Translate

maandag 21 april 2014

Een fatsoenlijke tuin

Oud hout, uit 2011.
Vorig weekeinde kreeg ik het op mijn heupen en besloot dat er iets in de tuin moest gebeuren. Er is in de afgelopen jaren natuurlijk al heel veel gebeurd, maar ik was nog niet tevreden. We hebben heel veel hout in de tuin liggen. Het meeste is nog over van toen wij in 2011 de achtertuin onder handen namen en heel, heel, heel veel bomen en struiken hebben omgezaagd en uitgegraven. In de loop der tijd hebben we veel daarvan natuurlijk opgestookt in de open haard en in de vuurkorf, maar we haalden ook wel eens wat nieuw hout binnen, wanneer de gemeente Heumen weer flink in het openbaar groen had gesnoeid. Afgelopen lente deden ze dat weer en er lag eigenlijk weer een flinke stapel hout in de tuin.

Nieuw hout, uit de gemeente Heumen.
Ik had er genoeg van, dus ik heb +Sander aan het werk gezet om de takken en stammen klein te zagen. Maar dat hielp niet voldoende. Dus toen heb ik Sander op een zondagmorgen naar de Praxis gejaagd om daar een houtopslagmeubel te kopen. Die waren net in de aanbieding en zouden ervoor zorgen dat het hout onder een afdakje lag en niet langer op de grond, waardoor beestjes ook wat minder kans kregen.

Onze dochter kan nog flink wat hout verplaatsen!
Terwijl hij en onze zoon daar druk mee waren, heb ik mijn dochter geprest om met mij de houtstapel te verplaatsen. Een zware klus, waarbij we ook nog allerlei interessante biologische lessen leerden over slakken (die zeggen "splet" wanneer je het stammetje laat vallen, waar ze op slapen), duizendpoten, spinnen en wormen. En pissebedden. Maar we kregen het opgeruimd.

Soms leek het of we het probleem alleen maar verplaatsten.
Toen ben ik nog een tijd met Sander in de weer geweest om het meubel daadwerkelijk op te bouwen. Nog een hele klus. Het was toch niet zo mooi ontworpen als de IKEA kasten waar we meer ervaring mee hebben. Maar met brute kracht en een grote boormachine kwamen we een heel eind. Toen moest de plek waar al drie jaar hout vredig lag te rotten en kleine beestjes met te veel of juist veel te weinig pootjes een ingewikkelde beschaving hadden opgebouwd, schoongemaakt worden. Dat deed ik met een emmer water en een fles huishoudazijn. En dat werkte heel goed.

Stoere mannen leggen al het hout weer terug.
De kast op zijn plek gezet, al het hout erin. Bleken we uiteindelijk nog een te kleine kast gekocht te hebben. Dus er ligt nog wat hout naast. Maar dat branden we wel op. En alles weer op zijn plek. En de tuin is weer iets mooier en netter.

Ik ben heel tevreden.

zaterdag 19 april 2014

Pendragon XV - Naar Oxford II

Dit is voorlopig even de laatste Pendragon-sessie. +Sander en ik verwachten binnenkort ons derde kind en laat opblijven om te rollenspelen, valt mij steeds zwaarder. Dus we stoppen er even mee en over een tijdje gaan wij weer verder waar we gebleven zijn. 

De vorige keer gingen de ridders op missie naar Oxford, een onbeduidende jongeman wilde daar een school stichten. Maar onderweg kwamen zij in conflict met een stel roofridders, die het Graafschap Rydychan hadden geroofd van de rechtmatige heerser, de Gravin van Rydychan, die het graafschap beheerde voor haar jonge zoon. 
Sir Eliot is de gijzelaar van de kwade broers Beleus en Bege, terwijl de ridders Gilbert en Ignaeus vastzitting in de vesting van Wallingford. Ridder Bavo is inmiddels gestorven in de strijd. 


