woensdag 8 april 2015

Pendragon XXII - Herovering van Kent

Het gaat goed met de Pendragon-campagne! We hebben de Great Pendragon Campaign nu grotendeels losgelaten. Wat volgens de GPC eigenlijk de anarchistische periode moet zijn, zijn nu eigenlijk de gloriedagen van Koning Uther. Hij is verkozen tot Hoge Koning van heel Brittannië en hij voert succesvolle campagnes tegen de Saksen.
Maar toch, de boel moet een keer instorten, zodat de jonge Arthur gezien kan worden als een Koning die het land komt redden. Dat betekent dat er toch nog wel een schaduw van doem en rampspoed boven de campagne hangt. Hoe lang kan dit allemaal nog goed gaan?

Historisch overzicht
Benno van Steeple Langford
Caulas van Tisbury
Eliot de Wispelturige van Burcombe
Gilbert van Berwick St James
Ignaeus Livius van Broughton (niet aanwezig)

Salisbury, April 499 A. D.

Ygrainne, Hoge Koningin van Brittannië
Alle ridders krijgen deze vroege lente een boodschap, van iemand die hen nastaat.
Sir Benno krijgt een brief van Vrouwe Ygrainne, Hoge Koningin van Brittannië, waarin zij vraagt naar haar dochter Morgaine, die nu wordt opgevoed door Sir Benno. Zij geeft Sir Benno ook de opdracht mee om erop toe te zien dat Morgaine geschoold wordt in het oude geloof en dat zij geschoold wordt om later Hertogin van Cornwall te kunnen worden. 
Sir Caulas krijgt een brief van zijn tweelingbroer, Sir Morgannor de Bruut, die twee jaar geleden getrouwd is met Prinses Sioned van Somerset. Hij waarschuwt zijn broer voor de ambities van de koningen in het westen van Brittannië. 
Sir Gilbert krijgt een brief van Madoc, Koning van Malahaut en oudste zoon van Hoge Koning Uther. Hij wil weten hoe het zijn broertje, Prins Arthur vergaat, die nu bij Sir Gilbert woont. Hij is bereid om plaatsen aan zijn hof te creeëren in ruil voor informatie over zijn broer. 

Sir Benno wil graag voldoen aan het verzoek van Vrouwe Ygrainne. Hij vraagt zijn collega Ridder Sir Eliot, die met zijn bijdragen aan de bouw van de kathedraal van Salisbury en het opzetten van een jaarlijkse Wickerman bekend staat als een zeer religieus man. Hij adviseert dat zijn moeder, Vrouwe Alis, regelmatig naar Steeple Langford zal gaan, om daar Morgaine te onderwijzen. Zij is zeer religieus en volgt de tradities van de Britse Stammen zeer trouw. 
Sir Caulas deelt de zorgen die zijn broer heeft met zijn collega Ridders. Zij zijn het met hem eens dat de blik van Uther niet alleen op het oosten en de Saksische kust gevestigd moet zijn. 
Sir Gilbert zegt niet veel over zijn brief. Maar hij wil wel wat meer aanhaken bij de groten der aarde. Zorgen dat zijn familieleden een plek kunnen krijgen aan het hof van een van de Koningen van Brittannië, die ook nog familie is van de Hoge Koning is natuurlijk nooit verkeerd. 

Salisbury, Mei 499 A. D. 

