maandag 9 september 2013

Pendragon VIII - De Slag bij Lindsey

Het is weer tijd voor een nieuwe Pendragon aflevering. Het jaar 490 A.D. stond op stapel en daarin vindt een grote slag tussen de troepen van Koning Uther en de Saksen plaats in Lindsey. Zoals altijd keek ik eerst wat er was gebeurd in de campagne van +David Larkins, die één speler door de Great Pendragon Campaign probeert te jagen. In het jaar 490 gebeurde daar zoveel, dat het over twee sessies uitgespeeld moest worden. Aangezien ik wel zes spelers in mijn campagne heb, verwachtte ik ook zoiets. Maar ik had niet gerekend op het systeem van Pendragon, waarbij veel met dobbelstenen gegooid moet worden, waardoor het rollenspel onverwacht kan verlopen. Net zoals in het echte leven, neem ik aan.

In deze aflevering gebruik ik wat meer wapenschilden.Meestal zijn het schilden die ook genoemd en beschreven worden in het Pendragon bronmateriaal en download ik ze van het net, maar dit keer zijn er ook een aantal wapens die eigen ontwerp zijn. Deze zijn gemaakt met het programma van Inkwell Ideas.

Historisch overzicht
Bledri van Winterbourne Gunnet (Niet aanwezig)
Bradwen de Moedige
Eliot van Burcombe
Gilmere van Tisbury
Grigor de Geweldenaar
Marcus Livius van Broughton

Maart 490 A.D., Warwick, Wuerensis

Koning Uther heeft al zijn vazallen bijeen geroepen in Warwick. Dit keer zijn ook al zijn vazallen op komen dagen, de Hertog van Cornwall met zijn beeldschone vrouw Ygraine zijn aanwezig, net als de Hertog van Silchester en de Hertog van Lindsey. Sir Roderick is ook aanwezig met al zijn ridders. Sir Eliot realiseert zich dat de al wat oudere Hertog Gorlois erg bang moet zijn dat zijn knappe, jonge vrouw een minnaar neemt, wanneer hij haar alleen achter laat in Cornwall, om haar nu mee te nemen naar een slagveld (Intrigue succes)
Deze strijd hangt al lang in de lucht. De Saksen hebben zich verzameld in hun noordelijk koninkrijk Deira, zij voeren aanvallen uit op Malahaut en de omliggende streken. De Hertog van Lindsey is bang dat zijn hertogdom geplunderd zal worden wanneer de Saksen niet gestopt zullen worden. 
De Saksen staan onder leiding van Octa, zoon van Hengest en zijn neef, Eosa. Er wordt van Eosa gezegd dat hij reuzenbloed heeft en dat geen paard groot of sterk genoeg is om hem te dragen. De Saksen zijn gekomen, omdat zij hebben gehoord van het magische zwaard van Koning Uther, Excalibur. Zij willen het zwaard ook hebben, aangezien de Saksen beschikken over een magische bijl. En ze zouden graag een setje willen hebben. 
Koning Uther besluit op te trekken naar Lincoln en van daar uit de Saksen tegemoet te treden. 

April, Lindsey

Het leger van Koning Uther, bestaand uit 5.000 man te voet en 2.000 man te paard, heeft zich opgesteld. Hertog Gorlois heeft een positie van grote eer, hij leidt de linkerflank van het leger. Hertog Ulfius leidt de rechterflank. Sir Roderick bevindt zich met zijn ridders in het centrum van het leger, onder de directe leiding van Koning Uther. 

