Translate

woensdag 17 juli 2013

Courgette!


Terwijl we op vakantie waren, groeide de tuin natuurlijk door. Het was erg droog terwijl we weg waren, maar onze lieve buren namen het op zich om niet alleen een oogje op de post te houden, maar ook de planten in de tuin water te geven. En daar ben ik erg dankbaar voor, anders was de hele boel geel en droog geworden. Nu kwamen we terug in een tuin die na een week wel geëxplodeerd leek. Vooral de courgettes waren wild geworden. Dit jaar heb ik gekozen voor gele courgettes en die zien er wel heel leuk uit.
3 kilo aan courgette!

Ik heb meteen de courgettes geoogst en toen bleek ik wel 3 kilo te hebben en het Courgette seizoen kan wel tot ergens in september lopen! Hoe verwerk ik dat allemaal? Met recepten van Hugh Fearnley-Whittingstall, natuurlijk.
De courgettes werden verdeeld in 5 porties van zo'n 600 gram. Iedere portie werd in kleine stukjes gehakt en samen met een teentje knoflook opgebakken in olijfolie tot ze volledig zacht en gaar waren. Vooral de grotere courgettes verloren daarbij veel vocht, dat ik flink weg heb laten dampen. Wanneer alles eenmaal zacht en gaar was, even snel met de staafmixer pureren (niet te fijn) en dan in een diepvrieszakje de vriezer in. Die kan ik nog eens ontdooien en dan gebruiken als basis voor soep of pastasaus.
Zo'n grote courgette zit er ook intimiderend uit. 

Één portie van de courgettes werd na deze behandeling meteen verwerkt tot een courgette souffle. Erg lekker en daar kunnen we met ons gezin twee dagen van eten. Ik doe er ook altijd nog wat kruiden uit de tuin door, een beetje peterselie, thijm en bieslook zijn er heerlijk bij. En samen met een paar blaadjes sla en een stukje stokbrood heb je ook weer een volledige maaltijd.
En toen we terug kwamen heb ik ook de rest van de bessen van de struiken gehaald. Ik heb nu ook in de vriezer twee zakken rode bessen, twee zakken zwarte bessen en twee zakken kruisbessen. We moeten wel heel veel ijs en taart eten om dat op te krijgen. Ik heb er al zin in.

dinsdag 16 juli 2013

Vakantie in Normandië - Bayeux

Het is natuurlijk wel vakantie.

De vakantie was natuurlijk niet alleen maar strand en zwemmen en koffiedrinken in het zonnetje bij de Kaneelappel. We hebben ook aan cultuur gedaan en die cultuur viel mooi samen met twee van mijn hobbies, rollenspelen en handwerken. 






Saint Marcouf de l'Isle ligt op ongeveer 45 minuten rijden van het middeleeuwse stadje Bayeux, thuishaven van het Tapisserie van Bayeux. En dat tapijt (het is eigenlijk een wandkleed) combineert mooi mijn liefde voor rollenspelen en handwerken. In juni nog waren de Pendragon - rollenspelers bijeen voor een avontuur in Bayeux. Dus toen ik met mijn vakantie zo dicht in de buurt kwam, moest ik er natuurlijk wel heen, om het stadje te bekijken. Er zijn nog wel oude Romeinse resten en vroeg- Middeleeuwse resten te vinden van het stadje, maar door de Viking-aanvallen in de 9e eeuw, is het stadje verwoest. Dus er was weinig meer over van wat er in de 5e eeuw te zien moet zijn geweest.

