donderdag 7 mei 2015

Pendragon XXIII - Onrust in Cornwall

De groep is weer bij elkaar geweest om Pendragon te spelen. Een kleine groep dit keer. De speler van Sir Ignaeus had andere verplichtingen en de speler van Sir Eliot had een verkeersongeluk gekregen en is voorlopig waarschijnlijk uit de running. Toch hebben we met een kleine groep verder gespeeld.
het jaar is 500 A. D. en op het Saksische front is de rust weergekeerd, maar dat betekent alleen maar dat andere koninkjes hun kans schoon zien om hun gebied uit te breiden. Het is nog niet makkelijk om Hoge Koning te zijn.

Historisch overzicht
Benno van Steeple Langford
Caulas van Tisbury
Eliot van Burcombe (niet aanwezig)
Gilbert van Berwick St James
Ignaeus Livius van Broughton (niet aanwezig)

Maart 500 A. D., Salisbury

Sir Caulas ontvangt weer een brief van zijn broer Morgannor, die nu in Somerset woont. Hierin beschrijft hij hoe Idris, Koning van Cornwall in Groot en Klein Brittannië nu het Graafschap van Jagent heeft ingenomen en dat Earl Tegfan nu gehoorzaamheid verschuldigt is aan Koning Idres in plaats van aan Hoge Koning Uther. Hij denkt ook dat Idres hiermee niet tevreden zal zijn en zijn oog zal laten vallen op Dorset of Somerset.
Verder vertelt Morgannor over Nanteleod, Koning van Escavalon. De kleine koninkjes van de heuvels van Gales zweren een voor een trouw aan hem. Zijn rijk is nu groot genoeg om te proberen om Norgales of Estregales in te lijven.
Ook Sir Benno ontvangt een brief van Ygrainne, Hoge Koningin van Logres. Zij feliciteert hem met zijn huwelijk met Vrouwe Alis en wenst hem net zoveel geluk toe in zijn huwelijk, als zij had met haar Heer, Hertog Gorlois. Verder vraagt zij hem om haar dochter Morgaine ook te introduceren aan de hoven van Cornwall, Norgales en Escavalon. 

Koning Idres van Cornwall

Koning Nanteleod van Escavalon 













Sir Caulas en Sir Benno delen hun informatie met elkaar. Het valt hen op dat het onrustig blijft in de Britse Eilanden, ondanks dat er nu een Hoge Koning is, die rust en orde zou moeten brengen tussen de koningen. Maar hij is alleen geïnteresseerd in zijn strijd tegen de Saksen.
Verder valt het hen ook op dat Ygrainne nooit naar Arthur vraagt, die tenslotte ook bij een ridder uit Salisbury verblijft (Sir Gilbert van Berwick St. James). Verder lijkt zij juist banden aan te willen halen met Koningen die zich opwerpen als tegenstanders of concurrenten van de Hoge Koning. Ygrainne ziet zichzelf niet als een eenheid met haar Heer Uther. Zij schrijft de brieven aan Sir Benno op eigen titel en gebruikt haar eigen wapen, in plaats van het wapen met de twee draken van Uther.

Sir Caulas wil eerst naar London trekken, waar Hoge Koning Uther het jaar start, om daar een fiat van de Hoge Koning te krijgen over een missie naar Jagent en Dorset en misschien ook Escavalon.
Sir Caulas slaat zijn Joodse Schildknaap tot ridder en maakt van hem een household knight in zijn landgoed van Tisbury. (Hiermee krijgt hij ook een Generous check, omdat hij een lid van een religieuze en etnische minderheid een kans op ridderschap en adeldom geeft).
Sir Benno neemt Morgaine en Benno jr. en Briant jr. mee naar London. Zij zijn allemaal een jaar of 11 nu en een reisje naar London en het grote Hof aldaar zal goed zijn voor hun contacten en hun opvoeding.
Sir Gilbert gaat ook mee naar London, maar besluit om Arthur thuis te laten. Die is nog erg jong en het idee is om hem juist in anonimiteit te laten opgroeien.

