donderdag 11 mei 2017

Pendragon XLVII - De Verdwenen Meisjes

Het is weer tijd voor een aflevering Pendragon. In de Great Pendragon Campaign is 514 het jaar waarin Koning Arthur huwt met Prinses Guinevere. Maar in het jaar 512 ontmoette Arthur haar al en had meteen een afkeer van haar. Dus ik moest wat anders verzinnen voor het jaar 514. Gelukkig kon ik voor inspiratie rekenen op +Todd Rokely

Bradwen Eenoog
Caulas van Salisbury
Eric van Burcombe
Gwenda van Berwick St. James
Ignaeus van Broughton

Lente 514, Old Sarum

Sir Caulas bestuurt zijn graafschap Salisbury en hem komt ter ore dat er een vrij beroemde ridder door zijn rijk trekt. Het is Sir Randolph de Vasthoudende. Sir Randolph is een ridder zonder land, maar als huurling is hij bijzonder succesvol geweest. Tegenwoordig trekt hij door het land en doodt hij beesten en monsters voor geld en glorie. Niet heel nobel natuurlijk, maar Sir Caulas besluit toch om hem en zijn gevolg aan zijn hof uit te nodigen. 
Sir Randolph de Vasthoudende

Sir Randolph is niet de meest beschaafde ridder, maar hij vraagt Sir Caulas toch om toestemming om op zijn land te jagen op beesten. Sir Caulas geeft zonder aarzelen zijn toestemming daarvoor.

Dan komt het vreselijke bericht dat Cornelia en Columba van Burcombe, dochters van Edward van Burcombe en Cornelia Livius van Broughton. Eric is vreselijk van slag door dit nieuws over zijn nichtjes en wil hen reden. Sir Ignaeus staat hem natuurlijk bij. Het gaat om zijn achternichtjes. 
In Burcombe is het hele huishouden in rep en roer. Cornelia Livius is in alle staten en iedereen is in paniek. 
De ridders weten iedereen een beetje te kalmeren en daadwerkelijk zinnige vragen te stellen. Al snel komt naar voren dat de min en oppas van de meisjes, Beppie, misschien niet meer bij de pinken is. Het drinken van zelfgestookte sterke drank zal daar niet aan bijdragen. Zij kan vertellen dat de meisjes in de weide bij de rivier de Nadder speelden met een pony. 

De Nadder
De Nadder komt uit het Morgaine Woud, een duister woud tussen Salisbury en Somerset, waar de ridders Caulas en Ignaeus al eens eerder een spannend avontuur beleefden. Zij worden niet gelukkig van het idee dat twee kleine meisjes helemaal alleen in dit woud rondlopen. Bradwen maakt zich ook zorgen. Hij denkt dat de meisjes niet meegelopen zijn met een pony, maar met een fairy wezen (faerie Lore succes). Er zijn er genoeg die op pony's lijken, zeker in de ogen van dronken, oude vrouwtjes. Hij denkt aan Pooka, eenhoorns of zelfs een Water horse. Allemaal slecht nieuws voor kleine meisjes van 10. 

Wanneer de ridders naar de weide gaan waar de meisjes voor het laatst zijn gezien, vinden zij daar de sporen van de meisjes en van een beest met gespleten hoeven, een geit of een hert. De sporen leiden weg van Burcombe, stroomopwaarts met de Nadder, het Morgaine Woud in. De ridders realiseren zich dat ze misschien nog wel even bezig zullen zijn met deze zoektocht en zij keren terug naar Burcombe om wat voorraden in te slaan en goed voorbereid op weg te gaan. 

De ridders trekken dieper en dieper het woud in terwijl zij de sporen van de meisjes volgen. Zij zien dat het beest dat met de meisjes meeloopt gewond lijkt te zijn. Zou het een eenhoorn kunnen zijn? Die hebben meestal wel een voorkeur voor jonge, onschuldige meisjes.

Een eenhoorn, let op de gespleten hoeven en de leeuwenstaart.

Terwijl de ridders verder trekken, bemerken zij dat zij verdwaald zijn geraakt in het woud. Ze raken verder en verder verwijderd van de Nadder en zij kunnen de sporen van de meisjes ook niet meer vinden. Dan zien ze een klein mannetje zitten, een soort kabouter. Na wat heen en weer gepraat, beloofd het mannetje ze te laten gaan. Hij onthult dat Cornelia en Columba daadwerkelijk op stap zijn met een eenhoorn. 
Wanneer de ridders zijn ontsnapt aan het vreemde woud, horen zij iets ritselen in de bosjes. Een vreemd soort hert stapt naar voren. Zijn hoorns draaien alle kanten op. Sir Gwenda wil wat ervaring opdoen en valt dit vreemde beest aan. Zij hakt het al snel, vakkundig aan stukken. Ze zal het hoofd en de huid bewaren om als trofee in haar landgoed te laten zien. 

Yale
Dan eindelijk worden de meisjes ingehaald. In een open plek in het woud treffen zij de meisjes en een eenhoorn. Maar de meisjes zijn niet alleen. Sir Randolph de Vasthoudende is er ook met zijn mannen. Sir Eric probeert de meisjes nog weg te roepen bij de eenhoorn, maar zij luisteren niet naar zijn aanmaningen dat dit het lot is dat de natuur heeft bedacht voor zieke, gewonde eenhoorns. Sir Caulas probeert Sir Randolph weg te jagen, maar dit is de grootste trofee uit zijn carrière, hij laat zich niet wegjagen. 
Het leidt allemaal tot een slag, waarbij Sir Randolph natuurlijk geen schijn van kans maakt tegen de overmacht van de beste ridders van Brittannië. De eenhoorn is gered en loopt verder het woud in en de meisjes keren terug met Eric naar Burcombe. 

Winterphase 514/ 515

Sir Caulas krijgt een meisje met zijn vrouw Dahut. 
Sir Ignaeus krijgt ook een meisje. Zijn dochter Lucretia is een enorme hit aan het hof en wordt de persoonlijke dienstmaagd van Dahut, Gravin van Salisbury. 
Bradwen krijgt een zoon bij zijn vrouw. Verder biedt hij nog een overnachting aan een stel rondreizende ridders. Zijn moeder Antje, (inmiddels 48), claimt een kind gekregen te hebben, maar dat kan natuurlijk niet. Wat kan hier aan de hand zijn?
De broer van Sir Eric, Edward van Burcombe blijkt vervloekt te zijn. zijn familie blijft maar problemen hebben. 
Vrouwe Gwenda krijgt een kind, maar eigenlijk is dit jongetje een kind van haar moeder Berta. Maar aangezien die al weer jaren weduwe is, wilde ze niet uitleggen waar dat kind vandaan kwam. Het is makkelijker uitleggen dat Gwende een kind heeft gekregen van haar man Griflet. 

Vanuit Caerleon bereikt de ridders het bericht dat Arthur een kind heeft gekregen van Clare. Het is wel een meisje, maar Sir Caulas is erg in zijn nopjes.