Hoge Koning Uther roept al zijn leenmannen op om naar Londen te komen, om van daaruit op te trekken naar Kent. Hij heeft tijdens de aanloop naar de verkiezing tot Hoge Koning toegezegd dat hij de strijd tegen de Saksen zou opvoeren. Dat betekent dat hij ze moet aanvallen waar ze sterk zijn, in Kent. Dat is het Graafschap dat ooit aan Hengest van de Saksen is gegeven, in ruil voor zijn dochter Rowena, de Saksische prinses die trouwde met Vortigern. Deze Rowena is ook de moeder van Cerdic, die zich nu de Koning van de Gewessi in Hantonne noemt en bijna Hoge Koning was geworden, in plaats van Uther. Deze Saksen zien Kent inmiddels als hun eigen land en de stad Canterbury als de hoofdstad van hun grondgebied hier. Vandaar deze aanval van Uther op het hart van hun aanwezigheid in Brittannië.
De ridders geven uiteraard gehoor aan deze oproep. Sir Ignaeus blijft achter in Salisbury en wijselijk besluit hij om niet alle ridders van London te sturen, maar een flink aantal achter de hand te houden, voor het geval Morganor gelijk had en Koning Idres of Koning Nanteleod daadwerkelijk een gooi doen naar landerijen in Salisbury.

London, Mei 499 A. D. 

In London zoekt Sir Caulas contact met andere vooraanstaande ridders en adviseurs van de Hoge Koning. Zij zijn het met hem eens dat Uther zich niet volledig mag richten op de Saksische kust en dat veel kleine koningen wachten op een moment van zwakheid van Uther om hun slag te slaan in de onstabiele koninkrijken in het westen van Brittannië.

Rochester juni 499 A. D. 

Het leger van Uther trekt op naar Rochester. De aldaar wonende Saksen zijn totaal verrast door deze plotselinge agressie van Uther en de Britten en zij zijn slecht voorbereid op een slag. Sir Benno houdt van te voren nog een toespraak om de Britten verder te inspireren, wat een vreselijk commentaar aan Uther ontlokt.

Uther: Wat die man (Sir Benno) met zijn tong kan doen, daar kan Ygrainne nog een puntje aan zuigen!

Sir Eliot wordt woest wanneer hij de duivelse Saksen met hun gore voeten op goede Britse grond ziet staan en hij begint te schuimbekken (Hate Saxons critical). Hij brult: "Het is tijd voor een bad!" en Sir Caulas vult meteen aan: "Een bloedbad!"

Ronde1:
De ridders staan tegenover een stel arme ceorls en uiteraard gaan zij als een heet mes door zachte, Saksische boter.

Ronde 2:
De ridders treffen daarna weer een stel ceorls, die al net zo weinig tegenstand bieden als hun dode kamaraden.

Ronde 3:
Het lijkt erop dat Rochester nauwelijks een verdediging op poten heeft weten te zetten, ook de volgende groep van ceorls wordt neergemaaid.

Ronde 4:
Eindelijk tegenstand, de ridders staan nu tegenover Heorthgeneats, de enorme Saksische elitekrijgers. Zowel Sir Eliot als Sir Gilbert zijn te boos om deze mannen bewusteloos te slaan en het losgeld te incasseren, zij slaan de krijgers dood. Sir Caulas is calculerend als altijd en slaat zijn tegenstander bewusteloos. Sir Benno wordt een dagje ouder en heeft moeite zijn tegenstander eronder te krijgen. Hij raakt ernstig gewond.

Rochester wordt zonder al te veel moeite ingenomen. Hoge Koning Uther viert deze makkelijke overwinning en neemt een paar dagen de tijd om te hergroeperen en te bekijken welke ridders nog mee kunnen vechten en welke ridders te zeer gewond zijn om nog van nut te zijn.
Sir Benno is te zeer gewond en te zeer op leeftijd om nog mee te kunnen vechten. Maar hij spreekt continu de troepen toe en de moraal is hoog.

Canterbury, Juni 499

Octa van Kent
Het leger van de Hoge Koning trekt op naar Canterbury, de grootste stad van Kent en bolwerk van de Saksen. Tijdens de Slag bij Lindsey nam Sir Eliot de Saksische leider Octa, die zich Koning van Kent noemde, gevangen. Sir Eliot heeft veel glorie en goud ontvangen voor het gevangen nemen van deze Koning. Wanneer de ridders zich opstellen op het slagveld voor Canterbury zien zij ook een grote Saksische krijger, die zeer vuil kijkt naar de trotse banieren van Salisbury en Burcombe. 

