zondag 13 november 2016

Pendragon XLI - De Slag bij Carlion on Usk

In de vorige aflevering trok Arthur het Zwaard uit de Steen. Veel mensen zagen daarin een teken dat hij nu de ware koning van Logres is. Later werd hij ook uitgeroepen tot Hoge Koning van heel Brittannië. Dat was toch een stap te ver voor veel andere koningen die ook ambities hadden in die richting. Koning Lot verzamelde een aantal andere leiders om zich heen en zij vielen Arthur en zijn gevolg aan bij Carlion on Usk.

Bradwen de Bloedige
Caulas van Salisbury
Ebel van Burcombe
Gwenda van Berwick St. James
Ignaeus van Broughton

Begin mei, Carlion on Usk

Koning Arthur heeft zich verschanst in Carlion on Usk. Buiten Carlion liggen de troepen van Koning Lot en zijn medestanders. En inmiddels heeft Ignaeus zich ook bij de troepen van Sir Caulas gevoegd. 
Romeins Amfitheater bij Carlion on Usk
Tussen Arthur en Bradwen is inmiddels een diepe vriendschap ontstaan. Ze zijn tenslotte even oud en hebben beiden goede herinneringen aan hun jeugd in Salisbury. Daarnaast zijn zij echt nader tot elkaar gekomen in de nacht voor Arthur en Bradwen tot ridder werden geslagen. 

10 mei 510, de Slag bij Carlion on Usk

Koning Arthur confronteert het leger van Lot van Orkney en Lothian. Hij stelt zijn mannen op en Earl Caulas geeft leiding aan de rechtervleugel van het leger. Arthur is nog een onervaren koning en hij doet zijn best zijn mannen zo goed mogelijk op te stellen, dat lukt aardig. Hij heeft geluisterd naar zijn adviseurs en maakt gebruik van de voordelen die het terrein biedt. Maar Koning Lot is ook een ervaren Koning en legeraanvoerder. En hij doet hetzelfde.

Arthur Pendragon,
Hoge Koning van Brittannië 
Lot,
Koning van Lothian en Orkney















First Charge
De ridders Ignaeus en Bradwen stormen, wild van woede op een stel zeer rijk uitziende ridders af. Zij hakken zich een weg door de ridders heen en gaan dan op zoek naar volgende slachtoffers. Het is voor hen even wennen om tegen andere ridders te paard te strijden. De laatste jaren hebben zij alleen maar tegen Saksen gevochten, die niet rijden maar te voet strijden.

Ronde 2:
De andere ridders mengen zich nu ook in de strijd. En de strijd is hevig. Koning Lot heeft veel mannen op de been kunnen krijgen en de ridders strijden elke tegen twee vijandige ridders. Sir Gwenda weet zichzelf te onderscheiden door een noordelijke ridder gevangen te nemen voor losgeld. Veel zal het niet opleveren, want deze ridders zien er bepaald arm uit en met hun beroerde wapens, doen ze ook maar weinig schade.

Ronde 3:
De ridders strijden weer tegen een groep arme ridders met roestige wapenrusting. Caulas, Ignaeus, Bradwen en Ebel weten allemaal ridders krijgsgevangen te nemen.

Ronde 4:
De strijd gaat door en de ridders uit Salisbury strijden weer tegen een groep arme ridders (Ik rolde toevallig zo op de tabel voor vijanden, maar het lijkt er nu op dat Lot alleen maar arme, buitengesloten ridders op de been kan krijgen en de strijd tussen Arthur en Lot er een is tussen arm en rijk).

Ronde 5: 
De eenheid van Arthur wordt aangevallen door troepen van Koning Lot. Sir Caulas heeft dit meteen door (Awareness success) en probeert zijn eenheid naar die van de Hoge Koning toe te leiden. Hiervoor moet hij eerst door een eenheid goed uitgeruste ridders heen ploegen en dat gaat maar matig. Sir Ignaeus weet zijn tegenstanders dood te slaan, maar Sir Bradwen moet een lange strijd voeren, waarbij zijn speer ook nog verbrijzeld (fumble). Ondertussen raakt Sir Gwenda vreselijke gewond en wordt bewusteloos afgevoerd door haar tegenstanders.

Ronde 6:
Hoge Koning Arthur trekt het zwaard Excalibur. De glans van het Zwaard verblindt zijn nabije tegenstanders en inspireert zijn medestanders. Hij verweert zich dapper tegen zijn aanvallers.
Sir Ebel redt Sir Gwenda uit handen van de mannen van Koning Lot.

