maandag 7 september 2015

Pendragon XXVII - Zonder Hoge Koning

De pendragon-groep is weer bijeen gekomen. Deze keer moet de groep omgaan met de dood van Hoge Koning Uther en de nasleep ervan. Even leek het erop dat Brittannië een tijd van voorspoed en vrede tegemoet zou gaan. De Britse Koningen waren verenigd onder een Hoge Koning. En hoewel Uther bij vlagen een onberekenbaar leider was, waren er toch enkele belangrijke overwinningen geboekt. Er was terrein terugveroverd en waren opstandige koningen manieren geleerd.
Het leek erop dat Brittannië een tijd van ongekende voorspoed tegemoet zou gaan, totdat een stomme Griffioen weer roet in het eten moest gooien!
Hoe zal het Brittannië vergaan zonder Hoge Koning?

Pendragonpagina
Antonius van Broughton
Benno van Steeple Langford
Brikus van Steeple Langford
Caulas van Tisbury
Eliot van Burcombe
Gilbert van Berwick St. James

25 Juni 501, Dans der Giganten, Salisbury

Twee weken na de dood van Uther is iedereen bijeengekomen bij de Dans der Giganten, hier wordt Uther begraven, met alle eer die een Hoge Koning toekomt. Alle notabelen die niet al in Sarum waren, proberen alsnog te komen. Veel van hen waren natuurlijk al aanwezig, om zich voor te bereiden op een slag in Norwich, sinds de Saksen daar vorig jaar zo hebben huis gehouden, terwijl de Ridders van Salisbury bezig waren om in Cornwall orde op zaken te stellen.

Dans der Giganten
A. Biasioli
Ambrosius, de Hoge Koning voor Uther en de oudere broer van Uther is hier ook begraven, in 480. Nu wordt Uther naast hem begraven. De ridders zien dat Merlijn de ceremonie leidt, samen met een dame, die erg op hem lijkt. de ridders herkennen haar als Vivianne, de Vrouwe van het Meer. Het valt alleen Sir Caulas op dat Merlijn, Vivianne en Hoge Koningin Ygrainne enorm op elkaar lijken, zij moeten familie zijn van elkaar, dat kan niet anders! (Recognize critical succes)
Merlijn de Tovenaar houdt een lang verhaal, dat Uther nu weer terugkeert naar de aarde, waar hij uit voortkwam en dat hij, wanneer de tijd rijp is, weer zal voortkomen uit de aarde. Nu de wereld een Hoge Koning verloren heeft, lijkt het alsof de nacht gevallen is, maar na de nacht zal de zon weerkeren, en zo zal ook een Hoge Koning weerkeren.
(Probeer ik deze scene daar een beetje pathos en mystiek mee te geven, beginnen mijn spelers over de buigende giraffen van The Lion King. Echt, parels voor de zwijnen! Ik kijk naar jou +Louis!)

Wanneer het graf afgedekt is, bouwt Merlijn een steenstapel, het centrum van deze steenstapel is het Zwaard der Koningen, Excalibur. Ondanks dat er flink wat Koningen aanwezig zijn, heeft niemand voldoende slechte smaak om het zwaard op te nemen.

Wanneer de begrafenis voorbij is en iedereen weer terugkeert naar Sarum, begint het gekonkel al. Wie wordt nu Hoge Koning? Wie zal ons leiden in de strijd tegen de Saksen? Wie wordt Koning in Logres? Wie wordt nu onze leenheer? Zal het Madoc zijn? Het is een bastaard, maar inmiddels heeft hij zich bewezen in de strijd, hij leidt al jarenlang een ander Koninkrijk. Was er niet nog een zoon? Uit het huwelijk met Ygrainne? Of was die overleden?