Salisbury
Burcombe














Ook hier volgt een grote slag. Sir Benno kijkt vanaf de zijlijn toe hoe de slag verloopt. 

Ronde 1:
De ridders uit Salisbury galopperen dapper voorwaarts, recht in de armen van een stel laffe Ceorls met bogen. Maar de God is met de rechtvaardigen en niemand raakt gewond, terwijl zij Saksen vermorzelen onder de hoeven van hun dappere rijdieren. 

Ronde 2:  
Canterbury is goed verdedigd met de Heorthgeneats, maar niet goed genoeg. De ridders trekken verder op, dichter naar Koning Octa toe. 

Ronde 3: 
Heorthgeneats met enorme speren, die worden gebruikt om de paarden van de dappere ridders neer te halen, vormen wel een probleem. Sir Gilbert kan zijn dappere vrienden niet bijhouden en raakt verwikkeld in een wanhopige strijd met een heorthgeneat. 

Ronde 4:
Sir Eliot en Sir Caulas rijden verder en doden een stel ceorls, terwijl Sir Gilbert nog steeds strijd met zijn heorthgeneat. 

Ronde 5: 
Sir Gilbert haalt zijn vrienden weer in en hakt samen met hen weer een stel ceorls in de pan. 

Ronde 6: 
De strijd gaat weer tegen heorthgeneats. Dit keer slaat een van hen Sir Caulas vakkundig neer. Wanneer hij bewusteloos op de grond ligt, wordt hij gered door zijn schildknaap. Sir Eliot en Sir Gilbert hebben niets door en strijden verder. 

Ronde 7:
Nu treffen Sir Eliot en Sir Gilbert weer een stel ceorls met bogen. Maar deze halen niets uit tegen de dappere ridders en zij strijden voort. 

Ronde 8:
Voor de laatste keer strijden Sir Eliot en Sir Gilbert tegen woeste heorthgeneats. Deze zijn helemaal begaan met de strijd en lijken harder te hakken met hun enorme bijlen dan alle andere strijders bij elkaar. Maar het mag niet meer baten, de slag is gewonnen door de Britten onder leiding van Uther!

Naweeën

De Slag bij Canterbury is gewonnen! Door Hoge Koning Uther en de Britten! De macht van de Saksen is gebroken. Uther trekt, overladen met glorie de stad Canterbury in. 
Maar kent is al lang in handen van de Saksen, al sinds Hoge Koning Vortigern het schonk aan Hengest als bruidsprijs voor zijn dochter Rowena in 450, inmiddels bijna vijftig jaar geleden. Er wonen nu veel Saksische families in Kent, die ook weer getrouwd zijn met Britten. Uther kan het zich niet veroorloven om heel Kent te plunderen en te brandschatten en alle inwoners over de kling te jagen. Hij besluit om vrede te sluiten met Koning Octa. 
Hoge Koning Uther zal vrede sluiten met Octa en hem erkennen als Koning van Kent, wanneer Koning Octa dan Uther erkend als Hoge Koning van heel Brittannië. Om deze afspraak te bestendigen, moet er een huwelijk komen. Hoge Koning Uther stelt voor dat een Saksische Prinses dan trouwt met een vooraanstaande Britse ridder, om met dat huwelijk de vereniging van Brittannië en de nieuwe Saksische inwoners te verenigen. 
Koning Octa kan instemmen met dit voorstel. Hij heeft nog een dochter, Inga, van huwbare leeftijd. Hoge Koning Uther heeft ook nog een vooraanstaande, verweduwde ridder, namelijk Sir Eliot. 