Koning Uther van Logres
Hertog Ulfius van Silchester
Hertog Gorlois van Cornwall














Tegenover hen zien zij het leger van de Saksen, het zijn allemaal enorme, blonde, breedgeschouderde mannen, bewapend met enorme speren en bijlen. Sommigen zijn duidelijk wild geworden van vechtlust en bijten op hun schilden van opwinding. Koning Octa en zijn banier van een enorme, zwarte Saksische wolf erop is te zien recht tegenover Koning Uther met zijn draken-banier. Het lijkt alsof de wolf klaarstaat om geheel Brittannië te verzwelgen. 
In de verte, tegenover de eenheid van Hertog Gorlois, is een gigantische man te zien, die met kop en schouders boven zijn enorme krijgers uittorent, hij moet Eosa de Reus zijn. Aan de andere kant is ook nog een heirschaar van Saksen te zien, onder leiding van de minder bekende Eomund, die leiding geeft aan de Saksen die net van het continent komen. 
Banier van Koning Octa, met de aanvallende Saksiche Wolf

De ridders raken geïnspireerd door hun verschillende passies wanneer zij zo tegenover het leger van de Saksen staan. Hier leven zij voor, om deze buitenlandse bruten in de pan te hakken en hun eigen land veilig te bewaren voor hun nakomelingen. Sir Eliot, Sir Marcus Livius en Sir Grigor laten zich allemaal inspireren door hun haat voor de brute Saksen (Passion Hate Saxon succes), Sir Gilmere hoopt alleen maar dat hij zijn heer vandaag goed kan dienen en dat hij daaruit weer voordeel voor Tisbury weet te halen (Passion Loyalty Lord succes). Alleen Sir Bradwen raakt bevangen door angst wanneer hij deze enorme horde van Saksen ziet. Van pure angst verliest hij zijn verstand en is voor de rest van de dag een gevaarlijke medestander (Passion Hate Saxon fumble, na de slag leidt dit uiteindelijk tot waanzin, waarbij de speler de controle over zijn karakter kwijt is)

(Dit is een lange strijd, bestaand uit 9 verschillende ronden, in iedere ronde bevechten de ridders een nieuwe groep tegenstanders. Met een wat gestroomlijnder vechtsysteem moet dat allemaal wat sneller gaan. Voor de tegenstanders maakte ik gebruik van willekeurig rollen op de Vijanden-tabel).

(Ronde 1, First Charge)
Dan stormen de krijgers op elkaar af, de ridders van Sir Roderick hebben zich samengevoegd en rijden praktisch knie aan knie met hun speren vooruit, om daaraan een Saks te kunnen steken. Ridders Eliot, Marcus, Bradwen en Grigor stoten zo door een groepje Saksische elite strijders (Heorthgeneats). Sir Gilmere heeft minder geluk, hij raakt verwikkeld in een strijd met een Saksische strijder, maar uiteindelijk weet hij zijn tegenstander neer te slaan.

(Ronde 2)
De ridders Eliot, Marcus Bradwen en Grigor vechten verder met een nieuwe groep saksen, terwijl Sir Gilmere zijn schildknaap roept om zijn verslagen Saks gevangen te nemen voor het losgeld. Daarna voegt hij zich weer bij zijn collega-ridders. 

(Ronde 3)
Maar dan slaat het noodlot toe. De ridders komen tegenover een eenheid van Saksische Berserkers te staan. Deze mannen zijn helemaal wild en slaan schuimbekkend om zich heen met enorme bijlen. Omdat de Berserkers zo slecht gecoördineerd zijn, zijn de ridders in staat om een eerste slag uit te delen met hun zwaarden. Sir Eliot, Sir Marcus en Sir Gilmere weten een Berserker goed te raken maar niet uit te schakelen. Sir Grigor heeft meer geluk en slaat een Berserker bewusteloos. Hij neemt zijn slachtoffer daarna gevangen voor het losgeld. Maar Sir Bradwen heeft zichzelf totaal niet in de hand en stuurt zijn paard om de groep heen (Sword fumble, in combinatie met zijn fumble passion).
Dan is het aan de Berserkers, met hun enorme bijlen halen zij uit naar de vijanden om hen heen. Sir Marcus en Sir Gilmere sterven wanneer deze bijlen in hun brein bijten en hun schedels openklieven tot aan de tanden (Deze frase haal ik direct uit De ridders van de Ronde Tafel : Arturverhalen uit de Lage Landen, geleend van +Daniel Mioque). De andere ridders zijn diep geschokt wanneer hun vrienden op zo een brute wijze gedood worden. Sir Eliot raakt gewond, maar overleeft de aanval.