De mannen gaan met blote benen scheep naar Engeland.
Dan mijn andere hobby, handwerken. Het Tapijt van Bayeaux is een enorm doek van bijna 70m lang en een halve meter breed en beeld de voorgeschiedenis van de invasie van Engeland door Willem de Veroveraar uit. Het is doek is gemaakt na de Slag bij Hastings en is daarmee bijna 1000 jaar oud. En voor een doek dat bijna een millenium oud is en een hoop heeft meegemaakt, ziet het er nog heel goed uit. De  kleuren zijn goed behouden gebleven en de plaatjes zijn herkenbaar en vertellen het verhaal, bijna als een stripverhaal. 
Het tapijt is tentoongesteld in het Bayeux Tapistry Museum, een vrij klein museum, dat alleen informatie heeft over het tapijt en de tijd waarin het is gemaakt. Maar het is een goed museum. Het tapijt is achter glas opghangen op ooghoogte, op de manier waarop het ook jarenlang in de Cathedraal van Bayeux tentoongesteld werd. En verder was er een korte film over het tapijt en de tijd die het weergaf. Ook waren er verschillende tentoonstellingen te zien over de manier waarop het tapijt tot stand is gekomen en weergaven van de voorwerpen die in het tapijt voorkwamen. 
Een klein museum en een smalle focus, maar zeker het bezoeken waard wanneer je in de buurt ben. 

De Cathedraal
Na een bezoek aan het museum hebben we ook nog een bezoek gebracht aan de nabijgelegen Cathedraal, gebouwd door Bisschop Odo, broer van Willem de Veroveraar en lange tijd de bewaarplaats van het Tapijt. Ook een erg mooie Cathedraal, met zeer indrukwekkende glas-in-lood ramen.

Al met al was Bayeux een leuk klein stadje om eens te bezoeken.

zondag 14 juli 2013

Vakantie in Normandië


Onze zoon, op het muurtje bij ons huis
We zijn weer terug van vakantie en wat voor een! Nadat we vorig jaar veel plezier hadden van onze vakantie in Breizh, wilden we weer naar Frankrijk. Breizh is natuurlijk enig, maar wel vrij ver reizen. Omdat ik toch ook graag aan de kust wil zitten (lekker uitwaaien aan het strand) viel ons oog dit keer op Normandië. In een vrij strategische inschattingsfout liet Sander mijn oog vallen op een huisje in Saint Marcouf de l'Isle. Toen ik eenmaal gezien had dat we vanuit de woonkamer van het huisje zicht hadden op de zee, kon Sander me niets meer weigeren.

Net als vorig jaar, reisden we ook via een tussenstop bij onze vrienden +F en G. in Roosdaal. En dat was een goed idee, zo konden we toch nog 2,5 uur van onze reistijd naar Normandië afhalen en konden we genieten van een heerlijke maaltijd die we niet zelf hoefden te koken. Voor de goede zorgen hebben we hen nog een stripje cadeau gedaan, een re-imagining van de beroemde Suske en Wiske verhalen. Ik vond het in elk geval erg grappig.

Uitzicht uit de woonkamer
Het huisje werd geboekt via een in Nederland opererend reisbureau. Maar later kwamen we erachter dat de eigenaar van de woning ook direct de huisjes verhuurt. Er was in elk geval niets gelogen. Het huisje was klein maar fijn en van alle gemakken voorzien. En inderdaad pal aan het strand. Dus vanuit de woonkamer liepen we in badkleding zo het strand op.

Na een verfrissende duik is het nog een hele wandeling terug, bij eb. 
En wat voor een strand. Ik ken de verhalen over de extreme getijden bij Normandië en ook hier was er een groot verschil tussen eb en vloed. Bij eb was je echt even onderweg naar de zee, bij vloed spelde het water tot ongeveer 5 meter van ons huisje. Maar de zee was kalm. Er was een breed, langzaam aflopend strand, waardoor het wel snel eb of vloed werd, maar er geen krachtige stroming ontstond. Dus de kindertjes konden veilig spelen.

Spetteren in het water. 
Scheppen in het zand

De lange wandeling terug naar het huisje (rechts, met de blauwe schutting).
Wat me nog het meest verbaasde was het totale gebrek aan mensen. Hier zaten we, slechts 7 uur rijden van ons huis in Malden aan een prachtig breed zandstrand in een luxueus huisje met heerlijk zonnig weer en geen kip te bekennen. Als ik heel erg mijn best deed en goed zocht, kon ik in de verte misschien een ander gezin zien. Op een drukke dag heb ik in een keer twintig mensen op het strand geteld. Het was heerlijk.