Pendragon Pagina
Geschiedenis tot nu toe
Benno van Steeple Langford
Bellias van Winterbourne Gunnet (Afwezig)
Caulas van Tisbury
Eliot van Burcombe
Gilbert van Berwick St James
Ignaeus Livius van Broughton

Mei 495, Tisbury

Sir Caulas van Tisbury ontvangt een rapport van zijn troupe van muzikanten, de Spears & Roses. Zij vertellen hem dat er problemen zijn in Rydychan. De rechtmatig heerseres is ontdaan van haar bezittingen, roofridders maken er nu de dienst uit en het is juist in dat gebied dat zijn vrienden uit Salisbury rondreizen. Sir Caulas besluit om samen met zijn schildknaap, David zoon van Moses de Steward, een kijkje te nemen in Rydychan. Hij laat bericht achter bij zijn Steward Moses dat wanneer hij niet snel terugkeert, hij bericht moet zenden naar Vrouwe Ellen. 
Sir Caulas van Tisbury

Sir Caulas trekt zonder veel problemen op naar Wallingford. Wanneer hij langs Uffington komt, hoort hij daar het tragisch verhaal van de Gravin van Rydychan. Ook hoort hij dan voor het eerst iets van zijn mede-ridders. Ook zij zijn door Uffington gekomen en op weg gegaan naar Wallingford. 
op weg naar Wallingford treft Sir Caulas ook een stel vluchtende boertjes. Deze kunnen hem vertellen dat Wallingford momenteel belegerd wordt door de ridders Beleus en Bege en dat er problemen zijn. Maar meer weten ze ook niet. Ze weten wel wat het betekent wanneer de ridders ruzie maken. Dan sterven de boertjes. Vandaar dat ze vluchten. 
Voorzichtig trekt Sir Caulas verder. Hij zit dan Wallingford liggen en het leger van de twee roofridders, bestaand uit zeker 40 ridders met hun ondergeschikte manschappen. Ook worden er al blijdes gebouwd om de muren van Wallingford te slopen. Het ziet er slecht uit voor de belegerden. 

Sir Caulas besluit dat hij in zijn eentje weinig uit kan richten. Hij keert om en rijdt zo snel hij kan terug naar Sarum om daar Vrouwe Adwen van Burcombe in te lichten en samen met haar naar Vrouwe Ellen te gaan. De ridders van Salisbury moeten ontzet worden! Vrouwe Ellen stemt erin toe dat Sir Caulas met en klein leger van Salisbury ridders op pad mag om de ridders uit Wallingford te ontzetten. Hij neemt in elk geval de ridders uit de lenen van Burcombe, Codford, Stockton, Stapleford, Shrewton, Pitton en Cholderton. Ook uit de andere lenen voegen zich ridders bij hem. Sir Caulas voert op deze manier geen onaanzienlijk legertje aan van ongeveer 20 ridders en hun aanhang aan. Vrouwe Adwen stond erop om mee te gaan. Zij kan niet toekijken hoe haar man wegkwijnt in gevangenschap en wil helpen hem te bevrijden. 


Juni, Wallingford, Rydychan

In Wallingford laten de belegerden zich ook niet onbetuigd. Sir Benno, de oom van de overleden Sir Bavo, blijkt naast snoeven nog andere onvermoedde capaciteiten te hebben. van een oud hemelbed, een stel gargoyles en wat verhit zand knutselt hij ook een blijde in elkaar, waarmee hij de belegeraars kan bestoken met gloeiend heet zand, dat overal terecht komt. 