(Ronde 4)De overlevende ridders Eliot, Grigor en Bradwen zijn woedend nu zij zien dat hun vrienden dood zijn en zij storten zich weer op de Berserkers. Sir Eliot weet een Berserker bewusteloos te slaan en hem gevangen te nemen voor losgeld. Maar terwijl hij daarmee bezig is, sterven Sir Bradwen en Sir Grigor ook!
(Het systeem van Pendragon is echt heel bruut en ik was wel even onder de indruk van deze hoeveelheid moord en doodslag. Maar na even geslikt te hebben, gingen we weer verder. Gelukkig hebben we in het begin de tijd genomen om uitgebreide familiestambomen te maken, dus iedereen heeft zonen, broers en neven die de mantel van het ridderschap op kunnen pakken.)
(Ronde 5) Sir Eliot weet dat hij zich in de problemen bevindt en hij probeert nu snel weer aansluiting te zoeken bij Sir Roderick en zijn troepen. Onderweg stoot hij nog een Saksische ceorl omver.

(Ronde 6)Sir Eliot heeft weer aansluiting gevonden bij zijn heer, Sir Roderick en daar vecht hij verder. Hij rijdt weer een Saksische elite-krijger omver.

(Ronde 7)Sir Eliot vecht tegen een aantal ceorls met bogen, maar zij missen hem en daarna rijdt hij hen omver. In zijn ooghoek ziet hij hoe Hertog Gorlois van Cornwall een uitval doet naar Eosa de Reus. Na een kort maar heftig gevecht, gaat deze boom van een vent neer! Zijn Saksische medestanders wanhopen en vluchten, nagezeten door Cornish strijders!

(Ronde 8)De Saksen in het midden van het leger geven de moet ook op en slaan op de vlucht. Sir Eliot ziet zijn kans schoon en rijdt op de banier van Koning Octa af! Nog slechts één elite krijger is in leven om het banier van Koning Octa te beschermen. Sir Eliot maakt al vrij snel korte metten met hem en neemt hem gevangen. Daarna slaat hij zonder blikken of blozen de jonge knaap dood die het banier vasthoudt! En dan heeft hij het banier in van de Saksische Koning in handen!

De wanhoop van de Saksen is nu totaal en allen vluchten weg.

(Ronde 9)Sir Eliot ziet nu zijn kans schoon en hij gaat achter de vluchtende Koning Octa aan. Hij valt de koning aan, nu er geen lijfwachten meer zijn. Na een zwaar gevecht met deze geduchte tegenstander, valt Octa uiteindelijk bewusteloos neer. Sir Eliot kan ook hem nu gevangen nemen voor losgeld.

Naweeën

De strijd is voorbij. Vermoeid geeft Sir Eliot opdracht aan de schildknapen van zijn dode makkers om hun lichamen op te halen en met alle eer terug te brengen naar Lincoln. Daar zullen zij gewassen worden en klaargemaakt worden om teruggebracht te worden naar Salisbury en door hun familie begraven te worden. Sir Eliot kijkt er niet naar uit om alle vrouwen van zijn vrienden te vertellen dat hun man nooit meer terug zal komen. Maar hij realiseert zich wel dat de knappe Kayleigh van Steeple Langford nu een weduwe is, hij had altijd al een oogje op haar.

Die avond is het feest in Lincoln. Sir Eliot heeft een ereplaats aan de linkerhand van Koning Uther, omdat hij Koning Octa gevangen heeft genomen. Aan de rechterhand van de Koning zit de Hertog van Cornwall met zijn beeldschone vrouw Ygraine. Hij heeft tenslotte Eosa gevangen genomen.