Het strand in de richting van Ravenoville

Het strand in de richting van St Marcouf de l'Isle

Vaak werd het in de middag wat drukker, maar dan vooral met wandelaars die hun hond uitlieten, hardlopers, ruiters en mensen die met vliegers en kitesurfers in de weer waren, maar verder weinig bad- en strandgasten. Echt gek, aangezien het water frisjes maar prima te doen was. Sander nam bijvoorbeeld elke morgen even een zeer frisse duik in het zee water. Bij vloed, dan was het minder ver lopen en waren er iets meer golven, die niet boven zijn middel uitkwamen.
Frisse ochtendduik
Maar we hebben nog meer gedaan dan alleen op het strand hangen. De eerste dag, zondag, moesten we allemaal een beetje bijkomen van de lange reis. Dus die dag hebben we alleen boodschappen gedaan en op het strand gehangen en een kleurtje gekregen. 
De rest van de week was het weer wat minder. Fris en in de morgen bewolkt. Ook waaide het hard, wat voor de omgeving kennelijk erg ongewoon was. Maar de rest van de tijd hebben we ons verdiept in de spannende geschiedenis van Normandië.

donderdag 4 juli 2013

Overdaad

Nadat Sander en ik onze achtertuin onder handen hebben genomen, hebben we daar ook twee bessenstruiken geplant, rode en zwarte. Vorig jaar hebben we daar niet veel plezier van gehad. De bessen werden allemaal opgegeten door de vogels. Maar dit jaar hingen de twe struiken vol met bessen, waarschijnlijk ook dankzij de compost van +Rian van Andel. Dus die heb ik gisteren allemaal geplukt.

Om ze te bewaren vries ik ze in. Eerst de bessen van de steeltjes rissen, even wassen onder de kraan om blaadjes, beestjes en stof weg te spoelen. Goed uit laten lekken en dan in laagjes in laten vriezen. Als de bessen los liggen, kun je ze na het invriezen als knikkers in een zakje doen.
Ik heb niet zo heel veel ruimte in mijn vriesvak, dus ik had een bak genomen, een laagje bessen erin. Even droogdeppen. Dan twee laagjes keukenrol en de volgende laag bessen. Dat ging prima. Ik was even bang dat ze vast zouden vriezen aan het keukenrol en dat gebeurde ook wel een beetje, maar ik kon de bessen zonder problemen of scheuren van de keukenrol halen.

Wanneer ik binnenkort tijd heb, zal ik de bessen kort koken met veel suiker en dan pureren. En dan heb ik weer een lekkere vruchtensaus voor over taart, ijs en yoghurt.
Ik ben van plan hetzelfde te doen met de kruisbessen, waar dit jaar ook veel meer bessen aan zitten dan vorig jaar. Ik vries de boel in, ik wacht tot de rest ook rijp is en dan maak ik er weer een lekkere taart van.

En tot slot heb ik vanavond broccoli uit eigen tuin gegeten. Eerder dit jaar wilde ik eens wat nieuws in de tuin en ik heb broccoli ingezaaid. Vier planten heb ik toen terug in de tuin gezet. En afgelopen week werden de broccoli-roosjes ineens heel groot en werd het tijd om ze te oogsten. Ik heb ze even heel kort gestoomd en gegeten met een ansjovis-mosterd sausje. Heerlijk en zo veel smakelijker dan broccoli uit de winkel. Van de plant, in de pan en in het mondje is toch wel het allerlekkerst.


Het geeft me altijd een heel fijn gevoel van huiselijkheid, wanneer ik eten uit eigen tuin op tafel weet te zetten en ik weet van zaadje tot laatste hapje wat er met de plant is gebeurd.

zaterdag 29 juni 2013

Valhalla Rising

Vorige week heb ik weer een film gezien, die ik hier dan toch wil bespreken. Hij was zeer bevreemdend, maar maakte toch flinke indruk.

