Translate

zaterdag 10 februari 2018

Pendragon LIV - Nieuwe gezichten

Na een bevreemdende campagne in Bretagne, komen nieuwe ridders nu weer bij elkaar om nieuwe avonturen te beleven. Dit keer worden er zelfs vreemde voorspellingen gedaan.

Pendragon pagina
Geschiedenis van Logres
Aloysius van Broughton
Gerben van Berwick St. James
Marc, zoon van Eliot de Wispelturige en Inga met de Grote Vlechten, Dochter van Octa van Kent, Zoon van Hengest van de Saksen.
Morgaine van Cornwall
Pellogres van Tisbury

Sarum, Salisbury, Vroege lente, 520 A.D.

De Saksische dreiging lijkt voorgoed verslagen. In Bretagne is de Frankische dreiging ook verslagen. Maar de Ieren hebben in het vorige jaar een gevoelige slag toegebracht aan Arthur en de zijnen. In het noorden van Brittannië hebben zij nu een stevige voet aan de grond gekregen. Het koninkrijk van Stangorre is nu in Ierse handen. Arthur's belangrijkste generaal was tenslotte in Bretagne.  
In Bretagne geniet Caulas van zijn oude dag en bereidt zijn achtste (8!) nog levende zoon voor op het koningschap van Bretagne. Van een afstandje regeert hij nog over Salisbury, Devon en Wessex. Maar de dagelijkse praktijk is allemaal in handen van zijn trouwe Joodse Steward Abraham Cohen, een nazaat van Simon Cohen, die al in 488 als steward voor Gilmere van Tisbury werkte. De familie van Tisbury heeft veel vertrouwen in hun Joodse onderdanen. 
Edward van Burcombe en Ignaeus van Broughton hebben zich vorig jaar bij de Faerie gevoegd en spelen ook geen rol van betekenis meer. Aloysius, een neef van Ignaeus, regeert nu over Broughton en alles wat daarbij hoort. 

Caulas geniet van zijn oude dag. 

In Sarum komen jonge ridders bij elkaar. Pellogres, de oudste zoon van Caulas, ontvangt hen. Hij hernieuwd zijn vriendschap met ridders Aloysius van Broughton en Gerben van Berwick St. James. Morgaine van Cornwall is ook langs, om een oogje te houden op haar pleeg-familie en vooral Brutus, die binnenkort oud genoeg is om over Steeple Langdford te kunnen heersen. 

Dan komt de heraut van Pellogres binnen en hij kondigt aan dat er een Saksische man met zijn gevolg aan de poort staat. Hij claimt dat hij Marc van Kent, zoon van Eliot de Wispelturige is! Sir Pellogres, Sir Aloysius, sir Gerben en Vrouwe Morgaine kennen Eliot de Wispelturige nog wel. Na de herovering van Kent huwde hij Inga van Kent, met de grote vlechten en kreeg kinderen met haar. Maar na de gefaalde Rebellie van Salisbury, vertrok zij met haar kinderen weer naar Kent. Pellogres denkt dat hier wel een slaatje uit te slaan is en heet Marc van Kent welkom in Sarum.

Marc is een imposante Saksische man, met een enorme snor. Maar hij stelt zich verder vriendelijk op en vraagt aan Pellogres of hij kan heersen over de landgoederen van zijn vader in Salisbury. Pellogres ziet hierin geen probleem, maar Marc moet dan wel eerst geridderd worden en trouw zweren aan Hoge Koning Arthur.

Om de zinnen te verzetten besluit Pellogres om een jachtpartij te organiseren in het Morgaine Woud, een groot woud in Salisbury. Dan kan hij nader kennismaken met de nieuwe ridders in Salisbury en met Marc, de Saks. De andere ridders gaan hier graag in mee en ook Vrouwe Morgaine wil een kans om te jagen met haar valken.
Eenmaal in het woud blijkt dat de ridder wel heel veel tijd hebben doorgebracht op het slagveld. Ze weten nauwelijks nog hoe zij moeten spoorlezen. Het is dankzij Sir Aloysius en Sir Pellogres dat zij nog iets weten op te jagen en niet allemaal hopeloos verdwalen.
Dan horen zij een stem:

"Trots is de ondergang van de Pendragons"

Een vreemde kreet om zo te bezigen in een verder verlaten woud. Maar de ridders slaat de angst om het hart. Zij weten dat dit ook het woud was, waar Hoge Koning Uther aan zijn einde kwam, nadat hij een Faerie had beledigd. Hij stierf tijdens een jacht door de hoeven van een Hippogriff. Is er hier nu weer een monster actief?