Tijdens het feestmaal draagt Vrouwe Ygraine, ondersteunt door een aantal hofdames nog een gedicht voor over de zojuist gevochten slag. Sir Eliot ziet dat iedereen erg onder de indruk is van de schoonheid van Vrouwe Ygraine, maar hij kan zich er nauwelijks druk om maken. Mooie vrouwen heb je overal en het is praktischer om niet je hoofd te verliezen over de vrouw van een andere man. Maar hij ziet wel dat Koning Uther gefascineerd is door Vrouwe Ygraine en dat Hertog Gorlois dat maar niets vindt. Niemand zegt echter iets en men applaudiseert voor de voordracht van de vrouwe.

Zomer 490

Sir Eliot heeft genoeg van alle moord en doodslag en keert met Sir Roderick terug naar Salisbury. Het is Sir Roderick nu wel duidelijk dat Sir Eliot de komende jaren een ridder zal zijn om in de gaten te houden. Hij had al zijn hoop op Sir Gilmere van Tisbury gezet, maar die is jammerlijk gesneefd in de Slag bij Lindsey. Sir Roderick stelt voor dat Sir Eliot nu huwt. Het is van belang dat hij nu aan nageslacht zal denken. Sir Roderick stelt enigszins dwingend voor dat hij trouwt met vrouwe Adwen. Deze dame is rijk en neemt wel 6 landgoederen met zich mee. Twee daarvan beheert zijzelf en vier daarvan worden weer beheerd door andere ridders. Hiermee zou Sir Eliot meteen een Banneret worden, die zelf ook weer mannen aanvoerd in de strijd, een flinke promotie.

Sir Roderick is hiertoe wel gedwongen, vanwege de kaalslag onder zijn jonge, veelbelovende ridders in Lindesey. Hij heeft een stel ouder wordende ridders die belangrijke posities bekleden in zijn rijk. De jongere generatie hield hij scherp in de gaten om te bezien wie er mogelijkheden voor promotie had. Deze generatie is nu bijna in één keer weggevaagd. Dus Sir Eliot maakt nu ineens snel promotie. En ook andere, obscure ridders die dienden in het huishouden van een familielid, zullen nu promotie maken en de kans krijgen zich te bewijzen.

Sir Eliot besluit het advies van zijn heer op te volgen en hij huwt Vrouwe Adwen en neemt bezit van haar rijkdom. Hopelijk zal er snel nageslacht volgen.

Kerst 490

Voor kerstmis voegt Sir Roderick zich weer bij Koning Uther. Hij heeft in Salisbury orde op zaken gesteld en wil zich nu weer bij zijn heer voegen om te horen wat hij in het volgende jaar van plan is. Koning Uther houdt zijn hof deze winter in Catterick. Veel van de vazallen van Koning Uther zijn nog aanwezig, maar één voor één vertrekken zij ook weer, om hun eigen landgoederen te besturen. Allen krijgen toestemming om te vertrekken, behalve Hertog Gorlois. Er wordt gezegd dat dit is vanwege de onbetrouwbare aard van de Hertog,maar er wordt ook gefluisterd dat dit is vanwege de schoonheid van Vrouwe Ygraine.

Sir Eliot heeft voor het eerst te maken met het feit dat hij nu een zeer aanzienlijk ridder is. De held van de Slag bij Lindsey, die wel vier vrienden heeft moeten begraven. Jonge ridders willen dan ook graag met hem gezien worden. Een aantal vraagt hem of ze met hem mee mogen, op jacht. Sir Eliot is blij met de aandacht, maar moet ook wennen aan zijn nieuwe rol. Er wordt nu van hem verwacht dat hij de leiding neemt.

Een paar dagen later controleert hij samen met zijn schildknaap Kilwyn zijn paard in de stallen. Wanneer hij terugkeert naar het kasteel, hoort hij een grote groep mensen te paard. Het zijn de Hertog Gorlois, zijn vrouw en al hun ridders, schildknapen en andere bedienden. Zij zijn van plan te vertrekken, net nu er een sneeuwstorm lijkt los te barsten. Sir Eliot zwaait naar de Cornishmen die hij kent en gaat naar binnen (Intrigue fail).