Mads als doodenge krijger. 

Het gaat om Valhalla Rising van Nicolas Refn en met Mads Mikkelsen (die we voornamelijk kennen als bad guy Le Chiffre in de reboot van James Bond Casino Royale). Er wordt gebruik gemaakt van allerlei mogelijkheden van camera, kleur een belichting om een zeer drukkende, dreigende en brute sfeer te schetsen. Ook spelen vrouwen geen rol in dit verhaal, het gaat alleen om mannen en hun relaties onderling en hun relatie met geweld. Het geweld in de film is bruut en bloederig, maar wordt totaal niet aantrekkelijk in beeld gebracht. Het is duidelijk dat het leven kort en hard is en dat mensen geweld gebruiken om in leven te blijven.

Woede

Het verhaal begint in Schotland in het jaar 1000. In een prachtig, somber en mistig weergegeven Schots landschap vechten gevangenen met elkaar voor het plezier van de heidense Vikingen. De beste van deze strijders is een man die nooit verliest, een één-ogige, stomme, getatoeeerde krijger met de bijnaam Één-oog. Zijn bewakers zijn bang voor hem, houden hem altijd aan de ketting en in een kooi en laten hem verzorgen door een klein jongetje. Deze man lijkt ook visioenen van de toekomst te hebben. Hij ziet dingen, die hem later overkomen. Hij maakt gebruik van zijn visioenen om invloed uit te kunnen oefenen. Zo voorziet hij het vinden van een pijlpunt in de modder van de poel waar hij baadt. Daarmee verkrijgt hij later zijn vrijheid.
Met behulp van de pijlpunt weet hij zich te bevrijden van zijn boeien, zijn bewakers te doden en ook nog wraak te nemen op zijn vorige gevangenbewaarders. Hij plaatst het hoofd van een van hen op een paal, een soort Noorse vervloeking

De titel van de film en het karakter van Één-oog doen al meteen vermoeden dat hij Odin voor moet stellen. Ook Odin miste een oog, opgegeven om wijsheid te verkrijgen. En Odin was ook een god van de strijd. Dus...is dit Odin? Of een krijger van Odin, een offer aan Odin?

Zwijgende krijger

Één-oog vertrekt en wordt gevolgd door de enige overlevende van de Vikingen, de jongen die hem altijd eten gaf (nee die heeft ook geen naam). Één-oog heeft dit keer een visoen van mannen op een schip op zee. Even later komen zij diezelfde mannen tegen die net alle mannen van een dorp over de kling hebben gejaagd en verbrand hebben. De vrouwen hebben zij gevangen genomen. 
De mannen zijn kruisvaarders en zij vragen Één-oog en de jongen om mee te gaan naar het heilige land, waar  zij rijk kunnen worden en hun zonden vergeven zullen worden. Één-oog gaat mee, maar niet omdat hij gelooft dat hij verlost zal worden van zijn zonden, maar omdat hij de mannen in een visioen gezien heeft.
De jongen vertelt dat hij en de andere Vikingen dachten dat Één-oog uit de hel kwam. Hij liet in het midden of hij daarmee de Noorse Hel of de christelijke hel bedoeld. 