Wanneer Sir Caulas voor de tweede maal aankomt in Rydychan, neemt hij de rol van Battle Commander op zich, en trekt op tegen de ridders Beleus en Bege. Hij voert een verrassingsaanval uit op hun stellingen en hij hoopt dat door het element van verrassing en het feit dat hij hen in de rug aanvalt ervoor zal zorgen dat hij de strijd kan winnen, ondanks dat hij en zijn manschappen veruit in de minderheid zijn. 
Vanuit Wallingford is op de komst van Sir Caulas gehoopt en de ridders hielden zich klaar voor een uitval. Nu zij de Salisbury ridders zien aanvallen, maken zij zich ook klaar voor een aanval. Zij weten ongeveer 10 ridders te paard te krijgen. Het zijn Sir Benno, Sir Gilbert en Sir Ignaeus, samen met een aantal ridders die gevangen werden gehouden in de kerkers door de oudste roofridder, Basile.
Sir Eliot van Burcombe

Sir Eliot is nog steeds een gijzelaar, diep in het vijandelijke kamp. Hij hoort het rumoer van het gevecht. Hij heeft zijn woord gegeven als ridder om zich over te geven. Maar toch probeert hij met hulp van een kamp-volgster/ verpleegster Beppie om zijn maliënkolder aan te trekken, voor het geval dat...(flirting succes).
Sir Caulas is zeer geïnspireerd door het idee zijn ridder-broeders te steunen en te bevrijden en hij slaat de ene ridder na de andere neer. Het wordt ook duidelijk dat de roofridders eigenlijk niet echt een plan hadden met het geroofde gebied. Hun ridders zijn er nog steeds slecht aan toe, mager en met verouderde, slecht onderhouden materialen.
Sir Benno wordt al een dagje ouder en beperkt zich tot het doden van voetvolk. Maar ook hij wordt af en toe geconfronteerd door een echte ridder en dan heeft hij het er zwaar mee om keer op keer zijn zwaard op te tillen. 

Dan rijdt Sir Beleus naar voren. Hij is woedend over de dood van zijn oudste broer en probeert hem te wreken (Passion love family). Hij slaat Sir Ignaeus bewusteloos en rijdt door naar Sir Gilbert. Sir Gilbert is ook overmand door emoties, nu hij Sir Caulas weer ziet (passion loyalty) en hij weet Beleus te doden.
De laatste roofridder ziet dat het tij van het gevecht zich tegen hem keert. Hij vlucht met zijn manschappen, om zich in Oxford te kunnen verschansen. Maar Sir Caulas is te snel en hij doodt de laffe roofridder terwijl deze probeert te vluchten. 

Dan vindt een blijde hereniging plaats. Sir Eliot wordt herenigd met zijn Vrouwe Adwen en zij zijn blij elkaar weer te zien. Sir Eliot probeert heel discreet om de kampvolgster Beppie naar Sir Gilbert toe te leiden, maar beiden zien daar weinig brood in. Ook de ridders zijn blij elkaar weer te treffen, hoewel het verdriet over de dood van Sir Bavo overheerst. 
De ridders reizen verder naar Oxford om de jonge Pertoines daar te installeren met zijn school. De ridders realiseren zich ook dat zij misschien via deze school ook meer roem kunnen vergaren. Zij zeggen elk een bedrag toe aan de jonge Pertoines om te besteden aan de bouw van de school. Sir Ignaeus zegt 20 pond toe, en wil dan graag zien dat er aandacht wordt besteed aan het kennen van de Romeinse wetten. Sir Eliot zegt zelf 25 pond toe. Sir Caulas wil niet onderdoen voor Sir Eliot en zegt 30 pond toe. Sir Gilbert wil ook meedoen, maar heeft weinig geld en zegt 6 pond toe. Sir Benno heeft geen enkel zicht op zijn financiën, maar zegt zonder blikken of blozen 20 pond toe, voor onderwijs in de Rethorica. 