Waneer Koning Uther er de volgende dag achterkomt dat Hertog Gorlois is vertrokken zonder zijn toestemming, ontsteekt hij in woede. Wanneer men probeert zijn woede te kalmeren, zegt hij dat hij dit ziet als verraad en dat Hertog Gorlois met iemand onder één hoedje speelt om hem te ondermijnen. Sir Eliot denkt dat het meer te maken heeft met het feit dat Vrouwe Ygraine nu ook vertrokken is.

De sfeer is redelijk verpest voor de rest van de winter en Sir Roderick besluit om de winter alsnog maar door te brengen in Sarum.

Winterphase 490/ 491

Deze Winterphase gebeurt er veel. Ondanks dat veel ridders zijn overleden, leeft hun familie voort en deze moeten nu een sombere winter door te zien komen.

De ridders hebben flink wat inkomen weten te genereren met hun strijd op het slagveld en de schatten die zij daarbij van de gevallenen hebben geplunderd. Sir Eliot heeft L14,- verdiend aan het plunderen van dode Saksen op het slagveld. Daarnaast heeft hij L25,- verdiend als beloning voor het bemachtingen van de banier van Koning Octa. Ook heeft hij nog een L100,- gekregen als losgeld voor Koning Octa zelf. Verder heeft hij nog L18,- gekregen als losgeld voor een Berserker die hij heeft weten te vangen.

Sir Grigor is dan wel gesneefd op het slagveld van Lindsey, maar hij heeft toch ook L18,- aan losgeld weten te krijgen voor een Berserker. Sir Gilmere is ook gedood op het slagveld, maar wist twee Heorthgeneats gevangen te nemen voor samen L24,-. Sir Roderick ziet erop toe dat dit geld ten goede zal komen aan hun erfgenamen en regenten, om te besteden aan hun landgoederen. Sir Marcus en Sir Bradwen wisten geen mannen gevangen te nemen voor zij stierven, wat het leven voor hun nakomelingen natuurlijk alleen maar zwaarder maakt.

De sneeuwstorm die het ongeziene vertrek van Hertog Gorlois en zijn gevolg mogelijk maakte, heeft de toon voor de winter gezet, de winter is bijzonder koud en wreed, met gevolgen voor de oogst in het hele land. Sir Eliot geeft deze winter geld uit (L3,-) om door het leven te gaan als een Rijk ridder. De familie van Sir Grigor heeft meer geluk met de oogst en gaat door het leven als rijk. En vrouwe Kayleigh van Steeple Langford volgt het advies van haar overleden heer en geeft geld (L3,-) uit om ook als rijk door het leven te kunnen gaan, vooral om zichzelf en haar kinderen meer kansen te geven op overleven. De familie van Sir Gilmere gaat op hun normale niveau door het leven en de familie van Sir Marcus weet niet te ontsnappen aan de armoede.

Sir Eliot krijgt deze winter een dochter bij zijn nieuwe vrouw, hij noemt haar Edana. Voor Sir Bradwen vertrok om te sneuvelen op het veld van eer, bezwangerde hij wederom zijn vrouwe Kayleigh. Zij baarde in de vroege winter van 491 een dochter, maar bezweek toen aan het verdriet om de dood van haar heer. Terwijl zij zich bij hem voegde in het hiernamaals, leefde hun dochter Anna voort. Ook Sir Grigor liet zijn vrouw Berta zwanger achter toen hij naar Lindsey vertrok. Zij baarde een dochter die zij Bradwina noemde, naar haar overleden broer, Sir Bradwen.

Er werden deze winter nog meer kinderen geboren. De jongere broer van Sir Eliot, Sir Elias, kreeg een zoon bij zijn vrouw. Zij noemden hem Grigor, naar Sir Grigor, die ook de zoon was van de vrouw van Sir Elias, vrouwe Bene.