Ook hier wordt dan weer een verband met de God Odin gelegd. Ook die heeft een bezoek gebracht aan de Noorse hel, wekte daar een zieneres tot leven en dwong haar om toekomstvoorspellingen te doen. En toen keerde Odin terug naar het rijk van de goden met kennis over de toekomst, waaronder de ondergang van de goden

Het blijkt dat Vikingen en Christenen beiden even wreed kunnen zijn. Tot nu toe hebben wij Één-oog alleen zien vechten omdat hij daartoe werd gedwongen of omdat hij zijn vrijheid wilde verkrijgen (toegegeven, daarbij nam hij misschien iets te voldaan wraak op zijn gevangenbewaarders). Maar de Vikingen lieten hun gevangenen tot de dood met elkaar vechten, voor weddenschappen. En Christenen jagen hele dorpen over de kling, verbranden de lijken en nemen de vrouwen gevangen. Ook stonden zij op het punt om onwetende voorbijgangers (Één-oog en de jongen) te doden. Pas toen zij hoorden dat Één-oog een kampioen was, lieten ze hem met rust. Geen van beide groepen is echt prettig gezelschap.En geen van beide geloven die de groepen aanhangen blijkt echt prettig te zijn. 

Mannen van God

De zeereis is een fiasco, het schip komt stil te liggen wanneer er geen wind is en eten en drinken raken op. De mannen worden gek van honger en dorst en raken ervan overtuigd dat het de schuld is van degene die het minst op hen lijkt, de jongen. Een aantal probeert hem te doden, maar dan worden zij gedood door Één-oog.

Dit is de eerste keer dat Één-oog vecht om iemand anders dan hemzelf te beschermen. Een belangrijk omslagpunt voor het karakter, die nog altijd geen woord gezegd heeft. Het is uiteindelijk ook Één-oog die ontdekt dat het water waarop zij varen niet langer zout maar zoet is. In de mist zijn zij een delta ingevaren en zij zijn aangekomen in het heilige land.
Dit is het zwakste deel van de film, het duurt te lang en het is te onduidelijk waarom de groep niet probeert te roeien, de riemen worden later wel gebruikt.

Het heilige land

Het heilige land blijkt niet de droge woestijn te zijn die de mannen hadden verwacht. Het is eerder een redelijk noordelijk gelegen, vochtig naaldwoudgebied. De mannen gaan aan land en zijn zeer teleurgesteld wanneer zij geen wild kunnen vinden, de honger maakt hen gek en zwak. De groep blijft rondzwerven en raakt ondertussen een man kwijt, die achterblijft. Daarvoor willen ze weer Één-oog de schuld geven, maar nu ze weten wat hij kan uitrichten, durven ze niet goed. 
Plots komen ze op een begraafplaats. Dan wordt duidelijk dat hier wel mensen wonen en dat zij hun doden boven de grond weg laten rotten op houten platforms. De Christenen zien dit als een heidens gebruik in het heilige land en zij laten de begraafplaats niet met rust en maken een groot houten kruis en laten dit achter. Ook zitten zij aan de spullen die aan de doden zijn meegegeven. 
De groep besluit dat dit niet het heilige land is en besluit weer te vertrekken. Wanneer zij met hun boot weer door de delta varen, komt er uit het niets een pijl die een van hun companen doodt. De groep raakt ervan overtuigd dat zij in de hel terecht zijn gekomen.    

Hel

Na de lange ontberingen op zee, de ontberingen aan land en de schrik van de aanval van de ongeziene mensen, worden de mannen bevangen door angst. Ze brengen hun boot terug naar de kust en ze krijgen van de generaal van het stel een drankje te drinken, waarschijnlijk gestolen van de begraafplaats. Dit blijkt een psychotropische drank te zijn en alle mannen worden tijdelijk gek. 
Één-oog heeft weer een visioen, waarin hij zijn einde voorziet. Hij besluit een steenstapel te maken, om zijn einde te markeren. De andere mannen worden gekker. De generaal van de groep denkt dat hij met de overgebleven mannen dit land kan veroveren op de aanwezige heidenen en er zo een kruistocht voor god van kan maken en zo verlost kan worden van zijn zonden. Anderen geven zich over aan wanhoop, seksuele lust (heel fijn in beeld gebracht) en waanzin. Dit deel van de film eindigt ook weer met een gevecht waarin Één-oog drie andere mannen doodt. Er blijven er steeds minder over en de generaal is nu echt gek geworden. 
In dit gedeelte van de film komt de soundtrack het beste tot zijn recht. De muziek geeft de waanzin van de mannen goed weer. Ook deed de film hier sterk denken aan Werner Herzog's Aguirre. Dat is ook een film over de arrogantie van westerse mannen die denken het continent van Amerika te kunnen bedwingen door alleen hun aanwezigheid.  