Uffington, Rydychan

De groep ridders brengt verslag uit aan de Gravin van Rydychan. Zij is zeer blij met de dood van de roofridders en is van plan om Rydychan weer te zullen besturen in naam van haar oudste zoon. Uit dank geeft zij iedere ridder een landgoed in Rydychan om te besturen. 
Sir Benno ontvangt het leen van Botley, Sir Caulas ontvangt het leen van Cumnor, Sir Eliot ontvangt het leen van Wolvercote, Sir Gilbert ontvangt het leen van Yarnton en Sir Ignaeus ontvangt het leen van Begbroke. Al deze landgoederen liggen zeer dichtbij het dorpje Oxford en de ridders krijgen dan ook expliciet de opdracht om het dorpje en de beginnende school te beschermen in naam van de Gravin, tegen alle mogelijke roofridders en andere gevaren. 

Winterphase 495/ 496

Tijdens deze winter keert Sir Benno terug naar Steeple Langford om daar orde op zaken te stellen. Hij werpt zich op als voogd en regent voor zijn zeer jonge achterneef, Benno zoon van Bradwen. Het zal de kleine Benno zijn die op termijn zal heersen over Steeple Langford. Tenzij de grote Benno natuurlijk nog voor legitiem, erkend nageslacht zorgt. 
Het weer in Salisbury is zeer goed dit jaar en Sir Benno kan door het leven als een zeer rijk ridder. Het nieuws dat ook zijn laatste jonge neef, Brandaan, in het klooster is gestorven, komt hard aan bij Sir Benno. 
Sir Benno van Steeple Langford

Sir Gilbert heeft ook veel geluk met zijn oogst. Hij kan ook als zeer rijke ridder door het leven. Hij besluit om eindelijk maar eens te trouwen. Eerst laat hij zijn ook vallen op Vrouwe Bertha van Steeple Langford, die al lang op Berwick St. James woont. Maar zijn twee oudere broers waren ook met haar getrouwd en die zijn nu beiden dood. Hij is toch enigszins huiverig en huwt daarom met de oudere Indeg van Sarum. Zij neemt nog een aantal landgoederen met zich mee. De lenen van Aughton en Chicksgrove zijn eigendom van Vrouwe Indeg en haar echtgenoot en worden bestuurd door juniore ridders. Maar zij heeft tot haar dood ook nog het vruchtgebruik van de lenen Fittleton, Middle Wallop en Nether Wallop. Hiermee is Sir Gilbert ook een Banneret geworden, een ridder met wat meer aanzien in de schaal der dingen.
De moeder van Sir Gilbert blijft enorm vruchtbaar en krijgt samen met Elias van Burcombe weer een zoon, Godfried. Het is een tikje verontrustend dat al haar zoons uit haar eerste huwelijk een voor een overlijden en dat zij haar zoons uit haar tweede huwelijk naar hen vernoemd.  

Sir Caulas kan ook als zeer rijke ridder door het leven gaan deze winter. Zijn vrouw Elaine schenkt hem een dochter, Clare. Gek genoeg wordt zijn zuster, Weduwe van Sir Marcus Livius, ervan verdacht dat zij een moordenares is. Het is een beetje onduidelijk wie zij vermoord zou moeten hebben. Haar man Marcus is gestorven in de slag bij Lindsey. De jonge Pellogres, zoon van Caulas, is natuurlijk ook te vroeg gestorven. 

Sir Eliot kan ook door het leven als zeer rijke ridder na deze succesvolle winter. Zijn vrouw baart weer een kind, een dochter Esther ditmaal.   

maandag 31 maart 2014

Wintersoldaat

Gisteren ben ik met vriend +D en R. naar de volgende film uit het Marvel Universum geweest, Captain America: The Winter Soldier. Enige tijd geleden heb ik ook de eerste Captain America film gezien. Die vond ik wel aardig, maar niet heel sterk. Captain America is net iets te braaf en kleurloos vergeleken met andere superhelden. Hij heeft geen moeilijk, gekweld verleden waar hij mee worstelt, geen gimmicks behalve zijn kracht en zijn Amerikaans patriotisme slaat gewoon niet zo aan wanneer je geen Amerikaans burger bent. Maar dan is er natuurlijk altijd nog een vervolgfilm.