Wanneer Sir Eliot dit hoort, heeft hij het moeilijk. Hij haat Saksen, ook Saksische vrouwen. Hij kan er niet met een trouwen! Dat zal tot de meest vreselijke ongelukken in de huwelijksnacht leiden! Hij smeekt Koning Uther om dit plan niet voort te zetten. De Hoge Koning staat erop dat Sir Eliot deze Saksische maagd eerst ontmoet. Wie weet valt Inga reuze mee. Sir Eliot blijft twijfelen, bij de eerste echtelijke ruzie is er ook meteen een politieke rel. 
Maar wanneer hij Inga ziet, en haar charmes (Huge tracts of land!), is hij toch geraakt (Saksische vrouwen kunnen een bonus van +10 op hun flirting hebben, met hun Nordic Charm, werd mij verteld). Sir Eliot probeert vast te houden aan zijn haat voor alles wat Saksisch is, maar hij is niet bestand tegen de charme van Inga's blonde vlechten (hate Saxons fail vs. flirting succes). Hij valt als een blok voor haar (love Inga 11, vs Love Eliot 5) en stemt in met een huwelijk.
Prinses Inga neemt ook het leen van Ashford mee naar het huwelijk met haar Britse heer.  

Door dit huwelijk raken allerlei families met elkaar verweven. De vader van Inga is Koning Octa, de die broer is van Rowena, die huwde met Hoge Koning Vortigern, vader van Cerdic van de Gewessi en oom van Hoge Koningen Constans, Ambrosius en Uther. En nu sluit Sir Eliot aan in dit illustere gezelschap.  

De ridders kunnen ook weer rekenen op gebiedsuitbreiding. Voor hun dapperheid bij de Slag van Rochtester ontvangt Sir Eliot Eynsford Castle, ontvangt Sir Gilbert Horton Kirby, ontvangt Sir Caulas Farningham en ontvangt Sir Benno Sutton at Hone. Voor hun dapperheid in de Slag bij Canterbury ontvangt Sir Eliot Broad Oak, ontvangt Sir Gilbert Chartham en ontvangt Sir Caulas Hernhill

Winterphase 499 / 500

Sir Caulas legt zijn oor te luisteren bij zijn Minstreel-troupe en heert dat Vrouwe Indeg, de Genadige te vinden is een Leprozen-kolonie. Sir Gilbert besluit om haar weer in huis te nemen, ondanks dat leprozen onrein zijn en er een kans is dat Vrouwe Indeg de ziekte mee heeft genomen. 
Ondertussen treft Sir Caulas ook zijn vrouw Elaine (de Hoer van Salisbury)  in bed aan met de molenaar, terwijl hij strijd leverde in Kent. Hij verstoot haar en vraagt een ontbinding van het huwelijk aan bij de Kerk. Hij is niet heel erg van streek, hij wist altijd al wat voor een soort vrouw zij was. 
Vrouwe Elaine bleek zwanger, van Sir Caulas of van een molenaar, niemand zal het ooit weten, zij sterft in het kraambed en haar bastaard met haar. Wanneer zij begraven wordt, laat Sir Caulas aan iedereen weten dat dit de straf van God is voor haar misdragingen. 

Bentley, zoon van Bavo ban Steeple Langford sterft aan een kinderziekte. 

Edwin, erfgenaam van Sir Eliot sterft ook in deze wrede winter aan een kinderziekte. 

Gwenda van Berwick St, James, dochter van Grigor de Geweldenaar reist af naar Malahaut, samen met Imane van Tisbury om hofdame te worden van Koningin Gwennith, echtgenote van Madoc. Sir Caulas geeft zijn halfzuster nog 10 pond mee, zodat zij niet armlastig zijn aan het hof in het verre noorden.

Terwijl Vrouwe Alis regelmatig van Burcombe naar Steeple Langford reisde, om Morgaine te onderwijzen in de voorschriften van de Britse Goden, vatte zij een passie op voor Sir Benno. En Sir Benno beantwoordde deze passie. Deze winter huwen zij.

Emmeraus, een oom van Sir Eliot huwt deze winter ook.