Translate

zaterdag 1 december 2018

The Fisher King

Nog steeds ben ik druk met mijn inhaalslag om dit jaar twaalf films over de Koning Arthur Mythen te kijken. Bij dit soort verhalen kan je er natuurlijk op wachten totdat iemand probeert om het verhaal in de huidige tijd te hervertellen.
Zo is er natuurlijk A Kid in King Arthur's Court (1995), Black Knight (2001) en het nog te verschijnen The Kid who would be King (2019). En ook in boeken wordt de Arthur mythe en de driehoeksverhouding tussen Arthur, Guinevere en Lancelot graag nog eens dunnetjes overgedaan, zoals in Robertson Davies' The Cornish Trilogy. Maar daarover ga ik het vandaag allemaal niet hebben. Vandaag bespreek ik The Fisher King (1991).

Wat zijn ze allemaal nog jong...

The Fisher King is een film van Terry Gilliam (Monty Python and the Holy Grail, Jabberwocky, Brazil, Twelve Monkeys) (vandaar de waanzin en obsessie met de Graal) en met Jeff Bridges (Bad Times at the El Royale, Iron Man, Fabulous Baker Boys), de te vroeg overleden Robin Williams (One Hour Photo, Insomnia en Aladin) en Amanda Plummer (Pulp Fiction, Needful Things).

Spoilers

De film opent met een zeer arrogante Jack Lucas (Bridges) die een typische Shock-Jock is. En hij staat op het punt om een doorbraak te maken naar televisie, met een serie. Toch is zijn leven ook leeg en onbevredigend. Zijn vriendin is niet geïnteresseerd in zijn carrière en lijkt ook weinig om hem te geven. Dan moedigt Jack de verkeerde luisteraar aan, die een schietpartij (dit is de VS) begint in een restaurant en Jack raakt zijn programma, geld en vriendin kwijt.

Drie jaar later zien we Jack terug. Hij werkt nu in de video-verhuurzaak van zijn vriendin Anne (Ruehl). Hij is aan de drank en wordt verteerd door schuldgevoel. En dat maakt hem buitengewoon moeilijk in de omgang.
(Geen idee waarom Anne bij hem blijft, hij is non-stop dronken, chagrijnig en jaagt klanten weg. Hij zal wel ergens heel goed in zijn om dat allemaal te compenseren.)

Na een avond drinken besluit Jack om zelfmoord te plegen door in de rivier te springen. Een paar vandalen zien hem en willen hem in brand steken. Gelukkig wordt hij gered door een paar zwervers onder leiding van ene Parry (Williams), die denkt dat hij een ridder is. De zwervers nemen Jack op sleeptouw en in een paar hilarische scenes leert hij de zwervers en Parry beter kennen.
De volgende morgen wordt Jack wakker in de kelder waar Parry woont. Wanneer hij vertrekt, vertelt de conciërge van het gebouw over het verleden van Parry. Ooit was hij een succesvol docent. Maar hij en zijn vriendin waren slachtoffer van een waanzinnige schutter die in een restaurant begon te schieten, na aanmoediging van een onverantwoordelijke radio DJ.

Verteert door schuldgevoel probeert Jack het leven van Parry te verbeteren. Parry vertelt dat hij op zoek is naar de Graal en hij heeft hem gevonden in het huis van een miljonair. Verder is Parry ook verliefd op een vrouw, Lydia (Plummer), maar durft hij haar niet aan te spreken. Als snel is ook duidelijk dat Parry echt ernstige psychiatrische klachten heeft. Iedere keer wanneer iets hem herinnert aan zijn vorig leven of de schietpartij, verschijnt een monsterlijke Rode Ridder. Deze verlamt Parry van angst. Maar de aanwezigheid van Jack lijkt de Rode Ridder op afstand te houden. Parry kan met Jack in de buurt beter functioneren.
Jack besluit om Parry te helpen door hem te koppelen aan Lydia. Daar heeft hij ook zijn vriendin Anne bij nodig. In een paar hilarische scenes komen Parry en Lydia inderdaad nader tot elkaar. En de liefde bloeit op. Maar dat brengt de Rode Ridder natuurlijk op volle kracht terug. En we zien ook hoe gruwelijk de schietpartij daadwerkelijk was. Parry stort geestelijk volledig in en wordt daarna ook vakkundig in elkaar geslagen door de vandalen die eerder ook Jack in brand wilden steken.