Captain America: The Winter Soldier (2014) is gemaakt door Anthony en Joe Russo. Chris Evans (The Avengers, Snowpiercer), Scarlett Johansson (The Avengers, Under the Skin) en Samuel L. Jackson (The Avengers, Pulp Fiction), keren weer terug in hun oude rollen. Maar er is dit keer ook ruimte voor Robert Redford (A Bridge too Far, Out of Africa) en Anthony Mackie (Abraham Lincoln: Vampire Hunter, The Adjustment Bureau).



De poster van de film. 

Spoilers Ahoi

De film start ermee dat Captain America (Evans), na ontdooid te zijn en de avonturen die hij met de andere Avengers beleefde, probeert te integreren in de 21e eeuw. Het gaat maar matig. Iedereen met wie hij een veelzeggende band had, is inmiddels dood. En hij heeft moeite om aansluiting te vinden bij nieuwe mensen. Hij leidt een teruggetrokken bestaan. Alleen zijn werk voor SHIELD geeft hem nog enige zin en hij werkt met graagte voor Nick Fury (Jackson).
Maar nadat hij een gijzelingssituatie moest oplossen op een boot van SHIELD, samen met de Black Widow (Johansson), realiseert hij zich dat Nick Fury ook niet alles met hem deelt en dat er ontwikkelingen gaande zijn binnen SHIELD (complete surveillance van de gehele wereld, pre-emptive strikes op iedereen die verdacht uitziet), die hij niet kan accepteren. 

Terwijl Captain America worstelt met zijn eigen rol en de rol van het leger en spionagediensten in een wereld die steeds chaotischer lijkt te worden en waar het niet meer duidelijk is wie goed is en wie slecht, wordt Nick Fury aangevallen en is het al snel duidelijk dat de aanval vanuit SHIELD zelf kwam. Maar de beruchte, mythische krijger Winter Soldier is ook betrokken bij de aanval op Fury. Welke mol is er actief binnen SHIELD? Nick Fury sleept zich naar het huis van Captain America, geeft zijn boodschap van verraad binnen SHIELD af en sterft. 

Samen met Black Widow gaat Captain America op zoek naar de mol(len) binnen SHIELD. Ze hebben geheime info van de boot uit de openingsscene. Maar de baas van Nick Fury, Alexander Pierce (Redford) wil ook graag weten wat die informatie inhield. Na enige ruzie daarover moet Captain America op stel en sprong SHIELD verlaten, behoorlijk wat chaos en destructie achterlatend. Samen met Black Widow onderzoekt hij de informatie steeds verder en komt erachter dat een kwade genius uit het verleden, Emile Zola (Jones), het wetenschappelijk brein achter het nazistische HYDRA uit de eerste Captain America film, zichzelf voorbij de dood heeft weten te bewaren in een zeer archaïsch aandoende computer (alles staat op tape). Hij heeft SHIELD geïnfiltreerd met het gedachtegoed van HYDRA. 
Binnenkort zullen drie gloednieuwe, tot de tanden toe bewapende Helicarriers boven America vliegen en alles en iedereen ombrengen die het niet eens is met het fascistische gedachtegoed van HYDRA. 

Dan natuurlijk een climactische finale waarin Captain America met zijn vrienden ten strijde trekt tegen het gecorrumpeerde SHIELD en onder begeleiding van wel heel veel explosies die vreselijke drama weet af te wenden. In de finale blijkt dat de ouderwetse moraal van onze Captain nog best een rol kan hebben in de moderne post- Koude Oorlog, post-9/11 wereld. Soms moet je het juiste doen, ook al kost dat flink wat offers. 

Oh en de Winter Soldier blijkt zijn gehersenspoelde, doodgewaande vriendje uit de eerste film te zijn (Stan (Black Swan)). Maar dat was voor niemand echt een verrassing. 

Oh en Pierce is ook een moderne, kwade genius achter alle ellende. Niet echt een verrassing, maar het werd extra duidelijk toen hij zijn huishoudster doodschoot, omdat ze terugkwam voor haar sleutels en hem zo betrapte. 