Het offer

De pijlen van de lokale bewoners verjagen de overgebleven Christenen uit de delta. Alleen de generaal blijft achter, denkend dat hij nog steeds een heilig land kan stichten aan de kust van dit vreemde land. Één-oog vertrekt samen met de jongen, de priester van de groep en een overgebleven man. Onderweg sterft de priester en keert de man terug naar de generaal, zijn vader. Alleen Één-oog en de jongen trekken verder, tot zij elders weer bij de kust komen, de zee ditmaal. 
En hier wordt Één-oog geconfronteerd met een grote groep lokale bewoners. Hij laat zijn wapens vallen en loopt op hen af. Hij sterft zoals hij eerder al voorzag toen hij zijn steenstapel aan het maken was. Hij vecht niet terug, hij had waarschijnlijk niet kunnen winnen, maar hij had er zeker veel kunnen doden. Hiermee laat hij meer groei zien, hij ziet in dat geweld en doodslag eigenlijk zinloos zijn en dit is de snelste manier om daar een einde aan te maken. En zo kan hij de jongen beschermen, door zichzelf als een offer te geven aan de lokale bewoners. 
De jongen blijft alleen achter. En dan volgt weer een visioen van de Schotse hooglanden waar het verhaal allemaal begonnen was. 

En ook het offer dat Één-oog maakt, doet weer denken aan het offer dat Odin maakte. Hij hing zichzelf op aan de boom Yggdrasil voor negen dagen en negen nachten om daarmee kennis te vergaren. 

Valhalla rising is een zeer indrukwekkende film. De manier waarop licht en geluid gebruikt worden om een extreem drukkende sfeer te creeëren is bijzonder effectief. En Mads Mikkelsen is een prima acteur. De hele film lang zegt hij geen woord en is hij een toeschouwer. Maar zijn aanwezigheid is altijd drukkend en dreigend. 
Doordat er zo weinig wordt uitgelegd is er ook een hoop ruimt voor speculatie. Wie is Één-oog? Een ongelukkige gevangene met visioenen van de toekomst? Een incarnatie van Odin met zijn missende oog, zijn vaardigheden in het strijdperk, met vervloekingen, met toekomstvisioenen en zijn connectie met de hel? Veroorzaakt hij (deels) alle ellende doordat hij actief stappen onderneemt om zijn visioen uit te laten komen (hij pakt de pijlpunt, hij gaat aan boord van het schip) of liggen zijn acties al vast en heeft hij er alleen meer zicht op dan de meeste mensen. 
Wat was de betekenis van de flash-back naar de Schotse Hooglanden? Zal de jongen geheel alleen de weg naar huis weer vinden? Of zal hij daar alleen sterven op een vreemde kust? Of is er iets magisch aan de hand en zal Één-oog herboren worden in Schotland? Zal hij deze cyclus van geweld en groei dan herhalen?

Ook kenmerkend voor de film was de bijna totale afwezigheid van vrouwen. Deze film gaat echt alleen over mannen, hun onderlinge relaties en geweld. 
De mannen in deze film zijn allemaal zeer beperkt. Zij kunnen alleen vechten en strijd leveren en in eindeloze rondes van competitie zich verhouden tot elkaar en tot de wereld. De enige twee die daarbuiten vallen zijn de jongen (nog te jong om een man te zijn) en de priester (die nog een familie heeft). De rest is alleen maar bezig met geweld, strijd, status en rijkdom. Dit tekent ook de relaties die de mannen onderling hebben. Iedere keer proberen zij zichzelf naar voren te schuiven ten koste van andere, zwakkere leden in de groep. 

Ik heb me geamuseerd.