Vrouwe Briant, een zuster van de overleden Sir Bradwen, krijgt na haar haastig huwelijk met Sir William van Woodford in 489 nu een dochter, ze noemen haar Beatrice.

Sir Gerhard, een jongere broer van Sir Grigor krijgt ook een kind, een meisje genaamd Gwene. Dit is een kind van Diane van Burcombe. Hierna trouwt hij dan ook met Diane.

Een zuster van de overleden Sir Marcus Livius van Broughton treedt in het huwelijk, Augusta.

In de familie van Tisbury is niet alleen Sir Gilmere overleden, ook Sir Morris is gesneefd op het slagveld van Lindsey.

De nieuwe groep ridders

Er is veel gebeurd in dit jaar. Ridders zijn overleden en dan moeten er verschillende dingen bepaald worden. Wie was hun erfgenaam en erft de landgoederen? Wanneer de erfgenaam minderjarig is, wie beheert dan de landgoederen tot de erfgenaam deze over kan nemen? En met wie zal de speler verder spelen? Met een erfgenaam, een regent of een heel nieuwe ridder? We kwamen op het volgende uit.

Sir Eliot heeft de Slag van Lindsey overleefd, en heerst nu over Burcombe. Dankzij zijn vrouw Adwen heerst hij nu ook direct over Codford en Stockton. Dan zijn er nog vier landgoederen die beheerd worden door ridders, die weer trouw verschuldigt zijn aan Sir Eliot. Dit zijn Stapleford, Shrewton, Pitton en Cholderton.

Sir Ignaeus Livius van Broughton is nu de ridder die leiding geeft aan Broughton. Hij is een neef van Marcus Livius. Sir Ignaeus heeft een slechte reputatie. Hij zou valsspelen bij wedstrijden, hij heeft een docher (Imogene, 487) bij een melkmeisje en hij is een jaar zomaar verdwenen. Nu is hij terug en kan hij een landgoed beheren. De twee broers van de moeder van Sir Marcus hebben het huishouden verlaten en zijn bij hun familie in Silchester gaan wonen, aangezien zij geen enkele familie-relatie hebben met de zoon van de zwager van hun zuster.

Sir Bavo van Steeple Langford treedt op als regent voor de jonge Benno, Bertus, Briant en Anna nu zowel hun vader als moeder overleden zijn. Wanneer Benno in 506 18 wordt en geridderd wordt, zal Sir Bavo het regentschap weer afstaan. Sir Bavo is getrouwd met melkmeisje Antje van Tisbury en zij hebben samen een dochter, Maria. Het zou een goed idee zijn wanneer Maria trouwt met de jonge Benno. Dan zullen de kleinkinderen van Sir Bavo ook heersen over Steeple Langford.

Sir Claudas de Bastaard erft Tisbury na het overlijden van Sir Gilmere. Sir Gilmere was woedend toen Perin in 488 huwde met een buitenlandse dienstmaagd. Hij heeft toen zijn eigen broer onterfd en zijn bastaardbroer aangewezen als erfgenaam. Sir Claudas had nooit op een andere manier zijn handen op Tisbury kunnen krijgen dus hij is heel tevreden. Sir Perin isjuist zeer teleurgesteld. Samen met zijn vrouw Aileen, zijn moeder Lore en haar derde echtgenoot, Preator Syagrius vertrekken zij uit Tisbury, met onbekende bestemming.


Wapenschild van Sir Caulas de Bastaard, het tegenovergestelde van dat van Sir Gilmere. 

Sir Gerhard van Berwick St. James treedt op als regent voor Gwende, Godfried en Bradwina, totdat in 507 Godfried oud genoeg is om zelf te regeren over Berwick St. James. Sir Gerhard is getrouwd met Diane, een zuster van Sir Eliot en heeft ook al een dochter bij haar, Gwene. Hij hoopt dat hij op termijn Gwene kan uithuwelijken aan Godfried, zodat zijn kleinkinderen zullen regeren over Berwick. St. James.