Al met al een aardig film. Beter dan Captain America I, zeker beter dan Thor en The Hulk. Maar minder sterk dan de Iron Man films of de Avenger films. Het karakter van Captain America wordt wat meer uitgebouwd en wordt wat echter. 

zondag 30 maart 2014

Vroege lente

Narcissen, altijd lekker opzichtig.
De lente valt natuurlijk niet echt vroeger dan voorgaande jaren, het moment dat de weer boven de evenaar staat en de dag even lag is als de nacht, valt iedere keer op hetzelfde moment in het jaar.
Maar het is wel ongewoon warm voor de tijd van het jaar. Aan de tuin kan ik dat al goed merken. Allerlei planten lopen uit en laten hun blaadjes en bloesems zien. Ik ben een beetje bang voor nog een vorstperiode, waarin dan alles stukvriest. Maar daar kan ik natuurlijk weinig aan doen (behalve me zorgen maken).

In de voortuin is goed te zien dat de planten, die er vorig jaar, na de verbouwing, nog een beetje sprietig bijstonden, hun draai goed hebben gevonden. De bollen lopen flink uit en ik heb al genoten van sneeuwklokjes, krokussen en nu van enorme narcissen. De monnikskap is ook al weer flink opgekomen, wat fijn is, dat waren best dure plantjes om te kopen. Verder steken de lelies ook alweer hun stengeltjes boven de grond uit.
In de achtertuin heb ik al radijsjes en tuinbonen uitgezaaid en ook die steken hun blaadjes al boven de grond. De tuinbonen heb ik verdeeld in drie groepen. Een groep ging in februari de grond in en de komen nu net boven de grond. Een groep ging in februari een kasje in de woonkamer in, en die zijn al zeker 15cm hoog. Die staan inmiddels ook in de tuin. En een laatste groep, waar ik niets meer van gezien heb, is onlangs pas de grond in gegaan. Op die manier hoop ik de oogst een beetje te kunnen spreiden. Verder komt de Rabarber ook al enorm opzetten. Het is duidelijk dat de ondergrondse wortelstok flink gegroeid is. Maar ik denk dat ik hem volgend jaar pas ga delen. verder staan de bessenstruiken ook al weer flink in het blad.
De kruiden komen ook weer op en vorige week nog een zalmtaart gemaakt met bieslook en dragon uit eigen tuin. Heerlijk weer.



zondag 23 maart 2014

Pendragon XIV - Naar Oxford

We zijn in het jaar 495 na Christus. De Saksen zijn vernietigend verslagen, maar tegen een hoge prijs. De rust keert even weer in het rijk van Logres, maar gevaar blijft op de loer liggen. De Saksen in het zuiden zijn nog niet verslagen, Koning Uther lijkt niet altijd even betrouwbaar en Salisbury wordt in naam geregeerd door een jongen van 11, Robert en in praktijk door zijn moeder, Vrouwe Ellen.

Maart 495, Salisbury

Het is lente en er hangt een vreemde sfeer in Salisbury. De Saksen zijn voorlopig verslagen en geen bedreiging meer, maar Sir Roderick is dood en zijn grondgebied wordt nu geregeerd door een kleine jongen, die binnenkort ergens als schildknaap geplaatst zal moeten worden. Vele andere vooraanstaande ridders zijn ook gesneuveld in de slag bij Eburacum, waaronder Sir Gerhard. Zijn broer, Sir Gilbert, is nu heer van Berwick St. James.

Salisbury

Sir Eliot is ook druk bezig geweest. Hij heeft de jonge Robert geplaatst in het huishouden van Sir Bellias van Winterbourne. En hij heeft na meer dan 6 jaar opsluiting op zolder zijn moeder, vrouwe Alis, eindelijk vrijgelaten. Nu Sir Roderick dood is, is er geen reden meer haar daar nog langer te laten. Waarschijnlijk heeft ook het oprichten van de paganistische tempel vorig jaar ertoe geleid dat hij zich wat religieuzer voelt.