April 500 A. D., London


De groep trekt zonder al te veel problemen naar London. Zoals gewoonlijk vinden ze het er vreselijk. London is te groot en onoverzichtelijk. En toch zijn de straatjes smal en krap en stinkt het er naar afvalhopen. En dan het brutale volk!
Sir Caulas probeert zijn zaak alvast een beetje voor te masseren bij de adviseurs van Uther. Hij wijst op de dreiging van de andere Koningen. De adviseurs zijn het met hem eens, maar het is lastig voor hen om de aandacht van de Hoge Koning al te lang bij verschillende onderwerpen te houden. Hij lijkt altijd enthousiast over iets, maar zodra het ingewikkeld of lastig is, verliest hij zijn interesse.
Sir Benno neemt de jonge mensen die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd mee naar de hallen van het kasteel van de Hoge Koning in London en introduceert ze daar bij het dobbelspel. Zo leren ze meteen ook een aantal beruchte mensen kennen (Benno is eigenlijk helemaal geen goed vader-figuur).
Sir Gilbert heeft nog steeds een diepe liefde voor de prachtige Ygrainne en hij doet zijn best om haar te treffen, zonder dat de rest van het hof dat direct door heeft. Hij weet haar te zien bij het badhuis, terwijl zij net haar dienaressen heeft weggestuurd (Courtesy critical). Hij gaat met haar het badhuis in. Wanhopig is hij op zoek naar een gespreksonderwerp. Hij herinnert zich dat Ygrainne de oude goden vereert en hij spreekt met haar over diepe religieuze zaken (orate succes). Dan probeert hij dit succes uit te buiten door het gesprek naar meer persoonlijke gevoelens te brengen. Maar daar faalt hij jammerlijk (Orate fail). In zijn wanhoop probeert hij haar hand te nemen en zijn gevoelens voor haar duidelijk te maken. Maar wanneer hij haar in de ogen kijkt, realiseert hij zich dat een vrouw als zij, met haar positie, nooit iets in hem zal kunnen zien. De vrouw van zijn Koning (Lustful fail)! Blozend rent hij weg uit het badhuis.
Maar ongeweten heeft zijn interesse in haar bij Ygrainne ook passie in haar hart doen ontvlammen (Ygrainne Love Gilbert 15).

Sir Benno krijgt met zijn broeder-ridders een audiëntie bij de Hoge Koning en zijn adviseurs. Hij legt uit wat zij in Westelijk Salisbury te horen hebben gekregen en legt hun plannen voor aan de Hoge Koning. Uther geeft hen toestemming om bezoekjes af te leggen aan Jagent, Dorset en Escavalon. Hij stelt voor dat zij zich vooral op Escavalon richten. Met Koning Idres is waarschijnlijk geen zinnig gesprek te voeren.

Voor de groep weer naar het westen vertrekt, probeert Sir Gilbert nog een keer in contact te komen met Vrouwe Ygrainne. Hij krijgt haar weer te spreken, maar begint weer te blozen en vlucht weg (flirting fail).

Bath

De groep heeft besloten om eerst in Frome langs te gaan, waar de broer van Sir Caulas nu woont. Daarvoor komen zij langs Bath, wat vroeger Aqua Sulis was. Dit was vroeger een belangrijke tempel voor de godin Sulis, die ook de godin Minerva was, volgens de Romeinen.
Sir Benno bezoekt samen met Morgaine de baden en de oude tempelruïnes. Hij leert haar ook hoe je offers moet brengen door middel van libaties. Gek genoeg komt er ook veel in zijn mond terecht, wat natuurlijk nooit de bedoeling kan zijn.

Frome

In Frome spreekt Sir Caulas met zijn broer, Sir Morgannor. Morgannor kan hen vertellen dat Somerset overspoeld is met vluchtelingen uit Jagent en dat Koning Idris het land heeft overspoeld met zijn Cornish krijgers. Alleen een groot leger zal Koning Idris weer uit Jagent kunnen verjagen.
Koning Idris is nog niet opgetrokken tegen het Hertogdom van Cornwall en tegen Tintagel. Dit staat nu onder directe controle van Hoge Koning Uther en hij zal de Hoge Koning nog niet direct durven uitdagen.