Sir Gilbert neemt zijn kans waar. Terwijl iedereen naar de grote zaal van het kasteel van Sarum gaat, schiet hij de rouwende weduwe, Vrouwe Ygrainne aan. Hoewel hij al jaren (sinds 498) in stilte verliefd is op de vrouw van de Hoge Koning, heeft hij nog niet eerder iets kunnen doen met zijn gevoelens. Hij vraagt haar mee voor een wandeling in de rozemarijntuin. Daar bekent hij zijn gevoelens voor haar. En Ygrainne beantwoordt die (Lustful succes)! Gauw neemt Gilbert haar bij de hand en neemt haar mee naar een afgelegen liggende hooimijt.

Ondertussen doet Sir Benno waar hij goed in is. Hij houdt een speech voor alle verzamelde ridders over de heldendaden van Hoge Koning Uther. Hij weet de heldendaden heel wat mooier te maken dan ze waren en iedereen luistert geboeid.

Dat geeft Sir Antonius de kans om bijstand te ronselen onder wat aanwezigen. Het is allemaal heel vreselijk dat de Hoge Koning dood is, maar leve de Hoge Koning, nietwaar? Er is snel een nieuwe leider nodig die de invasie in Norwich een halt toe kan roepen. Koning Madoc van Malahaut, is bekend, aanwezig, heeft de juiste afkomst en heeft zich al koning al bewezen.

Maar Sir Antonius komt als doorgewinterde ridder nog maar net kijken. Sir Caulas en Sir Eliot mikken hoger. Zij willen king-makers zijn voor de volgende Hoge Koning. En dan willen ze ook nog het liefst een Hoge Koning die zij naar hun hand kunnen zetten. Zij gaan in overleg met een paar vooraanstaande mannen, Koning Lot van Lothian, Koning Madoc van Malahaut, Sir Brastias, als jarenlang generaal voor Uther, Hertog Ulfius, Koning Nanteleod van Escavalon, Koning Cerdic van Wessex en de Bisschop van Canterbury.
Deze mannen zijn allemaal gewend om langdurige en diepgaande politieke spellen te spelen en er staat nu veel op het spel, dus iedereen kijkt de kat uit de boom. Het is uiteindelijk Koning Madoc die het woord neemt. Hij zegt dat de focus voor nu moet liggen op het terugslaan van de Saksische invasie in Norwich. Wanneer de Saksen daar een voet tussen de deur kunnen krijgen, is de integriteit van heel Logres in gevaar. Nu al durfden Macsen, Earl van Lonazep en Dafyd, Earl van Huntingdon niet naar de begrafenis van hun heer te komen, omdat hun Graafschappen ook ieder moment onder de voet gelopen kunnen worden.
Met glimmende oogjes geven Koning Lot en Koning Nanteleod aan dat zij het plan van Madoc volledig steunen. Wanneer de heren van Malahaut en Logres bezig zijn in Norwich, zijn hun grenzen met Lothian en Escavalon slecht bewaakt. En de koningen Lot en Nanteleod hebben hun ambities de laatste jaren niet onder stoelen of banken gestoken.
Koning Cerdic wil Madoc wel helpen tegen de Saksen, maar alleen wanneer daar geld tegenover staat. Hij had trouw gezworen aan Uther, maar niet aan Madoc.

Sir Caulas vraagt zich ook af of het mogelijk is om de verdediging van Brittannië te combineren met een brutale aanval op het vasteland, waar al die vreselijke Saksen vandaan komen. Maar de Koningen leggen hem uit dat de Saksen zelf ook uit hun landen verdreven worden, door nog vreselijker vijanden, de Denen!
Maar het plan van Sir Caulas heeft wel voordelen. Het is misschien een goed idee om een aanval te doen vanaf twee kanten. Er trekt een leger op door Logres naar Norwich en een deel van het leger vaart om Brittannië heen en valt de bruggehoofden van de Saksen aan, aan de kusten van Norwich. Dan zitten de Saksen in de tang.