3 april 495, Sarum

Op Paaszondag verzamelen alle ridders zich in Sarum om van vrouwe Ellen te horen wat zij van haar ridders verlangt voor dit jaar. In de grote zaal is zij vergezeld van een nieuw gezicht. Het is een jongeman die eruit ziet als een klerk. Hij vertelt dat hij Pertoines heet en uit Cornwall komt. Hij heeft een droom gehad, waarin hem werd opgedragen om naar Oxford te trekken en daar een school te stichten voor iedereen die maar wil leren. De ridders kunnen zich hier weinig bij voorstellen. Alles wat een man moet weten leert hij toch van oudere ridders? Waarom zouden stoere, Britse jongemannen meer willen weten? En daarvoor ook nog stil willen zitten in een koude, donkere kamer?
Maar goed, een droom van de Here valt niet te negeren natuurlijk. De ridders vervelen zich wat en besluiten allen om Pertoines te begeleiden naar het obscure dorpje in Silchester. 


Mei, Donnington

Terwijl de ridders met hun schildknapen en Pertoines door Salisbury en Silchester rijden, komen zij ook langs de steden van Levcomagus en Silchester. In Donnington houden zij even halt en horen daar het tragische verhaal van Regan, Gravin van Rydychan. Zij en haar man, Graaf Bledri hielden de landen van Rydychan vanuit Wallingford. Maar haar man viel in een van de vele gevechten die Koning Uther de laatste jaren voerde. En terwijl het land in oorlog was, hebben drie broers, Basile, Beleus en Bege, de weduwe verdreven uit haar huis en haar land overgenomen. Koning Uther of Hertog Ulfius hebben geen stappen ondernomen om de rechten van Vrouwe Regan te herstellen. Nu zwerft zij van kennis naar kennis en blijft bij iedereen maar kort. Van gravin is zij vervallen tot niet veel meer dan een bedelares. 

Sir Ignaeus Livius, van Broughton

De ridders vinden het vreselijk wanneer zij dit horen. Het is tegen alle wetten van beschaafde mensen (en dan vooral Romeinen) volgens Sir Ignaeus. Het is tegen alle wetten van de ridderlijkheid volgens Sir Bavo. Sir Eliot vindt het ook vreselijk. Sir Gilbert vraagt zich af of zij misschien wil trouwen, als weduwe zijnde. Dat zou ook een oplossing zijn voor haar armoede. 
De ridders besluiten om door te rijden en te bezien wat zij kunnen betekenen voor de vrouwe van Rydychan, tijdens hun missie voor Pertoines.     

Wallingford

Eenmaal in de regio Rydychan komen de ridders al snel drie andere ridders tegen. Zij zijn mannen van Sir Basile en vragen op hooghartige toon wat de ridders komen doen. Sir Eliot en de zijnen laten zich dat niet zomaar zeggen en na wat gescheld over en weer komt het tot een gevecht. Een van de roofridders had de tegenwoordigheid van geest om zijn schildknaap weg te sturen met een boodschap om versterking. 
Het gevecht wordt natuurlijk snel gewonnen door Sir Eliot, Sir Bavo en Sir Gilbert. Sir Bavo neemt zelfs nog de tijd om de ridders uit te schelden voor de lafaards die zij zijn. Terwijl de overlevende schildknapen zich bekommeren om hun gevallen heren, nemen de ridders als trofee de schilden van de gevallen ridders mee en reizen verder naar Wallington. Pertoines ziet wat bleekjes, die had nooit gedacht dat het vervullen van een droom van de Here gepaard zou gaan met zoveel bloed. 

Inmiddels is de eerste gevluchte schildknaap aangekomen in het kasteel van Wallingford. Sir Basile is niet dom en zendt meteen boodschappers uit naar Shirburn en Oxford, waar de andere, kwade broers verblijven.