Ronde 7: 
De burgers van Carlion, die grote voorstanders van Koning Arthur zijn en niet nog meer oorlog willen, komen met zijn alleen Carlion uitgestormd en vallen de ridders van Koning Lot aan.

De spelers aan tafel waren niet echt onder de indruk, maar ik moet dan toch altijd denken aan een van mijn favoriete auteurs, Terry Pratchett, wanneer hij schrijft over een burgeroorlog.
"...a 200-pound slaughterhouse worker with a flensing knife in one hand and a meathook in the other." - Terry Pratchett - Night Watch


De ridders staan nu tegenover rijke ridders, met de beste wapenuitrusting en training. Sir Caulas maakt het allemaal niets uit, en slacht ook deze ridders af. Maar Sir Ignaeus heeft het zwaarder, hij wordt bewusteloos geslagen en gevangen genomen. Maar Bradwen heeft het echt zwaar. Weer verbrijzelt zijn speer en een van de splinters komt in zijn oog terecht. Hij raakt gruwelijk gewond en kan niet meer meedoen aan de strijd. Hopelijk overleeft hij deze afschuwelijke verwonding (beide aanvallen gefumbled, ook Koning Henry II van Frankrijk verloor zo zijn oog en zijn leven tijdens een toernooi). Sir  Ebel heeft ook weinig geluk, zijn zwaard verbrijzelt, waarna hij met een resterende scherf zijn eigen neus verwondt. (Wat zijn de kansen, ook Sir Ebel rolt twee fumbles met beide aanvallen).

Ronde 8:
Koning Lot ziet welke kant de strijd op gaat. Hij verlaat met zijn manschappen het strijdveld. Hoge Koning Arthur en zijn manschappen zijn te uitgeput om de achtervolging in te zetten.
Sir Caulas kijkt verbaast om zich heen. Hij is veruit de oudste ridder in zijn eenheid (47 jaar oud). En hij is de enige die nog overeind staat.

11 mei, Carlion on Usk

Koning Arthur heeft zich teruggetrokken in Carlion on Usk. Koning Lot is vertrokken, maar nog niet verslagen. Er zal nog een slag plaatsvinden en Arthur heeft hard steun nodig. Sir Caulas, Sir Bradwen (met ooglap) en Sir Ebel (met neuslap) zijn bij dit overleg aanwezig. Koning Arthur zal een missie naar Klein Brittannië sturen, daar regeren twee verre familieleden van hem, Koning Ban en Koning Bohort.

Koning Ban van Benwick.
Koning Bohort van Gallië















Wanneer je om hulp vraagt als Koning aan collega- Koningen, kan je maar betere je beste mannen sturen. Koning Arthur stuurt daarom Sir Caulas, Earl van Devon en Salisbury naar Klein Brittannië om daar om hulp te vragen. Merlijn de Tovenaar gaat mee om nog wat meer gewicht in de schaal te leggen.


Juni, Brittannië

Sir Caulas vertrekt met zijn ridders (die nog rechtop kunnen staan) naar Klein Brittannië. Daar vraagt hij om een onderhoud met Koningen Ban van Benwick en Bohort van Gallië. Deze twee koningen zijn broers en zij zijn getrouwd met twee zusters.
De Koningen zijn op zich wel geïnteresseerd in het voeren van strijd samen met Arthur, om hun familielid op de troon te houden. Maar oorlogvoeren kost geld en ze willen graag weten wat hun ridders over zullen houden aan deze strijd tegen de ridders van de noordelijke Koning Lot.
Sir Caulas zegt toe dat de ridder van de Ganis kunnen plunderen wat ze willen van de Noordelijke ridders. En Arthur is een Koning, hij zal vast wel dankbaarheid kunnen tonen voor de ridders die hem helpen zijn troon zeker te maken.
Maar Sir Caulas wil ook meer voor zichzelf. Hij is weer vrijgezel na de dood van zijn tweede vrouw Cygna. Hij zou graag opnieuw trouwen. Is er misschien een de Ganis prinses beschikbaar. Koning Ban wil wel een van zijn dochters uithuwelijken aan een van de meest ambitieuze mannen van Logres. Maar hij wacht met de huwelijksvoltrekking tot de herfst van 510. Hij wil eerst eens zien of Koning Arthur en zijn aanstaande schoonzoon het komende seizoen vol strijd zullen overleven.

Juli, Bedegraine

Koning Arthur en Koning Lot treffen elkaar weer bij Bedegraine, in het noorden van Brittannië. Het ziet er niet best uit voor Arthur en zijn troepen, zullen Ban en Bohort op tijd komen met hun troepen uit Klein Brittannië?