En Evald steunt hem, zoals Niall hem leerde. Maar hij heeft net als Niall weinig plezier in het oorlogvoeren. 
Dan is er een grote slag geleverd, Evald wil terugkeren naar huis, dat mogelijk nog bedreigd wordt door laatste restanten van zijn tegenstanders. Maar Laochailan wil hem niet laten gaan, nog altijd bang voor het bloed van verraders dat door zijn aderen stroomt. 
Uiteindelijk, voordat de gemoederen te hoog op kunnen lopen, stelt Ciaran Cuilan voor dat hij als boodschapper naar Caer Wiell zal gaan, om de mensen daar te vertellen dat ze moet moeten houden, en dan de koning overwonnen heeft.

Hoofdstuk 12


Ciaran Cuilan gaat op weg. Hij komt terecht in een hinderlaag en rent het Ealdwoud in. Daar wordt hij achtervolgd en op de een of andere manier weet hij zijn weg naar de wereld van de elfen te vinden. Hij vindt een zwaard en houdt zich daarmee de achtervolgers van het lijf, maar hij raakt ook dodelijk gewond. Arafel vindt hem.

Hoofdstuk 13


Arafel verzorgt de gewonde Ciaran. Zij denkt dat Ciaran elfenbloed heeft, en dat hij daarom zo makkelijk de weg naar de wereld van de elfen kon vinden in het Ealdwoud. En hoewel Ciaran dankbaar is voor de genezing die hij kreeg van Arafel, wil hij meteen door met zijn missie, naar Caer Wiell. Zij geeft hem ook een droomsteen mee, die van de elf Lioslath, die al eerder vertrokken is uit de wereld van de elfen. 
Arafel vertelt ook meer over de elfse geesten die nog leven tussen de mensen, die zijn klein, dom en gek en niet te vergelijken met elfen als Arafel. En de verschillen tussen de werelden van de mensen en de elfen. In de wereld van de elfen gaat de tijd nauwelijks voorbij, waardoor de vorm van het landschap heel anders kan zijn dan in de wereld van de mensen, waar een rivier wel een heuvel met erosie heeft veranderd, bijvoorbeeld. 
Arafel brengt Ciaran naar Caer Wiell en laat hem daar achter.

Hoofdstuk 14


In Caer Wiell wordt Ciaran met wantrouwen ontvangen, omdat hij zonder aankondiging over de muur van een belegerde vesting wist te komen. Terwijl hij om zich heen kijkt, herinnert hij zich Caer Wiell uit de dromen van Arafel, toen zij haar gedachten deelde met Evald Sr. (in hoofdstuk 4 en 5). 
Ciaran kan zijn boodschap overbrengen aan vrouwe Meredydd. Met dit goede nieuws wordt hij warm onthaald. 
Maar Ciaran maakt zich zorgen. Er zijn wel erg veel vuren van de vijand te zien. Hij heeft toch maar een nacht in het Ealdwoud doorgebracht? Of waren het er meer? Hoeveel meer?
En Ciaran valt natuurlijk onmiddellijk voor de jonge Branwyn, dochter van Evald en Meredydd. Arafel vindt dit maar niets, zij weet nog hoe Branwyn koos voor de mensen en ze wil niet dat Ciaran ook voor mensen kiest (hoofdstuk 10).
In de nacht droomt Ciaran van Lioslath, en hoe het eens geweest was als elfenprins om te regeren over Caer Glas, zoals Caer Wiell in die tijd heette. Ciaran vindt dat maar niets en legt de droomsteen opzij. Maar dan wordt hij weer achtervolgd door de Dood, die hem in het Ealdwoud al verwondde (hoofdstuk 12).

Hoofdstuk 15


Ciaran twijfelt over alles. Hij moet zijn familie onder ogen komen met het geheim dat hij deels elfenbloed heeft. Hij is verzwakt en als hij niet wil sterven zal hij een elfensteen moeten dragen met de ziel van een elfenprins die mensen haatte. En de legers van zijn koning verschijnen maar niet en zijn misschien al wel verslagen, terwijl hij sliep in elfenland.
Ondertussen beginnen de belegeraars te morren en te onderhandelen. Is dat omdat zij gewonnen hebben? Of omdat zij wanhopig zijn en de troepen van de koning eraan komen? Niemand die het weet.
Die avond volgt een echte aanval. Ciaran wil meevechten, maar zolang hij de droomsteen draagt, kan zijn lichaam geen ijzer verdragen. Hij zakt in elkaar. Nadat de slag voorbij is, kunnen de andere bewoners van Caer Wiell wel raden wat er gaande is. Ciaran kan geen ijzer hanteren, zo gaat dat met elfen.