Wanneer de ridders aankomen bij het stadje van Wallingford, zien zij dan men daar al op hun komst is voorbereid. De poorten zijn dicht en soldaten staan op de muren. Sir Ignaeus scheldt de soldaten uit en Sir Eliot laat door middel van een uitgebreide pantomime zien dat de ridders van Wallingford vechten als vrouwen en vielen als lafaards in de slag. 
Sir Basile kan dit niet meer aanzien en komt naar buiten om de eer van Wallingfords ridders te verdedigen. Hij neemt het op tegen Sir Bavo. Na een kort, maar hevig gevecht (Beiden waren gepassioneerd over hun eer) sneeft sir Bavo!
Terwijl Sir Basile staat te juichen boven het lichaam van Sir Bavo, wordt Sir Eliot wild (passion critical). Hij doodt Sir Basile met een houw, stormt Wallingford binnen en doodt alles wat hij tegenkomt. De verdedigers van Wallingford zijn totaal overrompeld. Sir Ignaeus en Sir Gilbert staan al snel hun broeder bij. Zij weten het bloedbad enigszins te beperken wanneer de overlevende ridders en soldaten zich overgeven. 

De lichamen van Sir Bavo en Basile worden Wallingford ingehaald en het kasteel zo goed mogelijk verdedigd. De ridders verwachten dat de broers van Basile binnenkort verhaal zullen komen halen!
De ridders doorzoeken het kasteel en vinden in de kerkers vele gevangenen in erbarmelijke omstandigheden. Onder hen zijn ook verschillende ridders die deze kant zijn opgekomen en slachtoffer zijn geworden van de roofridder Basile. Onder hen bevindt zich ook een ridder uit Salisbury, Sir Benno van Steeple Langford. Met de dood van Sir Bradwen en Sir Bavo en het feit dat Brandaan in het klooster leeft, is Sir Benno de enige volwassen man van de familie Steeple Langford. Hij voegt zich bij de andere ridders uit Salisbury. 


De volgende dag

De roofridders en jongere broers van Basile, Beleus en Bege arriveren de volgende dag met hun gevolg bij Wallingford. Zij hebben een leger van wel 30 ridders en hun gevolg bij zich, wel 100 gevechtsklare mannen in totaal. Hoe kunnen de ridders uit Salisbury zich hier ooit tegen verdedigen?
Sir Eliot probeert de ridders Beleus en Bege te verleiden tot dommigheden door beledigingen te schreeuwen vanaf de muur van het kasteel, hierbij geholpen door Sir Benno, die in zijn huidige toestand niet veel anders kan. 

"Je moeder wint prijzen bij de hondenraces en je vader eet haver!"   

Dit leidt tot niets en de manschappen van Beleus en Bege gaan naar de bossen rondom Wallingford en kappen bomen voor primitieve trebuchets. Die zouden flink wat schade kunnen doen en dan zouden de ridders uit Salisbury diep in de problemen zitten. Sir Eliot besluit om Beleus uit te dagen tot een duel. Beleus stemt toe, maar het gevecht verloopt niet zoals Sir Eliot dat hoopt, hij wordt al snel bewusteloos geslagen en in het kamp van de valse broers gevangen gehouden. Hoe moet het nu verder voor de ridders in Wallingford?

Sir Benno besluit om nog meer scheldkannonades over Beleus uit te storten. Deze verliest zijn hoofd en stormt op het dorpje van Wallingford af, om net als Sir Eliot de dag ervoor over de brug te rijden en alles en iedereen die hem voor de voeten komt, over de kling te jagen. Maar Sir Benno is oud en zwak en daarom slim. Hij saboteerde de valbrug van Wallingford, waardoor Beleus in het water van de gracht valt. 

Hoe zal he aflopen met de belegering van Wallingford, de queeste van Pertoine en wat zal het lot van vrouwe Regan van Rydychan zijn?