Ondertussen happen Sir Gilbert en Vrouwe Ygrainne naar adem en proberen hun kleren weer een beetje glad te strijken. Sir Gilbert kan zijn geluk niet op en hij weet wat hij wil, maar hij realiseert zich ook dat Ygrainne al lang niet meer kon doen wat zij zelf wilde. Hij vraagt haar wat zij nu wil (Romance check!). Ygrainne denkt even na. Voor nu wil zij rust. Zij is tenslotte nog maar net weduwe geworden en het zou ongepast zijn wanneer zij meteen zou hertrouwen. Zij zegt ook dat zij een Koningin is, die afstamt van een lange lijn van Koninginnen. Zij wil Gilbert Koningin worden, wanneer hij haar eer bewijst als Koningin. Zij zendt hem weg om strijd te leveren tegen de Saksen, die Brittannië willen plunderen. Wanneer hij terugkeert, beladen met schatten, een Koningin waardig, zal zij overwegen met hem te trouwen. Keer terug met je schild, of erop!

De plannen om de aanval van de Saksen te weerstreven zijn gemaakt. Hertog Ulfius en Sir Brastias zullen leiding geven aan de aanval over land, om Thetford, Buckenham en Norwich te ontzetten. Ondertussen zal Koning Madoc, samen met Koning Cerdic via zee optrekken tegen de Saksen in Norwich. 
Maar Sir Caulas en Sir Eliot konkelen verder. Ook Logres is nog steeds zonder Koning. Wie zal daar regeren? Koning Madoc van Malahaut? Vrouwe Ygrainne met een Koning-Regent aan haar zijde? Koning Cerdic, die tenslotte de zoon is van een eerdere Koning van Logres. Er is niet veel ruchtbaarheid gegeven aan het feit dat Prins Arthur nu wordt opgevoed door Sir Gilbert, dus veel mensen denken dat Arthur jong gestorven is.
Sir Caulas en Sir Eliot spreken verder met Hertog Ulfius en wat andere vooraanstaande Hertogen en Earls van Logres. Koning Cerdic spreekt hardop uit dat hij de troon van Logres wil claimen, zijn vader was tenslotte ook Koning van Logres. Het was juist Ambrosius en Uther die de troon ursurpeerden. Sir Caulas en Sir Eliot steunen zijn claim. Hun inschatting is dat Cerdic een relatief zwakke koning zal zijn, verblindt door oude glorie en met een relatief klein leger om zijn wensen kracht bij te zetten. Hij zal zwaar moeten rekenen op de steun van zijn hertogen. Dit is de kans om de rechten en plichten van de Koning ten opzichte van zijn vazallen op papier te zetten. Dit kan zelfs een voorzetje zijn voor het inperken van de macht van een nog te verkiezen Hoge Koning. 
(Sir Caulas en Sir Eliot willen een soort proto - Magna Carta opzetten, waarmee de Koning van Logres niet meer dan een marionet wordt, terwijl zij en de andere hertogen aan de touwtjes trekken. Vandaar dat zij Cerdic naar voren schuiven en niet Madoc.)

De Hertogen van Logres hebben veel weerstand tegen Cerdic aanwijzen als nieuwe Koning van Logres. Door het bloed van zijn moeder, Rowena van Kent, is hij geen echte Brit, maar een have Saks. En zijn vader, Vortigern verraadde zijn eigen volk. Dat verraderlijke bloed zal zich wreken, is hun inschatting.
Sir Caulas probeert het nog een keer uit te leggen. Cerdic zal alleen in naam Koning van Logres zijn, in werkelijkheid, zullen het zijn Hertogen zijn die de dienst uitmaken. Het duurt even voor dat de Libra valt, maar dan worden de Hertogen enthousiast (orate succes!). Zij willen wel als voorwaarde stellen dat Cerdic zo snel mogelijk huwt, met een of ander dom, adellijk wicht, zodat er ook geen vrouw achter de troon aan de touwtjes kan trekken.