De volgende morgen voelt Jack zich erg goed over zichzelf. Hij wil zijn carrière als Shock Jock weer oppakken en zet heel terloops zijn vriendin maar aan de kant. Zijn schuld is nu uitgewist tenslotte. Maar dan komt het nieuws dat Parry in het ziekenhuis ligt, met ernstige verwondingen. En bovendien wil hij maar niet wakker worden.
Wanneer Jack in gesprek is met wat Radio en TV bonzen over een herstart van zijn carrière blijkt dat hij toch een moreel kompas heeft. Een gezellige TV serie over gekke, maar wijze daklozen gaat hem te ver. Hij weet nu hoe zij leven en dat aan hun levensstijl meer drama ten grondslag ligt dan veel van ons kunnen weten.
Jack besluit om zijn mogelijke carrière eraan te geven en de Graal te gaan halen, waar Parry naar op zoek was. De Graal geneest Parry. De relatie tussen Parry en Lydia houdt stand en Jack kan de dingen met Anne ook weer bijleggen.

Conclusie

Een hele leuke film om weer eens te kijken. Iedereen is nog zo jong! En het verhaal is ondanks zijn deprimerende uitgangspunt, bij vlagen toch erg grappig. De daklozen en andere leden van de onderkant van de New Yorkse samenleving zijn hilarisch en erg optimistisch over hun toestand. Jack is een cynische, maar grappige zak. En Parry kan er, ondanks zijn handicaps, ook wat van. 

Maar mijn hemel wat is New York in de late jaren '80 en de vroege jaren '90 in de visie van Terry Giliam vreselijk! Overal leven daklozen op straat, alles is viezig en grauw. Daklozen krijgen nauwelijks respect en worden overal weggejaagd. Hen in elkaar slaan en in brand steken is kennelijk een acceptabele avond uit voor sommige mensen. Psychiatrische patiënten worden met actieve problematiek uit een behandelcentrum weggestuurd en belanden dan geheel voorspelbaar op straat, wat hun problematiek niet oplost.
Dit is gebaseerd op historische realiteit, er was een enorm probleem in deze periode met misdaad, dakloosheid en drugsgebruik in New York. 

Verder is de titel natuurlijk een verwijzing naar de legende van de Graal en de Fisher King. Parry benoemt deze legende ook en legt hem uit aan Jack. En in deze film wordt Parry genezen van zijn coma wanneer hij de Graal eindelijk mag vasthouden. Bovendien worden zijn psychiatrische problemen ook aanmerkelijk minder. 
En de zoektocht die Jack moet afleggen om Parry te genezen, geneest hem uiteindelijk ook van zijn schuldgevoel en zelfzuchtige inborst. Hij wordt een beter mens en betere partner. En ook Lydia komt wat meer uit haar schulp met de aandacht van Parry. Dus een gezonde koning heeft een positief effect op alles om hem heen. 

Dit is ook een typische Terry Giliam film. Hij is gek op enorme close ups van gezichten. Wat in het geval van een dronken en/ of gedeprimeerde Jeff Bridges niet altijd fijn is. Verder leeft Parry ook in de kelder van een gebouw, waar allemaal buizen doorheen lopen. Dat deed me vreselijk denken aan zijn andere film, Brazil, waar ook de hele tijd buizen op onmogelijke plekken door huizen en gebouwen lopen. Verder is waanzin natuurlijk een belangrijk thema, zoals we dat ook konden zien in Twelve Monkeys. Daar waren zowel Brad Pitt als Bruce Willis niet helemaal meer bij de tijd.

Vooral kijken wanneer je de kans krijgt. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten