zondag 23 maart 2014

Pendragon XIV - Naar Oxford

We zijn in het jaar 495 na Christus. De Saksen zijn vernietigend verslagen, maar tegen een hoge prijs. De rust keert even weer in het rijk van Logres, maar gevaar blijft op de loer liggen. De Saksen in het zuiden zijn nog niet verslagen, Koning Uther lijkt niet altijd even betrouwbaar en Salisbury wordt in naam geregeerd door een jongen van 11, Robert en in praktijk door zijn moeder, Vrouwe Ellen.

Maart 495, Salisbury

Het is lente en er hangt een vreemde sfeer in Salisbury. De Saksen zijn voorlopig verslagen en geen bedreiging meer, maar Sir Roderick is dood en zijn grondgebied wordt nu geregeerd door een kleine jongen, die binnenkort ergens als schildknaap geplaatst zal moeten worden. Vele andere vooraanstaande ridders zijn ook gesneuveld in de slag bij Eburacum, waaronder Sir Gerhard. Zijn broer, Sir Gilbert, is nu heer van Berwick St. James.
Salisbury

Sir Eliot is ook druk bezig geweest. Hij heeft de jonge Robert geplaatst in het huishouden van Sir Bellias van Winterbourne. En hij heeft na meer dan 6 jaar opsluiting op zolder zijn moeder, vrouwe Alis, eindelijk vrijgelaten. Nu Sir Roderick dood is, is er geen reden meer haar daar nog langer te laten. Waarschijnlijk heeft ook het oprichten van de paganistische tempel vorig jaar ertoe geleid dat hij zich wat religieuzer voelt.

3 april, Sarum

Op Paaszondag verzamelen alle ridders zich in Sarum om van vrouwe Ellen te horen wat zij van haar ridders verlangt voor dit jaar. In de grote zaal is zij vergezeld van een nieuw gezicht. Het is een jongeman die eruit ziet als een klerk. Hij vertelt dat hij Pertoines heet en uit Cornwall komt. Hij heeft een droom gehad, waarin hem werd opgedragen om naar Oxford te trekken en daar een school te stichten voor iedereen die maar wil leren. De ridders kunnen zich hier weinig bij voorstellen. Alles wat een man moet weten leert hij toch van oudere ridders? Waarom zouden stoere, Britse jongemannen meer willen weten? En daarvoor ook nog stil willen zitten in een koude, donkere kamer?
Maar goed, een droom van de Here valt niet te negeren natuurlijk. De ridders vervelen zich wat en besluiten allen om Pertoines te begeleiden naar het obscure dorpje in Silchester. 


Mei, Donnington

Terwijl de ridders met hun schildknapen en Pertoines door Salisbury en Silchester rijden, komen zij ook langs de steden van Levcomagus en Silchester. In Donnington houden zij even halt en horen daar het tragische verhaal van Regan, Gravin van Rydychan. Zij en haar man, Graaf Bledri hielden de landen van Rydychan vanuit Wallingford. Maar haar man viel in een van de vele gevechten die Koning Uther de laatste jaren voerde. En terwijl het land in oorlog was, hebben drie broers, Basile, Beleus en Bege, de weduwe verdreven uit haar huis en haar land overgenomen. Koning Uther of Hertog Ulfius hebben geen stappen ondernomen om de rechten van Vrouwe Regan te herstellen. Nu zwerft zij van kennis naar kennis en blijft bij iedereen maar kort. Van gravin is zij vervallen tot niet veel meer dan een bedelares. 
Sir Ignaeus Livius, van Broughton

De ridders vinden het vreselijk wanneer zij dit horen. Het is tegen alle wetten van beschaafde mensen (en dan vooral Romeinen) volgens Sir Ignaeus. Het is tegen alle wetten van de ridderlijkheid volgens Sir Bavo. Sir Eliot vindt het ook vreselijk. Sir Gilbert vraagt zich af of zij misschien wil trouwen, als weduwe zijnde. Dat zou ook een oplossing zijn voor haar armoede. 
De ridders besluiten om door te rijden en te bezien wat zij kunnen betekenen voor de vrouwe van Rydychan, tijdens hun missie voor Pertoines.     

Wallingford

Eenmaal in de regio Rydychan komen de ridders al snel drie andere ridders tegen. Zij zijn mannen van Sir Basile en vragen op hooghartige toon wat de ridders komen doen. Sir Eliot en de zijnen laten zich dat niet zomaar zeggen en na wat gescheld over en weer komt het tot een gevecht. Een van de roofridders had de tegenwoordigheid van geest om zijn schildknaap weg te sturen met een boodschap om versterking. 
Het gevecht wordt natuurlijk snel gewonnen door Sir Eliot, Sir Bavo en Sir Gilbert. Sir Bavo neemt zelfs nog de tijd om de ridders uit te schelden voor de lafaards die zij zijn. Terwijl de overlevende schildknapen zich bekommeren om hun gevallen heren, nemen de rodders als trofee de schilden van de gevallen ridders mee en reizen verder naar Wallington Pertoines ziet wat bleekjes, die had nooit gedacht dat het vervullen van een droom van de Here gepaard zou gaan met zoveel bloed. 

Inmiddels is de eerste gevluchte schildknaap aangekomen in het kasteel van Wallingford. Sir Basile is niet dom en zendt meteen boodschappers uit naar Shirburn en Oxford, waar de andere, kwade broers verblijven.

Wanneer de ridders aankomen bij het stadje van Wallingford, zien zij dan men daar al op hun komst is voorbereid. De poorten zijn dicht en soldaten staan op de muren. Sir Ignaeus scheldt de soldaten uit en Sir Eliot laat door middel van een uitgebreide pantomime zien dat de ridders van Wallingford vechten als vrouwen en vielen als lafaards in de slag. 
Sir Basile kan dit niet meer aanzien en komt naar buiten om de eer van Wallingfords ridders te verdedigen. Hij neemt het op tegen Sir Bavo. Na een kort, maar hevig gevecht (Beiden waren gepassioneerd over hun eer) sneeft sir Bavo!
Terwijl Sir Basile staat te juichen boven het lichaam van Sir Bavo, wordt Sir Eliot wild (passion critical). Hij doodt Sir Basile met een houw, stormt Wallingford binnen en doodt alles wat hij tegenkomt. De verdedigers van Wallingford zijn totaal overrompeld. Sir Ignaeus en Sir Gilbert staan al snel hun broeder bij. Zij weten het bloedbad enigszins te beperken wanneer de overlevende ridders en soldaten zich overgeven. 

De lichamen van Sir Bavo en Basile worden Wallingford ingehaald en het kasteel zo goed mogelijk verdedigd. De ridders verwachten dat de broers van Basile binnenkort verhaal zullen komen halen!
De ridders doorzoeken het kasteel en vinden in de kerkers vele gevangenen in erbarmelijke omstandigheden. Onder hen zijn ook verschillende ridders die deze kant zijn opgekomen en slachtoffer zijn geworden van de roofridder Basile. Onder hen bevindt zich ook een ridder uit Salisbury, Sir Benno van Steeple Langford. Met de dood van Sir Bradwen en Sir Bavo en het feit dat Brandaan in het klooster leeft, is Sir Benno de enige volwassen man van de familie Steeple Langford. Hij voegt zich bij de andere ridders uit Salisbury. 


De volgende dag

De roofridders en jongere broers van Basile, Beleus en Bege arriveren de volgende dag met hun gevolg bij Wallingford. Zij hebben een leger van wel 30 ridders en hun gevolg bij zich, wel 100 gevechtsklare mannen in totaal. Hoe kunnen de ridders uit Salisbury zich hier ooit tegen verdedigen?
Sir Eliot probeert de ridders Beleus en Bege te verleiden tot dommigheden door beledigingen te schreeuwen vanaf de muur van het kasteel, hierbij geholpen door Sir Benno, die in zijn huidige toestand niet veel anders kan. 

"Je moeder wint prijzen bij de hondenraces en je vader eet haver!"   

Dit leidt tot niets en de manschappen van Beleus en Bege gaan naar de bossen rondom Wallingford en kappen bomen voor primitieve trebuchets. Die zouden flink wat schade kunnen doen en dan zouden de ridders uit Salisbury diep in de problemen zitten. Sir Eliot besluit om Beleus uit te dagen tot een duel. Beleus stemt toe, maar het gevecht verloopt niet zoals Sir Eliot dat hoopt, hij wordt al snel bewusteloos geslagen en in het kamp van de valse broers gevangen gehouden. Hoe moet het nu verder voor de ridders in Wallingford?

Sir Benno besluit om nog meer scheldkannonades over Beleus uit te storten. Deze verliest zijn hoofd en stormt op het dorpje van Wallingford af, om net als Sir Eliot de dag ervoor over de brug te rijden en alles en iedereen die hem voor de voeten komt, over de kling te jagen. Maar Sir Benno is oud en zwak en daarom slim. Hij saboteerde de valbrug van Wallingford, waardoor Beleus in het water van de gracht valt. 

Hoe zal he aflopen met de belegering van Wallingford, de queeste van Pertoine en wat zal het lot van vrouwe Regan van Rydychan zijn?