"Trots is de ondergang van de Pendragons"

Wanneer zij om zich heen kijken, zien zij een enorme Arend op een tak zitten. Deze herhaalt zijn kreet. Als hij ziet dat hij een publiek heeft, voegt hij daaraan toe:

"Trots is de ondergang van de Pendragons, vertel dit aan Arthur"

De ridders zijn erg onder de indruk en zij begeven zich naar Caer Gwent. Hoge Koning Arthur heeft besloten dat hij niet langer rond wil reizen. Nu de meeste gevaren geweken zijn, wil hij zich op een plek vestigen. Hij heeft gekozen voor een oude Romeinse stad en is deze nu helemaal opnieuw aan het inrichten. De ridders zijn hiermee erg in hun nopjes, de nieuwe hoofdstad ligt op ongeveer een dagreis van Salisbury. 
Na enig overleg besluit Arthur om met de ridders mee terug te keren naar Sarum en op zoek te gaan naar deze vreemde Arend. Wanneer de groep met de Hoge Koning weer terug is in het woud, vinden zij al snel de Arend weer. Deze geeft nog steeds aan dat trots de ondergang van de Pendragons zal zijn. Wanneer Arthur zegt wie hij is, onthuld de Arend dat hij eigenlijk Eliwlod ap Madoc ap Uther is, en daarmee een neef van Arthur. Sinds hij is veranderd in een Arend, heeft hij voorspellende gaven gekregen en hij zal Arthur er nu een paar doen. 



"Trots is de ondergang van de Pendragons. Tenzij jij te trots weet te beteugelen, zullen de Pendragons met jou ten onder gaan. Om te bewijzen dat ik gelijk heb, zal ik je vijf andere voorspellingen doen."

"Je zal bijna sterven en verdwaald raken in een veld vol stenen."
"Een boot vol kinderen zal je versteld doen staan en angst aanjagen."
"Een Witte Ridder zal ook een Monnik zijn."
"Je zal op een troon in Rome zitten."
"Je zoon zal Koning van Brittannië zijn." 

"Trots is de ondergang van de Pendragons. Wanneer jij niet leert om jezelf nederiger op te stellen, zullen al deze voorspellingen slecht voor je uitpakken. Nu is mijn missie volbracht en zal ik mij vervoegen bij de Koning der Arenden." 

Enigszins verbaasd keren de ridders terug naar Sarum. Zij spreken over de voorspellingen. Hoe kunnen deze slecht uitpakken? Arthur gaat kennelijk nog veel gebied veroveren. Bovendien zal zijn zoon na hem over Brittannië regeren. Maar Sir Aloysius en Sir Pellogres zijn niet gek, iedere voorspelling kan slecht uitpakken. Het is zaak om erop toe te zien dat Arthur nederig blijft. Misschien moeten ze inzetten op wat meer contact met zijn directe onderdanen. 

Die avond brengt Marc door in de oecumenische Kathedraal van Sarum. Deze is ooit nog gebouwd door zijn vader Eliot en Sir Caulas samen, als dank voor het overleven van de Slag bij Eburacum. Marc voelt zich er erg thuis. Zozeer zelfs, dat hij halverwege in slaap valt. Maar de volgende morgen wordt hij geridderd door Hoge Koning Arthur zelf en mag hij als Sir Marc door het leven gaan. 

Pellogres laat aan zijn zuster, Hoge Koningin Clare weten dat hij op zoek is naar een vrouw. Hij heeft gezien hoe zijn vader dat aanpakte, drie huwelijken met vrouwen, die allen stierven. Zijn vader leek nooit erg gelukkig te zijn met het gezinsleven. Voor zichzelf wil hij dat anders. Hij is rijk genoeg en hoeft geen vrouw om zijn invloed uit te breiden. Hij wil graag een partner voor het leven. Clare zegt dat zij zal helpen zoeken. Als Hoge Koningin worden bijna alle adellijke dochters naar haar hof gestuurd. 
Aloysius wil graag de rol van Marshall van Salisbury op zich nemen. 
Morgaine maakt van de kans gebruik om tegen Pellogres te schaken. Maar haar man Accolon heeft ook ambities. Hij zou graag een belangrijke rol vervullen aan het Koninklijk hof. Op die manier hoopt hij dat hij de belangen van Pagan Norgales wat beter kan verdedigen aan het toch vrij Christelijke Hof van Arthur. Morgaine zal kijken wat ze kan doen. 
Ook Pellogres ziet het tijd van Paganisme opkomen. Een oecumenische kathedraal in Sarum, de Saksen die ook Wodan aanhangen. En belangrijke familie van de koning die openlijk Pagan zijn. Hij is bang dat er misschien een religieuze strijd kan ontbranden, net nu de strijd tegen de Saksen wat rustiger wordt. 
Gerben wil een bruid. Hij vraagt aan Marc of hij misschien kan huwen met een van zijn jongere zusters. Marc twijfelt. De familie Burcombe en Berwick St. James hebben natuurlijk vaker onderling getrouwd. Maar zijn zussen zijn prinsessen van Kent en Gerben is niet meer dan een Banneret in Salisbury. Hij zal overleggen met Octa. 

Aan het hof vol Britten, die vol argwaan naar Saksen kijken, heeft Marc het wel moeilijk met allerlei steekjes onder water. Gerben en Aloysius houden hem scherp in de gaten, om niet opnieuw een oorlog te laten ontbranden. 

Dan komt het nieuws dat in Anglia de Saksen in opstand zijn gekomen. Na de herovering van dat gebied in 501 en na de Slag van Badon Hill leek het zo rustig. Maar de onderworpen Saksen komen in opstand tegen het schrikbewind van Hertog Hervis de Revel. 
Hoge Koning Arthur zendt Griflet om met een leger orde op zaken te stellen in Anglia. De ridders en Vrouwe Morgaine gaan mee, om een bijdrage te kunnen leveren. Eenmaal in Anglia aangekomen, blijkt dat de leider van de opstandelingen, Gorwin, zich heeft teruggetrokken in Fort Guinnon. Daar wordt hij nu belegerd door Griflet. 
Hertog Hervis de Revel is woest en hij staat erop om het Fort onder de voet te lopen en iedereen over de kling te jagen. Maar koelere hoofden bedenken zich dat de bewoners van Fort Guinnon voor een deel ook Britten zijn. Het is niet de bedoeling dat die allemaal worden afgeslacht door een heethoofd als Hervis de Revel. En nu de ridders Hervis de Revel in actie zien, begrijpen zij ook wat beter, waarom de Saksen in opstand komen. 
Sir Griflet heeft al een paar dagen onderhandelingen gevoerd met Gorwin, maar komt niet veel verder. Hertog Hervis de Revel wil nu aanvallen. Vrouwe Morgaine heeft nog wat tijd nodig om na te denken. Hertog Hervis de Revel werkt haar ook vreselijk op de zenuwen. Zij gebruikt haar magie om hem in een Wit Hert te veranderen. In paniek rent hij weg. 

De opstandige Saksen op de muren van Fort Guinnon zien dit ook. Zij overwegen hun positie nogmaals. Het leger onder leiding van Griflet is groot en kennelijk ook nog voorzien van Magie. Zij gaan de onderhandelingen opnieuw aan. Gorwin en de zijnen geven zich over aan Morgaine, die hen onder haar bescherming plaatst. Morgaine denkt terug aan de Rebellie van Salisbury en de manier waarop dat het leven heeft gekost van haar pleegvader. Zij wil vandaag heel genadiglijk zijn, om weer zo een drama te voorkomen. 
Morgaine weet het zo te regelen dat Gorwin en de andere leiders van de Rebellie van Anglia als gevangenen naar Hoge Koning Arthur gevoerd zullen worden, waar hij over hen zal oordelen. De andere Saksen en bevolking van Anglia staat nu onder haar bescherming. 

Maar wanneer de volgende morgen Hertog Hervis de Revel weer menselijke vorm heeft aangenomen, zal er iemand moeten boeten voor deze totale vernedering. Hij heeft geen wraak kunnen nemen op de bevolking en die Morgaine gaat ver voorbij aan de juiste plaats van een vrouw. Haar kan hij niet direct aanvallen, natuurlijk, als zuster van de Koning, maar hij kan haar wel raken waar het pijn doet, haar man. 
Hertog Hervis de Revel beledigt Accolon zo diep, dat hij wel tot een duel moet overgaan om zijn vrouw te verdedigen. 

"Je vrouw is een verraderlijke sloerie, die haar plaats niet kent. Met haar vuige magie bemoeit zij zich met de zaken van mannen. Zij had nooit deze rebellen onder haar bescherming mogen nemen. En jij bent een gecastreerde jongen, omdat je haar niet in de hand kan houden!"

Die belediging leidt tot een strijd tussen Hertog Hervis de Revel en Accolon, Prins van Norgales. Na een heftig gevecht, valt Accolon bewusteloos neer. Even nog hoopt het publiek dat Hertog Hervis genade zal tonen aan zijn verslagen vijand. Maar hij doodt Accolon, terwijl deze zich niet kan verweren. 
Morgaine is voor de tweede keer weduwe geworden en publiekelijk vernederd. Zij vat een haat op voor Hervis en alles wat met hem te maken heeft (Hate Duke Hervis de Revel 16). Maar ook Hoge Koning Arthur en Koning Uriëns van Norgales zullen niet blij zijn met Hervis. 
Er zit niet veel anders op. De opdracht van Hoge Koning Arthur is vervuld. De opstand in Anglia is gebroken. En met dit duel is bewezen dat Morgaine haar boekje te buiten is gegaan, met het tonen van genade aan Saksen. Hertog Hervis zal nu verder orde op zaken stellen in Anglia.