Hoofdstuk 16


Ciaran lijkt alleen te zijn. De mensen vertrouwen hem niet meer en Arafel lijkt hem ook verlaten te hebben. met behulp van de Droomsteen van Lioslath verdwaald hij in de wereld van de Dood. Maar Arafel vindt hem en neemt hem mee naar de elfenwereld. Daar maken ze ruzie, maar Ciaran gebiedt Arafel om te hem en de mensen van Caer Wiell te helpen, door haar naam drie keer te uiten.
De volgende morgen komt Arafel naar Caer Wiell om de mensen te helpen, zij accepteren die hulp maar met tegenzin. Arafel waarschuwt hen, dat er misschien meer op het spel staat dan een strijd tegen andere mensen. De mensen accepteren haar hulp toch.
Ciaran is bang dat er niet alleen een strijd tegen mensen gevoerd zal worden, maar ook een strijd tussen verschillende krachten uit het Ealdwoud.

Hoofdstuk 17

Arafel gaat diep het Ealdwoud in en roept de zielen van de vertrokken Sidhe tot zich, door middel van hun droomstenen, die zij achterlieten, toen zij deze wereld verlieten. Zij haalt haar wapenuitrusting bij elkaar en ze roept de elfenpaarden op. Arafel keert met de paarden en wapens terug naar Caer Wiell. Samen met Ciaran en wat menselijke ruiters zal zij een uitval leiden. Daarbij kunnen zij razendsnel tussen de elfenwereld en de mensenwereld heen en weer gaan, waardoor de slagen van ijzeren zwaarden hen niet zullen raken.

Hoofdstuk 18


Arafel en Ciaran gaan de strijd aan met de belegeraars. Maar de kwade wezens die ook uit de wereld van de elfen komen, zijn aangetrokken tot de steen en de wapens en het rijdier van Lioslath, die weer gebruikt worden. Zij denken dat hun vijand weer onder hen is en proberen hem aan te vallen, terwijl ook de oorlog tussen de mensen woedt. 
dan blijkt dat de reden dat Arafel nooit is vertrokken met de andere Sidhe is omdat er onder het Ealdwoud nog altijd van deze kwade wezens wonen. En door haar aanwezigheid in het Ealdwoud, blijven zij verborgen. 
De Dood komt ook af op de strijd en hij weet dat er elders ook gestreden is, en dat daarom de Koning niet kan komen. Hij wordt elders tegengehouden door andere legers. 
Ciaran ziet in dat hij de strijd niet kan redden en hij geeft zich over aan de geest van Lioslath, die nog altijd in de droomsteen woont. Alleen zo kan hij krachten aanboren waarmee hij de geesten van het Ealdwoud de baas kan. 
En na een lange strijd waarin veel mensen vallen, overwinnen Arafel en Ciaran en de mensen van Caer Wiell dan toch. En dan komt ook de Koning Laochalain eindelijk aan met zijn manschappen. Ciaran voelt zich slecht op zijn gemak bij deze mensen, die hem niet herkennen in zijn uitrusting van een elfenprinst. En hij krijgt last van al het ijzer dat zij dragen. Het is nu voor iedereen duidelijk dat hij elfenbloed heeft, en zijn vader wil niets met hem te maken hebben. En ook zijn Koning en Evald zijn bang van hem. 

Hoofdstuk 19


Ciaran en Branwyn gaan te voet het Ealdwoud in. Zij zijn op zoek naar Arafel en willen haar al haar geschenken teruggeven, het paard, de wapens en de Droomsteen van Lioslath. Ciaran en Branwyn kiezen voor een leven als mensen.
Arafel blijft achter, maar zij zorgt nu niet alleen meer voor het Ealdwoud, maar ook voor de vallei waar Caer Wiell in ligt, zodat daar goede oogsten zijn. En als zij dan terugkeert naar het Ealdwoud, ziet zij daar dat in het hard van het woud weer een klein, nieuw boompje groeit.

Indruk nu

Nu ik het boek weer herlezen heb, komt er veel terug. Veel was zoals ik me herinnerde, de dromerige sfeer. Het contrast tussen de vredige, eenzame wereld van de elfen en de drukke, bloederige wereld van de mensen. Ook het contrast tussen de belangen van de mensen en de belangen van de laatste elf. Nog steeds een mooi boek en het (her)lezen zeker waard.