Dorchester

Vanuit Frome trekt de groep naar Dorchester, van waaruit Preator Jonathel regeert over Dorset. Deze Preator is familie van Sir Ignaeus, sinds hij huwde met een nicht van Sir Ignaeus. Vanwege deze familieband met ridders uit Salisbury, krijgen zij al snel een audiëntie bij de Preator. Deze vertelt hen dat hij zich inderdaad zorgen maakt om de ambities van Koning Idres, maar dat Hoge Koning Uther keer op keer zijn onderkoningen negeert en zijn eigen plan trekt.
Sir Benno geeft dan een vlammende speech (orate critical) waarin hij de dapperheid van de Dorset ridders prijst en hen voorhoudt dat zij met hun broeders uit Salisbury zonder enig probleem de Cornishmen weer terug naar Klein Brittannië kunnen verjagen. Zij kunnen Jagent bevrijden van de overheersing van de vuige Idris. En dan wijst hij op de kleine Morgaine, de ware pretendent voor de troon van Jagent (Dat heeft hij mis, maar in het vuur van de voordracht valt dat niemand op!). Dit slaat bijzonder goed aan en de Dorset ridders slaan al enthousiast met hun wapens op hun schilden.
Sir Benno zelf en Sir Gilbert zijn erg onder de indruk van de speech en willen meteen al tegen Jagent optrekken. Sir Caulas houdt het hoofd koel en houdt vol dat zij hun missie naar Gales moeten afmaken. Sir Benno laat zich overreden en zegt aan Preator Jonathel toe dat zij terug zullen keren met troepen uit Salisbury, om samen op te trekken tegen Koning Idres.

Jagent

De groep trekt naar Jagent en probeert daar uit te vissen wat er gaande is in dit Graafschap. Al snel komen zij een stel Cornish ridders tegen op een kruispunten. Zij herkennen Sir Benno (Hij is tenslotte een famous knight). Sir Benno doet alsof hij overweegt om zijn trouw aan Earl Robert en Koning Uther op te geven en een ridder te worden onder Koning Idres. De Cornish ridders vragen hem om nu publiekelijk Earl Robert af te zweren. Hij kan dat niet en de Cornish ridders vertellen de groep dat zij niet verder kunnen trekken. Sir Benno, Sir Caulas en Sir Gilbert willen niet in gevecht raken met deze Cornish ridders, terwijl zij ook een stel jonge kinderen bij zich hebben. Dus zij keren om en rijden terug.
Toch zijn de ridders niet tevreden en zij proberen elders weer dieper door te dringen in het land van Jagent. Sir Benno ondervraagt wat boertjes en zij horen verhalen over troepen-bewegingen en vervoer van voedsel, paarden en materieel voor bestormingen. Caulas is van mening dat er ook een aanval gedaan kan worden op de aanvoerlijnen van Koning Idres en dat hij zo gedwongen kan worden tot een slag, waar hij nog niet op voorbereid is.

Escavalon

De groep trekt verder naar Escavalon, naar Caerwent, waar Koning Nanteleod verblijft. De Koning is huiverig voor een ontmoeting met Sir Caulas, sinds hij 3 jaar geleden bewusteloos werd geslagen door Sir Eliot, omdat hij de vrouw van Sir Caulas kuste. Maar de vrouw van Sir Caulas is inmiddels dood en Caulas gaf toch al nooit om Elaine.
Tijdens een audiëntie wordt Morgaine voorgesteld aan Koning Nanteleod en hoort hij aan wat de ridders hebben ontdekt in Jagent. Koning Nanteleod houdt zich op de vlakte. Hij richt zich alleen op Gales.

Mei, London

De groep keert terug naar London, om verslag uit te brengen aan Hoge Koning Uther over hun bevindingen. Sir Benno presenteert zijn plan om de opmars van Koning Idres te stoppen in Jagent, samen met de ridders van Dorset.
Sir Gilbert draagt die avond nog een gedicht voor over bloemen die het niet kunnen helpen hun knopjes naar de stralen van de zon te buigen. Het gedicht is bedoeld voor Ygrainne, en zij lijkt ook de enige te zijn aan het hof van Koning Uther die dit opmerkt.